Bevrijding dorp Rheden

Hans

Uit het boek


"Herinneringen aan de bevrijding van Rheden, 16 april 1945,"

een uitgave van het Comité 4 en 5 mei Rheden e.o.



1. De bevrijding van Rheden

Ik vermoed dat velen de dag van onze bevrijding nog kunnen herinneren al was het de dag van gisteren. Een belangrijke dag voor onze gemeente, want na 5 oorlogsjaren konden we eindelijk de vlag weer uitsteken en klonk het “Wilhelmus” weer uit vele monden.

5 Jaren oorlog, jaren van spanning, vervolging,  ellende en verdriet.

Op de 10e mei 1940, in de vroege ochtend, vielen de Duitsers ons landje binnen. Ons Nederland dat toch neutraal was. Maar Hitler had daar blijkbaar geen boodschap aan en op die zelfde ochtend reden de Duitse troepen al door Rheden. Ach, in het begin viel het wel mee, maar de bezetter trad steeds harder op, Joden werden uit hun huizen gehaald en naar de concentratiekampen gestuurd en een ieder die tegen was, werd vervolgd. Mensen doken onder en het verzet tegen de bezetter groeide.

Het begin van onze bevrijding begon met de Operatie Overlord, de codenaam voor de invasie door de westerse geallieerden in het door Duitsland bezette West-Europa.

Operatie Overlord begon op 6 juni 1944 en eindigde op 25 augustus van dat jaar bij de bevrijding van Parijs. In december daarvoor werd generaal Eisenhower benoemd tot opperbevelhebber van de geallieerde invasiestrijdkrachten.

In januari 1944 volgde de benoeming van generaal Montgomery als bevelhebber van de grondstrijdkrachten.

 

Dwight D. Eisenhower   http://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/e/e4/Bernard_Law_Montgomery.jpg/200px-Bernard_Law_Montgomery.jpg

    Dwight D. Eisenhower (1890-1969        Bernard Montgomery (1887- 1976)

 

Voor de meesten  is de operatie “Overlord” bekend onder de naam D-day, de landingen op Gold Beach, Sword Beach, Juno Beach, Omaha Beach en Utah Beach. Nu ga ik hier niet verder op in want het is een verhaal apart, wel wil ik nog vermelden dat voor onze bevrijding alleen al bij Normandiё 125.000 Amerikanen, het Verenigd Koninkrijk en Canada 83.000 en Frankrijk 17.500 doden en gewonden te betreuren waren. (zie De langste dag)

Toen na vier oorlogsjaren op 17 september 1944 Engelse parachutisten bij Wolfheze en omgeving landden dacht menigeen dat de oorlog voorbij was.

De operatie Market Garden werd een grote teleurstelling. De brug bij Arnhem bleek net een brug te ver te zijn. En de Hongerwinter moest nog komen. Velen lieten het leven door gebrek aan voedsel en het krijgen van ziekten.

Pas op 23 maart 1945 startte de geallieerde operatie Plunder in het gebied bij de Nederlands-Duitse grens. Een week later, op de 30e maart, bereikten soldaten behorende bij het 1e Canadese Legerkorps, waarbij ook een Britse eenheid, de beroemde Polar Bears, waren ingedeeld, de Duitse stad Emmerich.

Tekstvak:  De officiële naam van de Polar Bears luidt:  "49th West Riding Infantery Division". Het was een Britse Divisie. Een divisie die tijdens de stationering op IJsland de ijsbeer, The Polar Bear,  als divisie teken kreeg. Later werd deze divisie ingezet bij de landingen in

Normandië, vocht in Frankrijk, België, Nederland en was uiteindelijk ook betrokken bij de strijd in het (toenmalige) Nazi-Duitsland. En laten we niet vergeten dat zij o.m. Duiven, Westervoort, Arnhem Velp, Rheden en Rozendaal bevrijdden, actief waren op delen van de Veluwe en in Ede en daar nog steeds een begrip zijn, net als in de hele omgeving van deze plaats. (tekst Wikipedia)

In amfibievoertuigen waren zij overgestoken en vormden daar een bruggenhoofd waardoor geniesoldaten een noodbrug konden bouwen. Op 2 plaatsen staken zij de IJssel over. Bij Westervoort onder de codenaam Anger en bij Wilp onder de codenaam Canonshot.

