20.02.11 Artikel van M. van Impe over "the Pace Study"

 

200211 artikel van M.v. Impe als reactie op Pace Study

20.02.11 :

artikel geschreven door Belgisch medisch journalist Marc Van Impe, naar aanleiding van de publicatie in The Lancet van de resultaten van de PACE-Studie

_________________________________________________________________________________________________

 

 

De Pace Trial: wordt u hier ook zo moe van?

 

Van bij het begin stond het vast dat de uitkomst van de Britse Pace studie die vorige vrijdag in The Lancet verscheen omstreden zou zijn. En men had dat kunnen weten. In eigen land immers hadden we al de studies van het Riziv en het KCE gehad waarbij 808 patiënten betrokken werden die zorgvuldig gerekruteerd werden in de zogenaamde referentiecentra. De patiënten werden onderworpen aan CBT en GET. De uitkomst was desastreus. 64 procent rapporteerde geen verandering, 30 procent was er slechter aan toe en slechts 6 procent zei beter af te zijn. Een nieuwe studie van het KCE, een jaar later, kwam uit op een nul resultaat. De uitleg van professor Boudewijn Van Houdenhove was toen dat de verwachtingen te hoog waren. Bij de PACE studie werden 641 patiënten betrokken. Ook hier waren de verwachtingen hoog. De resultaten zijn omgekeerd evenredig.

Peter White, de hoofdauteur van de studie, wuifde die bezwaren weg. Groot-Brittannië is het land van CBT en hier zou bewezen worden wat moest bewezen worden.

 Daarom zetten we de bezwaren op een rijtje

1. Het patiëntenstaal. De studie had van bij het begin al met een serieuze handicap te maken : de patiënten waren geselecteerd op basis van de Oxfordcriteria, en niet op basis van de internationaal erkende CDC-criteria, die door de WHO gehanteerd worden, of de modernere Canadese criteria. Dat betekent dat ook heel wat niet CVS/ME patiënten aan het onderzoek deelnamen. Enkel patiënten die leden aan een psychose, bipolaire stoornis, drugsmisbruik, een organische hersenziekte of eetstoornis werden uitgesloten ( 58 in het totaal). Alle andere werden opgenomen. De gemiddelde leeftijd was 38; 77% vrouwelijk, 56% beantwoordden aan de Oxfordcriteria. Opmerkelijk was dat in de loop van het onderzoek bleek dat maar liefst 47% leed aan een psychische stoornis zoals depressiviteit, angst, OCD (dwangneurose) of PTSD. 40% nam antidepressiva.

2. De patiënten waren ook vooringenomen: 70% had hoge verwachtingen over GET, 71% geloofde in pacing (APT), en 57% geloofde in CBT. Slechts 41% geloofde in andere klassieke medische zorg. Dat is merkwaardig in een land waar GET en CBT vooralsnog een slechte reputatie hebben. Het patiëntenstaal was dus zeker niet geobjectiveerd. Zieke patiënten die zich niet konden verplaatsen (139) , die uitgesproken ongemotiveerd waren (143)of die te ver af van de centra woonden werden niet opgenomen.

3. Het proces werd tijdens de test bijgestuurd: Zo was er in het oorspronkelijk protocol een activiteitsgrafiek opgenomen en gebudgetteerd, maar precies deze actigraphy werd geschrapt. De patiënten daarentegen mochten zelf kiezen hoe en wanneer ze zouden rapporteren op een schaal die een van de onderzoekers had opgesteld. Deze Clader test is geen wetenschappelijk erkend meetinstrument. *. Ze werden verdeeld in 4 groepen: APT, CBT, GET en klassiek specialistische zorg die bestond uit antidepressiva en pijnbestrijding . Ze kregen 14 therapiesessies gedurende 23 weken en nog één sessie op 36 weken. Na 52 weken mochten ze zelf hun rapport opmaken. Het doel van het onderzoek was “ to change the behavioural and cognitive factors assumed to be responsible for perpetuation of the participant’s symptoms and disability."M.a.w. men wou de gedragsmatige en cognitieve factoren die de symptomen en handicap in stand houden, veranderen.Wat dat betreft kan er best resultaat geboekt zijn. De gezondheid van de patiënten werd er echter niet beter op. De auteurs zelf merken op dat “these treatments were only moderately effective," en dat meer research naar echt effectieve behandelingen nodig is. Effectiviteit in het medisch taalgebruik betekent dat een behandeling symptomen minder erg maakt of doet verdwijnen. Geen van beide gebeurde in dit experiment. Gematigd effectief of “moderately effective” betekent dus dat het maar een matig effect had. Peter White e.a. stellen in The Lancet niet dat CBT/GET/APT geschikte behandelingen zijn, maar dat ze slechts een matig effect hadden.

