Verzet in de gemeente Rheden.

De echte ondergrondes is altijd ondergronds gebleven

VERZET

Er zijn in onze gemeente diverse vormen van verzet geweest, in alle zeven dorpen. Er was sprake van actief verzet zoals onderduikersverzorging, vervalsen van persoonskaarten, staken e.d. en er was militair verzet zoals sabotage, hulp aan geallieerde piloten en het overvallen van het bevolkingsregister.
 
Het Verzet in de gemeente Rheden
Over enkele weken gaan we "de zeventigste mei" vieren. Zeventig jaar vrijheid gaan we herdenken. Daarom dit keer geen bespiegelingen over politieke zaken van 1995, maar kijken we terug naar de periode waarin de democratie verdwenen was en hoe verzetsmensen ervoor vochten om die weer terug te krijgen. Dit vergaten bij de laatste verkiezingen erg veel mensen. 
Als voorzitter van het 4/5 mei Comité heeft de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in de gemeente Rheden mijn bijzondere interesse.
Na de oorlog zijn er diverse publikaties geweest die ons een beeld gaven van het alledaagse leven van Rheden in de vijf oorlogsjaren. Steven Jansen heeft o.a. over Velp een prachtig dagboek bijgehouden, dat helaas niet meer te koop is.
De eerste vier jaren zijn hier betrekkelijk rustig verlopen. Van veel oorlogsgeweld kon je niet spreken. Alleen de periode september 1944 tot 16 april 1945 is voor onze gemeente een bewogen periode geweest. Over deze tijd verschijnt binnenkort een boekje. De gemeente Rheden heeft 20 jaar geleden voor de jeugd een herinneringsboekje laten samenstellen waarin vooral de bevrijding centraal staat. Het boekwerkje is trouwens  ook in de bibliotheek in te zien.

Tijdens mijn medewerking aan bovengenoemd boekje kreeg ik een historische scriptie in handen van dhr. Jan Bouw uit Doetinchem, getiteld  "Het verzet in de gemeente Rheden".
Over het verzet in de gemeente Rheden is merkwaardig genoeg betrekkelijk weinig bekend. In de archieven van de gemeente is hierover praktisch niets te vinden. Daarom is de scriptie van Jan Bouw, een geboren en getogen Dierenaar erg interessant. Graag wil ik een aantal opmerkelijke gegevens van zijn onderzoek doorgeven. 
Het onderzoek van Bouw richtte zich voornamelijk op die groepen uit de samenleving waaruit veel verzetsmensen kwamen. Dat waren landelijk gezien vooral de gereformeerden en de communisten.
Op 19 april 1939 werden de Provinciale Statenverkiezingen gehouden. Bij deze verkiezingen deed natuurlijk ook de NSB mee. De uitslagen waren opmerkelijk. 
 

landelijk

gemeen-

telijk

De Steeg

Dieren

Ellecom

Rheden

Velp

               

ARP

12,6 %

11,5 %

15.3 %

12,9 %

12,8 %

 8,4 %

12,8 %

NSB

  3,8 %

  5,5 %

  4,8 %

  4,7 %

 5,5 %

10,7 %

 5,2 %

CPN

  3,2 %

  0,6 %

  0,5 %

  0,4 %

 0,3 %

 0,5 %

 1,1 %

(uit Velpsche Courant, 20 april 1939) 

Het valt op dat de ARP ongeveer op het landelijke niveau ligt. Het gemeentelijk gemiddelde van de NSB is behoorlijk hoger dan het landelijk gemiddelde. Zeer opvallend is de zeer hoge score van de NSB in het dorp Rheden nl. 10,7 % tegen 3,8 % landelijk.
Uit onderstaand verhaal zal blijken dat de gereformeerden een groot aandeel hadden in het Dierense en Velpse verzet. De stempercentages laten ook zien dat de CPN een hele kleine groep was. Daarom is er uit die groep dan ook in de gemeente Rheden geen verzetsgroep ontstaan. 
 
