Gemeenschappen van waarheid
 

Politieke partijen, plaatselijke parochies, idealistische of ideologische bewegingen, verenigde beroepsgroepen, plaatselijke carnavalsverenigingen, voetbalclubs, noem ze maar op; het zijn allemaal ‘gemeenschappen van waarheid’ en ze koesteren allemaal hun eigen piramide van waarheden die gecultiveerd moeten worden. Maar die waarheden liggen niet zomaar voor het grijpen. Waarheden, met kleiner of groter waarheidsgehalte, hangen niet zomaar los in de hemel!

 

Waarheden worden door mensen geconstitueerd, en daarbij meteen bekleed met kleinere of grotere emotionele waarde, een kleiner of groter ‘belang’. De hiërarchie van waarheden wordt dan ook veelal bepaald door de hogere of lagere waarde die mensen toekennen aan waarheden, vooral ook volstrekt afhankelijk van de context waarin de waarheden werden geconstitueerd. Waarheden zijn dus onverbrekelijk aan mensen gekoppeld, sterker nog: aan menselijke relaties. Waarheden worden door mensen gecreëerd en gekoesterd om zich daarmee dan onderling verbonden te voelen[1]. Je kunt zelfs pas van een ‘gemeenschap’ spreken als de leden van die gemeenschap zich verbonden voelen door een collectieve zorg voor hun ‘eigen’ hiërarchie van (heilige) waarheden, hun eigen ‘piramide van waarheid’ die hen een eigen identiteit verleent, verschillend van andere gemeenschappen. Mensen zijn van nature gemeenschapswezens, en voor de broodnodige gemeenschapsvorming hebben mensen ook ‘gemeenschappelijke waarheid’ nodig.

 

Mensen checken bij hun gemeenschapsleden voortdurend na of ze er met hun waarheid nog wel bij mogen horen. Er vormt zich in iedere gemeenschap daarom ook een hiërarchie van persoonlijkheden die binnen de gemeenschap van waarheid bewezen hebben welke plaats ze in die menselijke hiërarchie van gezag en macht kunnen innemen. Sterker nog: als je jezelf afvraagt “waar komen waarheden eigenlijk vandaan?”, dan is het beste antwoord dat het de hiërarchische gemeenschappen zelf zijn die waarheden constitueren! En gemeenschappen vormen dan ook een ware cultuur rondom die waarheden. Het zijn dan ook veelal die gecultiveerde waarheden waar botsingen met andere gemeenschappen van waarheid door ontstaan.

 

De waarheden, met grotere of kleinere waarde, met grotere of kleinere waarheidsgehalte, hoeven in die gemeenschappen echter niet altijd zódanig star gecultiveerd zijn dat ze ‘voor eeuwig’ vaststaan, ‘onomstotelijk’ en ‘rotsvast’. Bij een gezonde gemeenschap is de piramide van waarheid dynamisch in verandering en aanpassing. Een echt gezonde gemeenschap is een gemeenschap die zich verbonden weet met allerlei andere gemeenschappen en netwerken van waarheid. Een echt gezonde gemeenschap laat dan ook graag vormen van kruisbestuiving toe. De meest gezonde gemeenschap is de gemeenschap die beseft dat de gehele mensheid één organisch geheel van gemeenschappen is, één groot web van wisselwerkingsrelaties. Een gezonde gemeenschap zal dan ook graag in relatie willen komen met andere ‘ultieme waarheden’, van andere personen of groepen.

 

Als de leden van een gemeenschap zéér intensief met elkaar omgaan teneinde voortdurend (vaak uitsluitend) onderling bezig te zijn met het instandhouden en cultiveren van hun piramide van waarheid, veel te weinig doen aan ‘kruisbestuiving’ met andersdenkenden, dan loopt die gemeenschap kans zich te isoleren van de mensheid als organisch geheel. Het is altijd een netelige bezigheid: zodra een jonge gemeenschap zich nog moet formeren, moet de piramide van waarheid recht en stevig overeind komen te staan, begrijpelijk, anders blijft de gemeenschap waarheids-kwetsbaar, dan groeit de gemeenschap niet, en valt de gemeenschap op vrij jonge leeftijd weer uit elkaar. Maar gaandeweg groeit en overleeft de gemeenschap pas optimaal door allerlei vruchtbare kruisbestuivingrelaties aan te gaan met andersdenkenden.

 

Het Sociaal Cultureel Planbureau beschrijft ‘sociale cohesie’ als een statische kracht, namelijk als de “interne bindingskracht van een sociaal systeem. Rob Doeleman[2] citeert in zijn paper t.b.v. de Associatie voor Bahá’í Studies “Cohesieve sociale systemen worden gekenmerkt door groepsidentificatie en samenhorigheidsgevoelens, frequente en intensieve contacten tussen de leden, veel onderling vertrouwen tussen deze, gedeelde normen en waarden en participatie in het groepsleven. Dergelijke cohesieve sociale systemen vertonen met andere woorden de kenmerken van een ‘gemeenschap’.” Maar zoals hiervoor al duidelijk gemaakt werd: als die ‘interne bindingskracht’ van een gemeenschap te intern blijft, dan ontplooit die gemeenschap zich niet en wordt ze een ‘statische gemeenschap van waarheid’, vooral als ze haar verbondenheid (of ‘Verbond’) met de mensheid als geheel te weinig koestert.

