Nieuwkoop
                                  Geschiedenis van Nieuwkoop 

Het Nieuwkoopse plassengebied was oorspronkelijk een laagveengebied. De plassen zijn ontstaan door ontvening. Vanaf 1600 nam de vraag naar turf, als brandstof, toe.

Daardoor ontstond het beroep van de turfsteker. Voor de bevolking was de handel in turf een belangrijke bron van inkomsten. In het Poldermuseum te Noorden is vandaag nog te zien hoe de turfsteker zijn beroep uitoefende.

Oorspronkelijk waren de plassen veel groter dan de huidige. Het hele gebied tussen Nieuwkoop, Noorden, Zevenhoven, Nieuwveen, Korteraar en Aarlanderveen stond onder water. Dat was nuttig voor de visserij en de scheepvaart, maar leverde gevaar op voor de dorpen die op de oevers lagen. Daarom werd besloten het gebied droog te malen. De "droogmakerij" wordt vandaag hoofdzakelijk gebruikt als weidegrond.

Het huidige plassengebied heeft vanuit het oogpunt van natuur en landschap internationale betekenis. Het is een broed- en rustplaats voor veel vogelsoorten (purperreigers en veel verschillende eendensoorten, naast zeldzame planten.

Een bezoek aan Nieuwkoop is de moeite waard.
De natuurliefhebber kan in en om Nieuwkoop veel waardevols ontdekken. Het plassengebied omvat 1.500 ha natuurgebied. Dit gebied is niet overal voor het publiek toegankelijk (het is een rustgebied), maar biedt ondanks de "gedragsregels voor de recreanten" veel mogelijkheden tot tochten per kano, fluisterboot, motor- en zeilboot. Motorboten kunnen gebruik maken van de grotere plassen in het gebied, en van de vaarroute Slikkendam-Zwammerdam.