Blogs Erwin


‘STOSAG misschien wel prototype van succesvolle standaardisatie’

posted May 30, 2011, 11:55 AM by Erwin Folmer   [ updated May 30, 2011, 11:58 AM ]

Een heldere businesscase; duidelijkheid voor marktpartijen; openheid van het standaardisatietraject; en professionaliteit van betrokken partijen. Volgens John de Groot (Manager ICT bij NV ROVA Holding), en Erwin Folmer (adviseur open standaarden binnen het programmabureau NOiV) zijn (of kunnen) deze vier redenen cruciaal zijn in een standaardisatietraject. De redenen komen uitgebreid terug in een artikel waarin de fasen worden beschreven waarin de STOSAG-standaard tot stand kwam, de open standaard waarvoor in het voorjaar van 2010 het initiatief werd genomen door tien afvalinzamelaars.

Volgens De Groot en Folmer heeft het traject rondom STOSAG laten zien dat standaardisatie soepel kan verlopen. ‘Er wordt wel eens gezegd dat standaardisatie een kwestie is van geduld en een zeer lange adem. Een proces dat jaren kan duren, waarna vaak ook nog eens blijkt dat de adoptie van de standaard tegenvalt. Dat geldt zeker niet voor de STOSAG-standaard. De ontwikkelingen rondom deze open standaard in de afvalbranche gaan in rap tempo, en inmiddels zijn de eerste resultaten geboekt’, aldus beide auteurs. ‘Afvalinzamelaars zijn druk bezig met de uitrol van de standaard, veelal via aanbestedingen. Leveranciers bieden inmiddels oplossingen en diensten aan, gebaseerd op de standaarden. In hun promotiemateriaal maken ze melding van het gebruik van de STOSAG-standaard.’

Het complete achtergrondartikel van John de Groot en Erwin Folmer over de STOSAG-standaard (STOSAG: De snelle opmars van de standaard voor de afvalbranche), is hier te lezen.

STOSAG: De snelle opmars van de standaard voor de afvalbranche

posted May 30, 2011, 11:54 AM by Erwin Folmer

Er wordt wel eens gezegd dat standaardisatie een kwestie is van geduld en een zeer lange adem. Een proces dat jaren kan duren, waarna vaak ook nog eens blijkt dat de adoptie van de standaard tegenvalt. Dat geldt zeker niet voor de STOSAG-standaard. De ontwikkelingen rondom deze open standaard in de afvalbranche gaan in rap tempo, en inmiddels zijn de eerste resultaten geboekt. John de Groot en Erwin Folmer* beschrijven de fasen waarin de standaard tot stand kwam, en wat het project oplevert voor andere, vergelijkbare initiatieven.

Door John de Groot en Erwin Folmer

In het voorjaar van 2010 zochten tien afvalinzamelaars elkaar op om het interoperabiliteitsprobleem in hun sector te bespreken. Dat leidde in juni van dat jaar tot een convenant, waarin de ontwikkeling van de standaard werd aangekondigd. In het najaar werd, volgens de ‘pressure cooker’-methode, de basis gelegd voor de open standaard. Het unieke hierin was dat leveranciers én afvalinzamelaars enthousiast deelnamen en hun eigen specifieke kennis inbrachten om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken. Het gezamenlijk belang was groot en werd door alle partijen gevoeld. In het voorjaar van 2011 werd de naam STOSAG (Stuurgroep Open Standaarden Afval en Grondstoffen) bekendgemaakt, werd duurzaam beheer georganiseerd, werd de open standaard beschikbaar gesteld, en liep de ontwikkeling naadloos over in een beheerfase én de adoptie van de standaard in het veld.

STOSAG laat zien dat standaardisatie soepel kan verlopen, en misschien wel het prototype of ideaalplaatje is van succesvolle standaardisatie. Wat kan daar de reden voor zijn? Wat ons betreft zijn hier vier redenen voor aan te wijzen:

  • 1. Businesscase;
  • 2. Marktgarantie;
  • 3. Openheid;
  • 4. Professionaliteit.

1. Businesscase

De businesscase is triviaal en helder. Het betreft (1) de communicatie van RFID-chips in minicontainers via het voertuigregistratiesysteem naar de backoffice-software. Verder ging het om (2) de communicatie van RFID-chips in milieupassen via de reader van ondergrondse inzamelsystemen naar de backoffice-software.

