verhalen

bewustzijn 

 Bewust zijn.

 

Op mijn rug ligt niet zo prettig, maar ik ben nu eenmaal niet meer in staat om mijzelf om te draaien. Bovendien, ik heb weer bezoek, ik zie ze niet, maar hoor ze ruisen op de achtergrond, als het geluid van stippels op een televisiescherm waar de verbinding van is uitgevallen.

Af en toe geluid, soms herkenbaar, soms wat gemompel. Het vreemde is, ik kan ze voelen. Als er iemand in mijn buurt komt voel ik een soort overdruk, meestal vanaf de kant waar die persoon zich bevind, tenminste, dat neem ik aan en probeer mijn hoofd te draaien om te luisteren of ik het kan herkennen.

Mijn ogen houd ik gesloten. Ik hoef niets meer te zien, heb genoeg gezien. Weet  niet eens of ik ze nog wel open kan krijgen, probeer het ook niet. Een vinger op mijn wang, een strelende vinger. Dat voelt prettig. Zal ik even kijken wie of dat is? Wil ik dat wel weten?

Er word wat op mijn voorhoofd gelegd, het is vochtig, koel, aangenaam.

Ondanks dat ik mijn ogen dicht heb, zie ik licht. Door mijn papieren ooglid heen. Als er dan een schaduw voorbij gaat, draaien mijn ogen die kant op. Het geluid verandert dan ook. Het mompelen wordt bijna verstaanbaar, “ba…baba…” Ik weet het niet, het klinkt in ieder geval vriendelijk, op een zachte, strelende manier, geluid kan ook strelend zijn, heb ik gemerkt. Soms klinkt het ontroerend, zacht, dan voel ik tranen achter mijn ogen drukken, niet van verdriet, nee, het is dan een soort overwelmend  gevoel van geluk dat mij ontroerd. Ik voel en ervaar liefde.

De vermoeidheid sluipt door mij heen, het licht vervaagt, mijn denken word nu alleen maar waarnemen, wegdoezelen.

 

De zon schijnt, warm zand druk tussen mijn tenen door. Ik ben omringd door warme kleuren. Water kabbelt en in de verte is een witte, licht pulserende beweging in het eindeloze blauw, de branding die het verre ruisen veroorzaakt. Grote platte kiezels lopen voor mij uit richting horizon als grijze vochtige stapstenen. Mijn blote voeten stappen automatisch naar voren, het water veranderd in een loom golvende mist. Ik loop niet meer, ik zweef een klein stukje boven een brede marmeren trap langzaam naar beneden waar een in een gigantisch bed iemand ligt. Het bed lost op, en een lange rij in pijen gehulde figuren lopen er omheen.

 Opeens is alles weg, zoekend kijk ik in het rond, mijn keel voelt droog, ik kan moeilijk slikken, de zon gaat uit.

 

Er wordt iets in mijn mond gestopt, een rietje? Even zuigen, dat lukt. Fris water loopt over mijn tong, bevochtigd mijn verdroogde keel, lekker. Ik probeer toch mijn ogen te openen, dat kost moeite. Het rietje wordt weer weggehaald en mijn hoofd word behoedzaam omhoog getild. Mijn kussen wordt een beetje opgeschud en een stem praat, ik hoor in elk geval klanken, maar ik versta het niet, doe er ook geen moeite voor. Tussen mijn oogharen door zie ik warm licht en een schaduw gaat voor mij langs.

Mijn hand wordt vastgehouden, voel warmte door mijn arm omhoog vloeien. Mijn vingers hebben nauwelijks kracht om te reageren. Toch probeer ik het zachte knijpen te beantwoorden, ik ben er nog, ik voel de genegenheid.

De pijn, ik had toch pijn? Nu niet meer, al voel ik nog steeds iets dat daar mee te maken heeft. Af en toe voel ik een prik, en dan trekt de dreiging weer weg en glijd ik langzaam in slaap. Ik slaap wel veel, dat kan nooit goed zijn, maar wat moet ik anders?

 

Azuurblauw en warme aarde.

