De Heilige Strijd om Waarheid


Inleiding

 

“Het is niet de waarheid die de mens groot maakt, maar de mens die de waarheid groot maakt”, zei Confucius al, maar bij zo’n schrijven als van mij geldt het eeuwige dilemma of ik eigenlijk wel wijs genoeg ben voor dit type schrijfwerk, of dat ik meer uit onrijpe eigenwijsheid schrijf, ook al ben ik 67 jaar ‘oud’. “De wijzen zijn zij die niet spreken, tenzij zij gehoor vinden, gelijk de schenker zijn beker niet aanbiedt aleer hij een dorstende vindt, en de minnaar niet uit het diepst van zijn hart roept tot hij de schoonheid van zijn geliefde aanschouwt. Zaai daarom het zaad van wijsheid en kennis in de zuivere grond van het hart en houd het verborgen, tot de hyacinten van goddelijke wijsheid opbloeien uit het hart en niet uit modder en leem.” [1] Trouwens, primair schrijf ik voor mijzelf mijn mijmeringen uit. Ploegen in de grond van mijn eigen hart. Maar wellicht dat anderen met me mee willen mijmeren en ploegen.

 

“Teksten scheppen waarheden, en die waarheden genereren op hun beurt weer waarheidsteksten. Bezielde tekstverwerkers zijn wij, spirituele spijsverteerders, betoverende verhaalmakers, overtuigende waarheidmakers.” Zo beschrijf ik ons in het eerste opstel ‘Wij zijn allemaal waarheidsverhalen’. Maar tijdens het schrijven van de daarop volgende opstellen merkte ik dat niet alles even dichterlijk kan worden verwoord zodra het om het thema ‘waarheid’ gaat, en al helemaal niet als het De Heilige Strijd om Waarheid betreft, het thema van dit essay.

 

Als u dat eerste opstel straks leest, en eventueel akkoord gaat met de omschrijving “wij zijn allemaal spirituele spijsverteerders”, dan kunt u misschien begrijpen hoe moeilijk het is, juist voor mij, om uit te maken of mijn lezerspubliek wel over een passende spijsvertering beschikt, en of mijn tekst niet te ‘overdadig’ is. Immers “Volgt de weg van uw Heer en zegt niet hetgeen de oren niet kunnen verdragen te horen, want dergelijke woorden zijn als overdadig voedsel dat aan kleine kinderen wordt gegeven. Hoe smakelijk, voortreffelijk en krachtig het voedsel ook mag zijn, het kan door de spijsvertering van een zuigeling niet worden opgenomen. Laat daarom eenieder die hoeveelheid krijgen die voor hem passend is. "Niet alles wat een mens weet kan worden onthuld, evenmin kan alles wat hij kan onthullen worden gezien als te juister tijd bekend gemaakt, zoals ook niet iedere op de juiste tijd gedane uitspraak beschouwd kan worden als geschikt voor het bevattingsvermogen van hen die het horen." Zo luidt de volmaakte wijsheid die bij uw activiteiten in acht genomen moet worden. Weest hierop bedacht indien gij onder alle omstandigheden een mens van de daad wenst te zijn. Stel eerst een diagnose van de kwaal en stel de ziekte vast en schrijf dan het geneesmiddel voor, want dat is de volmaakte werkwijze van de bekwame geneesheer.” [2]  Tsja, hier besef ik dat ik niet voor kleine kinderen schrijf, en nog minder voor zuigelingen. Ook heb ik geen enkele illusie een bekwaam geneesheer te kunnen zijn. En eerlijk gezegd waag ik me sowieso niet aan een diagnose bij een bepaalde ziekte.