In het verleden werd dit als zeer complex gezien, waardoor leveranciers zich veel moeite en kosten moesten getroosten om het systeem werkend te krijgen. De diverse onderdelen van bestaande systemen waren zodanig op elkaar afgesteld, dat alle onderdelen bij dezelfde leverancier moesten worden afgenomen. De technische ontwikkelingen zijn vandaag de dag zodanig gevorderd dat, wat destijds een technologisch hoogstandje was, met bestaande technieken een stuk eenvoudiger gerealiseerd kan worden. Vanwege de veelheid van programmatuur bij de afvalinzamelaars was er de wens om verschillende componenten van de registratiesystemen los te kunnen koppelen. Hiervoor was het nodig dat er standaard protocollen werden afgesproken voor uitwisseling van gegevens tussen de verschillende componenten.

Open standaarden zorgen ervoor dat vernieuwingen sneller kunnen worden doorgevoerd. Ook zorgen zij ervoor dat de markt niet wordt gehinderd door techniek. Dat was in het verleden, en deels nog, wel het geval. Daarnaast wordt interoperabiliteit tussen de afvalverwerkers bevorderd. Door het gebruik van de standaarden wordt het bijvoorbeeld eenvoudiger een vrachtwagen van een andere afvalinzamelaar in jouw gebied in te zetten.

2. Marktgarantie

Het convenant schept duidelijkheid in de markt en dat is voor leveranciers van belang. Zij moeten een investering doen, en die moet zich terugverdienen. De duidelijkheid over de toekomstrichting die de afvalverwerkers gaven, bood de leveranciers daarvoor de garantie. Daarbij is de leveranciers optimaal de gelegenheid geboden om de standaard te beïnvloeden. Zij hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt, met als motto: ‘Beter meedoen, invloed uitoefenen en kansen benutten, dan dwarsliggen en het als bedreiging beschouwen.’ Een aantal afvalinzamelaars nam al een voorschot op de komst van een open standaard en nam deze op in hun aanbestedingen. Dat straalt vertrouwen uit, en de markt heeft dit goed opgepakt. Ook hebben de afvalinzamelaars laten zien begrip te hebben voor het gewijzigde verdienmodel van de leveranciers. De ontwikkeling van de standaard had dan ook geen economisch motief, maar vooral een operationele, praktische insteek.

3. Openheid

Vanaf het begin stond als een paal boven water dat de standaard een zo open mogelijk karakter moest hebben en tenminste moest voldoen aan de openheidscriteria van de overheid. Er werd nog meer openheid geambieerd, zonder dat dit tot grote vertragingen in het ontwikkelproces zou leiden. Dit heeft gezorgd voor een open standaard waarbij keuzes zijn gemaakt, die niet voor iedereen altijd even prettig waren. Desondanks konden ze op het draagvlak van de hele werkgroep rekenen.

4. Professionaliteit

In het standaardisatieproces zat een unieke hoeveelheid kennis aan tafel, die er continue voor heeft gezorgd dat het wiel niet opnieuw werd uitgevonden. Daarbij is optimaal gebruikgemaakt van wat al beschikbaar was aan kennis bij andere standaarden. Dat ging tot aan beheerprocedures, de website, de templates van de specificatiedocumenten, et cetera. Daardoor kon het snel, goed én goedkoop. Daarnaast is de hulp ingeroepen van programmabureau Nederland Open in Verbinding (NOiV). Enerzijds om optimaal hergebruik te kunnen maken van bestaande kennis over open standaarden, anderzijds om op te treden als onafhankelijke voorzitter van de werkgroep. Daarnaast is voor technische- en inhoudelijke expertise gebruikgemaakt van de kennis van TNO. Al deze maatregelen hebben geleid tot een professionele standaard.

Tot slot

Geen grote budgetten, daadkracht van de afvalinzamelaars, een kristalheldere businesscase, en een aantal goede keuzes op het gebied van openheid en professionaliteit zijn de succesfactoren. Het succes vertaalt zich nu ook in de adoptie van de standaard. Afvalinzamelaars zijn druk bezig met de uitrol van de standaard, veelal via aanbestedingen. Leveranciers bieden inmiddels oplossingen en diensten aan, gebaseerd op de standaarden. In hun promotiemateriaal maken ze melding van het gebruik van de STOSAG-standaard. Nieuwe behoeftes ontstaan en nieuwe partijen willen aansluiten. Dat alles past bij een volwassen standaard.

STOSAG is een succesverhaal dat zich de komende jaren verder gaat uitbouwen. Daarnaast heeft STOSAG veel hergebruik gemaakt van andere standaardisatie-initiatieven. Andere initiatieven kunnen op hun manier hergebruik maken van de kennis en ervaring opgedaan bij STOSAG.

