History of the import Wolseley cars in the Netherlands by Tasche & Co, Greve & Co and Dirk van der Mark

1910                                                                                                                                  
                                                                                   
 
         Dirk van der Mark sr                                                                                                                                                                   Dirk van der Mark jr 
 
 
 
                 De geschiedenis van de Wolseley  automobiel import in Nederland
              door Tasche & Co, Greve & Co en Dirk van der Mark
 
Hoewel de eerste Wolseley al uit 1895 stamt, duurde het tot eind 1910 voordat een Wolseley in Nederland leverbaar was.
De hoofdoorzaak moet gezocht worden in het feit, dat in de begin periode van de automobiel de meeste Engelse automerken niet meer waren dan in licentie vervaardigde producten respectieve-lijk uit Frankrijk, België en Duitsland. Daarbij stonden deze auto's ook nog kwalitatief slechter te boek en waren de transportkosten hoger omdat deze auto's ingescheept moesten worden naar het vaste land.

Een andere niet onbelangrijke oorzaak was de(nasleep) spanning tussen Nederland en Engeland als gevolg van de Boerenoorlog (1899-1902), waarin Nederland openlijk zijn sympathie betuigde aan de Zuid-Afrikaanse Boeren. Ondanks al deze ongunstige omstandigheden zijn er voor 1908 toch nog enkele automerken vanuit Engeland naar Nederland geïmporteerd, omdat zij voortgekomen waren uit fietsmerken, en men gebruik kon maken van de oudsher bestaande contacten en netwerken (bijvoorbeeld zoals in het geval van Humber).

In tegenstelling tot de Noordzee, waren de grote wereldzeeën geen enkel obstakel voor de Wolseley-automobielen, doordat het merk sinds 1901 een onderdeel uitmaakte van de firma Vickers en Maxim. Vickers was in deze tijd uitgegroeid tot het grootste bedrijf ter wereld, dat oorlogstuig vervaardigde van kogels, granaten, machinegeweren, kanonnen tot zelfs complete slagschepen.

Van de bestaande wereldwijde bevoorradings- en handelslijnen van Vickers kon Wolseley uitgebreid gebruik maken.
Het merendeel van de Wolseley-eigenaren bestond in deze tijd dan ook uit rijke officieren in alle uithoeken van het grote Britse imperium.
Er resteren nog ongelooflijk veel foto's van deze officieren, die zich compleet met tropenhelm en geweer met één been op de treeplank of bumper in dezelfde pose lieten vereeuwigen als of men een wild dier had geschoten.  
Hoewel Groot-Brittannië en Nederland begin 1900 in onmin lagen, was er op koloniaal niveau geen verstoorde relatie, zodat er eerder Wolseleys in Nederlands-Indië bekend zijn dan in Nederland
 
 

Tasche en Co

De firma Tasche en Co. was het eerste bedrijf dat formeel aangesteld het Wolseley-importeurschap rond 1908 in Nederland waarnam.

Over de levensgeschiedenis van Hendrik Albrecht Tasche is tot nu toe niet veel bekend.
H.A. Tasche bezat al vroeg in Nijmegen een voertuig, waarvan het (kenteken)nummer 78 bedroeg; dit was op zijn naam uitgegeven op 11 juni 1901
Voordat hij tot de kern van de echte autopioniers gerekend worden bezat hij een fietsenwinkel aan de St Jorisstraat
waar hij ook zelf fietsen produceerde onder het merk Achilles.
Op dit zelfde adres startte hij ook met de verkoop van Magnet motorrijwielen 
Naast de interesse voor de opkomende motorisering had hij ook een succesvol elektrotechnische bureau opgericht welk gespecialiseerd was in het omschakelen op stroom en aansluiten van verlichting in gebouwen. 
Als de Darracq  importeur Aertnijs naar Amsterdam verhuist neemt H.A. Tasche het agentschap van Darracq op zich.     
Vanwege deze uitbreiding zaken verhuist men juli 1906 naar een nieuw gebouwd pand dat speciaal als garage was ingericht.  
Uit advertenties kan men concluderen dat naast de verkoop en reparatie automobielen hij nog lang agentschap en
hoofdagentschap van verschillende fiets en motorrijwielmerken bleef voeren, waaronder het eerder genoemde merk Magnet.
 