Uiteraard was er effect. Aandacht, hulp, coaching, een goed gesprek hebben altijd een goed effect. Maar concluderen dat de 88% van de APT-patiënten, 82% van de CBT -patiënten, en 88% van de GET patiënten die “tevreden waren met hun behandeling’” nu genezen waren is een conclusie te ver. Want gevraagd of de effecten positief waren bleek dat in het beste geval 40% van de CBT patiënten dit bevestigden. 60% voelde zich dus niet beter of slechter! Alle patiënten antwoordden dat ze nog steeds ‘meer dan normaal’ last hadden van vermoeidheid en cognitieve stoornissen.Op de vraag naar hun ‘algemeen gezondheidsgevoel’ (‘Global Impression of Health’) antwoordde 40 % dat dit naar hun mening positief geëvolueerd was, terwijl 60% geen verandering meldde. Geen enkele patiënt zei dat hij zich opnieuw gezond voelde. En op de score van sociale activiteiten antwoordden alle patiënten dat ze zeer ernstig gehandicapt (‘very severely impaired') bleven.De conclusie van dit onderzoek is dat CBT en GET inderdaad beter scoren vergeleken met APT (4/8 tests) en klassieke specialistische zorg 6/8).   Dat die laatste zorg niet meer was dan de klassieke toediening van antidepressiva en pijnbestrijding moet onderstreept worden. Geen enkele therapie maakte de patiënten weer gezond of stelde ze in staat om (deeltijds) hun activiteiten weer op te nemen. Als het de bedoeling was de patiënten beter te maken dan kan men alleen maar concluderen dat dit onderzoek faliekant is afgelopen. De auteurs zeggen overigens zelf dat CBT, GET en APT enkel symptomen behandelen bij sommige mensen, niet bij alle mensen. Ze stellen duidelijk dat “these therapies should never be considered primary treatments for CFS but as adjunct treatments a CFS specialist might use if appropriate.” http://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(11)60096-2/fulltext

We hebben nooit iets anders beweerd. Het Belgisch onderzoek van Riziv en KCE had dit overigens reeds omstandig bewezen. Een eerder Brits onderzoek was overigens tot dezelfde vaststelling gekomen. http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20418251 Met andere woorden, dit was nog eens een maat om niets. De vraag is, wat wou men eigenlijk bewijzen? En wie wint erbij om altijd hetzelfde onderzoek, waarvan men de uitkomst stilaan kent, opnieuw te doen? Ik denk dat ik met mijn eigen onderzoekje maar eens begin.

Vraag 1. Wordt u hier ook zo moe van?

 

Marc van Impe

 

* Chalder Fatigue Scale -

 

• Do you have problems with tiredness?

• Do you need to rest more?

• Do you feel sleepy or drowsy?

• Do you lack energy?

• Do you have trouble starting things?

• Do your muscles have less strength?

• Do you feel weak?

• Do you have difficulty concentrating”

• Do you find it more difficult to find the correct word?

• Do you make slips of the tongue when speaking?

• How is your memory?

 

If the factor is less than usual in strength (0 pts)/ no more than usual (1 pt)/ more than usual (2 pts) / much more than usual (3 pts).

A top fatigue score would be 33 pts and a completely unfatigued score would be 0.
 
 
 
 
 
 CheckStat