kastelen 1 t/m 4


Ruïne van Teylingen

Ruïne van Brederode

1

Ruïne van Teylingen

Teylingen is een ringburcht met een woontoren. Vroeger was er ook nog een geheel bebouwd voorburchtterrein. Om het hele complex lag een slotgracht.

De heren van Teylingen, verwant aan het grafelijk huis, komen voor het eerst voor in 1143. Het is waarschijnlijk vanwege deze verwantschap dat de Teylingers het kasteel en de omliggende grond van de graaf in leen hadden gekregen.

In 1282 sterft dit geslacht in mannelijke lijn uit en vervalt het kasteel aan de grafelijkheid. Graaf Floris V gaf het kasteel en de erbij behorende inkomsten aan zijn vriendin Catharina van Durbuy, de weduwe van Albrecht van Voorne. Na haar dood in 1328 ontving Simon van Benthem (of Bentheim) in 1339 het slot in leen van graaf Willem IV en gaat zich van Teylingen noemen. Het kasteel werd in 1337 grondig verbouwd en kreeg de functie van jachtslot van de Hollandse graaf. Hierna werd het kasteel telkens aan anderen in leen gegeven, waarbij bedongen werd dat de leenperiode voor bepaalde duur was. Zo voorkwam de graaf dat zich door vererving op het kasteel een nieuw adellijk geslacht zou ontstaan, dat zich op den duur als zijn tegenstander zou kunnen gaan manifesteren. De leenman kreeg de titel van houtvester en werd feitelijk een soort ambtenaar met de verantwoordelijkheid voor het beheer. Hij zorgde ervoor dat de bossen hout leverden, de venen turf, de wildstand vlees en de wateren vis, kortom: hier wordt het principe van het kasteel als productie-eenheid op slag duidelijk.

De bekendste houtvester was Jacoba van Beieren (1433). Zij was uit de hoogste adellijke kringen afkomstig, maar had door een ongewenst huwelijk met Frank van Borsele haar rechten op de grafelijkheid verspeeld. De kamers van Jacoba van Beieren bevonden zich waarschijnlijk in het huis op de voorburcht van Teylingen in tegenstelling tot wat in veel teksten beweerd wordt. Het huis dat hier stond voldeed namelijk veel meer aan de wooneisen van haar tijd dan de woontoren van de hoofdburcht. Ze overleed in 1436 aan tbc. Haar echtgenoot Frank van Borsele stierf in 1470, waarna Teylingen wederom het verblijf wordt van een reeks houtvesters.

Teylingen valt in 1572, tijdens de belegering van Haarlem en Leiden, ten prooi aan de Spanjaarden en werd tot bouwval gereduceerd.

In 1598 stond het huis er nog steeds "geheel verwoest en genouchsaem geruïneerd" bij en Jan van Duivenvoorde krijgt de opdracht de grachten en boomgaarden weer te herstellen. Met het herstel van het kasteel wordt begonnen in 1605. Het hele burchtterrein wordt flink onder handen genomen. Ook werd er een groot nieuw woonhuis met fraaie trapgevel toegevoegd op de voorburcht. Dit gebouw is inmiddels weer verdwenen. De woontoren van de hoofdburcht werd alleen nog gebruikt als gevangenis voor illegale jagers die opgepakt waren door de houtvester. Helaas trof een flinke brand de hoofdburcht in 1676. De ruïne die er nu nog is, is hier een overblijfsel van.

Na de opheffing van de houtvesterij in 1795 wilde het rijk ook Teylingen van de hand doen. Het perceel werd in delen verkocht. Gelukkig was er een voorwaarde bij de verkoop van Teylingen. De hoofdburcht mocht niet afgebroken worden. Hierdoor werd Teylingen een van de eerste monumenten in onze geschiedenis.

In 1899 werd de inmiddels zwaar verwaarloosde burcht aan het rijk overgedragen. Pas sinds 1933 wordt verder verval door constructieve maatregelen voorkomen.

 

2

Ruïne van Brederode

De in Santpoort-Zuid gelegen ruïne van Brederode bestaat uit de restanten van een rechthoekig hoofdgebouw en een onregelmatig gevormde voorburcht. Voorts bevindt zich ten oosten van de voorburcht het omgrachte terrein van de voormalige voorhof. Ten westen van de hoofdburcht is een cirkelvormige grondkerings-muur in de gracht gelegen.

De regelmatige vorm van het hoofdgebouw doet een eenvoudige bouwgeschiedenis vermoeden. Deze eenvoud is echter bedrieglijk: in de vele, aan de bouwgeschiedenis van het kasteel gewijde, publicaties kan men evenzoveel verschillende interpretaties aantreffen. Een groot deel van de ruïne is in de vorige eeuw opgegraven en vervolgens reconstruerend gerestaureerd. Het onderzoeken van de bouwgeschiedenis wordt belemmerd door het ontbreken van documentatie in schrift en beeld van wat men vóór en ná de ontgraving in de 19de eeuw heeft aangetroffen.

Ook de daarop volgende reconstruerende restauraties vertroebelen het inzicht in de plattegrondontwikkeling. Men heeft toen veel bouwsporen toegevoegd om de ruïne een middeleeuws, weerbaar karakter te geven. Door verwering zijn deze bouwsporen bedrieglijk authentiek gaan lijken en hebben daarom diverse onderzoekers op het foute been gezet.

Brederode is één van de eerste gebouwen die, vanwege hun historische waarde, met gelden van het rijk zijn gerestaureerd. Deze in 1862 aangevangen restauratie werd, zoals hierboven reeds vermeld, geheel naar de geest van de tijd reconstruerend naar de vermeende middeleeuwse situatie uitgevoerd. Door gebrek aan geld en restauratievakkennis werden de werkzaamheden op een thans te bekritiseren wijze uitgevoerd. Ondanks de constructieve en bouwhistorische tekortkomingen van de reconstructie, die thans het onderhoud én het onderzoek bemoeilijken, heeft deze reconstructie wél geleid tot het behoud van de ruïne.

Geschiedenis

 

Ca. 1282.

In de periode tussen 1282 en 1292 is het kasteel gebouwd door Willem I Heer van Brederode.

1351.

Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten wordt het kasteel belegerd door de Kabeljauw-gezinde Gijsbrecht van Nijenrode. Na de overgave is het kasteel, door de belegering zwaar beschadigd, gesloopt.

1354-1426

In deze periode wordt het kasteel op de oude funderingen herbouwd.

1426

Het zuidelijke gedeelte van het kasteel wordt verwoest door kabeljauwen. Het wordt Willem van Brederode verboden het kasteel te "versterken, vastmaken of te bolwerken" waardoor het niet hersteld kan worden. Na 1464 wordt het noordelijke gedeelte hersteld.

1492

Opstand van het kaas- en broodvolk. Het kasteel wordt geplunderd door Duitse soldeniers. Sindsdien is het niet meer bewoond.

1573

Tijdens het beleg van Haarlem wordt het kasteel geplunderd en in brand gestoken door Spaanse soldaten. Vervolgens valt de ruïne ten prooi aan het oprukkende stuifzand van de duinen.

1679

Wolfert van Brederode sterft, en hiermee sterft de laatste heer van Brederode, waarmee de ruïne vervalt aan de graven van Holland. Later vervalt de ruïne aan de staat der Nederlanden.

19e eeuw

In de 19e eeuw wordt de ruïne gerestaureerd