Beschrijving Ras / Breed definition-(dutch)

Subpages de eikenburgerkriel(dutch)


Rasbeschrijving

 

Hr. Verhage heeft het wel wat moeilijk met de standaard beschrijving. Deze is bijna gelijkluidend aan de Sebrights. Zo ook de afbeelding in de standaard, waar de naam van de heer Van Gink bij staat vermeld. Volgens hem is de inbreng van de Sebright minder dan 50%. IN zijn destijds opgemaakte beschrijving geeft hij voor de romp aan. ”Niet uitgesproken breed, maar eerder wat slank en breed in de schouders”. Zo ook bij rug en zadel staat enigszins gerekt. Bij de borst geeft hij aan, sierlijk gerond en enigszins naar voren gedragen. Dit wijkt wat af van de huidige standaardbeschrijving. Hij geeft wel toe, destijds zelf de fout gemaakt te hebben, ze als nieuwe kleur Sebrights voor te willen brengen. Velen blijven het nu toch zien als een enkel kleurige Sebright en niet als een nieuw ras. Als je ze in werkelijkheid naast de Sebright plaatst, valt het op dat ze wat minder gerond van vorm zijn. Dit staat ook wel in de standaard, als je de^ algemene indrukken en eigenschappen leest. Toch is Hr. Verhagen ook wel trots, als hij tijdens de Intershow in 1988 bij elk van de vijf ingezonden dieren een ZG type krijgt. Zo ook heeft hij altijd goede en prettige contacten met de standaardcommissie gehad. Een nieuw ras brengen komt niet zo dikwijls voor en het blijkt toch moeilijk te zijn, het zo breed mogelijk uit te zetten. Nu zijn er wel enkele sportfokkers die wat fokvaster zijn voor de Eikenburgerkriel. Ze worden momenteel ook geregeld door deze sportfokkers op wat grotere tentoonstellingen ingezonden. Zolang de Eikenburgerkriel nog niet goed is door gefokt, is het moeilijk een verzoek tot de standaardcommissie te richten voor het wijzigen van enkele standaard gegevens. Zo waren er het afgelopen seizoen dieren met een wat gemarmerde oogkleur. Het is belangrijk hier goed op te selecteren. De fokkers van dit nieuwe ras zullen moeten trachten wat meer te fokken en selecteren naar de huidige standaardgegevens. Volgens deze gegevens moeten zij een middel grote rozekam hebben met een middellange kamdoorn, zo mogelijk uitlopend in een fijne liefst ronde punt Een bruinoranje oog kleur, rode oorlellen waarin iets wit is toegestaan. Geen hals en zadel sierveren, ze zijn hennevederig. De vleugels laag gedragen, naar verhouding een grote volle staart, mooi gespreid gedragen. De bovenste staartveren mogen iets langer en iets gebogen zijn bij de haan. Loopbenen vrij kort en lei blauw. Mooie brede en goed geronde bevedering, breed en wat gerond in de schouders. Niet lang van rug. Zo komt ze in type en stelling toch wel wat in de buurt van de Sebright uit. Er werd geadviseerd ze naar de streek te noemen waar Verhaegen woonde en zo kwam de naam Eikenburger tot stand. Bij de door hem opgestelde beschrijving werd als kleur wit aangegeven volgens kleurbeschrijving 68 van de standaard Toen al vermelde hij er rekening mee te houden dat er in de toekomst ook zwarten ter erkenning zouden worden ingezonden Geheel zwarte hanen had hij reeds, maar aan de hennen moest nog het een en ander aan verbeterd worden. De huidige Eikenburger krielen zijn niet altijd intensief wit ze zijn soms wat onregelmatig van grondkleur die wat crème vermengd is.

