10E REGIMENT INFANTERIE


GEGEVENS VAN 2 PERSONEN UIT HAARLEM, DIE OPGEROEPEN ZIJN VOOR HET

 10 REGIMENT INFANTERIE (10 RI )

ROND DE MEIDAGEN IN 1940 EN TOCH BEIDE IN EEN ANDERE SITUATIE ZATEN.

 

DEZE PAGE WORDT MEER HET VERSLAG VAN HET 10RI

DE PERSOONLIJKE VERSLAGEN KOMEN DAN OP HUN EIGEN WEBPAGE

 

 

DHR. A.G. WIJFJES

 WEBSITE

DHR A. G. WIJFJES 1908-1966 WEBPAGE

DHR H.J. WAAIJER

H. J.  WAAIJER 1919-2003 WEBPAGE

 

#

 

DE GEGEVENS EN INFO, DIE OP DEZE SITE ZIJN VERMELD, KOMEN VAN:

 DHR GROENMAN

EN DE STICHTING "DE GREB"

VOOR INFO E MAIL STICHTING DE GREB 

 

STICHTING " DE GREB", WEBSITE 

 

 

DE AUTEURS RECHTEN VALLEN ONDER HEN.

 

#

 

ALLE ANDERE AFBEELDINGEN EN VERMELDINGEN VAN DHR, WIJFJES EN DHR WAAIJER

KUNNEN NIET ZONDER TOESTEMING GEBRUIKT WOORDEN, VOOR COMMERCIELE DOELEINDE  

  

VERDER GEGEVENS EN INFO: 

BERT WIJFJES,  INFO, E MAIL B. WIJFJES 

  KOOS WAAIJER,   INFO, E MAIL K. WAAIJER

K WAAIJER WEBSITE

 

#

 

ANDERE MILITAIRE LINKS VAN DE FAMILIE WAAIJER

 

NATIONALE MILITIE LICHTING 1912 

 

47E INF. BAT. C-COMP LICHTING 73-2

 

#

 

 

LAATSTE UPDATE 2 DEC 2007 

 

DE WEBSITE IS BEDOELD VOOR FAMILIE, VRIENDEN EN GEINTRESEERDE ARCHIEVEN, OVER HET 10RI

 

INFO LINKS:

 

DIENSTEN INFOVERSTREKKING PERSOONARCHIEF DEFENSIE

 

HAARLEM BEZET 1940-45

 

WEB SITE MEI 1940

 

LIMBURGSE JAGERS, WEB SITE

 

grebbelinie, geschiedenis Monumenten

 

 

GRAAG UW REACTIES OF OPMERKINGEN IN ONS GASTEN BOEK 

BEDANKT ALVAST.

Guestbook

#

 10RI

 

LINKS NAAR VERSLAGEN, DIE OP DEZE SITE WORDEN BESPROKEN

GREBBEBERGLINIE 10IR, VERSLAG OVER KAPTEIN SLUIS ROND 10 MEI 1940 

GREBBEBERGLINIE 10RI VERSLAG VAN SERGEANT VERSLUIS 13 MEI 1940  

GREBBEBERGLINIE VERSLAG MARJOOR KNOL 10IR 1e BATALJON

LTN. HOEKWATER, VERSLAG

LTN. HOEKWATER GER. DAGBOEK

VERSLAG SCHUNHART

SITUATIE KAARTEN 1-10RI MEI 1940

VERSLAG STALAG IIA LUCKENWALDE

 

#

 

 

DHR WIJFJES IS OPGEKOMEN IN HET 10RI MOBILISATIECENTRUM HAARLEM

 

BOVENSTE RIJ LINKS DHR. A.G. WIJFJES

LICHTING 1928/89 GEB. 1908

ZIE ZIJN BESCHRIJVING EN GEGEVENS OP DE WEBPAGE.