 

In elk geval zal ik m’n best doen om nauwkeurig op m’n woorden te letten als ik mijn mijmeringen aan medetekstverwerkers toevertrouw. En als ik het dus tóch waag om me uit te spreken, dan word ik wellicht door ‘Abdu’l-Bahá[3] bijgestaan bij het ‘openen van mijn gesloten schatkistje’, immers: “Zolang de mens zich in deze dag niet uitspreekt zal hij als een gesloten schatkistje zijn, en niemand kan dan weten of er juwelen of glas in zitten. Ik wens dat u allen met heldere en overtuigende woorden mag spreken…” [4]  Ik zal m’n best doen om zo helder mogelijk te zijn, maar overtuigen, dat is m’n sterkste kant niet, en dat is trouwens m’n doel ook niet.

 

In het tweede opstel, ‘Verlichting en verduistering van waarheid’, probeer ik mijn best te doen om gematigd te zijn, me zo bescheiden mogelijk op te stellen en vooral plaats te bieden voor de beleving van passende humor. “De deugden van gematigdheid, bescheidenheid en humor ten aanzien van iemands eigen werk en ideeën vormen een krachtige bescherming tegen het gevaar van geestelijke hoogmoed en arrogantie.” [5] Ik ben zo brutaal om te beweren dat deze aards- piekeraar weinig last heeft van geestelijke hoogmoed en arrogantie, maar een oordeel daarover laat ik natuurlijk graag aan de lezer over.

 

Ook ben ik brutaal genoeg om van mijzelf te beweren dat ik liefde voor het thema heb, en Dr. Elena Mustakova-Possardt[6] had het o.a. over liefdevolle humor op een conferentie voor Bahá’í Studies van de Association of Mental Health Professionals: “De spirituele vermogens van de geest kunnen gebruikt worden om metacognitie te ontwikkelen, of het bewustzijn van onze conditionering, en van onze halfbewuste keuzes die we ieder moment maken, en om ons steeds opnieuw te richten op levenswijsheid. De gevoelens die met dit gebruik van de geest correleren zijn tevredenheid, gulheid, humor, mededogen, dankbaarheid, inspiratie – allemaal afgeleiden van liefde.” [7] Ik heb veel gehad aan haar paper over onze zelfontdekking en heb me sindsdien dan ook steeds gecheckt op genoemd deugdenpakket. Best moeilijk, maar ik beveel iedereen aan om haar lessen te downloaden en te bestuderen. Ook iets voor Zomerschool workshops.

 

Zowel het opstel ‘Het eeuwige regime van waarheid’ alsook bepaalde andere opstellen zijn overigens moeilijk met humor te schrijven. Op zo’n thema als De Heilige Strijd om Waarheid is humor vaak niet de manier om iets duidelijk te krijgen. En lichtzinnigheid is al helemaal niet gepast op dat hoogst belangrijke gebied. Serieus en evenwichtig nadenken past dan beter. “Humor, geluk en vreugde zijn kenmerken van een waar bahá´í-leven. Lichtzinnigheid gaat tegenstaan en leidt tenslotte tot verveling en leegte, maar echte blijheid, vreugde en humor als elementen van een evenwichtig leven, dat serieus nadenken, mededogen en deemoedige dienstbaarheid aan God bevat, zijn kenmerken die het leven verrijken en de uitstraling ervan versterken.” [8] Ik zal mijn best doen om mijn schrijven op lichtzinnigheid na te checken maar tegelijk te bewaken dat ik niet te zwaar op de hand ben. Een gepaste lichtvoetigheid is soms wel gewenst.

 

Toch blijft voor het begrijpen van de werkelijkheid een innerlijke snaar voor humor wezenlijk:

“Humor is een wezenlijke factor in de zorg voor een goede balans in dit leven en in ons begrijpen van de werkelijkheid.” [9] En daarom zal de lezer van de serie opstellen, zeker tussen de regels door, de humor kunnen meevoelen bij m’n zoektocht naar werkelijkheid, dus eigenlijk naar mijzelf. Waarheidsliefde, het zoeken naar steeds meer werkelijkheid, humor; zij leveren me enthousiasme en vreugde op. Maar die vreugde verheldert op zijn beurt mijn begripsvermogen : “Vreugde geeft ons vleugels. In tijden van vreugde is onze levenskracht groter, ons verstand scherper en ons begripsvermogen helderder. Wij schijnen dan het leven beter aan te kunnen en ons overal nuttig te kunnen maken. Wanneer wij daarentegen verdrietig zijn, voelen wij ons zwakker en verliezen wij onze kracht; ons begripsvermogen wordt vaag en ons verstand nevelig. Het dagelijks leven schijnt aan ons voorbij te gaan, ons geestesoog kan de heilige mysteriën niet meer ontdekken en het is alsof wij dood zijn.” [10]

