Gedenkmonument 16 april


Onthulling gedenkmonument  

Op 16 april a.s. vond de onthulling plaats van een gedenksteen met plaquette.

Die werd onthuld ter herinnering aan de 3 moedige Rhedense families die tijdens de Tweede Wereldoorlog 9 Joodse kinderen in hun huizen schuilhielden:


Familie Bandel-Liet

Familie Peppelman-Liet

Familie Zweers-Liet

Tevens verscheen er een herinneringsboek :

Herinneringen aan de bevrijding van Rheden, 16 april 1945".

Deze middag werd georganiseerd door Comité 4 en 5 mei Rheden in samenwerking met Oranjevereniging “ Rheden voor Oranje” en Rhedens Dorpsbelang

Comité 4 en 5 mei Rheden

Persbericht

Rheden viert weer op 16 april de bevrijding van Rheden.

Dit jaar is het 65 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. Het is dan dus een lustrumjaar. Daarom wil het Comité 4 en 5 mei Rheden iets bijzonders doen. We zijn op zoek gegaan naar de 9 onderduikertjes die genoemd worden in de verhalen die Ot Hagen heeft geschreven in de krant in de zestiger jaren. Waar zijn ze gebleven? Wat is er van hen geworden. Het Comité 4 en 5 mei Rheden is op onderzoek uitgegaan. Zes van de negen hebben we opgespoord.Daar kregen we via email contact mee in Israël , de Verenigde Staten en in Nederland.

De inwoners van Rheden weten niet meer wat er zich in Rheden in 1940-1945 heeft afgespeeld.

Rheden komt soms negatief over als het gaat om hun houding van veel Rhedenaren t.o.v. de bezetters Daarom willen we op 16 april a.s. een gedenksteen onthullen voor die 3 families die met inzet van eigen leven en vaak ook dat van hun huisgenoten, tijdens de Tweede Wereldoorlog Joodse medeburgers probeerden te redden.
Deze 3 families
hebben destijds een Yad Vashem onderscheiding gekregen. Namens het hele Joodse volk, kregen zij de eer die hun toekomt, door hen de eretitel "Rechtvaardigen onder de Volkeren" toe te kennen. Van de 9 Joodse onderduikertjes komen er op 16 april zes naar Rheden om nogmaals bij deze gedenksteen hun redders te eren.
Ook hebben zij meegewerkt aan een boek dat op 16 april ook uitkomt. Daarin gaat het over de bevrijding van Rheden maar ook over de herinneringen van de onderduikers in de periode 1942 -1945.
De verhalen over  de fam. Peppelman-Liet , Bandel-Liet  en Zweers-Liet liggen nu vast in een boek, getiteld " Herinneringen aan de Bevrijding van Rheden, 16 april 1945"
Op 16 april 2010 zullen Steen en boekje onthuld worden. We hopen dat voortaan 16 april weer een bijzondere dag wordt. Net zoals dit ook het geval is in Velp en Dieren. Volgend jaar willen we ook de scholen bij de Bevrijdingsdag van Rheden betrekken.
We zijn de volgende personen en instanties bijzonder erkentelijk om het mogelijk te maken een gedenksteen op te richten en een herinneringboek uit te geven

  • Het gemeentebestuur en de medewerkers van de gemeentewerf, voor het beschikbaar stellen van de steen en de locatie.
  • Steenhouwerij Speklé uit Velp voor gratis maken en beschikbaarstellen van de plaquette
  • William v.d.Spreng voor het (bijna)gratis vervoer van de steen.
  • firma Hesse voor het drukken van het boek "Herinneringen aan de bevrijding van Rheden", een uitgave van het Comité 4 en 5 mei Rheden.
  • Kees Beumer voor het opschrijven en het beschikbaarstellen van de herinneringen aan het werk van zijn vader, huisarts dokter Beumer in de de 2e Wereldoorlog .
  • De medewerking en sponsoring van Oranjevereniging "Rheden voor Oranje" en belangenvereniging "Rhedens Dorpsbelang.