DHR A. G. WIJFJES 1908-1966

#

 

DHR. WAAIJER IS OPGEKOMEN IN HET 10RI DEPOT 7e COMPAGNIE, IN LEIDEN 

 

RECHTS DHR H.J. WAAIJER, LINKS ONBEKEND

LICHTING 1938/39  GEB. 1919

ZIE ZIJN GEGEVENS EN BESCHRIJVING OP DE WEBPAGE:

H. J.  WAAIJER 1919-2003

 

#

DE OORLOG OMSTANDIGHEDEN IN DE MEI DAGEN 1940

INFORMATIE VAN DE DHR. GROENMAN VAN DE STCHTING "DE GREB"

 

DE KAART VAN DE SITUATIEROND 10 MEI 1940

 

GOOGLE FOTO , WAAR ONGEVEER HET 2 10RI WAS GELEGERD

2-10RI MEI 1940 GOOGLE EARTH

 

GOOGLE FOTO VAN HET GEBIED . WAAR HET 10RI ZICH BEVOND.

ZIE KAART BOVEN DE FOTO 

Cuneraweg prattenburg LINK GOOGLE

 

10RI ROND VEENENDAAL. GOOGLE EARTH

 

 

Vak 10 RI ( 11 mei )

 

Dit vak was volgt bezet:

 

Voorpostenstrook

II – 10 RI ( behalve de 2e compagnie en 2 secties zware mitrailleurs ), versterkt met een sectie van de 10e batterij 6 veld, verdeeld in rechter-, midden- en linker voorpostenvak

 

Hoofdweerstandsstrook

 

Rechts: III – 10 RI, versterkt met 2 – II – 10 RI, een sectie van 14 MC, een sectie van de 10e compagnie mortieren, een sectie zware mitrailleurs van II – 10 RI, de 3e sectie van de 10e compagnie PAG ( pantserafweer-geschut ) en de 10e batterij 6 veld ( op een stuk na, zie boven).

 

Links: I – 10 RI, versterkt met een sectie zware mitrailleurs van II – 10 RI, een sectie van 14 MC, 4 zware mitrailleurs van II – 11 RI, de 10e compagnie mortieren ( behalve een sectie ), de 10e comoagnie PAG ( behalve de 3e sectie ) en een gaszoeklichtgroep van II VI.A

 

Veenendaal viel geheel in het vak van III – 10 RI.

De juiste verdeling van de troepenonderdelen over frontlijn, tussenverdediging en stoplijn is niet meer volledig bekend.

De cp ( commandopost ). van Commandant – 10 RI bevond zich nabij de kunstweg van station Veenendaal naar de Cuneraweg.

Voorpostenstrook.

 

Te ongeveer 7.00 uur kwam het 4e peloton van E.Paw ( eskadron pantserwagens ) bij De Klomp binnen de voorposten met twee pantserwagens ( de 3e had men in Ede moeten achterlaten , toen deze in een gat was gereden en niet meer gangbaar kon worden gemaakt ). Het doorlaten onder vuur leverde moeilijkheden op, maar slaagde.

Naar aanleiding van de verwachting, dat een aanval op Veenendaal waarschijnlijk was, gelastte de Commandant – 10 RI te 8.30 aan commandant – II – 10 RI ( voorposten ) door middel van patrouilles contact met de vijand te zoeken en dat zo lang mogelijk te bewaren. Pas in de namiddag werd het eerste contact verkregen met een vrij sterke vijandelijke afdeling nabij Veldhuizen ( 2 km west van Ede ), terwijl tevens berichten berichten over bezet zijn van Lunteren en Meulunteren werden ontvangen.

Voor de 1e compagnie ( 1 – II – 10 RI ) werd daarna een vijandelijke afdeling gesignaleerd nabij het Pakhuis, terwijl de commandant – middenvak de aanwezigheid van een dertigtal Duitsers nabij kilometerpaal 3.7 op de kunstweg Ede – De Klomp meldde, welke vijand, na bevuurd te zijn, terugweek.

Te 19.30, nog voor het invallen van de schemering, kwamen de voorposten onder vijandelijke infanterie – en artillerievuur; daarna had, in het bijzonder tegenover het middenvak, een aanval plaats, die krachtig met vuur werd beantwoord. Een voor het middenvak voorbereid artillerievuur werd aangevraagd, dat onmiddellijk goed iel en later werd herhaald.

Te ongeveer 21.30 trokken de Duitsers terug. Bij de voorposten was slechts een dode gevallen.

Vermoedelijk voerden de Duitsers verkenningen uit, om de juiste plaats van de voorposten vast te stellen en brachten zij de gevechtsaanraking tot stand.