 

Het SCP heeft het over ‘gedeelde normen en waarden’, en ik heb het in dit stuk over het primaat van ‘gedeelde waarheden’ in een gemeenschappelijke ‘piramide van waarheid’. Maar waarden, normen, tradities, culturen, mentaliteiten, belangen, behoeften, begeerten, situationele contexten en geestelijke ontwikkelingsniveaus hangen, samen met gewone overlevingsdrift, nogal basaal samen bij de constitutie van waarheden. Waarheden worden niet vooraf in denktanks door ‘waarheidspecialisten’ samengesteld, nog voordat gezocht gaat worden naar belangstellenden, gegadigden, kandidaten, uiteindelijk resulterend in de nodige ‘geauthentiseerde deelnemers’.

Geopenbaarde waarheden komen wellicht ‘van boven’ naar ons toe, maar geconstitueerde waarheden rijzen op uit een complexe basis van zeer bepaalde oerbehoeften, ook al worden die waarheden geformeerd rondom openbaringsteksten uit heilige boeken. Er blijft dan ook een eeuwig verschil tussen de door God bedoelde waarheden en de door mensen (naar aanleiding daarvan) geformeerde waarheden. Veelal spreken wij van ‘onze religie’ als ‘de religie van God’, maar dan nog blijft religie mensenwerk, niet rechtstreeks te identificeren met de bedoelingen van God. God heeft via Zijn Manifestaties overigens wel grote invloed gehad op ‘onze religie’ en ‘de religies van al die anderen’ en de uitspraak blijft natuurlijk gelden dat “de vaagste kennis die we van het hogere verwerven, te verkiezen valt boven de meest stellige kennis die we van het lagere hebben vergaard.”[3]  Religie is wat dat betreft mensenwerk zoals als kunst dat kan zijn, daar waar kunst door ‘het hogere’ werd geïnspireerd. Toch blijft ‘het lagere’ een grote rol spelen.

 

Wat denken we bijvoorbeeld van oerbehoeften zoals veiligheid, geborgenheid, orde, harmonie, vrede, innerlijke ‘peace of mind’, erbij horen, iemand zijn, een identiteit verwerven, toegang tot voorzieningen van de gemeenschap, zekerheid, etc. Wij mensen zijn en blijven sociale wezens en zoeken deel te nemen in sociale netwerken en gemeenschappen, compleet met een gemeenschappelijke waardenoriëntatie en voorzieningen in onze behoeftebevrediging, met een consequente set aan  normen en regels in het sociale verkeer.

 

“Francis Fukuyama[4]”, schrijft Rob Doeleman in zijn eerder genoemde bijdrage, “ziet een zonnige toekomst voor gemeenschappen: In plaats van een gemeenschap die herrijst als een afgeleid product van dogmatisch geloof, zullen mensen tot geloof komen omdat zij verlangen naar gemeenschap […] de afwezigheid van gemeenschap en transcendentale sociale verbanden in de seculiere wereld maakt hen hongerig voor ritueel en culturele traditie. De basis van zijn optimisme ligt gelegen in het feit dat hij de mens ziet als een sociaal wezen, dat altijd op zoek zal gaan naar gemeenschappelijke waarden die voor samenwerking noodzakelijk zijn. De groei van niet-hiërarchische netwerken zal volgens Fukuyama de bron zijn van een nieuwe sociale orde die herrijst.” Ikzelf denk dat alle netwerken hiërarchisch zijn. In ieder levend netwerkverband is een natuurlijke hiërarchie aanwezig, want anders zou het een soort waardeneutraal (dus waardeloos) en ‘levenloos’ netwerk betreffen, en die kun je niet meer ‘netwerk’ noemen.

 

En wat denken we van de behoefte aan onderlinge betrouwbaarheid, vooral in samenhang met de basisbehoefte om toegang te hebben tot het ‘sociaal kapitaal’. Pas als je het vertrouwen van de gemeenschap hebt verworven krijg je die toegang. Basisvertrouwen en betrouwbaarheid horen onafscheidelijk bij elkaar.

 

Hans Nagtegaal[5] schrijft: “Interessant is dat de bekende schrijver Francis Fukuyama[6] ingaat op de vraag waarom samenlevingen, ondanks overeenstemming over de leidende concepten van liberalisme en kapitalisme, van elkaar verschillen als dag en nacht.” Hij wijt dit aan verschillen in de mate waarin mensen beschikken over zogenoemd sociaal kapitaal, over het vermogen om elkaar te vertrouwen (Trust). In dit vermogen ligt voor hem de basis voor economisch succes en maatschappelijk welbevinden; hoe meer onderling vertrouwen, hoe beter de perspectieven van de betreffende economie zijn. Hiermee plaatst hij de culturele dimensie in het centrum, want het zijn vooral de culturele tradities die dicteren hoe mensen met elkaar omgaan.

 


[1] “Religare”: onderlinge verbondenheid, veelal door een onderling “Verbond van Waarheid”.

[2] Sociale cohesie en gemeenschapsontwikkeling, een paper gepresenteerd op de eerste bijeenkomst van Bahá’í Studies Nederland te Utrecht, 22 februari 2004

[3] Thomas van Aquino, geciteerd in Waarden, wetenschap en wereldbeelden, prof. N D van Egmond, 2005

[4] Fukuyama, F. The Great Disruption, 1999, The Free press, NY

[5] Hans Nagtegaal: Over theodicee en morele opvoeding, 2006, t.b.v. Bahá’í Studies

[6] Francis Fukuyama, Trust: The Social Virtues and the Creation of Prosperity, 1996