De schaapskudde

Gelukkig is er nog een beeld wat gebleven is en wat voorlopig niet zal verdwijnen. Het hoort bij Elspeet. De mensen zouden de schaapskudde missen als die er niet meer was. De toeristen en vakantiegangers zouden het eveneens missen. Het stoort de mensen niet als je 10 minuten moet wachten voordat de kudde over is. Gelukkig niet. Dat heeft Elspeet weten te behouden, de schaapskudde is al jaren oud.

 

De schapen liepen mee van vader op zoon. Echte Veluwse natuurschapen met wat hangende oren. Na de Franse tijd waren er schapenboeren die met hun kudde over de heide liepen. Dat was hun terrein. Als iemand er een nieuwe kudde erbij wilde laten lopen overlegde je dat even. Als iedereen er mee instemde dan was dat geregeld. Je zocht een plekje voor de schaapskooi, natuurlijk niet in het uitzicht van andere mensen, en er was weer een schapenboer in Elspeet.  

 
 
 
 
 
 

Als er geen grond meer was waar je ongestoord kon neerstrijken, dan ontgon je een stukje heide. In 1839 werd hier een einde aan gemaakt. De commissaris van de provincie vond het een onzeker en verwarrende toestand worden met die heidevelden. Hij wilde een boswachter aanstellen die over de heide moest waken. Dat ging niet door. Waar is een boswachter voor nodig als je nog nooit ruzie erom hebt gehad? Het werd een heen en weer geschrijf tussen de burgermeesters van verschillende plaatsen.

 

De Elspeters hielden hun mond dicht en deden hem alleen 'even' open als ze in het ongelijk werden gesteld. Steeds met het gevolg dat het schrijven opnieuw begon. In het jaar 1856 erkende het gemeentebestuur het oude recht van de Elspeters op de velden. Maar ook het gemeentebestuur liet de zaak niet zomaar los. Men wilde af van de toestand dat de Elspeters een apart recht hadden. In 1865 kwam er een nieuwe ordening, wel in overleg met de bevolking, waardoor de overheid zijn zin kreeg.

 

Inmiddels was er een nieuwe generatie die zich niet zo druk maakte om deze zaken en ook het aantal schaapskudden liep terug. De schaapskooien stonden beslist niet aan de rand van het dorp. Er stond een kooi tegenover de Brink aan het begin van de Vierhouterweg. Andere kooien stonden verspreid over Elspeet.

 

Ze waren, en zijn, van hout met een rieten dak. Sommige kooien hadden ook enkele lagen dakpannen op het dak. De zijkanten zijn laag en de voor- en achterkant hoog. Twee grote deuren zorgden ervoor dat de kudde snel de kooi uit kon komen. Deze deuren konden ook weer voor de helft gesloten worden. Als de schapen dan in de kooi bleven, was er toch aanvoer van frisse lucht. Ook voor de lammeren of zieke schapen die niet mee trokken de velden op was het een onderkomen.

 

Een schaapherder die nog vaak ter sprake komt is Willem Mouw. De bevolking noemde hem Willem van Peet omdat zijn moeder Petertje heette.

 

Hij was lang en mager. Hij droeg zwarte kleren. Op het hoofd een kleine, zwarte pet. In zijn hand altijd een staf met aan één einde een klein schepje. Mocht er, ondanks de hond, een schaap afdwalen dan werd deze met een kluitje grond teruggeroepen.

 

De bijbel had hij op zak en hij wist hem ook te gebruiken. Eén voorval uit de geschiedenis wil ik hier noemen. De freule Ima van Eysinga en Selma Lagerlöf kwamen een keer samen naar de heide. Het was Zondag. Zonder er bij na te denken namen zij hun schetsboeken mee.

 

De herder zag het bedroefd aan. Zonder wat te zeggen haalde hij zijn versleten Bijbel uit zijn zak en las: "Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen, maar de zevende dag is de Sabbat des Heeren Uw Gods, dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw os, noch uw ezel, noch enig ander van uw vee, noch de vreemdeling die in uw poorten is".

 

Op hun vragende blik wees hij naar hun schetsboek. Dat deze woorden niet uit hardheid waren bedoeld blijkt wel uit de vriendschap die er tussen die drie groeide. De dingen om hem heen gaf hij graag Bijbelse namen. Een klein beekje door de hei noemde hij de zondvloed. Hij schaamde zich niet om de mensen te wijzen op zonden die zij verborgen of openbaar bedreven. Ook is hij enige tijd ouderling geweest in de Hervormde Kerk en zondagschoolmeester.

 

De ouderen in Elspeet weten dit nog goed. Willem Mouw kreeg op de heide weleens koninklijk bezoek. Koningin Wilhelmina ging af en toe schilderen op de hei en zij bezocht Willem Mouw dan. Dit hebben beiden op prijs gesteld.

 

Bij de begrafenis van de koningin was Willem Mouw één van de dragers.

 

 

Tegenwoordig is er in Elspeet nog één schaapskudde. Deze telt momenteel 170 schapen. Cos Mouw loopt al vanaf het jaar 1967 met de kudde over de heide. Niet meer in het zwart. Gewone boeren kleding, maar altijd met een rode zakdoek op zijn hoofd.

 

Bij mooi weer blijft de kudde 's nachts in een aangelegd, omheind weiland op de heide.

 

Als het even kan komt hij terug. Om vijf uur, tegen de avond, scharen in de zomer vele mensen rond de schaapskooi om het geklingel van de bel af te wachten. Het leidschaap heeft een bel om de nek. Een hamel met een bel dus een belhamel. Nu gebruiken we dit woord ook wel voor een kind dat een raddraaier is.

 

Elke woensdagmorgen in de zomer vertelt Cos voor hij vertrekt, natuurlijk in dialect, iets over zijn schapen. Degene die wil mag dan een stukje meelopen naar de heide.

 

Eenmaal daar aangekomen draait Cos zich om. Kijkt….. en de mensen begrijpen het. De herder gaat alleen verder en zo hoort het.      

 













Subpagina''s (2): De molen oude doos
Comments