Eikenburger profile (Dutch)

EIKENBURGERKRIELEN

HUN DERTIG JARIG BESTAAN

De Eikenburgerkriel behoort tot de nieuwe rassen en is één van de jongste en kleinste rassen in de Nederlandse Standaard. Ze zijn nudertig jaar geleden erkend. De eersten zijn ontstaan uit zilverzwartgezoomde Sebrights die zichzelf gekruist hebben met witte krielen waarmee ze samen in het bos liepen. Deze witte stam is in de loop der jaren door tientallen mensen gefokt en verbeterd. De meeste fokkers hebben zich er enkele jaren mee bezig gehouden en daarna weer gestopt Er is nu nog oorspronkelijk materiaal in handen van de heren de Vos in Terneuzen en Mombarg inPeize. 


Deze fokkers zijn jaren geleden begonnen deze stam. Wel hebben ze natuurlijk het nodige gedaan ter verbetering van de kwaliteit en vitaliteit. Vooral bij rassen die heel zeldzaam zijn is het belangrijk vooral op vitaliteit te selecteren, want men kan niet even dieren vaneen andere stam of fokker halen om nieuw elan in de stam te brengen. De dan gewenste of noodzakelijke dieren bestaan eenvoudig niet. Zelf heb ik nooit dieren van deze stam gehad. Omdat ik zelf als mooiste aspect van de fokkerij vindt het kruisen van rassen en kleuren om iets nieuws te maken, doe ik het liever zelf. Vijfentwintig jaar geleden ben ik al begonnen met het kruisen van zilverzwart gezoomde Sebrights met Hollandse krielen. 


Het fokken van hennenvederige, op Sebrights gelijkende krielen is niet zo moeilijk. Maar b.v. de witte oren van de Hollandse krielen vererven zodanig hardnekkig dat er geen rode oren te fokken zijn bij deze kruising. Vanzelfsprekend is dit nog meer van toepassing op een kruising met Javakrielen met hun nog grotere witte oren. De praktijk heeft bewezen dat deze rassen, ondanks dat ze wat betreft hun type het meest op Eikenburgerkrielen lijken, niet geschikt zijn. Daarna heb ik een blauwe Antwerpse baardkriel gevonden met rode oren. Omdat de oren bij Antwerpse baardkrielen niet echt zichtbaar zijn is dit in de praktijk slechts roodachtig. Dus helemaal goed en snel lukt dit evenmin. 

Evenals dat van de Eikenburgers afwijkende eigenschappen de nodige selectie en fok jaren met zich meebrengen voordat een goed resultaat is bereikt. Hieruit zijn na kruising met ziverzwartgezoomde Sebrights na lange tijd toch goede zwarte ontstaan. Ook hou ik ieder jaar een blauw dier aan, gepaard aan zwart komen hier dan weer zwarte, vuilwitte en blauwe uit te voorschijn. Door het ieder jaar een blauwe te houden blijft ook deze kleurslag instant zonder veel dieren te hoeven houden. Door het kruisen van een blauw dier, waar dus de zomings eigenschap van de Sebrights is uitgefokt, te kruisen met een goudzwartgezoomde Sebright zijn hier éénkleurige buffkleurige dieren ontstaan. Ditzelfde toegepast via een kruising met geelwitgezoomde dieren geeft als resultaat éénkleurige gele dieren. 

Toch zijn de meeste nakomelingen uit deze kruisingen tussenvormen wat betreft de kleur. Veel dieren met onregelmatige basiskleuren en allerlei resten zoming hebben de overhand. Toch is dit uitproberen één van de mooiste onderdelen van de fokkerij. Het fokken op zich en het tentoonstellen van de Eikenburgers geeft veel meer moeilijkheden en tegenvallers dan op het oog lijkt. Ook bij dit ras zijn lang niet alle dieren van goede kwaliteit en stoppen veel fokkers na enkele jaren weer omdat de kwaliteit tegen valt. Daarnaast blijft het een probleem om gemotiveerd te blijven omdat zeer goede dieren de éne keer een F halen en twee weken later een G om daarna weer een ZG 93 te krijgen. 


Vooral beginnende fokkers die in de loop van de jaren dieren aangeschaft hebben weten niet waar ze aan toe zijn omdat ze zelf niet voldoende kennis hebben en op het oordeel van de keurmeester af gaan.

Ronald Vos