WOUTERS IS WOORDEN EN WERKELIJKHEDEN.

TEKENINGEN EN KLEUREN ACCENTUEREN

SLECHTS WISSELVALLIGHEDEN.




Rik Wouters, op 2 april 1956 in Halle geboren, is sinds lang dichter, prozaschrijver en literair criticus. Het grootste deel van zijn leven draait dan ook rond kunst die niets anders dan communicatie is.




Op 24 mei 2013 heeft Wouters in “De Ronde Hoek” waar hij voor het eerst plastisch werk zal tentoonstellen,  de verhalenbundel “Pitbull” van Vlezenbekenaar Yves Wiels voorgesteld. Hij heeft het toen gehad over kunst en communicatie.


Over kunst-in-het-algemeen en communicatie heeft hij toen het volgende gezegd: Communicatie. Kunst. 2 beladen begrippen.

Communicatie. Kunst. 2 bijzonder beladen begrippen die meer met elkaar te maken hebben dan men zou denken.

[…] Zonder communicatie die via taal verloopt, kan er geen sprake zijn van contact tussen mensen en het overdragen van dingen. Communicatie is een soort driehoeksverhouding. Ze bestaat uit een zender die een boodschap meedeelt aan een ontvanger.

De boodschap kan veel zijn: een mededeling, een vraag, een schreeuw, een vloek, vreemde geluiden, …, kortom al wat door de stembanden en misschien zelfs andere dingen voortgebracht wordt, misschien zelfs een scheetje op het perron in het Centraal Station van Brussel. Communicatie is meer dan het zomaar meedelen van iets door de ene aan de andere persoon. Dit houdt in dat tijdens het communicatieproces de zendende persoon op geregelde tijdstippen ontvangende persoon wordt en omgekeerd zodat er uitwisseling van boodschappen is.

[…]

Zonder communicatie kan er geen sprake zijn van een maatschappij.


Over kunst-in-het-bijzonder heeft hij het gehad over soorten kunst. Er zijn soorten kunstenaars die hulpmiddelen nodig hebben om hun boodschap over te brengen. Een schilder heeft verf nodig, een beeldhouwer steen, een muzikant instrumenten, een fotograaf een fototoestel, … en ik zou zo door kunnen gaan. De dichter kwam niet in Wouters’ lijstje voor omdat alleen hij geen hulpmiddelen nodig heeft.


Over een bijzondere kunstvorm heeft hij iets meer uitgeweid. Hij heeft het gehad over de schrijver met wie hij de letterkundige verstaat. Het doet er niet toe of het een prozaschrijver of een dichter is. Het verschil tussen beide is dat het taalgebruik van een dichter, en ik heb het niet over zondags- of gelegenheidsdichters of rijmelaars, maar over poëten-pur-sang, geconcentreerder en gecondenseerder is.

De letterkundige heeft niet anders nodig dan de taal om zijn kunst over te brengen. Geen hulpmiddelen. Geen enkel hulpmiddel. Andere kunstenaars hebben naast hun typische hulpmiddelen de taal nodig om hun kunst te benoemen, zelfs al is dat soms niets meer dan een “No Title”.




Uit bovenstaande mag niet afgeleid worden dat Wouters plastische kunst als minder dan literatuur -en in Wouters’ geval is dat vooral poëzie- beschouwt, wel als minder puur. Het staat vast dat zijn plastische kunst ondergeschikt is, maar daarom niet minder belangrijk, dan zijn woordkunst. Ik pas de eerste zinnen van “Genesis” tussen aanhalingstekens aan en wrijf misschien wel honing in Wouters’ baard: “In het begin was er Rik Wouters. Dan kwam zijn woord dat poëzie werd. Daarna kwam zijn beeld dat schilderij werd.” De tweede en derde zin zijn letterlijk op te vatten. Plastisch werk is een soort illustratie van een gedicht of een soort evolutie ervan.

