Israël en Palestina

In een notendop

Vanaf 1900 verhuisden Europese zionisten naar Palestina. De Joden hadden het gevoel dat ze in Palestina eindelijk thuis kwamen, het was het land van hun voorouders, ze werden niet vervolgd, ze wilden zo snel mogelijk hun eigen staat oprichten, zonder bemoeienis van de Arabieren. De Arabieren voelden zich bedreigd, omdat de Joden veel land in opkochten en zich in versterkte dorpen afschermden. Dit leidde tot een gewapende strijd tussen de zionisten en de Arabieren die al in het gebied woonden. De VN verdeelde het land in 1948 in een Arabisch en een joods deel. Ben Goerion riep daarop de staat Israël uit. Arabische landen vielen Israël aan, maar verloren de oorlog. Israël bezette de Palestijnse gebieden en veel Palestijnen moesten vluchten. In 1979 sloten Israël en Egypte vrede. De PLO bleef vechten voor een Palestijnse staat.

Diaspora

Rond het jaar 1 van onze jaartelling waren de Romeinen de baas in het Midden-Oosten. Er woonden toen al meer dan duizend jaar Joden en Arabieren in Palestina. Palestina was het gebied waar nu Israël, Libanon, Jordanië en de Palestijnse gebieden liggen. In 70 na Christus kwamen de joden tegen de Romeinen in opstand. De Romeinen verwoestten daarom de joodse tempel van Jeruzalem en stuurden alle Joden weg. Zij moesten ergens anders gaan wonen. Dit was het begin van de Joodse diaspora (= verspreiding). 

Joden in de diaspora

Overal waar de Joden woonden, hielden ze hun eigen geloof, taal en tradities in stand. In elk land waar de Joden leefden, waren ze in de minderheid. Eeuwenlang werden ze door christenen gezien als de moordenaars van Christus (vanwege een uitspraak in de Bijbel) en dit bleek vaak een excuus om de Joden te discrimineren, te verjagen en, vooral in de Middeleeuwen, in grote getale te vermoorden. Rond 1900 woonden de meeste Europese joden in Rusland en Polen. Zij waren daar geregeld slachtoffer van uitbarstingen van jodenhaat. Honderdduizenden Russische en Poolse joden emigreerden daarom naar de Verenigde Staten. Maar er waren ook groepjes joden die naar Palestina vertrokken. Hun geloof had het verlangen naar het oude Israël, zoals de joden Palestina noemen, levend gehouden. Ieder jaar spraken joden bij het joodse paasfeest de wens uit: 'Volgend jaar in Jeruzalem'. 

Zionisme

Eind 19e eeuw ontstond er een joodse versie van het nationalisme. Ook de joden voelden zich één volk en ook de joden wilden voor dat joodse volk een eigen staat. Dit joodse nationalisme kreeg de naam zionisme. Zion betekent Jeruzalem. De zionisten geloofden dat de joden in Europa nooit met rust gelaten zouden worden. Ze zouden alleen veilig kunnen zijn in een eigen staat. Die staat zou moeten komen in het gebied waar de joden ooit door de Romeinen uit verdreven waren: Palestina. 

Palestina in de 19e eeuw

Vanaf het einde van de 19e eeuw vertrokken de eerste groepen joden naar Palestina. Ze kochten landbouwgrond van de Arabieren en stichtten er landbouwgemeenschappen. Palestina hoorde op dat moment bij het Ottomaanse Rijk (Turkije). De Ottomaanse overheid wilde geen grote groepen joden tegelijkertijd toelaten. De Ottomanen waren bang voor problemen met de Arabieren (na de stichting van de staat Israël spreken we over Palestijnen) die er woonden. 