Toen men enige tijd later het voorterrein wilde verlichten met behulp van lichtkogels, bleek de verpakking der patronen foutief te zijn, zodat groene vuurpeilen omhoog schoten, wat tot gevolg had dat stormvuur werd ontketend.

 

Hoofdweerstandsstrook.

 

Een detachement, sterk 35 tot 40 man, behorend tot de IJsselverdediging, kwam binnen de stelling en werd naar de divisiereserve doorgezonden. De elders heersende geruchten begonnen ook hier hun invloed te doen gelden en de spanning bleek uit het nodeloos hier en daar openen van het vuur.

Te ongeveer 20.30 werd op verzoek van de voorpostencommandant door 1 – 4 RA vuur afgegeven voor de voorposten op de kunstweg naar Ede nabij kilometerpaal 3.

#

Vak 10 RI ( 13 mei )

Aan het slot nog wat verduidelijkende opmerkingen als aanvulling op dit vrij moeilijke verhaal.

 

 

Bij dit regiment waren de voorposten ( II – 10 RI ) op 12 mei weer naar hun opstellingen teruggekeerd; de verliezen waren gedeeltelijk aangevuld met een sectie van 3 – I uit de stoplijn, enige lichte mitrailleurs en de bediening voor een stuk 6 veld, terwijl de verbindingen waren hersteld. De bezetting was zeer ijl en de commandant van II – 10 RI ( majoor Claessen)  had op versterking aangedrongen.

De bataljons in de hoofdweerstandsstrook hadden hun opstellingen bezet gehouden en de onderdelen, die uit de stoplijn naar de Oude Trekpot waren gezonden, om deel te nemen aan de tegenaanval, hadden op 12 mei 23.15 weer opdracht ontvangen, hun oude opstelling in te nemen ( deze tegenaanval had als doel de inmiddels op de Grebbeberg doorgedrongen Duitsers weer te verdrijven en de frontlijn te herstellen; aanvankelijk waren daar dus ook enkele onderdelen van 10 RI bij ingedeeld, terwijl de commandant van 10 RI ( overste vd Briel ) er de leiding bij zou hebben. Uiteindelijk werd in de morgen van de 13e mei deze tegenaanval zonder eenheden van 10 RI uitgevoerd  ).

De commandant van 10 RI was in de vroege morgen van de 13e weer op zijn commandopost teruggekeerd, nadat zijn opdracht ( zie boven ) was komen te vervallen.

In de loop van de morgen werden de voorposten onder vuur genomen door Duitsegranaatwerpers, die gedekt waren opgesteld nabij de Hanenpol ( een boerderij ) en het Pakhuis ( eveneens een boerderij ), terwijl in de namiddag van de Meijkade af vuur werd ontvangen. Door gebrek aan mortieren was de bestrijding van die goed gedekte vijandelijke vuurorganen niet goed mogelijk. Hoewel afsluitingsvuren waren aangevraagd en afgegeven, had dit schijnbaar weinig resultaat, daar de doelen steeds van plaats wisselden.

In de namiddag waren de opstellingen bij de Hanenpol en het Pakhuis blijkbaar inderhaast door de vijand verlaten, want een officierspatrouille maakte aldaar mortiermunitie buit.

 

Zoals al eerder is meegedeeld kwam de commandant 10 RI ( overste vd Briel ) in de namiddag voor de moeilijkheden te staan , die voortvloeiden uit het terugtrekken van onderdelen, die behoorden tot de aanvallende bataljons ( van 29 RI ) van de al genoemde tegenaanval, daarna van I – 19 RI en III – 19 RI ( die ten noorden van de Grebbeberg waren gelegen en nu werden meegezogen ), terwijl tenslotte de commandant van 29 RI ( overste Land, die de tegenaanval commandeerde ) een beroep op hem deed om enige compagnieën af te staan om zijn ( tegen ) aanval te kunnen hervatten.

De commandant van 10 RI ( overste vd Briel ) had om ongeveer 13.00 opdracht ontvangen de langs de Cuneraweg terugvloeiende onderdelen op te vangen en terug te zenden ( deze onderdelen trokken terug als gevolg van de Duitse opmars naar het noorden en het mislukken van de tegenaanval ).Aanvankelijk deed hij dit door officieren uitvoeren, doch later maakte hij uit de front – en stoplijn de volgende onderdelen los: 2 – III – 10 RI uit de frontlijn, 3 – III – 10 RI ( 2 secties ) en 5 zware mitrailleurs uit de stoplijn van III – 10 RI; 3 – I – 10 RI ( min een sectie )en een sectie zware mitrailleurs uit de stoplijn van I – 10 RI.