                                 
 
Ook stond hij tot en met 1907 in de autohandboeken als benzinedepot in Nijmegen aan de Gerard Noodtstraat 55-57 genoteerd.

In 1907 worden er compagnons aangetrokken en wordt de zaak uitgebreid en via de achterzijde in een L vorm doorverbonden naar panden aan de Van den Brugghenstraat 6-8. Onder de naam Tasche en Co. wordt begonnen met het hoofdagentschap van Ariès en Mors automobielen,welk snel gevolgd door de merken Belgica, Stoewer, Wolseley en Rochet-Schneider.

Men doet goede zaken en de activiteiten worden uitgebreidt met filialen in Soerabaya en Medan (Sumatra).

Niet lang nadat de Eerste Wereldoorlog is begonnen, komt Tasche van op een zwarte lijst te staan van bedrijven welk niet langer meer met Duitsland mogen handeldrijven, zodat aan het formele importeurschap van het merk Stoewer een eind komt.
Medio 1916 verhuist Tasche naar Amsterdam, om zich eerst op de Stadhouderskade 100-101 als garage Wolseley Palace te
vestigen.
                                                                                     Amsterdam Stadhouderskade 100-101 Wolseley-Palace  
 
Als de zaken uitgebreid wordt met o.a. de verkoop van vliegtuig onderdelen verhuist men naar de huisnummers 142-143.
 
De panden in Nijmegen worden overgenomen door het Berendsen en Co welk agent wordt voor Gelderland van de door Tasche geïmporteerde merken.

Als agent voor Zuid-Holland worden aangesteld:

·      Overgaauw, Balistraat 85-87, Den Haag (1914)

·      Scheveningsche Automobiel Mij. (1918)

·      De Boer en Greve, Parkstraat 14, Den Haag (1920).               (afbeelding Parkstraat, Den Haag)

                                               
 
 
Greve & Co
In 1922 gaat Tasche een nauwere samenwerkingswerking verband m.b.t. importeurschap Wolseley
aan met Greve welk al het agentschap waarnam aan de Parkstraat 14 in Den Haag.
 Later in het jaar 1922 worden de garage activiteiten in Amsterdam gestaakt, en gaat het 
 gehele Wolseley-importeurschap naadloos over naar Greve en Co. in Den Haag
 In Amsterdam wordt de N.V. Geijtenbeek (Hispano Garage) op de Weesperzijde 71 als 
 agent aangesteld. (afbeelding rechts)
De aandacht van Tasche wordt meer geconcentreerd op de uitbreiding verkoop van vliegtuig(en) en onderdelen alsmede andere Vickers producten waaronder b.v.naaimachines
Deze afdeling was al gevestigd sinds 1919 in het "Vickers house" op de Prinsessengracht 21 te Den Haag.
Daarnaast was Tasche directeur-eigenaar van de Nationale vliegtuig industrie, een bedrijf welk een grote Loodsen op
een scheepswerf in huur had aan de Westvarkenoordschen-dijk.
Doch niet lang hierna maakt een grote brand in de loodsen snel een eind aan de voortvarende dromen en plannen op luchtvaartgebied.
  
Midden jaren twintig adverteert Tasche regelmatig als (kleine) handelaar met tweedehands automobielen op het Korte Voorhout 12 in Den Haag.
 
In 1926 (het jaar dat Wolseley in Engeland financieel slecht gaat en uiteindelijk in 1927 failliet gaat) stagneerd bij Greve de import en verkoop van Wolseley,
Nadat Morris de failliete boedel Wolseley fabrieken heeft overgenomen, blijft de bestellingen en dus import teleurstellend laag tot men uiteindelijk in 1931 helemaal van het importeurschap afziet  
 
 
 
 
Dirk van der Mark
 
Hoewel al in 1932 in beperkte mate de verkoop gestart was, werd pas in 1933 weer officieel een nieuwe Wolseley-importeur aangesteld, namelijk Dirk van der Mark(Sr). 
Over de levensgeschiedenis van deze persoon welk geboren is op 19 mei 1877 te Amsterdam is iets meer bekend. 
 

