Meichenbaum

Uitwerking van de  “stop- doe- denk methode” Meichenbaum.


Dit is een uitwerking van het cognitief- therapeutische principe. Met deze zelfinstructiemethode van Meichenbaum, die erop is gericht het kind te leren zijn eigen gedrag te beheersen en te sturen. Waarin de verbale begeleiding en de visuele ondersteuning van de vier beertjes wordt toegepast (vandaar ook dikwijls de naam beertjes- methode) wordt kinderen hulp geboden bij hun aandacht- en hun werkhoudingproblemen. Regelmatig herhaling van deze methode is hierbij van belang. 

Vele leerlingen op Het Baken hebben te kampen met concentratie en werkhoudingproblemen. Voor alle leerlingen die deze problemen ervaren, dan al niet in combinatie met een (gediagnosticeerde) stoornis te denken aan ADHD, kan deze techniek ingezet worden. Leerlingen worden aangeleerd om te handelen via een vast oplossing-, en stappenschema (bestaand uit de vier stappen/ fasen) en deze te visualiseren door de kaartjes (van de beertjes). 

De eerste voorbereidingfase (stap 1): Wat moet ik doen?/ Wat is precies het probleem?

Deze fase omvat vier aspecten van een algemene werkhouding die noodzakelijk zijn om een geschikt klimaat te krijgen.

  1.  algemene kijk- en luisterhouding 

  2.  nauwkeurigheid 

  3.  stopgedrag 

  4.  papegaaien 

Dit is de fase waarin het kind de opdracht hoort of leest. Het is een heel belangrijke fase omdat elk detail, elk woord of cijfer zijn waarde heeft voor de uiteindelijke oplossing. Een kleine onnauwkeurigheid bij het lezen, even verstrooid bij het luisteren,  kan de taak in de verkeerde richting sturen. Het kan veel energie besparen als je bij elke opdracht controleert of het kind wel weet wat het moet doen. In deze fase leert het kind kijken naar wat hij of zij moet doen en/of het probleem is.

De tweede oplossingsgerichte fase (stap 2): Hoe ga ik het doen? / Welke oplossing kies ik?

In deze fase staat het kind stil bij de oplossingsmethoden, nog voor het daadwerkelijk aan de slag gaat. Als leerkracht kan je dit denkproces richten of bijsturen door het kind hardop zijn werkplan te laten formuleren.

Op het vlak van de schoolse kennis is dit de fase waarin het kind beroep doet op spellingregels, rekenprincipes of andere ‘vaste werkplannen’. Zo leer je het kind hoe het verworven leerstof kan oproepen en toepassen.

De derde handelingsgerichte fase (stap 3): Ik ga aan het werk met de gekozen oplossing/ strategie?

Met een logisch gestructureerd werkplan in zijn achterhoofd, kan het kind dit nu stap voor stap gaan uitvoeren. Na een intense begeleiding in de twee vorige fasen, is nu het moment gekomen waarop het kind zelfstandig moet leren werken.

Als leerkracht ben je gerust dat het kind weet ‘wat’ en ‘hoe’ en kun je eerder op een afstand een oogje in het zeil houden.

De vierde evaluatiefase (stap 4): Ik keur mijn werk/ oplossing, wat vind ik ervan?

Dit is de evaluatiefase. Het kind heeft de gewoonte om zijn werk te ‘laten’ evalueren en niet zozeer om het zelf na te kijken. In deze fase kan de zelfcontrole van het kind vergroot en verbeterd worden. Laat het zich vragen stellen als: werkte de handelingsmethode/ oplossing, ben je tevreden, indien je niet tevreden bent hoe zou je het de volgende keer anders kunnen doen, enzovoorts. Bekijk samen met het kind welke werkwijze/ oplossing wel zal werken voor de toekomst. 

Bespreek situaties met het kind na; ‘wat is het gevolg van je gedrag, wat kun je beter doen’. Reageer alleen wanneer het kind op een gepaste wijze om aandacht vraagt (vinger opsteken),  om hem zo te leren zijn reacties uit te stellen. 

Fase 4 (beertje 4) heeft eigenlijk een dubbele functie: enerzijds controleert hij, aan de hand van de vraagstelling en het werkplan, of de oplossing correct is, anderzijds is dit ook de beer die gedurende de hele taakuitvoering het kind leidt en stuurt als een ‘monitor’.


In het boek "kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen" van Kaat Timmerman staan veel meer informatie en verduidelijkende voorbeelden van situaties bij het werken met de methode Meichenbaum.


Toegepaste visualisatie van de Beertjes methode aan de hand van de vier beertje:

Wat moet ik gaan doen?
Ik kijk mijn werk na, wat vind ik ervan?