    John de Groot is Manager ICT bij NV ROVA Holding, een van de initiatiefnemers van de STOSAG-standaard. Erwin Folmer is adviseur open standaarden binnen het programmabureau NOiV.

Het belang van standaardisatie

posted May 6, 2011, 11:12 AM by Erwin Folmer

De vraag naar het belang van standaardisatie popte recent weer op. Niet de eerste keer, en vermoedelijk ook niet de laatste keer. Bijna iedereen weet inmiddels dat standaarden een middel zijn voor interoperabiliteit, en dat is weer een middel om economische- en maatschappelijke doelstellingen te realiseren.

Uiteraard is er gedegen onderzoek gedaan naar algemene economische aspecten van standaarden. Zie hiervoor onder meer het werk van prof. Blind en prof. Swann [1], werk waarin een goed en onomstreden beeld wordt geschetst van de effecten van standaarden. Dat is blijkbaar niet genoeg. We willen het op de euro weten.

Wat betreft die financiële aspecten: ook daar zijn best wel cijfertjes over te vinden. Neem de 1 miljard dollar extra kosten die de Amerikaanse automobielindustrie per jaar kwijt is door beperkingen in interoperabiliteit. Of maatschappelijk: de circa 98.000 slachtoffers van fouten in Amerikaanse ziekenhuizen, die mede veroorzaakt worden door gebrek aan standaardisatie. Ondanks dat dit ongetwijfeld goed onderzoek is geweest, deze cijfers komen uit vooraanstaande bronnen, is het toch vrij eenvoudig om deze cijfers met een korreltje zout te nemen. Of er een bommetje onder te leggen.

Genoemde cijfers zijn wel illustratief: standaarden als radartje in een groter geheel. Maar wat is de bijdrage van het radartje in euro’s? Als we kijken naar de ontwikkelingen, zoals open leermateriaal, een patiëntendossier, e-factureren, digitale urenbriefjes, et cetera: voor elk geldt dat standaarden nagenoeg randvoorwaardelijk zijn. Toch zijn de voordelen lastig uit te drukken in euro’s omdat het geheel veel groter is en veel meer bevat. In de uitzendbranche is een business casetool beschikbaar om gevoel te krijgen bij potentiële besparingen, maar desondanks blijft het natte vingerwerk.

Ik vraag mij af waarom we het belang van standaardisatie op de euro nauwkeurig willen uitdrukken. De relevantie voor een specifieke organisatie begrijp ik, maar het nut ontgaat mij als het gaat om een generieke vraag. Ik moet de eerste nog tegenkomen die de voordelen van standaardisatie ter twijfel trekt (nee, we hebben het niet over open source software). Beschouw dit dan ook als een uitnodiging.

De generieke voordelen van standaarden zijn onomstreden. Specifiek is het per standaard anders, verschillend per stakeholder, en ontzettend lastig om de bijdrage van een standaard te becijferen in het grotere plaatje. Laten we daar dan ook mee stoppen. De markt helpt zichzelf, zo laat ander onderzoek zien. Het tempo van standaardisatie wordt bepaald door het economische en maatschappelijk belang!

[1] Voor meer inspiratie: zie State of the Art on Semantic IS Standardization, Interoperability & Quality (164 pagina’s – PDF, 11,3 MB)

Het multimediaslagveld

posted May 6, 2011, 11:09 AM by Erwin Folmer

Het lijkt wel ‘oorlog’ in de wereld van multimediaformaten. Een ultieme botsing van de oude en nieuwe wereld. De oude vol met patenten in gesloten formaten, en een nieuwe op het internet gebaseerde wereld met open standaarden. Wat mij betreft staat de winnaar al vast: de nieuwe wereld. En het interesseert mij niet of dat nou de open standaard Theora of WebM wordt. Zolang het maar open is. Helaas is het verzet van de oude wereld heftig, en is de strijd pittig. Blijkbaar zijn de commerciële belangen groot.

Bijzonder is dat veel mensen de trukendoos van de oude wereld niet begrijpen, en bijvoorbeeld MPEG-4 als open standaard beschouwen. Het is toch gratis? Ja, nu nog wel, maar er komt een tijd dat je ervoor mag gaan betalen. En dat kan wel eens sneller zijn dan je denkt. Het is toch een ISO -standaard? Tja, ook de ISO ligt nog in een spagaat tussen het gesloten en het open denken, waardoor de openheid per ISO-standaard kan verschillen. Feit is dat er een patentpool met machtige partijen achter MPEG-4 zit die als lokkertje de standaard eerst gratis beschikbaar stelt, om vervolgens hard te kunnen toeslaan en dit optimaal zal gaan uitbuiten.