 

In elk geval heb ik geprobeerd om bij het gebruik van ‘geleerde teksten’ mijzelf direct daarvan weer los te maken en m’n eigen schrijfweg gewoon voort te zetten: “ .. zodat gij u kunt losmaken van menselijke geleerdheid, want "wat zou het enig mens baten naar geleerdheid te streven als hij reeds Hem die het Doel is van alle kennis, heeft gevonden en erkend?" Klem u vast aan de Wortel van Kennis en aan Hem die de Bron ervan is, zodat gij u onafhankelijk weet van allen die beweren goed doorkneed te zijn in menselijke geleerdheid, maar wier bewering noch door een duidelijk bewijs noch door de getuigenis van enig verlicht boek kan worden geschraagd.” [11] Toch kan ik het niet laten om boeken van geleerden te bestuderen. Meer nog, het doet me zelfs deugd, het geeft me vreugde; en met een traditie-correct anti-intellectualisme ben ik eigenlijk nooit behept geweest, noch met een gezags-, machts- of autoriteitscomplex. 

 

De hiervoor genoemde Wortel van Kennis Zelf, Bahá’u’lláh[12], verwijst trouwens met goddelijke terughoudendheid naar Zijn Eigen openbaring in de volgende Woorden: “O vriend! Daar gewillige oren nauwelijks te vinden zijn, heeft de pen zich enige tijd zwijgend teruggetrokken. Eerlijk gezegd zijn de zaken in zo´n kritieke toestand geraakt dat zwijgen de voorkeur verdient boven spreken en als belangrijker wordt beschouwd. Zeg: O mensen! Deze woorden zijn op een passende wijze geuit, opdat de pasgeborene voorspoedig kan groeien en de tere loot tot bloei kan komen. De melk moet in een geschikte hoeveelheid gegeven worden, opdat de kinderen van de wereld de staat van volwassenheid zullen bereiken en in de hof van eenheid wonen.” [13] De melk moet in een geschikte hoeveelheid gegeven worden, anders, zo zei ‘Abdu’l-Bahá hiervoor al,  kan het “door de spijsvertering van een zuigeling niet worden opgenomen.” Nogmaals: ik twijfel aan m’n vermogen om te schrijven in ‘een geschikte hoeveelheid’, gezien het aantal mijmerpagina’s dat ik kennelijk nodig schijn te hebben en gezien de ‘redundantie’ die ik nog niet terug kan brengen tot charismatische ‘pregnantie’.

 

Ik hoop dan ook dat niemand de illusie gaat koesteren dat in dit essay “Dé Waarheid Zelf” hapklaar is verstopt, als een mooi paasei in de wei. Iedereen heeft zo z’n eigen waarheid, iedereen heeft reeds eigen waarheidschema’s in hoofd en hart, iedereen weet precies wat hij of zij zoekt te vinden. Iedereen pikt en kiest uit dit schrijfwerk wat passend is bij zijn of haar waarheid of wat die eigen waarheid verder kan onderbouwen of versterken, niet waar?

Iedereen gaat immers op een strikt persoonlijke manier om met een voorgeschotelde, textuele ‘verzameling[14], vooral met de evenementen daarin.

 

Ik presenteer in dit essay graag een bepaalde Trias, een combinatie van de individuele zoektocht naar steeds meer waarheid, van de consultatieve waarheidsvinding en van de fundamentele relativiteit van geloofswaarheid. Dit drietal vormt een beproefde kracht voor de evolutie van waarheid. Maar dan wel in die zin, dat we nu begonnen zijn om ons van die kracht bewust te worden in de huidige ‘Tweede Axiale Periode’. (Zie daarover in een later opstel)

 

Het uiteindelijke proces van de globalisering van waarheid vormt de ‘attractor’[15] van mijn essay.