     De eikenburgerkriel is een levendig en actief dwerghoen. Hij legt naar verhouding een wat groter krielei en ook wel wat vroeger in het seizoen. De bevruchting geeft vroeg in het voorjaar wel wat moeilijkheden. Later bij wat gunstiger weersomstandigheden word het beter. Zodoende ook wel een krielhoen voor de liefhebber. De zwarte kleurslag was wel ingeschreven op de afgelopen Noord show voor het verkrijgen van erkenning. Zij waren absent door problemen met de hennen. Ergens spreken de zwarte wat meer aan dan de witte dieren. Ze zijn intensief zwart met een mooie groene glans en een sprekende kop. Een zwarte kleur is meestal meer in trek bij fokkers.Wit blijft altijd moeilijk met wassen, schoonhouden, te veel zonlicht enz. Hr Verhage en zijn nieuwe medefokker willen in het komende seizoen een groter aantal zwarte dieren fokken. Zij hebben dan betere mogelijkheden om te selecteren en ze het aanstaande tentoonstelling seizoen ter erkenning in te zenden. Hopelijk met succes. Voor een speciaal club is het aantal fokkers misschien nog wel wat klein. Voor de onderlinge contacten en het uitwisselen van informatie en ervaringen zou het wel belangrijk kunnen zijn.

 

 

Beschrijving    

Algemene karakteristieke eigenschappen.

Behoort tot de dwerghoenders en het type dat thans gepresenteerd wordt, heeft uitsluitend witte veren, zoals aangegeven onder nr. 68 van de algemene kleurbeschrijving. Met de mogelijkheid dat er in de toekomst een geheel zwart dier gefokt zal worden. De zwarte haan is er al. De dieren zijn wat terughoudend en zeer zachtaardig en hennevederig. De dieren dienen zich wat opgericht aan, maar mogen maar mogen niet te hoog gesteld zijn, betrekkelijk laag verdiend de voorkeur. De borst wordt zonder twijfel naar voren gedragen, hoewel niet direct uitdagend en al te potsierlijk, de hals is enigszins naar achteren gebogen. Deze beiden kenmerken spreken veel duidelijker bij de hanen dan bij de hennen.

 

De romp

Maakt een atletische indruk d.w.z. niet uitgesproken breed, maar eerder wat slank, breed in de schouder. De hennetjes zijn aantrekkelijk klein.

Kop

Een sprekende niet grote kop boven mooi gebogen gezicht, glad wangen iets bol rood tot purperrood van kleur.

Snavel

Kort, licht geboren en hoornkleurig.

Kam

Rozenkammig, wat vierkant van voren, recht op de kopgeplaatst, rijk voorzien van puntjes kamdoorn middellang uitlopend in een fijne punt, fijn van weefsel rood en purperrood van kleur.

Kinlellen

Breed goed gerond, fijn van weefsel levendig rood tot purperrood.

Ogen

Relatief groot, vol, uitstaand levendig van uitdrukking kleur levendig oranje tot bruin oranje.

Oorlellen

Ovaal, glad fijn van weefsel, levendig rood, enig wit in de oorlellen is toegestaan.

Hals

Vrij kort naar de kop dunner verlopend, naar achteren gebogen, bij de hanen sterker dan bij de hennen. Hennevederig zonder hals en zadel sierveren.

Rug en zadel

De rug breed naar smaller wordend bij de staart enigszins gerekt passend bij een atletisch type dwz iets holle rug blijft gewenst. Rugveren breed en goed gerond geen zadelbehang.

Borst

Sierlijk licht gerond enigszins naar voren gedragen bij de hanen sterker den bij de hennen en ook enigszins hoog gedragen.

Vleugels

Groot laag gedragen grote en kleine slagpennen breed en elkaar goed afdekkend.

Staart

Een sprekende staart, groot en gespreid gedragen Staartstuurveren breed en vrij lang elkaar goed afdekkend staartveren recht breed en goed aansluitend liggend op de staartstuurveren geen sikkels. De beide bovenste staartstuurveren mogen iets gebogen zijn en een paar centimeter voorbij de andere reiken, mits breed en goed gerond aan het einde Geen pepering in de staart.

Achterlijf

Normaal ontwikkelt en kort bevederd.

Dijen

Benedendijen kort van boven krachtig en dunner wordende bij de hiel.

Loopbenen en tenen.

Goed uit elkaar geplaatst en van voren gezien evenwijdig aan elkaar staand, loopbenen vrij kort, glad, rond en vier in getal, recht sterk en goed gespreid, zodat het dier, wanneer in actie, geneigd is zich enigszins op de tenen te verheffen,

Leiblauw van kleur.

Bevedering

Van voldoende breedte, fraai gerond aan het einde en eenkleurig

Gewicht Haan 600-650 gram Hen 430-465 gram

 

Eindhoven Oktober 1977

 

 C. v/d Sijs.

Comments