De link tussen poëzie en schilderen zit hem bij Wouters ook in het gebruik van papier -hij gebruikt geen doek- dat eigen is aan dichtbundels, en de vreemde, geregeld eerder lange titels die de plastische werken krijgen en niet zelden aan Wouters’ poëzie ontleend zijn.


Ik heb schilderij en plastisch werk door elkaar gebruikt.

Schilderij heeft uiteraard met schilderen of het hanteren van verf te maken. Toch gebruikt Wouters ook houtskool en andere substanties als natuurlijke, rechtstreeks uit de natuur gehaalde kleurstoffen. Het oudste werk dat ik heb kunnen achterhalen, is “Puig d’Arques (tussen Cruïlles  en Cassà de la Selva)” een werk in houtskool dat op de kaft van zijn dubbeldichtbundel “Het woord hertalen en Wat stilte genoemd wordt” weergegeven is en niet meer in zijn bezit is. Het dateert uit 1995.   

Plastisch werk verwijst naar het aanbrengen van verf en andere producten op een ondergrond. Waarom dat bij Wouters voornamelijk papier is, heb ik reeds verwoord. Toch zou alles ondergrond kunnen zijn: Wouters heeft reeds hout, karton en steen die niet zelden overschotten zijn, gebruikt. Het zou me niet verwonderen indien hij ooit zelfs naar Middeleeuws Romaans-Catalaans voorbeeld muren zou gaan beschilderen.

Wouters’ gebruikt geregeld houtskool om contrasten te benadrukken. Toch is hij pas op zijn best wanneer hij kan werken met kleuren die hij soms wel en dan weer niet binnen een zwarte lijn insluit. Die kleuren lijken de adjectieven uit zijn barok-achtige en ‘klassieke’ gedichten te zijn. Hij brengt ze echter vaak aan op een andere plaats dan de meest logische zodat hij de toeschouwer aan het denken zet. Een typisch voorbeeld ervan is zijn gouache “Catalaans landschap of iemand laat tussen moegetergde kurkeiken bewust een woord ontglippen” uit een onbepaald jaar en niet meer in het bezit van Wouters.




Het is zoals al vermeld de eerste keer dat Wouters met zijn plastische werk naar buiten komt. Dat hij dat koppelt aan een nieuwe bundel, de eerste die in 10 jaar verschijnt, is niet vreemd, zoals ik reeds geschreven heb.

Voor dit geheel van poëzie en plastische kunst heeft Wouters voor een overkoepelende titel gekozen. “Jo el poeta” roept vragen op. Ik denk aan “Jo” dat ik betekent, het gebruik van het Catalaans, Karel V’s “Yo el rey”, de keuze voor “poeta” of dichter in plaats van pintor of schilder. Ik denk aan Wouters’ adreskaartje waarop onder meer staat dat hij “catalanista”, een soort Catalaan³, is. Ik weet dat Wouters jaren geleden Vlaanderen naar de tweede plaats verschoven heeft, en resoluut gekozen heeft voor Catalunya dat zijn poëzie, proza en plastische kunst al jaren bewoont.   

Eén zaak uit de overkoepelende titel moet ik toch verklaren: “poeta”. Het Catalaanse poeta en het Nederlandse poëzie hebben dezelfde oorsprong. Ze komen van het Griekse werkwoord dat maken of doen betekent. Is het niet zo dat zowel poëzie als plastische kunst gemaakt of gecreëerd worden?




Rik Wouters: dichtende schilder of schilderende dichter? Ik heb zonder Wouters’ toestemming te vragen in zijn plaats gekozen en iets toegevoegd: schilderende dichter met een niet aflatende belangstelling en liefde voor Catalunya.

Toch denk ik dat hij er steeds (een beetje) vreemdeling zal zijn: xarnego, zoals Catalanen hem noemen.





Andreas WANDERS

jeugdvriend

en kenner van Rik Wouters