Bemoeienis van Groot-Brittannië

In 1914 brak de Eerste Wereldoorlog uit. Het Ottomaanse Rijk kwam als verliezer uit de oorlog en moest grote gebieden afstaan aan Groot-Brittannië en Frankrijk. Groot-Brittannië kreeg het voor het zeggen in Palestina. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden de joden in Palestina Groot-Brittannië gesteund. In 1917 beloofde de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Balfour, de joden een 'nationaal tehuis' in Palestina. Dit betekende dat de Britse regering vond dat er onbeperkt joden naar Palestina mochten verhuizen. Dit was niet erg handig omdat de Britse regering in 1915 ook al een belofte had gedaan aan de Arabieren. Aan de Arabieren had de Britse regering beloofd dat ze hun zouden steunen bij het stichtten van een Arabische staat in Palestina.  
Op het moment dat het Ottomaanse Rijk werd verslagen (1918) woonden er 500.000 Arabieren en 85.000 Joden in Palestina. Na de oorlog trokken grote groepen joodse immigranten naar Palestina. Zij kochten land van Arabische grootgrondbezitters en stichtten Joodse nederzettingen. Veel Arabische pachters (boeren die land huren) raakten hun grond kwijt omdat hun grootgrondbezitter besloot het te verkopen aan een joodse immigrant. Dit zorgde voor steeds meer vijandschap tussen Joden en Arabieren. Tussen de Joden en de Arabieren brak een complete burgeroorlog uit. De Britten besloten daarom in 1939 om minder Joden toe te laten tot Palestina. 

Tweede Wereldoorlog en Verenigde Naties

In de Tweede Wereldoorlog werden zes miljoen joden door de nazi's vermoord. Na de oorlog wilden veel joden nog maar één ding: een veilig heenkomen vinden in Palestina. Duizenden bootvluchtelingen probeerden vergeefs aan land in Palestina te komen. De Britse politie pakte ze op en stuurde ze terug. Intussen kwamen er vele illegaal het land binnen, tot woede van de Arabieren. Omdat de Britten zich geen raad wisten met de situatie, droegen ze het Palestijnse bestuur over aan de Verenigde Naties. Die stelden voor om Palestina te verdelen in een joodse en een Arabische staat. De joden gingen akkoord, de Arabieren niet. 

Het ontstaan van de staat Israël

In 1948 vertrokken de Britten definitief uit Palestina. De zionist David Ben Goerion aarzelde geen moment en riep de staat Israël uit. De Arabische buurlanden waren woedend en vielen de nieuwe staat onmiddellijk aan. Maar ondanks de Arabische overmacht won Israël de oorlog en veroverde zelfs meer gebied dan was toegewezen door de VN.


De Palestijnen

De oorlog van 1948 was een ramp voor de Palestijnen. Honderdduizenden Palestijnen vluchtten weg uit hun woongebieden. Ze kwamen in vluchtelingenkampen terecht in Arabische buurlanden. Ze konden niet meer terug, want Israël weigerde de toegang. Alles wat ze achterlieten - grond, huizen en andere bezittingen -  werd ingenomen door joodse Israëliërs. De Palestijnen die in Israël waren gebleven, werden tweederangsburgers in de joodse staat. Ze konden bijvoorbeeld moeilijk aan werk komen. 
De Palestijnen in de vluchtelingenkampen leefden in slechte omstandigheden. Ze waren hun land en hun werk kwijt. Ze moesten in hun tentenkampen blijven wonen. Die groeiden uit tot dorpen met stenen huizen, scholen en winkels. Door de armoede is de leefsituatie er vaak slecht. In de armoedige kampen ontstonden verschillende Palestijnse verzetsbewegingen. In 1964 verenigden deze zich in de PLO, de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie. De PLO werd geleid door Yasser Arafat. De PLO richtte trainingskampen op waar Palestijnen leerden omgaan met wapens. Ze wilden Palestina terugwinnen voor de Palestijnen. 

Zesdaagse oorlog

De Arabische buurlanden legden zich niet neer bij de situatie. In 1967 vielen zij Israël aan. Deze Zesdaagse Oorlog liep uit op een enorme nederlaag voor de Arabische landen. Israël veroverde delen van Jordanië, Syrië en Egypte. Deze gebieden werden de bezette gebieden genoemd. Israël werd bovendien de baas in heel Jeruzalem en daarmee kwamen belangrijke heiligdommen van de moslims onder Israëlisch bestuur. Dit was erg moeilijk te aanvaarden voor de Arabische wereld. 
Van de Verenigde Naties moest Israël zich terugtrekken uit de bezette gebieden en terugkeren naar de grens die de VN had voorgesteld. Israël weigerde dit en begon met het bouwen van nederzettingen in de bezette gebieden. Volgens het oorlogsrecht is dit verboden. 



