32 Vier kunstwerken sieren de wijk Zuidhoven - deel 2

 

Naast de gevelmozaïek van Otto Dicke aan de VSO-school en de zes betonnen vormen van Hans Petri voor de Christelijke Pabo ‘Inholland’, is Zuidhoven nog twee bijzondere kunstwerken rijk. Aan de Vreedonklaan staat de stalen vorm ‘Getrapt blok’ van de beeldhouwer Niko de Wit. De keramiste Joyce Bloem maakte ‘Tjinta Kamu’, een bronzen werk met drie personen, dat het Zuidhovenlaantje siert.

 

Op een grasveld langs de Vreedonklaan met uitzicht op de Laan der Verenigde Naties staat sinds medio 1985 het kunstwerk ‘Getrapt blok’ van de Tilburgse beeldhouwer Niko de Wit, geboren in 1948.

 

Plaatstaal

“Het gevaarte is 2,5 meter hoog en gemaakt van cortèn plaatstaal, een materiaal waarop als gevolg van oxidatie een zacht egale roesthuid ontstaat die tegelijkertijd het doorroesten verhindert”, zo beschrijft de kunstenaar. “De rossig bruine kleur van het materiaal sluit mooi aan bij het aardse karakter van de massief aandoende vorm. Aan het beeld zijn talloze kleistudies van getande en getrapte blokvormen voorafgegaan. Enkele daarvan werden op klein formaat in staal gegoten of gesnijbrand. De techniek van het snijbranden gaf mij de mogelijkheid om een schaalmodel op een directe manier in massief staal om te zetten. Eén schuine snijgang was voldoende om dit beeld uit een willekeurig blok staal te halen”. 

 

Niko de Wit

De kunstenaar:  “De beelden die ik maak ontstaan uit een geobsedeerdheid om alledaagse vormen uit hun context te halen. Als je dit beeld een paar slagen zou kantelen, dan zou je de vorm onmiddellijk herkennen als drie aaneengeschakelde ouderwetse pakhuizen met een scheve plattegrond. Maar ik heb de vorm op zijn kop gezet, steunend op één van de dakvlakken en nu zijn de pakhuizen ineens onherkenbaar geworden en ontstaat er een heel nieuw beeld. Het lijkt los te willen komen van de grond doordat het rust op zo’n klein dakvlak. Door deze omkering zijn de pakhuizen moeilijk te herkennen: er ontstond zo een geheel nieuw beeld. De getrapte zijde trekt naar de aarde, terwijl de grote massa met het ruitvormig bovenvlak zich nog mooier op de hemel richt. De vorm helt ook een beetje over naar opzij, waardoor het traag van de grond lijkt los te komen. Die combinatie van verschillende tegengestelde bewegingen binnen één vorm fascineert mij.”

In een catalogus over Niko de Wit wordt geschreven: ‘Zijn beelden bezitten een bepaalde vormomtrek, een bijna tastbaar gewicht en een balans. Het gelaste gevaarte ‘Getrapt blok’ moet wel degelijk in evenwicht staan zonder gevaar voor derden.’ De commissie Kunst en Architectuur van de gemeente heeft bij haar overwegingen voor de aankoop van het beeld, eind 1984, vooral rekening gehouden met het feit dat het een uitstekend voorbeeld was van de abstract-geometrische beeldhouwkunst, een wijze van beeldhouwen waarin Nederlandse kunstenaars een traditie hebben opgebouwd. 

 

Protest

Voordat het beeld ‘Getrapt blok’ eenmaal in Zuidhoven werd geplaatst, ging er nog het een en ander aan vooraf. Voorjaar 1985 ontvingen de bewoners van het Van Limburg Stirumplantsoen een folder van de commissie Kunst en Architectuur over het plan om dit kunstwerk op hun plantsoen neer te zetten. De bewoners wilden niet met de commissie in discussie, maar benaderden rechtstreeks het College van B en W. Ze wilden het beeld niet voor hun deur. Bij het bezwaar werd een groot aantal handtekeningen toegevoegd. Het ‘gevaarte’ heeft zelfs nog enkele dagen op het plantsoen een proefopstelling gehad, maar werd snel weer weggehaald. Eén van de bewoonsters zei: “Als het nou nog een mooi beeldje was geweest, dan was het nog tot daar aan toe, maar zo’n ‘bonk roest’ wordt alleen maar een speelplaats voor kinderen, die het binnen de kortste keren onderkalken.” De commissie antwoordde dat men er niet op uit was hun zin door te drijven. Uiteindelijk kreeg het kunstwerk zijn plaats op de Vreedonklaan.

 

Tjinta Kamu

Op een grasstrook langs het water naast het Zuidhovenlaantje staan sinds 1985 drie bronzen beelden onder de titel Tjinta Kamu, wat vertaald uit het Maleis ‘ik hou van jou’ betekent. De holle vormen drukken twee wachters uit, met tussen hen een danser. Ze hebben de namen Subadra, Arjuna en Asmara meegekregen. De maakster van het werk is de in 1951 geboren beeldend kunstenares en keramiste Joyce Bloem, die een Indische achtergrond heeft en momenteel in Tuil in de Betuwe woont. De drie sculpturen staan geschraagd op een tafel van gepolijst marmer, waarmee Joyce de suggestie geeft dat het kunstwerk bij de mensen in de huiskamer zou staan. De twee wachters hebben een hoogte van 135 cm en de kleinere danser in het midden is 110 cm hoog. 

 

Joyce’s werk

Met de verbeelding van de wachters en danser brengt Joyce Bloem een persoonlijke mythologie tot uitdrukking. De uitgebeelde personen verklaren elkaar de liefde en vertegenwoordigen de eeuwigheid van mensen. De spanning tussen beweeglijkheid -de danser- en onbeweeglijkheid -de wachters- vormt een problematiek voor de maakster van sculptures.

Bij met name de danser, het middelste beeld, breekt de wand om de binnenruimte open, zodat ook de binnenwand, zichtbaar wordt. De buitenkanten geven als het ware te kennen dat het in feite om die binnenkanten gaat, om het wezenlijke, de ziel, die zich op mysterieuze wijze verraadt in de vorm. Zekerheid en twijfel, afstand en toenadering kenmerken het werk. Daarmee toont zij de verscheurdheid van de eigen ziel. Maar haar werk beweert ook met stelligheid dat de ziel het leven draagt. Joyce heeft bij het maken van het werk bewust gekozen voor een kwetsbare techniek. De geglazuurde ‘huid’ van de vormen dient daarbij niet als sier, maar nuanceert de eigenschappen van het beeld.

 

Terug naar deel 1.

 

Door Sibrand de Grauw, De Galerij, jaargang 12,  nr. 3, 2003
 
Comments