Gelukkig is de wereld veranderd en wordt deze handelwijze door vele partijen niet (meer) gepikt. Het resultaat is een slagveld wat door niemand meer te begrijpen is. Op zich wordt je daar niet vrolijk van, maar ik praat mijzelf moed in door te stellen dat deze slagveldfase noodzakelijk is als aanloop naar een eindsituatie met de open formaten als winnaar.

Om een beetje orde in de slagveldchaos te brengen, hebben programmabureau NOiV en Forum Standaardisatie het initiatief genomen om een handreiking multimediaformaten’ (PDF , 1,6 MB) te schrijven. Zoals in iedere oorlog is de stand van zaken elke dag weer anders, waardoor de handreiking een tijdsmoment is. Waarschijnlijk ben ik één van de weinige auteurs die van harte hoopt dat zijn werk uitermate snel verouderd is. Het brengt ons weer dichterbij de open wereld als winnaar van deze ‘oorlog’. Voorlopig nog even doorbijten…

Geslaagde ‘Pressure cooker’-opzet mét leerpunten over standaardisatie in afvalbranche

posted May 6, 2011, 11:07 AM by Erwin Folmer

‘Niet te lang en te veel willen’; ‘De laatste dag als reserve hanteren, en geen nieuwe koppelvlakken op de laatste dag inbrengen’. Het zijn twee van de leerpunten die voortgekomen zijn uit een ‘Pressure cooker’-bijeenkomst, waarbij het streven was om in één week tijd te werken aan het standaardiseren van koppelvlakken tussen verschillende systemen in de afvalbranche. Ondanks de leerpunten mag de bijeenkomst als geslaagd worden genoemd, zo zegt Erwin Folmer, specialist open standaarden binnen het programmabureau NOiV en voorzitter van de werkgroep standaarden in de afvalbranche.

Volgens Folmer is een van de voordelen van het ‘pressure-cooker’-concept dat het tijdwinst oplevert. ‘Een veelgehoorde opmerking is dat het ontwikkelen van standaarden een langzaam proces is, een proces dat eventueel jaren kan duren. Maar wie zegt dat het oude traditionele proces van standaardisatie doorlopen moet worden? Het kan sneller, beduidend sneller’, zo schrijft Erwin Folmer in een artikel rondom het standaardiseren van koppelvlakken in de afvalbranche.

Folmer constateert, naar aanleiding van de ‘pressure cooker’-bijeenkomst, wel een aantal pijnpunten. Bijvoorbeeld het niet kunnen inzien van de formele standaarden (‘Nu moest door de begeleider de standaard aangeschaft worden, om er soms na drie minuten achter te komen dat de standaard niet bruikbaar was’). Ook de kosten die gemaakt (moeten) worden tijdens het ontwikkelen van standaarden, zijn ervaren als een pijnpunt. ‘De 70 euro voor een DIN-standaard lijkt acceptabel, maar het is jammer als na drie minuten blijkt dat die standaard toch niet bruikbaar is. Maar vervolgens zijn er ook nog de (aanschaf van de) NEN-, EN- en ISO-standaarden, waarbij één ISO-standaard uit vier delen bestaat. Die delen moeten dienen los aangeschaft te worden. Dat betekent vier keer 100 euro.’

Als voorzitter van de werkgroep standaarden in de afvalbranche verwacht Erwin Folmer dat het ‘pressure cooker’-concept de komende jaren meer gebruikt gaat worden om de kritiek over de lengte van het standaardisatieproces tegemoet te komen. ‘Daarnaast kan de ontwikkeling van standaarden hiermee ook efficiënter, dat wil zeggen goedkoper, worden. In tijden van bezuinigingen is dat mooi meegenomen.’

    De complete bijdrage van Erwin Folmer over de ‘pressure-cooker’-bijeenkomst met betrekking tot het ontwikkelen van standaarden in de afvalbranche, is hier te lezen.