 

 

 

    

                   Noodbrug bij Westervoort                                       

 

De oversteek bij Westervoort werd uitgevoerd door de Britse troepen van de 49e(West Riding) Infantery Division, bijgenaamd de Polar Nears onder aanvoering van Generaal-major. S. Rawlins.

Op 16 april 1945 trokken deze troepen de gemeente Rheden binnen en kwam het einde van 5 gruwelijke oorlogsjaren. En wie kan hier nu beter over vertellen dan de Rhedense amateurhistoricus Otto Hagen die 20 jaar geleden dit verhaal neerschreef: 

 

“Uit dankbaarheid jegens onze bevrijders mogen we er echt wel even bij stilstaan dat we al weer 45 jaar de vrijheid mogen beleven en ook, dat op deze dag van de 16e april de laatste bezetters radicaal en definitief uit onze dorpen verdreven werden.

De aprildagen daar vóór komen dan ook weer in onze herinnering terug en voor degenen die het niet meegemaakt hebben is het een stukje geschiedenis om nooit te vergeten.

De toestand was toen zo, dat de geallieerde troepen op vele plaatsen de Rijn overgetrokken waren en de Liemers reeds bezet hadden om naar Zutphen door te stoten en ook in onze buurt de IJssel over te steken. Het werd steeds spannender, vooral toen we merkten dat “ze” in Giesbeek en in Lathum waren. Vanaf de Schietberg konden we de driekleur op de Didamse toren zien wapperen. Dat in die dagen door onze bevrijders fouten zijn gemaakt, valt niet te ontkennen. Per dag kwam meerdere malen een verkenningsvliegtuigje boven ons dorp en dan begon de verschrikking steeds weer met granaatvuur vanuit Westervoort.

 


Het veerhuis afgezet met prikkeldraad en links het wachthuisje  met zicht op de IJssel

Uit overigens onjuiste inlichtingen maakten de Canadezen n.l. op dat in onze scholen nog Duitsers gelegerd waren. Behalve de Christelijke school werden daardoor ook nog enige huizen in puin geschoten, waarbij meerdere doden en gewonden te betreuren vielen. Een granaat vloog zelfs de achterkant van de winkel van de familie Elderman binnen  en ontplofte boven de kelder.

De heer Elderman werd levensgevaarlijk gewond en moest daardoor een been missen. Ook in de kelder viel een dode en gewonden. De gewonden werden verzorgd op Rhederoord, waar Dokter Beumer een “ziekenhuis” had ingericht en ook de heer Elderman kwam daar onder doktershanden."


Het kan raar lopen

Door de granaatinslag op vrijdag 13 april achter de winkel van de familie Elderman werd een vrouw die zwanger was  ernstig  verwond. Zij werd overgebracht naar Rhederoord waar zij het leven schonk aan een zoontje. Zowel moeder als kind overleden en maakten de bevrijding niet meer mee.

In het ziekenhuis lag een vrouw die alles van nabij meemaakte. Toen het kindje geboren werd en nog leefde, werd het snel gedoopt en de vrouw hierboven genoemd, werd peettante van het kindje.

Onlangs ontving ik een mailtje van een kennis uit Duiven die mij vroeg of ik in een Taizédienst mee wilde zingen. Toen ik vertelde dat ik het te druk had vanwege het schrijven van dit boek zei ze mij: “Joh, wat leuk. Mijn moeder lag rond de bevrijding in het ziekenhuis, toen Rhederoord. Er werd een zwangere vrouw binnengebracht die een kindje ter wereld bracht. Beiden zijn helaas gestorven, maar het kindje kon gelukkig nog gedoopt worden en mijn moeder werd peettante van het kindje.”
En dat krijg je dan na zo maar een mailtje te horen.

