Eikenburgerkriel (Dutch)

DE EIKENBURGER KRIEL

Met veel belangstelling neem ik altijd kennis van de inhoud van FOKKERSBELANGEN.

Niet alleen de rasbeschrijvingen van Pluimvee en konijnen hebben mijn aandacht,

ook de tentoonstellingsverslagen, vooral van grotere shows, lees ik aandachtig.

Er komt soms een ras in beeld dat je niet of onvoldoende kent en bovendien zoek je

naar de namen van bevriende, c.q. bekende fokkers om na te gaan hoe ze het er weer

hebben afgebracht. Zo nam ik ook kennis van het verslag over de Hoenders op de Intershow, van de hand van de heer A.P.J. Goossens, in Rokersbelangen

van 24 januari 1992. Op pagina 512 schrijft de heer Goossens:

"de Eikenburger kriel breekt niet echt door, omdat... enz!' en hij sluit af met. de oproep:

"Wie schrijft er eens een artikeltje over dit Nederlandse ras?" Toen ik dit las, dacht ik "Eikenburgers"? "Wat zijn Eikenburgers? Ik ken geen Eikenburgers". Ik sloeg de oude (5-delige) Pluimveestandaard erop na. Geen Eikenburgers. Naar de verenigingsbibliothecaris, waar de losbladige standaard aanwezig is. Ook deze gaf geen uitsluitsel. Terug naar huis. Nog even kijken in "Kippen houden als liefhebberij", van de hand van mevrouw A.C. Banning-Vogelpoel. En waarachtig, in de alfabetische lijst van de voornaamste Hoenderrassen staat de Eikenburger kriel vermeld. Mevrouw Banning schrijft hierover (1978): "Nieuw Nederlands ras. Gem. gewicht 600 gram. Iets gestrekt slank lichaam, met nauwelijks middellange rug en tamelijk laag gedragen vleugels. Rozekam en rode oorlellen. Witte veerkleur. Rode ogen, leiblauwe benen. De hanen zijn hennevederig. Oorspronkelijk ras". Tot zover mevrouw Banning. Nu heb ik in m’n leven heel wat grote tentoonstellingen bezocht, maar aan de Eikenburger kriel ben ik, kennelijk, steeds voorbij gegaan. Bewust heb ik ze althans nimmer gezien. Misschien komt dat omdat je op een grote show selectief gaat kijken. Eerst de rassen die je fokt of gefokt hebt en daar blijf je dan veelal een groot deel van de tijd hangen, ook al omdat je veel bekenden tegen het lijf loopt. De sociale functie van een tentoonstelling moet, in dit verband, niet worden onderschat. Maar terug naar de Eikenburger. Ik ga er bij voorbaat van uit dat ik mijn ogen niet goed de kost heb gegeven, maar ik ken ze niet. En juist omdat het een oorspronkelijk Nederlands ras is, wil ik er graag meer over weten. Over "hebben" praat ik nog maar niet! Daarom wil ik gaarne de oproep van de heer Goossens ondersteunen.

H.J. Zandbergen



„Een klein,

Hennevederig levendig en parmantig dwerghoen dat, wat bouw betreft, duidelijk aan de  sebright krielen doet denken".

