Het Keetje

In 1927 schonk Jan-Harmen aan Sophia, als cadeau voor hun 12½-jarig huwelijk, Noorse blokhut.
Deze blokhut is als bouwpakket geimporteerd uit Noorwegen. Toen het pakket per trein aankwam in Rijssen belde de stationmeester dat "de keet van meneer Harm is annekomen'.
Sindsdien heet het huisje 'Het Keetje'.
Het dak was oorspronkelijk rietgedekt maar is na een brand in de negentiger jaren belegd met een brandveiliger canadeesche leisteenbedekking.

Het huisje dient nu als vakantieplek en als uitvalsbasis voor de vrijwilligers die het bos helpen onderhouden.

De tweede wereldoorlog
Het gezin Nijhuis woonde in de stad Rijssen, maar de woning raakte aan het begin van de oorlog beschadigd door een bombardement.  Jan Nijhuis werkte bij Ter Horst & Co als boekhouder. Zijn zuster Dika heeft aan de familie Ter Horst gevraagd of het gezin voorlopig in het Keetje mocht wonen. Dat mocht.

Het gezin (vader Jan, moeder Willemke en hun kinderen Piet, Janny, Berend en Dik, plus hun oom Hendrik, die in moderne bewoordinge zwakbegaafd was) heeft lange tijd in het Keetje gewoond. Aanvankelijk was er geen sprake van onderduik. Dat veranderde toen de Duitsers razzia's werden gehouden om mannen te werk te stellen in Duitsland. Tijdens een van deze razzia's werd ook het Keetje bezocht: de inspectie was echter niet grondig, want vader Jan en zoon Piet hebben zich verborgen gehouden in de kelder en zijn niet opgepakt.

Later is naast het gezin Nijhuis ook ene Gerrit Smit in het Keetje komen wonen: hij kwam uit het westen, zijn onderduik werd geregeld door de Rijssense huisarts Oosthoek; onduidelijk is om welke reden hij ondergedoken was.




Oorlogswezen
Kort na de oorlog is het Keetje ter beschikking gesteld aan vier oorlogswezen (fam. Meijer?) die er met zijn vieren ruim een jaar hebben gewoond. Eind negentiger jaren kwam een mevrouw langs die een van de wezen bleek te zijn. Zij vertelde over het leven daar en vooral over de bittere koude die ze in de winter hadden geleden met alleen een open haard als verwarming.