Ontwikkelen van standaard met behulp van snelkookmethode

posted May 6, 2011, 11:06 AM by Erwin Folmer

Een veelgehoorde opmerking is dat het ontwikkelen van standaarden een langzaam proces is, een proces dat eventueel jaren kan duren. Maar wie zegt dat het oude traditionele proces van standaardisatie doorlopen moet worden? Het kan sneller, beduidend sneller. Zo is voor het ontwikkelen van standaarden in de afvalbranche het ‘Pressure cooker’-concept gebruikt, een zeker voor Nederlandse begrippen vrij nieuw verschijnsel. In een week tijd is (mét resultaat) gewerkt aan het standaardiseren van koppelvlakken tussen verschillende systemen. “Maar er zijn ook wel degelijk leerpunten”, aldus Erwin Folmer*, die in onderstaande bijdrage verslag doet van een boeiend proces.

Door Erwin Folmer

Na een werkgroepweek, waarin de standaarden door de circa vijftien deelnemers (afvalverwerkers én leveranciers) stuk voor stuk zijn doorlopen, volgt twee weken van uitwerking door de begeleider van TNO. Vervolgens vindt door de werkgroep een twee weken durende reviewperiode plaats, voordat de standaard uiteindelijk opgeleverd wordt aan de stuurgroep. Als het verdere verloop conform plan verloopt, dan kan er over circa twee maanden een standaard liggen.

De kwaliteit
Het gevaar bestaat dat we in onze eigen voet schieten. Een slechte standaard zou veel ellende voor de toekomst kunnen opleveren. In onze overtuiging is de kwaliteit van de standaard sterk gerelateerd aan de deelnemers in de pressure cooker. Een opmerkelijk verschijnsel is dat werkgroepleden ter plekke contacten leggen binnen hun eigen organisatie om extra informatie te vergaren. Daaraan gerelateerd is ook direct de achilleshiel: indien een werkgroeplid zich niet voldoende heeft voorbereid, en bijvoorbeeld de noodzakelijk informatie ter plekke mist, dan kan deze informatie in de pressure cooker niet meegenomen worden. De kwaliteit en voorbereiding van de werkgroepleden zijn daarmee van groot belang.

Een belangrijke eerste graadmeter is het reviewproces. Mocht tijdens het reviewproces veel fundamentele keuzes opnieuw ter discussie worden gesteld, en ook leiden tot wijzigingen in de beoogde standaard, dan is dat geen positieve indicatie voor de kwaliteit. Overigens is een eerste versie van een standaard nooit perfect. Tijdens implementaties worden altijd nieuwe inzichten en fouten ontdekt, ongeacht het gebruik van een pressure cooker. Een perfecte standaard is ook niet het doel. Een werkbare standaard die helpt het probleem op te lossen, daarentegen wel.

‘Een dag te lang’
Er is een optimum van lengte/inhoud wat je met een pressure cooker kan oppakken. De tijd is gemaximeerd en daardoor ontstaat de natuurlijke drang om uit de beschikbare tijd het maximale te halen. Met name op de laatste dag ontstaat het gevoel om ‘er nog snel even wat uit te persen’. Die valkuil was ook voor deze eerste pressure cooker van toepassing. Op de laatste dag zijn we gestart aan een vierde koppelvlak, terwijl we de opdracht (drie koppelvlakken) al succesvol hadden afgerond. Achteraf gezien hadden we het vierde koppelvlak niet moeten oppakken. Deze is nu niet afgerond en daardoor blijft, ondanks het succes van drie koppelvlakken, toch een onbevredigend gevoel hangen. Als de pressure cooker te lang, of te veel inhoud wil tackelen, dan ontstaan problemen:

  • Moeheid. Verminderde acceptatie en motivatie om te luisteren, en de mening van anderen te accepteren;
  • Aan het einde van de week zijn er ook werkgroepleden die dagen gemist hebben. Door het missen van fundamentele discussies kan het tempo voor hen te hoog liggen, of kan er te veel herhaling ontstaan voor de werkgroepleden die wél alle dagen aanwezig waren;
  • Het ‘afraffelen’ voelt niet prettig, en geeft ook geen goed gevoel over de kwaliteit.

Hergebruik van formele standaarden
Interessant is een ander probleem dat generiek is voor het ontwikkelen van standaarden, maar in de pressure cooker nadrukkelijk naar voren is gekomen. De omgang met formele standaarden, zoals die van ISO, CEN en NEN. Uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk hergebruik willen maken van bestaande standaarden, en niet het wiel opnieuw willen uitvinden. Maar bij formele standaarden loop je tegen een aantal pijnpunten aan:

• Het niet kunnen inzien van de formele standaarden
Een aantal keren werd in de sessies melding gemaakt van het feit dat een bestaande formele standaard mogelijk al een (deel)oplossing bevat. Het probleem is dat niemand het zeker weet. Niemand heeft de standaard ingezien, omdat er kosten aan verbonden zijn. Ook al kunnen de kosten beperkt zijn, toch is de drempel waarschijnlijk te hoog. Nu moest door de begeleider de standaard aangeschaft worden, om er soms na drie minuten achter te komen dat de standaard niet bruikbaar was. Dit staat snelle voortgang in de weg.