Deze waren aanvankelijk bestemd om stelling te nemen tussen de spoorweg bij de Isr. Begraafplaats en de inundatie, doch tijdens de uitvoering bleekafsluiting van de Cuneraweg en de Veenendaalse Weg meer nodig en kwam er zelfs een bericht dat de Duitsers Prattenburg naderden.

Als gevolg huiervan werd er tenslotte stelling genomen door 2 – III ( min een sectie ) bij cafe la Montagne, door 3 – III ( 2 secties ), een sectie van 2 – III en 5 zware mitrailleurs, onder bevel van de commandant van 3 – I – 10 RI, van Cuneraweg tot Veenendaalse Weg, nabij Bergzicht.

In verband met berichten omtrent het gebruik maken van witte vlaggen door de Duitsers werd uitdrukkelijk opdracht gegeven, op troepen met witte vlaggen te vuren.

De commandant van I – 4 RA ( artillerie-onderdeel ) had om ongeveer 14.00 bericht dat 19 RI vluchtte ( 19 RI stond opgesteld noord van de Grebbeberg ) en had daarna verzocht bij Cafe La Montagne PAG ( pantserafweergeschut ) te plaatsen, die echter niet beschikbaar was, zodat hij van twee ( van zijn eigen ) batterijen elk een sectie voor de nabijverdediging had doen opstellen.

Te ongeveer 14.30 meldde de commandant van I – 19 RI ( majoor Meyerman ) zich bij commandant 10 RI ( vd Briel ) en deelde mee, dat hij een bevel had ontvangen, op Veenendaal terug te trekken, dat de commandant van 19 RI van zijn commandopost was vertrokken en dat zijn bataljon langzaam naar het noorden terugtrok. Commandant 10 RI gaf hem opdracht met zijn bataljon en met de onderdelen van 10 RI en andere onderdelen die terugvloeiden, een stelling te bezetten van kilometerpaal 30 aan de spoorweg Rhenen – Veenendaal over Bergzicht en Zwembad naar Berg en Bosch ( dit allemaal om te voorkomen dat de Duitsers naar het noorden zouden doorbreken en zo de daar opgestelde troepen zouden kunnen afsnijden en in de rug komen ).

De waarnemend commandant van III – 19 RI begaf zich ( nadat hij zijn bataljon had opgesteld ) naar de commandant van 10 RI ( vd Briel ) om deze te verzoeken maatregelen voor voedsel en munitieaanvulling te nemen. De commandant van 10 RI , die door wat op zijn zuidvleugel plaats vond, geprikkeld was ( bedoeld de vluchtende troepen ) luisterde niet naar hetgeen deze kapitein wilde vragen en mededelen en er ontstond een weinig verkwikkende uiteenzetting, waarbij zelfs het pistool te pas kwam.

Omstreeks deze tijd verscheen eerst de luitenant van Staf – IIe Legerkorps ( waaronder o.a 10 RI viel ), die een schriftelijke opdracht aan de commandant van 29 RI ( die de tegenaanval had geleid ) moest overbrengen en kort daarna de commandant van I – 20 RI ( die ook had deelgenomen aan de tegenaanval ), die kwam informeren waar hij de commandant van het IIe Legerkorps ( generaal Harberts ) kon vinden. Deze beide officieren verdwenen vervolgens naar de commandant van 29 RI.

 

Om ongeveer 17.30 ontving de commandant van 10 RI bevelen voor de terugtocht ( die door de Duitse doorbaak bij Rhenen onvermjdelijk was geworden ) en terwijl hij daarmee bezig was, kwam de commandant van 29 RI hem enige compagnieën vragen om de tegenaanval te kunnen hervatten. Overste vd Briel kon hieraan niet voldoen en weigerde kortaf, hetgeen de commandant van 29 RI, die de toestand niet begreep, ontstemde

Overste vd Briel regelde zijn terugtocht als volgt.