De broer van het overleden jongetje, Kees Zewald uit Arnhem die de granaatinslag overleefde, maar in korte tijd zijn opa, moeder en broertje moest missen, stuurde mij onderstaande foto van het personeel van “ziekenhuis Rhederoord” op de Bevrijdingsdag 16 april 1945.

 

Otto Hagen gaat verder:

 

"Tot onze schrik kregen de Duitsers het daarbij nog in hun vertwijfelde achterhoofd om eens een tankval te laten graven van de bosrand tot de spoorbaan, even voorbij de “Posthoorn” alsof het voortbestaan van het Duizendjarige Rijk daarmee nog enige dagen verlengd kon worden. De angst kwam er pas goed in toen we alsnog weer gedwongen werden per pont de IJssel over te steken om het laatste waanzinnige bedenksel van de bezetters uit te voeren, n.l. het in ‘t holst van de nacht aanleggen van een loopgraaf bij de panoven te Giesbeek, want een goede honderd meter verderop, achter de dijk, lagen de Tommies.

De Rhedenaren die daar waren hoeven zich waarlijk niet te schamen als ze vandaag hun kleinkinderen vertellen dat ze toen flink in de rats gezeten hebben.

Maar ze kwamen gelukkig heelhuids terug en toen eindelijk kwam de 16e april. De zon straalde aan de hemel en eigenlijk voelde je het: vandaag komen ze. En inderdaad, bij Westervoort was, onder het moordend vuur van de Duitsers, een brug geslagen en toen was elke tegenstand nutteloos: in de kortste keren was de bezetter uit Velp verdreven. Wel lagen tussen Nederhagen en De Roskam tientallen bomen “gesprängt” die daar, dwars over de weg gevallen, de doortocht moesten belemmeren. Ook de spoorbaan was goed vernield en Rheden was dus nog niet bevrijd.

Tussen genoemde punten waren voorts ettelijke landmijnen gelegd en voor de zoveelste keer leek de vrijheid ver weg.

Wie schertst onze verbazing toen omstreeks 11 uur ’s morgens een oud Rhedenaar, de heer L. Hagen met een enorme oranje bloem op zijn jas vanuit Velp zijn geboorte dorp binnenfietsen als maar roepend: “Ze komen er aan, ze komen er aan!! Velp is al bevrijd” Hij had het niet kunnen laten om via de spoorbaan tussen de schietende Duitsers en Canadezen door naar Rheden te komen om als eerste de vrijheid aan te kondigen.

Met die bomen over de Zutphense straatweg hadden de Canadezen overigens weinig moeite, want met behulp van op een tank bevestigde grijper werden deze met gemak terzijde geschoven.

 

Al heel spoedig hebben nu ook de tanks Worth-Rheden bereikt en slaan bij de Timp de Arnhemseweg in op weg naar Rheden.  Dreunend komt de eerste tank de Heug af;  de eerste tanks waren bijna potdicht en reden voorzichtig, maar op de volgende tanks zaten de van alle kanten bejubelde bevrijders. Door een omtrekkende beweging in bos en hei waren andere groepen ten noorden van de straatweg naar Rheden in opmars; zo kwamen de infanteristen vanaf Heuven over de Schietbergseweg de Groenestraat af en de intense vreugde en het eerste contact met hen waarop 5 jaar gewacht was zullen nimmermeer uit onze herinnering vervagen,

Gelukkig waren er nog maar enkele Duitsers in ons dorp en werd verder bloedvergieten voorkomen  en zo ontmoeten nu tanks en voetvolk elkaar…..bij de leeuw die trots op zijn voerstuk ligt en nu een echte bevrijding beleeft. Verwonderd ziet de stenen “dorpswachter” toe hoe gebruinde kerels aan de opgetogen Rhedense kinderen chocola uitdelen en aan de ouderen sigaretten.

Zo langzamerhand stroomt het hele dorp toe, hollend of hobbelend op de fiets met surrogaatbanden. En ook dit hoort bij het bevrijdingsritueel: als een kameleon verandert er weer en doodgewoon Gelders dorpje in één groot feesttoneel.