Het zogenoemde ‘postmodernisme’ is in dat proces een noodzakelijke en wezenlijke factor, ook al zijn we nu duidelijk in een post-postmodern en in een post-seculier tijdperk aanbeland.

Ik zal proberen duidelijk te maken hoe wij allemaal in wezen ‘waarheidsverhalen’ zijn, levend in gemeenschappen van waarheid. Ik zal beweren dat het proces van de democratisering van waarheid aangebroken is, en vooral dat van de ‘individuatie’ van waarheid.

Maar hoe schoon dit principe van de individuatie van waarheid ook klinkt, en hoe schoon ook de democratisering van waarheid klinkt, ik voel me verplicht om daar kritisch op terug te komen in het laatste hoofdstuk “Concluderend commentaar bij dit essay”.

 

Zij die vóór alles behoefte hebben aan een definitie of omschrijving van ‘waarheid’ kunnen zonder bezwaar beginnen bij het opstel “Tsja, ‘wat is waarheid?’…….”.

 Volgende



[1] Baha'u'llah, De Verborgen Woorden, P36, blz. 40 (groen), blz. 47(blauw)

[2] 'Abdu'l-Bahá in Selections from the Writings of 'Abdu'l-Bahá, 214, p. 268/9, ook in: Onderricht – een compilatie.

[3] ‘Abdu’l-Bahá (1844-1921), Zoon van Bahá’u’lláh en grootvader van Shoghi Effendi

[4] I hope that you will all become eloquent. The greatest gifts of man are reason and eloquence of expression. The perfect man is both intelligent and eloquent. He has knowledge and knows how to express it. Unless man express himself in this day he will remain like a closed casket and one cannot know whether it contain jewels or glass.

I desire that all of you may speak on the material and divine sciences with clear and convincing words.

(‘Abdu’l-Bahá, Divine Philosophy, p. 103)

[5] Comments by the Research Department at the World Center re: The Bahá'í Studies Seminar on Ethics and Methodology Held in Cambridge on October 1978. (in: Messages from the Universal House of Justice 1963-86)

[6] Zie http://www.westga.edu/~psydept/mustakov/mustakov.html  Elena's personal philosophy integrates ontological with socio-moral concerns into a Baha'i spiritual understanding of the post-modern age, and of the collective evolution of human consciousness at the threshold of an emerging peaceful global civilization. She offers courses on the study of consciousness and the evolving self, moral and social development, alternative clinical paradigms of mental health and health realization, qualitative research, and the emerging spiritual psychology of the 21st century. Her focus is interdisciplinary, cross-cultural, evolutionary, and dialectical, emphasizing the spiritual integration of issues of personal growth and development with collective social and global change.

[7] Lifting the Veils: Discovering Our Health, Discovering Who We Are. Elena Mustakova-Possardt, 2002, te downloaden op http://www.bamhp.org/papers.html  En zie ook http://bahai-library.org

[8] Universal House of Justice, 8 May 1979 to an individual believer

[9] Universal House of Justice, 23 July 1985 to an individual believer

[10] ‘Abdu’l-Bahá, Toespraken in Parijs, blz. 123

[11] Bahá’u’lláh, Bloemlezing uit de Geschriften van Bahá’u’lláh, p. 106

[13] Bahá’u’lláh: Tafel aan Mánikchi Sáhib, par. 1.18 in Tabernacle of Unity

[14] Alain Badiou: Het uur van de Waarheid, 2006. ISBN 90 259 5640 8 (Zie bijv. Ed Romein daarin)

[15] Attractor: formerende aantrekkingsbron. Bijvoorbeeld als het om Bahá’u’lláh gaat:

“..unto the Day-Star of Thy guidance lead me, O Thou my Attractor!Prayers and Meditations p.258