 

De commandant van I – 19 RI, die door middel van zijn adjudantsteeds in verbinding was gebleven met commandant 10 RI, ontving om 18.00 opdracht zijn stelling te handhaven tot de schemering op 14 mei en daarna over Prattenburg en Doorn terug te trekken naar Loerik bij Houten.

Het voorpostenbataljon ( II – 10 RI ) ontving op een zodanig tijdstip, langs zelf te kiezen wegen door de hoofdweerstandsstrook, terug te trekken, dat de voorpostenstrook ongeveer 2 uur voor het aanbreken van de dag was ontruimd, om daarna over Prattenburg naar Houten te marcheren.

Voor de bezetting van de hoofdweerstandsstrook werd bepaald dat de terugtocht plaats zou hebben oer de Oude Trekpot en langs de door de commandant IIe Divisie ( waaronder 10 RI viel ) bevolen marweg in de volgorde: keukentreinen en gevechtstreinen ( 19.00 ), bezetting stoplijn en tussenverdediging ( 19.00 ), bezetting frontlijn ( behalve een achter te laten

scherm ) ( 20.00 ).

Als scherm ( dat de aftocht moest dekken ) werden de bezettingen der kazematten aangewezen, onder bevel van een luitenant, die bij het aanbreken van de dag moest terugtrekken.

Daar de troepen van 10 RI alle over Prattenburg terugtrokken, werd dit opgemerkt door de commandant van 2 – III – 10 RI, aangewezen voor de stelling onder bevel van de commandant van I – 19 RI, maar terecht gekomen bij cafe la Montagne. Dit onderdeel aanvaardde daarop de terugtocht met 10 RI.

Ook de commandant va de commandant van III – 29 RI ( eveneens deelnemer aan de tegenaanval ), vernam de erugtocht en trok daaruit ook voor zijn bataljon de conclusie, dat moest worden teruggetrokken en begaf zich met zijn bataljon naar Elst.

 

#

 

Tot het IIe Legerkorps behoorden de 2e divisie en de 4e divisie.

Bevelhebber was generaal – majoor Harberts.

Tot de 23e divisie behoorden: 10 RI, 22 RI en 15 RI, tot de 4e divisie 8 RI, 19 RI en 11 RI.

 

Aan de tegenaanval namen deel I – 20 RI, I -29 RI, III – 29 RI en II – 24RI.

Bevelhebber was overste Land.

Doel was de op de Grebbeberg doorgebroken Duitsers daar via een tegenaanval uit noordelijke richting weer af werpen. Bij deze tegenaanval rukten de deelnemende bataljons op door hetgebied ten noorden van de Berg, dat bezet was door 2 bataljons van 19 R:: het 1e en het 3e.

Toen de tegenaanval mislukte ( oa door Duitse artilleriebeschietingen en een aanval van STUKA/duikbommenwerpers ) trokken de deelnemende bataljons in paniek terug en sleepten de onderdele n van 19 Ri ( zie boven ) met zich mee. Daarbij kwam men in het vak van 10 RI, dat aldus betrokken werd bij deze situatie.

Het gevaar was dat de Duitsers zover zouden oprukken dat een terugtocht van de regimenten noord van de Grebbeberg onmogelijk zou worden. Eigenlijk besliste de doorbraak bij de Grebbeberg over het lot van de hele Grebbelinie, die immers omtrokken dreigde te worden.

 

#

 

10 RI – 14 mei – terugtocht ( Stafwerkinformatie ).

 

De terugtocht van 10 RI had door enkele omstandigheden een weinig gunstig verloop, want na afloop waren te Jutphaas voor de bezetting van het aangwezen Oostfront-gedeelte ( bedoeld Oostfront van de Vesting Holland ) slechts beschikbaar:

 

Staf – 10 RI, 10e compagnie Mortieren, 10e compagnie PAG;

 

Van I – 10 RI: Staf, 1e compagnie ( grootste deel ), 2e compagnie 9 vrij volledig ), 3e compagnie ( min een sectie; de compagniescommandant ( kapitein Dirk Sluis ) was gesneuveld ), Mitrailleur-Compagnie ( voor zover valt na te gaan 3 secties ).

 

Van II – 10 RI: practisch niets;

 

Van III – 10 RI: Staf, een sectie van de 1e compagnie, 2e compagnie ( vrij volledig ), een sectie van de 3e compagnie en slechts enkele stukken van de M.C ( mitr.comp ).