 

Het wonder bij de Rhedens bevrijding 

Otto Hagen

Als u langs ,,Zaal Woerts” komt kunt u het zich misschien even voorstellen. Een dolle menigte dorpsbewoners heeft zojuist de eerste bevrijders begroet, want het is 16 april ‘45 in de morgenuren. Het hele plein om de Rhedense Leeuw staat bomvol en overal hangen de vlaggen uit. Heel voorzichtig manoeuvreren de Canadese jeeps en tanks tussen die uitzinnige mensen door en overal hangen de vlaggen uit! Het wordt huilen, lachen en jubelen tegelijk. Grote kerels vallen in tranen de bevrijders om bun nek; chaotische taferelen -spelen zich af nu uit alle boeken en gaten onderduikers boven water komen. Maar dan ini eens wordt het stil, heel. stil daar aan de Worth-Rhedenseweg. Langzaan is de voordeur open gegaan en komen Tinus Bandel en zijn vrouw naar buiten met 4 jongetjes. Wasbleke snuitjes hebben ze waarop zeker jarenlang geen zonnestraaltje geschenen heeft. Nu knipperen hun oogjes in het bevrijdingszonnetje. Wereldvreemd kijken ze rond: in jaren moeten ze niet buiten geweest zijn. Langzaam vormen de Rhedenaren een kring om dit ongelofelijke tafereeltje; zelfs de Canadese tanks moeten daar nu wel stoppen.“Wat zeg je me nou”? Vier Joodse kinderen drie jaar lang verborgen gehouden? Bij Tinus Bandel op zolder? En die kon nog wel zo mooi met de moffen aanpappen. Maar hij kon ze ook in zijn eigen café belazeren waar ze zelf bij waren. Ik woon hier vlak naast maar, dit hebben we nooit geweten”. 

De heer J. Bandel: ,,Ja, ik heb geweldige ouders gehad. Een betere moeder kun je je niet wensen en mijn vader is een formidabele kerel geweest. Nu, 45 jaar later, kan ik daarvan nog stil worden. En we hebben werkelijk genoeg beleefd.Ook ik moest in Duitsland gaan werken, maar ben door honger en bombardementen teruggegaan, evenals andere Rhedenaren. Maar op 17 augustus ‘44 stond de SD in het holst van de nacht voor de deur. Beumer uit de Smidsweg, bekend ais Han, hoorde ze komen en kon nog juist door de tuinen naar de Apollostraat ontkomen. Tot 16 april is hij het dorp door gezworven, van het ene onderduikadres naar het andere. Maar Kees van Minkelen, Kees Welbie, Gerrit Dorland en Kees v.d. Spreng bebben geen enkele kans gehad in die nacht, voor altijd vrouw en kinderen acbterlatend. Mijn zuster Truus had kans gezien om indertijd de kleine Leo van Geldern bij een tante in Renswoude onder te brengen; bij ons thuis blijven, leek ons te gevaarlijk. En daardoor dachten we toch tenminste iéts gedaan te hebben .Maar mijn zuster Dien was begin ‘42 in Velp in betrekking. Bij die mensen logeerde al een hele. tijd een jongetje; maar dat moest ineens weg. Het leek erg raar maar Dien zocht er niks achter. Tot ze na een paar dagen in doodsangst bekende dat het een joods jongetje was; door verraad moést het kind weg, maar waarheen? Met dat treurige verhaal kwam Dien tbuis; en zo is het begannen. Na dat eerste kereltje kwamen zijn broertje en nog twee anderen. Alleen mijn a.s. zwagersr Gijs en Wim wisten ervan. En natuurlijk dokter Beumer. Zelfs voor het geval dat ze ooit geopereerd zouden moeten worden was het Velpse Ziekenhuis al ingelicht. Zonder naamsvermelding zou ook dat vlekkeloos kunnen verlopen. Gijs maakte in de houten wand achter een bed een luik en de loze ruimte daar achter was bij huiszoeking groot genoeg voor de kinderen. Luik dicht, bed ervoor en... klaar. Maar toen ben ik uit. Duitsland thuisgekomen: nog een onderduiker erbij dus.