In 1893 begint de jonge Dirk op 16-jarige leeftijd te werken als jongste bediende bij de Technische Handels Onderneming J.L. Lang, die handelt in fietsen, fietsonderdelen en onderhoudsmiddelen.

(Leonard Lang was een ook autopionier van het eerste uur,en zal later bekend worden als voorzitter van de R.I.(RAI), en het jarenlange importeurschap van Fiat automobielen.)

Leonard Lang was erg ingenomen met zijn nieuwe hulpje, die zes dagen per week op de zaak keihard werkte, en op zijn vrije zondag als vrijwilliger op de fietsschool les gaf, of achter de kassa te vinden was van de wielersportbaan.

Ook deze twee inrichtingen waren opgericht door Leonard Lang.

De wielerbaan werd opgezet in 1893 en bevond zich vanaf 1895 in het Paleis voor Volksvlijt, nog op geen 150 meter van de zaak van Lang.
Samen met zijn zes jaar oudere broer Sam van der Mark weet Dirk ook op menig renfiets evenement succes te halen in de tandemklasse.
Als de oudere broer Sam in het begin van het jaar 1896 een Burgers fietsen filiaal opent in Den Haag, neemt Dirk ontslag bij Leonard Lang en gaat hij mee met hem naar Den haag.
Doch een korte tijd later gaat Dirk van der Mark voor de fietsenzaak van Kievenaar in Den Haag werken, om vervolgens twee jaar later (in 1898) weer terug te keren naar Amsterdam.
(Het lijkt erop dat Dirk in onmin met broer Sam was geraakt, doch ook deze keert later terug naar Amsterdam.
Sam opent zonder enige vorm van medewerking Dirk van der Mark een motorfietsenzaak in de Banstraat om vervolgens later ook in de automobielen branche een bestaan te vinden.)
Na de Den Haag periode gaat Dirk als zelfstandig filiaalhouder werken voor de firma Augustinus & Witteveen te Haarlem.
Het filiaal was gevestigd aan de hoek van de Vijzelstraat met de Keizersgracht.

In 1901 opent de firma een grotere en zelfstandige vestiging in de hoofdstad, waarbij men voor Dirk in de nieuwe situatie meer een plaatsje achter een bureau in gedachte had, dan in de werkplaats .

Dirk ziet dit niet zo zitten, en omdat hij het niet eens kan worden wordt hij weer een gewone werknemer in de zaak van de heer Hulzen in de Reguliersbreestraat.

Dit was een handelshuis in fietsen,motorfietsen, auto's en grammofoons.

Dirk van der Mark is het meest betrokken met de handel van fietsen en motorfietsen van het merk F.N.

In 1902 verhuist Lang van de Nicolaas Witsenkade 38 t/m 45 naar de overkant van de Singelgracht, naar het voormalige pand van de gebroeders Spijker aan de Stadhouderskade, om zich vervolgens na een overgangs periode alleen op de verkoop van auto's en autobanden te concentreren.

Leonard Lang helpt Dirk van der Mark letterlijk en figuurlijk als zelfstandige ondernemer in het zadel door hem de fiets verkoop en onderdelen, alsmede een deel van het oude pand (huisnummer 38, op de hoek met de Pieter Pauwstraat) tegen gunstige voorwaarden aan hem te gunnen.

Behalve rijwielen van FN, Osmond en James, kan men er al snel FN-en Clement motorfietsen kopen, dankzij de opgedane contacten en ervaringen bij zijn vorige functies.

Het agentschap van Harley-Davidson laat niet lang op zich wachten.