 

De commandant – 10 RI ( overste vd Briel ) had de volgorde van voor de terugtocht bepaald: voor I en II ( min de onderdelen onder bevel van de commandant – I – 19 RI ( majoor Meierman, zie flankstelling / 13 mei ); keukentreinen, bezetting stoplijn en tussenverdediging ( 19.00 uur ), bezetting frontlijn ( min scherm dat de terugtocht moest dekken ) ( 20.00 uur ), scherm ( met aanbreken van de dag ).

Er was niet bepaald, dat de bataljons zich ergens op de marsweg moesten verzamelen, zodat noodgedwongen onderdelen van de verschillende bataljons door elkaar moesten komen.

 

Voor II – 10 RI, het voorpostenbataljon, was bepaald, dat dit twee uur voor het dag worden de opstellingen moest verlaten.

Aan commandant I – 19 RI ( majoor Meierman ), belast met het bevel over de flankstelling, zie 13 mei ), was opgedragen twee uur voor de schemering terug te trekken.

In de onder diens bevel staande stelling waren, zoals reeds is meegedeeld, onderdelen uit de tussenverdediging en de stoplijn van 10 RI geplaatst en wel: commandant 3 – I ( kapitein Sluis ) met een sectie en een sectie zware mitrailleurs, commandant 3 – III  ( kapitein Kooi-

Stra ) met 2 secties van 3 – III, een sectie van 2 – III en 5 zware mitrailleurs, 2 – III ( min een sectie ).

In de Hoofdweerstandsstrook was het z.g oostftont, na het vertrek van commandant 2 – III

( luitenant Kloosterman ) naar la Montagne, overgedragen aan commandant MC ( kapitein Tuyn ), die daar onder zijn bevel hield: MC ( min 2 stukken ), een stuk – 14 MC en een sectie van 3 – III en het administratief – en keukenpersoneel van 2 – III.

De afmars van de onderdelen van III – 10 RI in de frontlijn en het z.g oostfront was niet duidelijk geregeld, zodat de commandanten van de 1e compagnie ( luitenant Budke ) en de MC in onderlinge afspraak eerst te 1.00 uur afmarcheerden langs de voorgeschreven route, behalve de sectie van 3 – III, die over de Roode Haan ( bij Veenendaal ) trok en te Houten is aangekomen.

De commandant van 2 – III – 10 RI ( luitenant Kloosterman ) , ingedeeld bij de flankstelling, doch in 2e lijn opgesteld bij La Montagne, had, toen hij delen van 10 RI zag wegtrekken, zich daarbij aangesloten.

 

Nagenoeg alle onderdelen, die kort na de morgenschemering vertrokken, kregen ontmoetingen met de Duitsers in de omgeving van Amerongen en Leersum.

 

-De voorpostencommandant, commandant – II – 10 RI ( majoor Claessen ), van wiens bataljon een compagnie tirailleurs ( infanteristen ) en 2 secties zware mitrailleurs in de Hoofd-

Weerstandsstrook waren geplaatst ( waarvan geen gegevens voorhanden zijn ), had na het ontvangen van het bevel voor de terugtocht, zijn ondercommandanten nauwkeurige bevelen gegeven, doch had in verband met vijandelijk vuur, dat op de kunstweg Ede – De Klomp lag, de marswegen daarna doen wijzigen.

Hij kreeg, bij het opgegeven verzamelpunt bij Prattenburg, slechts bij elkaar: zijn Staf, 2 zware mitrailleurs, 3 secties uit zijn rechtervak ( zoals dat bestond in de voorposten ), 2 secties uit het middenvak en de bediening van een sectie 6 veld. Van het linkervak was de terugtocht door de Duitsers afgesneden.

Op weg naar Houten hield hij rust bij Leersum, waar enige wielrijders uit de richting Rhenen waarschuwden dat de Duitsers in aantocht waren. Hij liet zijn troepen dekking zoeken, doch doordat enkelen vuur afgaven op voorbij-trekkende pantserwagens en motorrijders, werd hij ontdekt en onder vuur genomen. Hierbij sneuvelden een officier van Gezondheid, 3 onderofficieren, 2 korporaals en 3 soldaten, Behalve enkelen, die wisten te vluchten, werd de bataljonscommandant met zijn troep daarna gevangen genomen.