Verzet Arabische landen

De Arabische landen wilden wraak en in 1973 brak de Oktoberoorlog uit. Egypte en Syrië vielen onverwacht Israël aan em rukten op in de door Israël bezette gebieden. De Israeli's sloegen keihard terug en trokken op naar de hoofdsteden Damascus (Syrië) en Caïro (Egypte). De Verenigde Staten zette Israël onder druk om een einde te maken aan de oorlog en Israël gaf hieraan toe. Het grondgebied van Israël bleef hetzelfde als na de oorlog in 1967.

Olieboycot

Vanaf 1973 gebruikten de Arabische landen een ander middel dat veel effectiever was: olie. Het Midden-Oosten is de grootste olieproducent ter wereld. Als de oliekraan daar wordt dichtgedraaid is dat voor de rest van de wereld een groot probleem.  De Arabische olielanden leverden tijdelijk geen olie meer aan de bondgenoten van Israël. Nederland en de VS waren de grootste bondgenoten van Israël en werden daarom als eerste getroffen. Onder druk van de olieboycot ging de Amerikaanse regering bemiddelen tussen Israël en de Arabische landen. Sinds de olieboycot is er veel meer aandacht voor de problemen van de Arabieren. 




Camp David Akkoorden

In 1978 werd onder druk van de Amerikaanse president Carter het Camp David-vredesakkoord gesloten tussen de Egyptische president Sadat en de Israëlische premier Begin. Het akkoord is vernoemd naar het vakantiehuis van de Amerikaanse president. Hier kwamen de partijen namelijk bij elkaar om te onderhandelen. In ruil voor teruggave van de Sinaïwoestijn, erkende Egypte het recht van de staat Israël om te bestaan. Sadat en Begin kregen dat jaar de Nobelprijs voor de Vrede. De situatie van de Palestijnen verslechterde. Er kwamen terreuraanslagen in Israël en na iedere aanslag nam Israël wraak door Palestijnse doelen te vernietigen. Vanaf 1993 mogen de Palestijnen zichzelf  weer besturen op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, maar de situatie is erg explosief. Israël en de Palestijnen blijven lijnrecht tegenover elkaar staan.


Rol van de Verenigde Staten

Sinds de oprichting van de staat Israël wordt dit land gesteund door de Verenigde Staten, met geld en wapens. Hier zijn verschillende redenen voor. Ten eerste wonen er veel christenen in de VS die geloven dat Jezus Christus pas zal kunnen terugkeren op aarde wanneer er alleen joden in Israël wonen. Ten tweede wonen er meer joden in de VS dan in Israël zelf en steunen deze voor een deel Israël. 
Amerika is een machtige bondgenoot, maar niet alleen Israël heeft voordeel van het bondgenootschap. Het is voor de VS ook heel handig een vriend te hebben in het rijkste oliegebied van de wereld. De VS staat tot nu toe altijd aan de kant van Israël. Veel pogingen van de Verenigde Naties om de situatie te veranderen stranden op het feit dat de VS vetorecht heeft in de VN (het recht om dingen tegen te houden). Ook al stemmen bijna alle landen voor een maatregel tegen Israël dan nog houdt de VS het tegen met het vetorecht, De VS krijgt hier steeds meer kritiek op. Op 11 september 2001 vond er bovendien een grote terreuraanslag plaats in de VS die veel te maken had met de bemoeienis van de VS in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. 



Obstakels voor vrede

Er zijn een aantal zaken die vrede tussen Israël en de Palestijnen belemmeren:

  • Israël heeft tientallen dorpen laten bouwen in de bezette gebieden. Joden die daar wonen willen daar niet meer weg. 
  • Israël wil niet dat de inmiddels miljoenen Palestijnse vluchtelingen terugkeren. Er zouden dan meer Palestijnen in Israël wonen dan Israëliërs. 
  • Jeruzalem is zowel voor joden als voor moslims een heilige stad. Beide groepen willen Jeruzalem besturen.
  • Aan beide kanten is er sprake van extremisme. Orthodoxe joden willen de vernietiging van de Palestijnen en fundamentalistische moslims willen de vernietiging van de staat Israël. Er is hierdoor al veel geweld geweest tussen de beide kanten en dit maakt het lastig om weer naar een gezamenlijke toekomst te kijken. 



Examenvragen bij Israël en Palestina


Antwoorden Examenvragen Israël en Palestina


ć
Wilma Gerlsma,
Mar 4, 2013, 11:41 PM
Comments