Aldus in het kort dé „standaard" van een geheel nieuw kippen ras, gefokt en getogen in het stukje Eindhoven waaraan het zijn naam te danken heeft: de eikenburger kriel. „Avicultura" het lijfblad van de duizenden die de kleindierensport aanhangen, maakt deze maand gedetailleerd melding van het novum. De trotse fokker - want trots mag je als hobbyist wel zijn als je na tien jaar onverdroten experimenteren met - een nieuw ras komt - is de heer F. Verhagen. Hij is doctor in de economie en dat heeft weinig met zijn hobby te maken zoals iedereen zal aanvoelen..'Wel tekenend is dat voor de afwezigheid van standen en rangen dat in die klein-diersport zo. Sterk opgeld, doet. Onder die sport valt alles wat fluit of zingt in de volière kraait of kakelt en tot de vele soorten der cavia's, marmotten enz. behoort. Maar geen honden, katten, paarden, olifanten of tijgers om snel iets te noemen. Vrijdag, zaterdag en zondag wemelt het van de kleindieren in het Eindhovense POC als daar de tweejaarlijkse Lichtstadshow wordt gehouden. Die show heeft meteen ook de internationale primeur van de nieuwe eikenburgerkriel. Met de ogen van een amateur bekeken noem je het een kippetje dat iets heel anders is dan de zielige kip die bij honderdduizenden een vreugdeloos bestaan (en einde) vindt in de moderne fok- en legfabrieken die zo kenmerkend dreigen te worden voor ons platteland. Een dergelijk kriel is een lust voor het oog: fijntjes gevederd, in smetteloos wit, vol temperament, en meervogel dan kip. Dat „hennevederig" uit de standaard wil zeggen dat het haantje erg veel op de hen lijkt. Zelfs zijn kraaien is beschaafd, zodat ook de buren van hem zullen kunnen houden.

 

Inteelt /

Dat de gewone sterveling de hand op een „eikenburger" zal kunnen leggen is voorlopig uitgesloten. Als dr. Verhagen al

Eens een triootje mocht verkopen dan zal hij dat alleen doen aan een topfokker of keurmeester. Het behoort namelijk tot de zorgen van de fokker van een nieuw ras, dat het ras blijft voortbestaan ook. Een verkeerde haan in het hok kan bij wijze van spreken het hele ras op losse schroeven zetten.. Dat het fokken daarom, een kwestie is van pure inteelt, mag misschien de leek verbazen maar de kenner moet er welhaast bij, zweren ook al, kost het hem een hoop extra kopzorgen.

• De Eindhovense amateur krielenfokker die gelooft dat hij voor het eerst in 20 jaar een nieuw kippenras heeft gefokt is er met de eervolle vermelding in het bondsblad ook nog niet helemaal. Hij zal namelijk enkele andere erkende tentoonstellingen met zijn „product" moeten aflopen om daar nieuwe „jaargangen" krielen van onbesproken uiterlijk en gedrag te showen.

 

Zwarte zoom

Dat het unieke Eindhovense dwerghoen veel lijkt op de sebrightkriel van Britse afkomst zal de insider niet verbazen: dr Verhagen gebruikte dat ras namelijk als begin. De „Sebright" van hem is de zilveren kleurslag, wit van veer met zwarte zoom. Tien jaar geleden voegde hij bij dit Engelse diertje een zwarte hen in. Tot welk ras die vogel behoorde wil hij („geheim van de smid") niet openbaren, maar zoals dat hoort bracht de' hen twee bastaarden voort. De fokkerij dreigde al spoedig door het toedoen van een ontsnapte wasbeer (!) in het honderd te lopen, maar van alle opgevreten of weggelopen kippen waren het uitgerekend de twee bastaarden die na twee weken weer bij hun baasje aanklopten. Dus kon het experiment onverdroten worden voortgezet. Na een bijna oneindige procedure van fokken, selecteren en terugfokken kwam dan een jaar of drie geleden het onomstotelijke bewijs uit de broedmachine tevoorschijn dat wit ook wit fokte en was de eikenburger kriel een feit geworden. Begin dit jaar exposeerde de Eindhovense econoom in Enschede vier dieren en een zeer strenge standaardcommissie bevond de diertjes keurtechnisch kiplekker en slachtrijp voor het „stamboek" der kippenfokkers.

Dr. Verhagen die zich ondanks zijn leeftijd van 67 jaar nog een „jonge fokker" noemt (hij zit pas tien jaar in het vak) is inmiddels al weer een stapje verder want binnen niet al te lange tijd hoopt hij de „ontdekking" van de Sebright met zwarte kop en zwarte staart wereldkundig te kunnen maken


Comments