 

Bij III – 10 RI was de op de vorige blz. bedoelde, gezamenlijke terugtocht van de detachementen onder bevel van de commandant 1e compagnie ( luitenant Budke ) en de commandant MC ( kapitein Tuyn ), eerst in de nanacht aangevangen. Toen deze noord van Amerongen kwamen, werd er nabij de kunstweg gevuurd en nabij de Donderberg ( noord van Leersum ) onymoetten zij een kapitein, een luitenant en 13 onderofficieren en soldaten van II – 10 RI, waarvan zij de overval op dat bataljon vernamen. In verband hiermee werd de route gewijzigd naar het N.W bij Huis te Maarn (1½ km Z.O van Maarn, 1½ N.O van Doorn ) werd rust gehouden, waarbij bleek dat de sectie achterhoede niet aanwezig was. Deze was afgesneden en door de Duitsers gevangen genomen.

Tijdens deze rust werd het detachement ingehaald door de commandant 3 – III – 10 RI  (kapitein Kooistra ) met 2 secties van zijn eigen compagnie, een sectievan 2 – III en 5 zware mitarilleurs, die op het door de commandant I – 19 Ri ( majoor Meierman ) aangegeven tijdstip de flankstelling had verlaten, nabij Leersum eveneens contact met de vijand had gehad

En bij Huis te Maarn aankwam te zamen met een detachement, waarbij zich de commandanten van 1 – en 3 – III – 10 RI ( luitenant Budke en kapitein Kooistra ) bevonden.

Er had toen een bespreking plaats tussen de leidende officieren, waarvan het resultaat was, dat men zich in kleinere groepen zou trachten door te slaan, na de zware mitarilleurs, die voor de vermoeide troep een blok aan het been vormden, te hebben onbruikbaar gemaakt.

De commandant van de 1e compagnie ( luitenant Budke ) en de commandant MC – III – 10 RI ( kapitein Tuyn ) trokken met een groep naar Maarn en voorzagen zich daar van rijwielen en auto’s, waarna de commandant MC – III – 10 RI ( kapitein Tuyn ) met het grooste deel over Amersfoort naar Muiden reed; de commandant van 1 – III – 10 RI ( luitenant Budke ) trok met de wielrijders in de richting Soesterberg, doch trof bij Zeist een afdeling van 200 a 300 man aan, die de wapens hadden neergelegd en waarvan de officieren hem aanraadden, hetzelfde te doen. Tijdens het gesprek waren zijn wielrijders verwenen ( deze hebben de weg Utrecht – Amersfoort bereikt, hebben een auto weten te bemachtigen en zijn hiermee via Hilversum naar Haarlem ( het mobilisatiecentrum van 10 RI ) gereden ) zodat de kapitein met een sergeant ( een aanvankelijk een luitenant met een soldaat van 19 RI, die hij weer kwijt raakte ) over Laren naar het Oostfront van de Vesting Holland reed, waar hij door een eskadron van 5 RH, hoewel in uniform, werd ontwapend en gearresteerd.

De commandant MC – III – 10 RI ( kapitein Tuyn ) trok met zijn personeel op auto’s via Hilversum naar Amsterdam.

De commandant van 3 – I – 10 RI ( kapitein Sluis ) , in de flankstelling, had geen bevel voor de terugtocht ontvangen en had geweigerd in te gaan op de geruchten over de terugtocht. Hij werd omstreeks 5.00 uur ( gelijktijdig met het detachement van I – 20 RI bij Bergzicht ) overvallen en sneuvelde, evenals 7 man van zijn commandogroep ( waaronder tamboer MOLL ), de rest raakte verspreid .

#

Restant terugtocht 10 RI op 13 en 14 mei.

 

Verschillende onderdelen van 10 RI hebben niet de voorgeschreven marsweg gevolgd. Van de 10e compagnie Mortieren zijn commandant ( luitenant Blindenbach ) en een sectie over Utrecht naar Houten getrokken., de andere secties kwamen echter langs de opgegeven marsweg aan.

Van de 10e batterij 6 veld ( commandant luitenant Gelderman ) was een sectie bij de voorposten ingedeeld, waar de stukken waren onbruikbaar gemaakt. De bediening werd met II – 10 RI onderweg overvallen. Van de andere in de Hoofdweerstandsstrook geplaatste sectie heeft de batterijcommandant de stukken onbruikbaar gemaakt, waarna hij met zijn personeel naar Utrecht vertrok.

