Het Bos‎ > ‎

De Naam


‘De Biesterije’, die naam roept wellicht associaties op met mest, stallen en warme melk. Niet met stoere bomen en golvende bodem.
Biesterij heeft echter niets te maken heeft met beesten of biest.

Het komt naar alle waarschijnlijkheid van het Twenst ‘biester’, dat dezelfde oorsprong en verwante betekenissen heeft aan het algemeen Nederlandse ‘bijster.’
Biester is het woord dat je gebruikt om aan te geven dat iets zich buiten de grenzen van het eigen domein bevindt. Het kan ‘kwijt’ betekenen (denk aan het spoor bijster zijn), maar ook woest, razend, wild, onrustig, losbandig, stormachtig.

Een hedendaags Twents spreekwoord illustreert dit heel mooi: ‘Als oale bees op ‘n biester bint, deu dan ‘t hek maar dicht.’ Vrij vertaald: als je een oude koe kwijt bent, doe dan het hek maar dicht (want de koe zal niet meer terugkeren).
Een mooi spreekwoord, want ‘Op n biester wêen’ kan duiden op onrustig gedrag, of het kan betekenen dat het dier niet op het erf is, maar ergens buiten.
Als bijvoeglijk naamwoord kan biester betrekking hebben op een gebied, maar ook op het weer (storm) en zeden (losbandigheid).

In het Westmunsterlands (Duits dialect van even over de grens) komt zelfs het woord ‘Biesterij’ in het ‘dialectwoordenboek’ voor en betekent het verwarring, kwaadheid of kwaadaardigheid.
Biesterij f. Verwirrung; Gemeinheit. He schmitt et in siene Biesterij vöör de Grund.

Wellicht is ‘biester’ verwant aan ‘waste’, het Engelse woord voor de arme gemeenschappelijke gronden. Biesterij = wasteland.

Beukenlaan vanaf de AH ter Horstlaan