En dat hebben we geweten ! In die augustusnacbt stond ineens de SD op de deur te slaan. Mijn vader teutte zo lang mogelijk maar moest tenslotte tocb opendoen.

Schreeuwend en scheldend stormden ze naar binnen, een typisch Hitler-visitekaartje ,,Wir suchen deinen Sohn. Schnell, Mann,schnelll”

Nu is mijn vader nooit ergens bang voor geweest en voor Duitsers helemaal niet. Hij kon hun grote bekken goed aan en zei dat ik juist wél in Duitsland was en dat ze een hele leuke fooi konden verdienen als ze mij ongedeerd hier thuis wilden afleveren. Een nieuwe scheldkanonnade was het gevolg maar mijn vader schreeuwde terug zodat we boven alles konden verstaan . Maar dat geklets begon de Moffen ongeduldig te maken.: "Durchsuchung". Vader liet hen boven meteen "de" kamer zien. Eén van mijn zussen was het tweepersoonsbed uitgegaan en in mijn bed gekropen want dat was beslapen en daardoor warm. Al met al hing het leven van ons allen niet eens meer aan een zijden draadje.Toen ze het hele huis grondig doorzocht hadden gingen ze vloekend en tierend weg maar mijn vader maakte ze toch nog eens attent op die leuke fooi. Verder hebben we bet met ons vijven aardig benauwd gehad in die kleine schuilplaats.

In september ‘44 kregen we evacués uit Amhem, maar we waren toen al zo veel gewend dat daardoor geen moeilijkheden ontstonden. De ellende begon pas goed toen er 15 Duitsers kwamen die de evacués er uit werkten en zelf bun intrek namen, beneden en boyen, waar de kinderen zaten. In doodsangst zaten we, elk ogenblik kon bet fout gaan. En toen die Duitsers eindelijk ophoepelden kwamen er weer anderen. Op een keer bidden die een bespreking die zó geheim was dat de huisgenoten zo lang naar buiten moesten. Op het laatst wilden ze ons helemaal uit ons eigen huis zetten tenzij we voor 40 man wilden koken en dat hebben we maar gedaan. Assistentie kwam er van een Duitse kok maar toen kregen we de kans om hen te bestelen en dat gebeurde zo grondig dat de buren er van konden meedelen. Maar drie jaar lang vier kereltjes, die geen bonkaarten hadden te eten geven, dat is een hele kluif geweest. Een boer uit Keppel heeft vader daarmee geweldig geholpen. 

In april trokken de Duitsers eindelijk weg maar toen kwamen we hier onder Canadees granaatvuur te liggen en moesten met de kinderen de kelder in. Tot overmaat van ramp kwam er nog een grote groep Giesbeekse evancué’s bij. Die waren in de frontlinie terechtgekomen en in roeibootjes over de IJssel hierheen gevlucht. Radeloos van angst waren we omdat het bestaan van die kinderen nu bekend kon worden en zelfs Duitsers elk ogenblik konden terugkomen; dat is wel vaker gebeurd.Na al die verschrikkelijke dagen hoorden we dus op die 16e april dat de Canadezen in Worth- Rheden waren. Daar ben ik meteen heen gefietst en jawel hoor, ik zag er één door de wei lopen en dat was genoeg. Nou dienpaar uren maakte ons toen ook niks meer  Hoe we die vier kereltjes drie jaar lang boven bezig hebben gehouden? Hardop praten, gewoon lopen enz. mochten ze niet eens. Mijn moeder bracht hun van alles bij: karnen, bonen afhalen, aardappelen schillen, tot sokken stoppen toe. En de oudste heeft steeds zijn best gedaan om de anderen zoveel mogelijk te leren. Af en toe kwam dokter Beumer naar hen kijken maar ze zijn gelukkig nooit ziek geweest. Ook Dien en Truus hebben hen geweldig verzorgd. Eigenlijk hebben die kinderen hier drie moeders gehad. Bij onze tante, de familie Peppelman aan de Steenbakkersweg hebben drie kinderen ook drie jaar gezeten. . ..” 

Zeven kinderen, verdoemd door de nazi’s, zijn op 16 april 1945 behouden en wel aan het zo zwaar beproefde joodse yolk teruggegeven.