De Steeg / Ellecom
Van deze twee dorpen is in De Steeg het meeste actief verzet gepleegd, vooral wat betreft de onderduikersvoorziening. Een heleboel onderduikers kwamen in De Steeg terecht omdat het op de vluchtroute naar het Westen lag. Veel mannen uit het westen werden door de Duitsers tewerkgesteld  in de Duitse plaats Rees. Velen van hen konden vluchten naar de Nederlandse grens. Als ze de grens over waren, brachten verzetsmensen ze naar Giesbeek. Vandaar werden ze 's nachts met een aak overgevaren naar de Havikerwaard en vervolgens gingen ze lopend naar Van der Ley, de loco-burgemeester. Daar kregen ze eten en onderdak. De volgende nacht gingen ze verder naar de Carolinahoeve van boer Dikker. Een etmaal later vervolgden ze hun vlucht naar het westen door de Imbos naar Hoenderlo. De vluchtweg was aangegeven door pijlen op de bomen.
Op de afdeling bevolking van het gemeentehuis zat Berend Straalman. Hij was de man die zorgde dat er persoonsbewijzen en distributiestamkaarten voor de onderduikers "gemaakt" werden. Koerierster Truus van Bussel zorgde voor de verspreiding van bonkaarten. Hoofdagent Baauw uit Rheden was ook iemand die voor bonnen en bonkaarten zorgde voor veel onderduikers.
In de Fraterwaard was de boerderij van Ja n Frederiks dooe zijn eenzame ligging een waar paradijs voor onderduikers. Ook was er een verzetsgroep gehuisvest. Nadat eind 1944 enkele arrestaties in de omgeving hadden plaatsgevonden, vertrok de verzetsgroep. Op 2 januari werd Frederiks gearresteerd en op 8 maart bij de Woeste Hoeve doodgeschoten.
Vanaf 1944 begonnen zich ook geallieerde militairen te melden bij de familie van Bussel. In totaal zijn er ca. 10 geallieerde militairen door hen verder geholpen. 
Dieren
Al heel vroeg begon het verzet in Dieren. De bekende Ds. Frits Slomp benaderde in de herfst van 1940 zijn gereformeerde collega Ds. Plantagie om in Dieren een LO -afdeling op te zetten. In deze afdeling was Juut Reinders de contactpersoon.
De afdeling kwam vooral aan geld doordat er in de gereformeerde kerk regelmatig werd gecollecteerd  "voor bijzondere nooden" . Nadat Ds. Plantagie op 21-1-1944 werd gearresteerd  durfde de kerkeraad deze collectes niet meer te houden. Ds. Plantagie heeft Dachau niet overleefd.
Ook de Dierense L.O.- medewerker H.Wolff  werd op 22 juni 1944 opgepakt en stierf 7 februari 1945 in het concentratiekamp Natzweiler.
Als de LO-afdeling in nood zat kon zij ook altijd aankloppen bij Marius Breukink, directeur van de Gazelle. In totaal zijn er ca. 300 onderduikers geholpen.
Daaronder zat o.a. Paul de Groot, de leider van de CPN. Hij moest  in 1942  vluchten uit Zutphen en kwam in Dieren terecht. De LO-afdeling werd ook goed geholpen door A.M.J.Ackerstaff van drukkerij Mercurius. Op deze drukkerij, die gelegen was op de hoek Hogestraat- Zutphensestraatweg, werden allerlei vergunningen en verordeningen gedrukt die de plaatselijke LO goed kon gebruiken.
In februari 1944 vonden de Duitsers het "veiliger" dat het bevolkingsregister van Rheden overgebracht werd naar de kluizen van de Middenstandsbank van Apeldoorn. Op een regenachtige dag in februari werd het bevolkingsregister weggebracht in de vrachtauto van Hazelaar uit Ellecom. Toen om 9.45 uur de auto de Eerbeekse brug  passeerde sprongen drie "politieagenten " op de weg en lieten de auto stoppen. De begeleiders werden bedwelmd met chloroform. Later op de dag werd het bevolkingsregister op het oude kerkhof van Halle verbrand teruggevonden. Wie de "drie politieagenten'" zijn geweest, daarover zijn de meningen verdeeld.
De bekendste verzetsheld is natuurlijk Theo Dobbe. Hij was één van de leiders van de LKP. Hij werd op 5 september 1944, Dolle Dinsdag, gearresteerd door de Duitsers bij een poging om een landverrader te liquideren. Hij werd gevangengezet op Avegoor en verhoord onder verschrikkelijke mishandelingen. Hij werd naar het Hof te Dieren gebracht, waar de executie zou plaatsvinden. Vlak voor zijn fusillade overhandigde Dobbe het afscheidsbriefje, dat hij nog mocht schrijven, aan zijn bewaker. Tijdens het overhandigen gaf hij de Duitser een oplawaai en trachtte de revolver van de bewaker te grijpen, maar tijd om te schieten krijgt hij niet meer : twee andere SD-bwakers vuren meteen op Dobbe, die dodelijk getroffen neer valt. Op die plaats wordt Dobbe ook begraven  Dobbe en zijn familie zaten ondergedoken fam. Burger-Koens in Velp. In het Hof te Dieren is vorig jaar op de sterfdag van Dobbe een monument onthuld. 
Rheden
In het boekje "Oorlog, Vervolging en Verzet" schrijft J.O.Hagen een hoofdstuk over het verzet in het dorp Rheden.
In Rheden was het verzet nogal individueel van karakter. De man waar alles om draaide was dokter Beumer. Naast het feit dat hij zijn medische kennis gebruikte t.b.v. van Franse piloten en onderduikers, verstrekte hij veel doktersverklaringen waarin gezonde Rhedenaren totaal ongeschikt verklaard werden voor het werken in Duitsland. Hij was verder de centrale figuur voor het onderbrengen en de verzorging van onderduikers.
Zo bracht hij bij caféhouder Bandel van het latere "Café Woerts" enkele Joodse kinderen onder, die daar tijdens de oorlog ondergedoken hebben gezeten. Bonkaarten kwamen via Willem v. Zwet van het distributiekantoor en agent Baauw verdeelde de bonnen over de onderduikadressen.
Maar de onderduikers moesten ook valse papieren hebben. Ambtenaar Henk Hermsen die was opgepakt omdat hij de verplichte graafwerkzaamheden probeerde te ontduiken, was te werk gesteld op vliegveld Deelen op het bureau van de Duitse commandant. Daar kon Hermsen stempels meenemen, die hij bracht bij dokter Beumer. Die liet er snel een duplicaat van maken en de volgende dag kon Henk de originele stempels weer terugleggen op het bureau.
