Duivenverhalen

Hieronder het verhaal van Paul Rollman.

Paul Rollman is een bekende Jordaanees die bij ons thuis vol verwondering naar onze duivenkast stond te kijken. Ik was op dat moment niet thuis en mijn vrouw Marga maakte met hem de afspraak om mij te bellen voor een bezoek bij ons. Op de zaterdag voor pasen ging de telefoon en vroeg Paul of hij bij ons langs kon komen. ( Hij is al 88 jaar en we moesten hem Paul noemen en geen mijnheer Rollman) Paul kwam net van een paardekeuring en was wel aan een "bakkie" toe om een beetje op te warmen.

Paul drong er op aan om de verhalen die hij ging vertellen op te nemen dus had ik mijn iphone in de aanslag.
Hier volgt zijn verhaal:

"Mijn ome Bart van Gellekom, (want mijn moeder is een van Gellekom) van Gellekom was een hele bekende familie in de Jordaan, dit waren neringdoeners, dit noemen ze nu middenstanders, dus nering is is handel/wandel en daar heb ik het ook van... en ome Bart was de oudste broer van mijn moeder en had in de Rozenstraat 72 een duivenkast op het dak, (hierna legde Paul mij uit dat een duivenkast boven het dak uitsteekt en dat het met "stand" te maken had hoe hoog de duivenkast was en hoe minder geld je had, hoe eenvoudiger dus hoe lager de kast werd, ook vanwege de constructie enzo...)
Ome Bart had natuurlijk een duivenkast en in die tijd 1935 was ik een jongen van 11 jaar.... en dan moesten die mannen die werkeloos waren en dat was ome Bart ook....want de handel die zat bij de vrouwen, allemaal knappe wijven...die zaten op de markt, in de winkels...en die kerels, toen was het zo....toen werd de bosbaan gegraven...(bij t Amsterdamse bos)....met de schep gegraven...maar de duiven moesten er toch uit..ik deed dat dan voor ome Bart, ik joeg de duiven eruit en er weer in...toen had je op de Rozengracht een liefhebber die heette Hornstra, dat is nog steeds een heel beroemd ras (postduiven).
De spannendste tijd was in de herfst....er waren toen meer van die kammeraatjes van me.....van die school op de Elandsgracht...ik was 3 jaar, toen wist ik meer als die mesjogge die ervoor stond!!...kl==tz=k die meester...toen was het zo...kwajongens natuurlijk... toen liet een van die jongens van Pastor, dat waren toen bekende namen van de duivenliefhebbers, die bond een ballon aan zijn poot..een rode ballon...dus de duiven op die kast schrokken zich de pleuris als die duif overkwam..dus roef,roef achter mekaar gingen de duiven de hoogte in...en dan kwamen de duiven door elkaar en dan maar "brassen" en kijken hoeveel "vreempjes" je binnen kon krijgen.