Daar is weer dat warme zand, ik loop er sloffend doorheen, iets wat ik lang niet kon doen. Stappen in nat zand, zacht spetterende druppels cirkelen rond mijn enkels. Ik sta stil en zie het blauw overgaan in tere nevel. De trap is daar, breed wit marmer met een sierlijke balustrade, ik zweef langzaam naar beneden, naar een romantisch hemelbed. Er lopen weer mensen/figuren omheen, ze beletten mij dichterbij te komen. Ik stijg op, om er overheen te gaan, maar schiet dan razendsnel omhoog, het tafereel wordt snel kleiner, raakt uit het zicht en ik raak in nevelen gehuld. Ik zie allen maar wazige beelden, herinneringen? Gezichten, gebeurtenissen, alles draait in een razend tempo om mij heen.

 

Slikken doet pijn, mijn keel lijkt wel schuurpapier. Ik voel handen om mij heen, mijn gezicht wordt nat gemaakt, gewassen waarschijnlijk. Mijn lippen beroeren een natte doek, ik zuig wat vocht op en drijf weer de lome vermoeidheid in, zak steeds verder in de duisternis. Geluiden verwazen tot nevelig geruis, steeds zachter, ik zucht, en vergeet te ademen.

 

Licht, warm diffuus opkomend licht in niet te omschrijven tinten, ik bevind mij in het beeld van mijn dromen, maar het is anders, ik sta niet, ik zweef niet, ik ben er gewoon, als in een beschermend cocon en toch zoveel ruimte. Ik verplaats mij door deze gelukzalige nevels en voel ergens een doel, een plaats waar ik wordt verwacht. Mijn bewustzijn richt zich en ik verplaats geruisloos, zonder wrijving of kracht. Het is een alomvattende energie die mij stuurt.

Daar is het hemelbed, met daaromheen al die figuren, zijn het mensen? Ze dragen geen pijen dit keer, maar een bijna doorzichtig gewaad, meer sluiers. Zelfs het hemelbed is niet zoal ik eerder had gezien, het is een eiland, met daarop een transparant soort tempel of altaar, nee, het is een poort. Er is geen basis, er is geen lucht, alles bevind zich in een continu zwevend geheel en ik word er geleidelijk aan naar toe getrokken. Nu omringen mij de figuren/wezens en dompelen mij in hun energie. Hier is bewust zijn, zonder beperkingen, zonder tijd.  Het hoe en waarom is mij volkomen duidelijk, en ben een geheel met alles. Ik weet mijn bestemming, moet door de poort.

 

Geluid, pulserend geluid, hypnotiserend kalme langzame bewegingen. Ik zwem, nee, ik drijf, in een kleine warme ruimte dat mij omvat als een levend organisme. Het is een levend organisme! De beweging om mij heen voelt warm, veilig. Dit is zo anders, als een nieuw begin, een nieuw ontdekken, mijn omgeving is mijn bescherming, en ook mijn ontwikkeling. Dit is een euforisch moment. Ik ga beginnen, leren, ontdekken, dit is mijn nieuwe bewustzijn!

 

De warme veilige ruimte wordt krap, ik groei, wil er uit. Er is een kracht om mij heen die zacht maar dwingend duwt, mijn hele omgeving duwt. Pulserend bonken begeleid de drang om mij heen, soms langzaam, soms heftig en  met kracht. Ik voel rondom knijpen, het word bijna een gevecht, duwen naar boven, is dat boven? Boven mijn hoofd is boven. Het zwemmen is over, ik drijf niet meer, ik zit vast, eruit! Ik wil hieruit. Het rondom drukken wordt steeds heviger, het bonken steeds luider, ik krijg het benauwd, het duwen gaat over in glijden, met kleine stukjes tegelijk. Mijn hoofd zit vast, ik voel beweging, iets glijd over mijn hoofd, wijkt uit, ik word vastgepakt, er word zacht maar stevig aan mijn hoofd getrokken. Dan, een bevrijding, maar koud. De warmte, de bescherming is weg, mijn keel zit dicht, hoesten, en dan ineens, lucht! Mijn ogen zijn dicht, maar het licht komt toch binnen. Iets of iemand rolt mij in een warme bescherming, legt mij weer neer, en ik voel beschermende handen, zachte handen. Een vinger streelt mijn wang, warme adem beroert mijn hoofd, een vinger glijdt in mijn hand. Die heeft nauwelijks kracht om te reageren. Toch probeer ik het zachte knijpen te beantwoorden, ik ben er weer, ik voel de genegenheid. Berust in veiligheid, weet en vergeet, er is zoveel nieuws te ontdekken.

 

reacties naar: cvanmeursETgmail.com (replace ET for @ )