De groep Albrecht is ook actief geweest in Rheden. Op de Anhemsestraatweg in een huisje vlak naast de ingang van de Valkenberg waar de Wehrmacht was gestationeerd zaten drie mannen van Albrecht.
Deze oud-militairen verbleven, volgens "officiële" papieren als evacuées in Rheden. Op de fiets verkenden zij de omgeving en maakten daar rapporten van. De gegevens werden met behulp van zendapparatuur doorgeseind naar Londen.
Een belangrijke vorm van verzet was de staking bij De Meteoor en bij Thomassen. Deze staking was een onderdeel van de bekende landelijke april/meistaking uit 1943. Drie mensen werden gearresteerd en naar kamp Vught gebracht. Nadat men op 3 mei het werk weer hervatte, werden door de SD weer drie mannen gearresteerd. Het waren Pessink en Tjalkens uit Velp en Versteeg uit Arnhem. Zij werden de volgende dag in Arnhem gefusilleerd. 
Velp
Het verzetswerk in Velp is eind 1941 begonnen. Er waren aanvankelijk diverse los van elkaar werkende groepen. Zo was er een OD-groep (Orde Dienst) die zich bezig hield met het verzamelen van wapens. Een andere groep was de groep rond pastoor Schaars. Zij vormde o.a. een schakel in de zogenaamde "Riverline". Ontvluchte Franse krijgsgevangenen en piloten kwamen vanuit Duitsland
naar Velp en werden vandaar verder geholpen. De groep, die een sterk katholieke achtergrond had, werd in 1943 opgerold. Pastoor Schaars en Ds. Oskamp kwamen in Dachau terecht. Pater Campman overleefde Bergen-Belsen niet. Later is een deel van deze groep opgegaan in de LO-groep, die over het algemeen uit gereformeerden bestond. Daarvan was Dr. Oostenbrink de spil waar veel om draaide. Onder zijn leiding werd er vergaderd en werden de onderduikadressen aangewezen. Later werd hij opgevolgd door Johan van Keulen, een beroepsmilitair die in Velp was ondergedoken. Voor de onderduikhulp hadden zij goede contacten met het distributiekantoor via Monsma en F. Kunst, directeur Sociale Zaken. Zij kregen van Willem van Zwet van het distributiekantoor de bonkaarten. De SD kreeg echter lucht van de zaak en Johan van Keulen  kreeg een tip dat de SD hem wilde arresteren. Hij week uit naar een ander onderduikadres in Arnhem. Aart den Hartog, zijn "pleegvader" in Velp werd gearresteerd omdat hij een "terrorist" onderdak had verleend.
De volgende dag werden de LO-medewerkers Hendrik de Lange, F.Kunst en P. Zuidgeest gearresteerd. Zij werden getransporteerd naar Neuengamme. Alleen Kunst keerde na de oorlog terug.
Den Hartog
werd 14 juli 1944 gearresteerd en stierf 7 januari 1945 in Neuengamme. De LO-medewerker Willem Bosman werkte o.a. ook voor "Trouw". Hij werd 7-7-1944 gearresteerd en stierf op 19 dec. 1944 in Neuengamme.
Toen Arnhem in 1944 frontgebied werd, moesten 600 onderduikers verzorgd worden. Later werd zelfs Velp tot frontgebied verklaard en dat betekende dat iedereen die zich op straat vertoonde een vergunning moest hebben om zich in het frontgebied te mogen ophouden. Ondanks de strenge controle van de Duitsers zagen de drukkers van de Middenstandsdrukkerij aan de Oranjestraat toch kans Ausweise achterover te drukken voor de LO.
De LO-Velp ging in september 1944 op in de BS.(Binnenlandse Strijdkrachten). Dit heeft in het begin nogal moeilijkheden opgeleverd. Dat kwam vooral omdat de staf van de BS was samengesteld uit personen die niet uit Velp kwamen en van de plaatselijke situatie niet veel afwisten.
Naast de LO-groep was er de groep "Oranjevrijbuiters".  Hun belangrijkste man was de student Geert Lubberhuizen, na de oorlog uitgever van de Bezige Bij. Hij was in 1941 ondergedoken bij fam. v.d..Brink en organiseerde een vluchtlijn voor Joden naar Vierhouten.
Een plaats waar ontzettend veel gebeurde was de boerderij van Paul Roelofsen aan de Graaf Ottostraat. Daar vergaderde regelmatig De LO en de LKP-top. In de boerderij waren veel wapens verstopt en er werden allerlei
papieren vervalst. Paul Roelofsen en zijn maat Jan Koens hadden ook goede contacten met de SD. Dit contact leverde veel inlichtingen op die aan de verzetsgroepen werden doorgegeven. Toch kreeg de Gestapo, die op de "Kleiberg" zat, argwaan. Roelofsen werd op 11 december 1944 gearresteerd en in de kelder van de "Kleiberg" opgesloten. Hij werd tijdens de verhoren zwaar mishandeld. Het lukte Roelofsen na een maaltijd een eetlepel achter te houden. Na lang slijpen kon hij van de steel een soort schroevedraaier maken waarmee hij de schroeven uit de balken, die voor het kelderraam zaten, kon losdraaien en zo ontsnappen. 
De conclusie is dat er in de gemeente Rheden diverse vormen van verzet zijn geweest. Vrijwel zeker is dat Ds. Plantagie uit Dieren als eerste is begonnen met actief verzet. Voorts kan geconcludeerd worden dat vooral in Dieren de gereformeerden actief zijn geweest, terwijl in Velp naast de gereformeerden ook katholieken actief waren betrokken in het verzetswerk. In Velp is het meeste verzet gepleegd. Een verklaring kan zijn dat Velp het grootste dorp was. Maar bovendien lag Velp dicht bij het front.
In Rheden is door de bewoners relatief weinig georganiseerd verzet gepleegd. Doordat er veel NSB'ers woonden was de kans op verraad  waarschijnlijk erg groot.
Natuurlijk is er nog meer te vertellen over het verzet in onze gemeente. Wilt u meer weten dan raad ik u aan het boekje "Oorlog, Vervolging en Verzet"  of de artikelen van J.O.Hagen te lezen, die destijds in het Dierens-Rhedens Weekblad zijn verschenen onder de titel "Sta een ogenblik stil..." Wellicht worden die nog eens een keer gebundeld. 
Ook in 2015,na zeventig jaren, is het nog steeds waard om stil te staan bij de jaren van de Tweede Wereldoorlog en op 4 mei de verzetsmensen uit onze gemeente te herdenken die zijn omgekomen.
 