Nou komt het echte verhaal, op de Westertoren woonde sperwers, die werden geen sperwers genoemd maar "de kip", en gingen in de herfst jagen, onderling werd dan gezegd "het is weer zover hoor de kip jaagt", dan ging ik gauw naar beneden toe en achterop het fietsie bij ome Bart naar de duivenkast, want dat betekende reuring op het plat, en die duiven die jij hebt "triplers" noemde wij toen "trippelaars" (de Amsterdamse vertaling ervan) daar lieten we dan een koppeltje of 3 van los, die trokken dan die rood/witplaten en die geeleksters en al die ander Hollandse rassen mee, want die "kip" probeerde iedere keer boven die vlucht van de duiven te komen, dan kon ie zich laten vallen om een duif te pakken, dat ken ie niet als ie eronder of opzij zit...dus gingen de duiven hoger en hoger...soms kwamen de duiven nat naar beneden toe..niet van het zweet natuurlijk maar dan kwamen ze in een regenbui. Hun keeltje gingen dan van inspanning op en neer.
De vluchten van duiven van verschillende liefhebbers kwamen dan door elkaar....en dan kwam het hele zooitje naar beneden....en ome Bart tegen mij: "vooruit, vooruit ga erop staan"....dan moest ik er gauw op en dan hadden we jaagstokken, dat is een stok met een plank voor je hand...voor bescherming is dat...en dan joeg ze ze zo, een klein gozertje was ik toen.. (ik ben nog steeds niet groot haha)dus ik erbovenop en bleef ik stil staan....en dan gooide ze paddie, dat is ongepelde rijst..of gebroken rijst, dat kocht je voor een drol per pont bij Simon de Wit op de Rozedwarsstraat (dit was een levenmiddelenzaak)....en er komt een stoot vogels naar beneden, je houdt het niet voor mogelijk,....dus "kolere" zegt ome Bart die had natuurlijk die knip open staan... en die paddies strooien...en we moesten ze natuurlijkonder die knip zien te krijgen...hij had geen handen genoeg om ze te pakken weet je wel...en wat was het nou...in die tijd was het heel modern om op de elandsgracht stempels te laten maken, rubber stempels...daar stond op, je naam en adres...en als je die aan de binnenkat van de veugel erop stempelde dan kon je zien waar ze vandaan kwamen. Dus ik zeg tegen ome Bart "potverdomme allemaal dezelfde" nou zegt ome Bart dan hebben we van een liefhebber zijn hele hok haha!!  (het was niet om te jatten hoor!) Ik zeg: kijk daar nou eens, die zijn van ome Joop Vrolijk..en de familie Vrolijk was een Jordaanse familie die hadden nog een kroeg op de 2e Rozendwarsstraat. 
Dus al die duiven in de mand en het was toen zo om een bepaald tijdstip zeg maar na het eten ca. 18.30 uur werd afgesproken op de hoek van de Hazestraat en de Elandsgracht die "duivenpikkers" samen en praten van nou het was weer sus het was weer zo...en dan stond ik dan waar we woonde op nummer 52 beetje verdekt opgesteld met me fietste met duivenmand achterop met..jaha er zaten wat ik wel 20-25 duiven...er konden niet meer in...Dus daar kwam het zooitje samen, Joop Vrolijk ook...maar dan kon je zo op die kast kijken van ome Joop...god ome Joop wat is het stil bij je zei ome Bart dan tegen hem, ome bart was een grootte kerel, daar was iedereen bang van in die tijd...als er toen weleens iets was en je noemde zijn naam "Bart van Gellekom" dan was het over ook.
Dus " goh joop wat is het rustig bij je?...Jaa ik heb ze maar op tijd binnen gehaald vandaag...maar in werkelijkheid had hij geen duiven meer...die zaten bij mij in die mand hahaha! En dat was een verschutting...een schande eigenlijk als je duiven "gepikt" waren door een andere liefhebber...dus ome Bart kijkt zo naar mij (met bepaalde mensen heb je dat, heb ik ook met mijn dochter als die aankomt met de auto dan hebben we al gepraat voordat ze uitstapt.) dat had ik met ome Bart...dus ome Bart kijkt zo en ik kom rustig aanrijden en het was natuurlijk allemaal afgesproken werk....dan zeiden ze hé dat is toch kleine Paultje?...(van grootte Paul van tante Anna).....en ik deurtje open een duif eruit en klap klap klap rechtstreeks naar het hok van ome Joop....Krijg de kolere Joop....nah dat snap ik ook niet dat is er geen van mij...dus....2e duif klap klap klap zo weer nart het hok van ome Joop.....dus nou je begrijpt hem al.... dat hele zooitje duiven los en alles klap klap klap naar het hok van ome Joop. " ze zijn niet van mij, ze zijn niet van mij zei ome Joop ha ha maart het was toch echt zijn hele koppel.

Ik denk een prachtverhaal, alhoewel het mooier klinkt uit de mond van Paul Rollman met een Amsterdams accent.

Dirk Huisman



Comments