De in de aanhef genoemde delen van 10 RI ( en tevens die van I en II – 4RA en II – 8 RA, dit gaat om artillerie-regimenten ) kwamen te Houten aan, terwijl de bewoners waren geëvacueerd. De vermoeide troep werd  ondergebracht en de commandant – 10 RI ( overste vd Briel ) meende, op grond van de desbetreffende mededeling in het bevel van de Divisiecommandant ( kolonel Barbas van de 2e Divisie, waartoe 10 RI behoorde ) , dat hij voldoende beveiligd was door de vanwege de Commandant Veldleger ( luitenant – generaal Van Voorst tot Voorst ) geplaatste achterhoede-detachementen.

Te 3.45 ontving hij bevel van de commandant IIe Divisie ( kolonel Barbas ) om met zijn regiment, over Jutphaas marcherende, het Merwedekanaal te gaan bezetten tussen Jutphaas  (inbegrepen ) en Huis de Geer.

Hoewel de commandant 10 – RI te Houten niets van II – 10 RI had gezien, gaf hij zijn bevelen voor de bezetting van het Merwedekanaal, alsof dit bataljon er wel was; bovendien nam hij in zijn bevel Jutphaas zelf niet op, terwijl dit volgens het divisiebevel wel in zijn vak lag.

 

Volgens zijn bevel moesten van rechts naar links stelling nemen:

 

I – 10 RI, versterkt met een sectie Mortieren en de batterij 6 veld ( deze batterij zou niet verschijnen ), met de rechtervleugel bij Tol, daarnaast II – 10 RI ( zou evenmin verschijnen ), versterkt met een sectie Mortieren, daarnaast III – 10 RI, versterkt met een sectie Mortieren, de bataljons resp. met een frontbreedte van 500, 300 en 400 meter, terwijl de commandant van de 10e compagnie PAG ( kapitein Gerritsen ) opdracht kreeg de bescherming tegen vechtwagens te regelen.

 

Dit bevel hield dus geenszins rekening met de werkelijk aangekomen troepen. Nog voordat het regiment afmarcheerde kwam de Chef van de Staf van commandant IIe Divisie  (ritmeester Tielens ) mededelen dat Houten onvoldoende was beveiligd en de opdracht geven, dat 10 RI en de artillerie onmiddellijk moesten afmarcheren en niet het Merwedekanaal, doch een meer oostelijk gelegen frontlijn moesten bezetten.

De commandant van 10 RI liet daarna onmiddellijk de kunstwegen door PAG afsluiten en regelde de afmars uit Houten.

In Jutphaas vond hij de commandant van III – 25 RI, wiens bataljon daar kort te voren had stelling genomen. Deze majoor kon slechts onvoldoende inlichtingen geven en zijn bataljon moest na aflossing door 10 RI weer vertrekken naar Utrecht.

Met behulp van een wandelkaart, die in een Hotel werd aangetroffen, gaf de commandant van 10 RI bevel aan de commandanten van I en III – 10 RI ( de majoors Knol en Visser ) voor het bezetten van de frontlijn. Op het acces ( droog gebleven plaats in de inundatie ) Jutphaas werd I – 10 RI, versterkt met de 10e compagnie Mortieren ( min een sectie ) en de 10e compagnie PAG geplaatst.

Waar III – 10 RI ( bestaande uit een compagnie en 2 secties ) werd geplaatst, is niet zeker; vermoedelijk bleef dit bataljon achter het Merwedekanaal.

I – 10 RI heeft zijn opstelling ingenomen met een compagnie op de Batterij aan de Overeindsche Weg ( onderdeel van het Oostfront van de Vesting Holland ), een compagnie aan het nieuwe kanaal naar Vreeswijk, een sectie op Fort Jutphaas ( ook deel uitmakend van het Oostfront van de Vesting Holland ) en een sectie aan het Merwedekanaal, de zware mitrailleurs verdeeld, de mortieren achter het kanaal naar Vreeswijk, de commandopost van de bataljonscommandant ( majoor Knol ) ver achter de rechtervleugel aan het Merwedekanaal.