Uit handen van de lsraëliscbe ambassadeur hebben de families Bandel en Peppelman





VERBORGEN IN VELP

Nooit vertelde verhalen over moed,verzet en onderduikers 1940-1945

Gety Hengeveld – de Jong (Stichting Velp voor Oranje)

 

De heer en mevrouw Heiman en Sophie van Geldern-Cohen (resp.44 en 41 jaar in 1940 wonen met hun kinderen Nettie (14) en  Leo (7) in de Groenestraat in Rheden. Ze hebben daar een goedlopende textielin­kel met de naam De Mag­neet. Nettie fietst dagelijks naar de HBS in Arnhem, Leo zit op de lagere school in Rheden. Mevrouw van Geldern en dochter Nettie wonen vanaf begin 1943 ondergedoken op Rozendaalselaan  51 in Velp.

 De heer Leo van Geldern vertelt in 2011 onderstaand verhaal.

In een overvalwagen

Waarschijnlijk waren we het enige Joodse gezin in het dorp Rheden. We merkten pas echt dat we anders waren, toen Nettie en ik vanaf septem­ber 1941 niet  naar school mochten. Maar verder leefden wij in ons dorp redelijk beschermd.

Dat dachten wij althans.

Het was vrijdag 8 oldober 1941.

Om 12.30 uur stonden er drie mannen in de winkel: een ons bekende Velpse politieman en twee Duitse militairen. De Velpenaar deed het woord. Ze moesten mijn vader meenemen naar het bureau. Nee, hij hoefde geen spullen te pakken, hij zou 's avonds weer thuis zijn.

Later realiseerden we ons dat mijn vader had kunnen vluchten door de achtertuin. Maar dan waren mijn moeder en 11 natuurlijk opgepakt. Mijn moeder begreep meteen dat mijn vader nooit meer terug zou komen. Na ruim een week kregen we bericht dat hij op 16 oktober in concentratiekamp Mauthausen was omgekomen.

Enkele maanden later, begin 1942, moest mijn moeder op last van de Duitsers de winkel leegverkopen. Die 'oprulming' duurde tot de herfst. Toen werd mijn moeder ziek. Dokter Beumer,onze huisarts,zorgde ervoor dat ze kon worden geopereerd in het Velpse ziekenhuis. Hoe ze daar is gebracht, weet ik niet meer. lemand vertelde later dat ze stiekem vervoerd zou zijn in een lijk­koets van Stalhouderij Van Middelkoop uit Velp. Feit is, dat het Velpse ziekenhuis meteen ook, een soort onderduik­adres was. Daar zorg­den ze goed voor haar.

Bij ons thuis kwam s nachts iemand uit de buurt slapen. Daardoor voelden mijn zusje en ik ons enigszins veilig.ledere dag bezochten we mijn moeder in Velp. Openbaar vervoer was verboden voor jo­den. Maar ik had geluk­kig een grote autoped.

Daarna herinner ik me, hoe ik, achterop de fiets zat bij de Rhedense politieman Baauw . Pas heel veel later heb ik me gerealiseerd hoe riskant en moedig dat gedrag van Baauw was. Hij bracht me naar een onderdulkadres in Velp. Ik werd vriendelijk opgenomen in het huis van de familie Van den Brink aan de Stalen Enk nummer 7 (nu 21). (Zie verhaal Stalen Enk - Van den Brink) Het was een soort doorgangshuis voor joodse onderduikers. Ik zat er tegelijk met de heer en mevrouw Gompes. Die zijn later in het `Verscholen dorp' in  Vierhouten omgekomen.

Mijn moeder en zusje, zo bleek later, verhuisden in diezelfde tijd –begin 1943 – naar een villa aan de Rozendaalse­laan in Velp. Mevrouw jonkers, weduwe van een predikant in Lathum, woonde daar met een aantal dochters. Die meis­jes waren ongeveer net zo oud als mijn zusje Nettie. Ook haar Dierense vrien­dinnetje Sara Levie was daar onderge­doken. Een jonge man, die geregeld op bezoek kwam in huize Jonkers en een beetje verliefd was op Nettie, bezorgde onze briefjes vice versa.