Af en toe werden ook drie- en vierwielige voertuigen welk nauwelijks nog auto's konden worden genoemd ingeruild en gerepareerd. 

In 1912 krap tien jaar nadat Dirk voor zichzelf begonnen is, vond hij de tijd rijp om zich serieus op de automarkt te gaan begeven.

Na een advertentie in het Handelsblad waarin een agent voor Holland wordt gevraagd, verwerft hij in het Amstel Hotel na een lang gesprek met een Amerikaanse afgezant de general-manager der Hupmobile automobielen het importeurschap van het merk van geheel Nederland.

Wel was als voorwaarde verbonden dat onmiddelijk 6 voertuigen besteld moesten worden en de demonstratiewagen welk voor het Hotel stond aan te kopen tegen een aanbetaling van fl 17.000

Omdat Dirk het geld niet bezat, en op zeer korte termijn nodig had leende hij het van een goede vriend.

(Hoewel niet met naam genoemd, is het niet onwaarschijnlijk dat  Leonard Lang opnieuw de helpende hand heeft geboden)

De automobielen worden gehuisvest om de hoek aan de Pieter Pauwstraat in een loodsje, maar deze ruimte wordt al spoedig te klein.

In 1913 verhuist men naar een groter pand aan de Keizersgracht 635, maar de Eerste Wereldoorlog doorkruist de grootse uitbreidings plannen.
Het gewenste herstel na de oolog verloopt uiters moeizaam,terwijl de lasten toenemen.    
 

 

         

                                           Keizersgracht 1913/14

Uiteindelijk kan men in 1921 naar groter pand met zelfs lagere lasten verhuizen, namelijk een voormalig kaasfabriekje aan de toenmalige rand van de stad in de Gillis van Ledenberghstraat 108.   

Gilles van Ledenberghstraat 108-112   
                               
                                                                                                                    Opname foto's resp.  1959                      en                 1979
 
Langzaam gaan de zaken gaan weer voorspoedig en het importeurschap van Gray en Marmon komt erbij.
De Gray was een sober uitgevoerde amerikaanse auto welk concurerend probeerde te wezen in het Ford segment.
Doch de verkoop beperkte zich tot een groep mensen die bewust niet met een Ford gezien wouden worden, en hier iets meer voor over hadden.

De Marmon daarentegen was zeer exclusief en voor de betere kapitaalkrachtigen bedoeld. De garage lag echter toch voor die tijd iets te veel in een afgelegen gedeelte van  Amsterdam.In de reclames en bedrijf-stempels stond ter oriëntatie steevast dat het pand dicht bij het Hugo de Groot plein lag.

In 1926 werd voor het bevorderen van de verkoop een extra showroom ingericht op de Amsteldijk 25 - een belangrijke verkeersader van het Gooi en Utrecht naar het centrum van Amsterdam.
 
 
 Amsteldijk 25 hoek tweede Jan v/d Heidestraat
opname 1926 
 
 
 
 
                      Amsteldijk 11 hoek Govert Flincksraat
                      opname rond 1947
                          
 
 
 
 
De volgende tegenslagen meldden zich al snel in de vorm van de 'crisis jaren'.
Ondanks de inspanningen en vele advertenties om de achteruit lopende verkoop Hupmobile te
 
herstellen,valt het besluit bij Hupmobile om per 1 juli 1927 een andere importeur aan te stellen.
De overige twee merken die Dirk van der Mark nu nog voert wil de verkoop niet erg meer lukken.

Om het verlies op te vangen ging men op zoek naar een merk dat behalve exclusief ook economisch aantekkelijk was.

De auto die aan deze eisen voldeed, was de net nieuw uitgekomen sportieve Wolseley Hornet, waarvan zoals eerder
aangegeven de eerste(n) eind 1932 werd verkocht.

In begin 1933 verkrijgt men de begeerde status van officiële importeur.

De verkoop van de Hornet en later de Wasp liep zeer voorspoedig.