W.van Giessen.
voorz.
Uit Thomassen Nieuwsbrief no 60



Uit "Zo lang wij leven" van Rien Snijders en Harry van Wijnen - Fragmenten uit de verzetsgeschiedenis van de Veluwezoom,

  1. DE MOORD OP HOOFDAGENT BAAUW
  2. THEODORUS DOBBE
  3. PAUL ROELOFSEN
  4. CORNELIS BORSTLAP

Gegevens Tinus Enserink

Het verzet in de gemeente Rheden - Jan Bouw
  1. Het verzet in De Steeg-Ellecom
  2. Het Verzet in Dieren/Laag-Soeren/Spankeren
  3. Het Verzet in Rheden
  4. Het Verzet in Velp
Het verhaal van de Dorpsdokter
  1. BEUMERBANK
  2. SCHIJN EN WERKELIJKHEID
  3. BEUMERPLANTSOEl
Boek J.O.v.d.Wal : Slachtoffers van de Rozendaalse Emmapyramidel
  • Verzet ambtenaren  : Benieuwd naar mijn vader
 Artikel Regiobode
De echte ondergrondse is altijd ondergronds gebleven’ 

Herinneringen aan Rheden, 40 – 45 door C.C.A. Beumer

Het verhaal van mijn vader


Ambt en Heerlijkheid  nr. 147 mei 2005

- Vreugde en diepe droefenis  op 16 april 1945 in Velp - Hans Roelofs

- Oorlog aan de Veluwezoom, door Wen

-Het verzet in Dieren en omgeving
 
























Subpagina''s (22): Alle weergeven
ĉ
Wim van Giessen,
26 okt. 2016 12:57
Comments