• De kosten tijdens het ontwikkelen van standaarden
De 70 euro voor een DIN-standaard lijkt acceptabel, maar het is jammer als na drie minuten blijkt dat die standaard toch niet bruikbaar is. Maar vervolgens zijn er ook nog de (aanschaf van de) NEN-, EN- en ISO-standaarden, waarbij één ISO-standaard uit vier delen bestaat. Die delen moeten dienen los aangeschaft te worden. Dat betekent vier keer 100 euro. Dan nemen de kosten, maar ook de frustratie over het gedoe, verder toe. Al snel kan dan een ‘laat maar, zal toch wel niet nuttig zijn’-gevoel ontstaan.

• Hergebruik
Toch vonden we genoeg waardevols in de bestaande formele standaarden, waarvoor we zeker niet het wiel opnieuw moeten (en willen) uitvinden. Alleen dán wordt het onduidelijk hoe de formele standaarden hergebruik (niet?) toestaan. Er bestaan twee opties:

  • Verwijzen naar de formele standaard, maar leidt tot kosten voor implementaties (zie volgende bullet);
  • Een stuk uit de formele standaard overnemen.

Dit laatste is met name nuttig als de formele standaard veel breder (of voor een ander domein) van toepassing is, maar dat de keuzes ook prima van toepassing zijn op ‘onze’ standaard. Aangezien de formele standaarden niet open zijn, weten we niet in hoeverre we keuzes en stukken tekst uit de formele standaarden mogen hergebruiken. Waarschijnlijk niet.

• De kosten voor de implementaties
Als we verwijzen naar een bestaande formele standaard, dan zal elke leverancier die de standaard wil implementeren, deze formele standaard moeten aanschaffen. Onze ‘eigen’ standaard kan dan wel open en gratis beschikbaar zijn, maar door de verwijzing creëren we toch een adoptiedrempel. Bovendien creëren we mogelijk risico dat onze standaard verkeerd geïmplementeerd wordt omdat tijdens de implementatie besloten wordt om de formele standaard niet aan te schaffen. Dus we zadelen alle implementatiepartijen met kosten op. Daarnaast hebben we toch een adoptie- en interoperabiliteitsdrempel gecreëerd, ondanks onze beste intenties van een open standaard. Zeer ongewenst.

In de pressure cooker voor de afvalbranche stond de ontwikkeling van een ‘open’ standaard centraal. Dat betekent dat we in de standaard geen beschermd materiaal willen meenemen. De omgang met formele standaarden, waarin patenten en dergelijke verwerkt zijn, vormt dan een groot probleem.

Samenvattendde leerpunten
Belangrijke leerpunten van de ‘pressure cooker’ zijn:

  • Een pressure cooker is een prima middel om efficiënt een standaard te ontwikkelen. De kwaliteit moet zich nog bewijzen, maar de indruk is ontstaan dat de werkgroep bepalend is in de kwaliteit van de standaard;
  • Duidelijke scope. Wat in standaardisatiekringen bekend staat als ’scope-creep’, ligt sterker op de loer in een pressure cooker;
  • Niet te lang en te veel willen. Meer ervaringen zijn nodig om het optimum aan lengte en inhoud te kunnen bepalen;
  • De laatste dag als reserve hanteren, en geen nieuwe koppelvlakken op de laatste dag inbrengen.

In standaardisatieland wordt het gebruik van de pressure cooker nog niet veel gebruikt. Toch is het idee niet nieuw. Bij internationale standaardisatiebijeenkomsten is het geen vreemd verschijnsel. De verwachting van de werkgroep is dat dit concept de komende jaren meer gebruikt gaat worden om de kritiek over de lengte van het standaardisatieproces tegemoet te komen. Daarnaast kan de ontwikkeling van standaarden hiermee ook efficiënter, dat wil zeggen goedkoper, worden. In tijden van bezuinigingen is dat mooi meegenomen.

* Erwin Folmer is specialist open standaarden binnen het programmabureau NOiV en voorzitter van de werkgroep standaarden in de afvalbranche.

1-6 of 6