Dirk van der Mark senior welk altijd herkenbaar met zijn onafscheidelijke rokende pijp in de rechtermondhoek overlijdt plotseling op 5 april 1934 op 57 jarige leeftijd.
Hij wordt opgevolgd door de 13 april 1909 geboren en dus 25 jarige Dirk van der Mark junior hierin in het begin bijgestaan door zijn jongere broer Joop van der Mark .
 
Deze moet ook tevens zijn aandacht richten op de door Dirk van der Mark Sr opgerichte autobenodigdheden winkel met zoals poetsmiddelen, onderdelen en accessoires, welk eerst
onder verantwoording van zijn broer Piet werd gedreven en later met zoon Joop aan de leiding de start zou vormen van het bedrijf Transmark. http://sites.google.com/site/historytransmark/  

De goedlopende verkopen Wolseley trekt de aandacht van de Morris-autofabriek te Delft). Deze Morris activiteiten liep niet zo goed als verwacht en men wou na het overlijden Dirk van der Mark(Sr) het importeurschap van Wolseley wel naar zich toe trekken.

Dit lukte maar ten dele, want Dirk van der Mark(jr) weet te bereiken bij de hoofdkwartier in Engeland dat hij het importeurschap voor Noord-Holland en Utrecht kan behouden.

En juist in dit gebied had men de grootste concentratie Wolseley-rijders/eigenaars opgebouwd.

Ruim een een jaar later besluit de moederorganisatie (Nuffield-group) in Engeland, dat de Nederlandse vestiging van de Morris-fabriek moet worden gesloten, en dat het importeurschap van Morris en MG moet worden overgenomen door Molenaar in Amersfoort.

Dirk van der Mark krijgt het volledige importeurschap van Wolseley voor geheel Nederland terug met daarbij het agentschap van de Morris en MG              

 
Tevens wordt Dirk van der Mark(jr) het importeurschap van Riley gegund dat kort ervoor Engeland door de Nuffield-organisatie is opgekocht.
Voor deze overname werden de Riley's op zeer beperkte schaal geïmporteerd door Gatsonides, de bekende rallyrijder, fabrikant van Gatso-automobielen en heden ten dage beter bekend als fabrikant van de gevreesde Gatso-meter die snelheids en roodlicht overtredingen registreert en fotografeert.
De showroom voor de verkoop van Morris en MG komt in het pand op de Weteringschans 109-111 welk gehuurd wordt van het de gebroeders Willink welk hun autobedrijf activiteit verruild hadden voor boten en bootmotoren.
Deze showroom is echter geen lang leven beschoren, want weldra breekt opnieuw donkere tijden aan.

Al snel nadat de tweede wereldoorlog is uitgebroken, wordt het onmogelijk om nog auto's uit Engeland te importeren zodat de inkomsten alleen nog maar uit reparaties komen.

Als de omstandigheden nog meer verslechteren, valt het besluit om het personeel te ontslaan en de zaak te sluiten in afwachting van betere tijden

De betere tijden breken pas aan als de bevrijding een feit is. Hoewel er dan wel nog enkele auto's te voorschijn komen die achter een muur waren weg gemetseld, bestaat nog steeds het merendeel van de inkomsten uit reparaties aan voertuigen, die aan het oog van de Duitsers ontsnapt waren.

In de eerste helft van het jaar 1946 worden de eerste Wolseleys en Rileys weer geïmporteerd.
 
Omdat de vraag na de oorlog naar auto's zeer groot is en waardoor de zaken weer goed gaan, wordt rond 1948 een tweede garage geopend in de Derde Schinkelstraat 35 t/m 47. Deze lag strategisch nabij de Amstelveense weg het toenmalige verkeersader vanuit Rotterdam,Den Haag en Schiphol welk via  Overtoom naar het centrum van Amsterdam.

De showroom aan de Amsteldijk werd

opgeheven, hiervoor in de plaats wordt showroom aan de Amstelveenseweg geopend.