Na ongeveer twee weken, begin januari 1943, begon voor mij een gewel­dig avontuur', zegt Leo van Geldern. Volgens de familie Rougoor is hij in die periode ook een paar dagen bij hen op Jeruzalem in Velp geweest.

(Zie verhaal jeruzalem - Rougoor). En mevrouw Truus Liet-Bandel vertelt in 2010  dat zij Leo heeft opgehaald op een adres aan de Ringallee.

`Waar dan ook,,Truus (Bandel) haalde mij op, dat weet zeker. En we gingen samen op reis met de tram en de trein. Zonder ster - Joden mochten immers niet meer reizen - en met een bivakmuts op en een paar schaatsen om m'n nek vertrokken we naar Renswoude. Daar stond kennelijl,, een fiets klaar, want het laatste stukje zat ik achterop de fiets bij Truus, dat herinner ik me heel goed.'

´in Renswoude heb ik mijn tweede thuis gevonden.Tante Truus (de tante van de eerdere Truus) en oom Evert Zweers-Liet waren kinderloos en ze hebben mij en nog een Joods jongetje, Gunther Ermann (8), behandeld en verzorgd als hun eigen kinderen.

Hoewel we hete dagen op zolder en soms in een uitgegraven hol onder de betonnen vloer van de schuur verscholen moesten zitten en alleen 's avonds beneden mochten komen, verzonnen tante Truus en oom Evert steeds weer lets nieuws om ons op te vrolijken: achter een opgehangen laken op het balkon even in de zon zitten of bij maanlicht schaatsen op het naastgelegen kanaal.

Tot m'n 22ste ben ik bij hen gebleven.

`Mijn moeder en zusje leken het goed te hebben in Velp. Ze bivakkeer­den op de zolder van de ruime villa aan de Rozendaalselaan nr.51. ­Maar toen werden ze opgepakt. Verraden. Door wie?

Twee Duitsers en een Velpenaar hebben hen en Sara Levie in een over­valwagen weggevoerd.'Mevrouw Sophie van Ditzhuyzen-Jonkers, een van de dochters, vertelt in 2010:

`Huisarts Bolder Van der Willigen was een huisvriend. Hij heeft mijn moeder gevraagd om mevrouw Van Geldern en Nettie bij ons in huis te nemen. jullie zijn ook donker', zei hij, 'dan valt het niet zo op.' Begin augustus1943  kwamen mijn moeder en ik lopend uit Lathum, waar we eten hadden gehaald bij boeren. Op de Rozendaalselaan zei mijn moeder: 'Gut, een overvalwagen.'

Van de buren hoorden we wat er was gebeurd. Mevrouw van Geldern heeft de Velpenaar op haar knieen gesmeekt om hen te sparen.

Leo van Geldern : Ik koester de briefjes van mijn moeder en zusje geschreven in kamp Westerbork als de laatste tastbare en dus kostbaarste herinneringen aan hen.

Op 3 september 1943 een maand na hun arrestatie in Velp, zijn ze in Auschwitz vermoord.

Sara en haar broer Louis Levie - later directeur van het Amsterdams Historisch Museum en Rijksmuseum Amsterdam -  overleefden concentratiekamp Westerbork. Hun ouders stierven in april 1945 aan tyfus bij Trobitz. (Zie verhaal - Verloren transport.)   

in1974 namen ze op een van hun reizen naar Israel zijn pleegouders uit Renswoude mee. Daar kreeg het echtpaar Zweers-Liet de prestigieuze Yad Vashem-onderscheiding en daar hebben ze samen een boom geplant in de Laan der Rechtvaardigen.n 1995 heeft het echtpaar Van Geldern-Brunt als postuum eerbetoon aan mevrouw Jonkers uit Velp, ook voor haar een boom laten planten in de Laan der Rechtvaardigen.

`Als dank voor haar moed om mijn moeder en zusje en ook, Sara Levie in haar huis te verbergen.

De laan der Rechtvaardigen memoreert de namen van moedige burgers die hun levee waagden voor de joodse medemens.

 


 

I

Comments