 
 
 
 
                                                                               De panden Schinkelsstraat hoek Schinkelkade 35 t/m 47  en de showroom op de Amstelveense weg
 
 
B.M.C.
Na de fusie van Nuffield met Austin in 1952 tot B.M.C.(British Motor Corparation),beginnen eerst de Rileys en Wolseleys steeds meer op elkaar te lijken.
Vervolgens gaan deze merken later op de andere producten van B.M.C.lijken zoals b.v. de Austin en de Morris. 

De eens zo trotse merknamen worden door de rationaliteitpolitiek van B.M.C. teruggebracht tot een verkapte type-aanduiding.

In 1969 stopt de fabricage en dus ook het importeurschap van Rileys, nadat B.M.C. is overgegaan in British Leyland.

 

British Leyland (B.L.)

Een volgende stap in de reorganisatie vanuit Engeland aangestuurd in 1970, is de oprichting van B.L. Nederland b.v. in Gouda, met het voorstel alle importeurs te degraderen tot dealers.

Voor Austin importeur Stokvis kwam dit als een zeer grote slag, omdat men net daarvoor had geïnvesteerd in een nieuwe gebouwencomplex te Roozendaal.
Van hieruit zou de distributie voor de gehele Benelux plaatsvinden.

Ook Molenaar de importeur in Amersfoort van Morris en MG, alsmede Sieberg de Amsterdamse Rover importeur en de Triumph importeur in Aalsmeer waren deze plotselinge actie “not amused”.

Deze bedrijven zouden zich zakelijk van zeer moeizaam tot niet herstellen van deze klap.

Het nieuwe B.L. management besluit gelijk formeel geen Wolseleys meer naar Nederland te laten importeren.

In Engeland valt uiteindelijk het doek voor het merk in september 1975.

Dit bericht maakt Dirk van der Mark jr. nog net mee, want hij overlijdt niet lang hierna.

Intussen begint B.L. een synoniem te worden voor lage productiviteit, eindeloze stakingen en auto's van vaak zeer slechte kwaliteit.

Het bedrijf dankt zijn bestaan alleen nog aan de miljarden ponden die de Engelse regering als hulp geeft.

Door deze reputatie zakt de verkoop enorm en vele B.L dealers  schakelen snel over op de opkomende merken van Japanse origine.

Bij Dirk van der Mark b.v. blijft men alle B.L.-modellen als een van laatste overgebleven zaken van de regio verkopen en nog  belangrijker het repareren ervan.

Men realiseert zich te laat dat het niet meer goed zal komen met B.L. en in het begin van 1980 worden alle panden verlaten, waaronder ook in de jaren zestig gevestigde servicestation en showroom inrichting aan de Plantage Middenlaan. 

                                        

                                                                                                                    Vestiging Plantage Middenlaan 

 

Vanaf dat moment worden alle zaken geregeld vanuit een gehuurde voormalige Ford garage aan het eind van de Amstelveenseweg, dicht bij het Olympisch Stadion.

Achteraf is gebleken dat dit al een zogenaamde sterfhuisconstructie was.

Nog voor 1980 ten einde is, wordt de firma failliet verklaard en blijkt er voor de schuldeisers weinig te halen te zijn.

Hiermee komt in het British Leyland tijdperk een einde van de geschiedenis van zowel Wolseley als haar jarenlange importeur.

 

 
 
 
Voor- en na oorlogse advertenties zijn te vinden op
en

http://www.conam.info/importeurs-na-1940-beschrijvingen/wolseley-riley-gb-c-v-automobielbedrijf-dirk-van-der-mark-amsterdam

 

bronnen: Revue der Sporten, 1927;

Hr Iepenburg (interview met ex-magazijnmeester bij Dirk van der Mark)

Ons Amsterdam, en andere oude periodieken.
 
links naar mijn andere sites:
http://sites.google.com/site/historytransmark/                                    betreft korte geschiedenis Transmark
 
http://sites.google.com/site/schuurih/home                                         betreft koetswerkbouwer en London distribiteur Wolseley automobielen

https://sites.google.com/site/spykerthumbnailsspijker/                        testsite Spijker Spyker thumbnails
 
Comments