Maar de bevrijding was een feit! Onderduikers kwamen uit hun schuilplaatsen en oude dorpelingen moeten de bevrijders beslist met eigen ogen zien en haasten zich dan weer naar huis om….eerst het zondagse pak aan te trekken. De menigte staat nu zelfs al in de tuinen en tot bij bakker Kranenburg op de stoep.

Bij café Bandel (zaal Woerts) wordt bijna een ruit ingedrukt, want dat stukje Worth-Rhedenseweg staat tjokvol; ieder probeert in z’n uitgelatenheid nog weer boven het vrolijk geroezemoes uit te komen; wat een heerlijke herrie.

image-15

Café Bandel, later zaal Woerts

 

Dan, als bij toverslag verstomt plotseling het feestgedruis. Wat nu? Wat gebeurt er? Ja, daar gebeurt iets. De deur van het café is opengegaan, sprakeloze omstanders kunnen niet geloven wat ze zien. De uitbundigste dorpelingen houden verschrikt hun mond, vreugdekreten verstommen, een vrolijk ratelende vrouwenstem zwijgt. Iedereen zwijgt, iedereen kijkt…..en daar, op de stoep staan een vader en een moeder met 4 kinderen. De zon van de 16e beschijnt hun wasbleke snuitjes en doet hun ogen die jaren geen zon gezien hebben, knipperen; wasbleke handjes proberen het felle licht nog een beetje tegen te houden.

De sprakeloosheid van de omstanders duurt maar kort en slaat om in één hoera uit honderden kelen, waarvan een deel het Wilhelmus probeert in te zetten; anderen heffen het “Lang zullen zij leven” aan.

Ja, inderdaad. Nu bestaat er voor mensenkinderen weer een kans om lang te leven. De toeschouwers hebben er weinig fantasie voor nodig om te begrijpen dat het hier om vier4 of 3 Joodse kinderen gaat die jaren in het café verborgen moeten zijn geweest."

Ook bij de familie Peppelman aan de Steenbakkersweg  ontvouwde zich hetzelfde tafereel en verwelkomden drie kinderen het zonlicht en….de vrijheid en ook een dertigtal km verderop in Renswoude bij Geertruida Zweers-Liet en Evert Zweers wisten drie jongens aan de vervolging van de Duitsers te ontkomen.

Indertijd zijn deze drie onderduikertjes bij de fam. Peppelman , Steenbakkersweg 50 te Rheden aldaar ondergebracht door de studentenverzetsgroep "Het Utrechts Kindercomite".

 

 

Het woord is aan: WILLEM VAN RHEDEN

Bevrijding 1945

Geschreven  9 april 1970

 Over enige weken zal ons dorp een merkwaardige belevenis ondergaan, doordat o.a. actieve Groenestraatwinkeliers het mogelijk gemaakt hebben dat onze onvolprezen dierenvriend en herder, de heer  Van Limbeek, met z'n schapen , vanaf Heuven. ons dorp zal binnentrekken en ongetwijfeld zal het bezoek van de witgewolde kudde ons veel genoegen doen. We stellen ons veel voor van de herbeleving van dit aloude schaapscheerdersfeest en een vrediger tafereel kan men zich nauwe­lijks voorstellen.

Maar dorpsgenoten, het is wel eens anders geweest in onze nederzetting, die vele malen geplunderd is door al­lerlei gespuis. De eerste malen zijn het de Noormannen geweest, die ons via de IJssel kwamen opzoeken; als af­scheidsgroet staken ze doorgaans de hele zaak in brand. Vele vandalen van diverse nationaliteiten zouden, soms  enige malen per eeuw, in herhaling treden,

Ofschoon ons dorp het er van 1940-45 redelijk afgebracht heeft, zullen deze jaren bij allen, die ze meebeleefd heb­ben, wel nooit uit hun herinnering verdwijnen.

Het is niet de bedoeling om alle el­lende uit die jaren weer voor uw geest te halen, maar alleen al uit dankbaar­heid jegens onze bevrijders mogen we er echt wel even bij stilstaan dat het vandaag, 16 april 1970, precies 25 jaar geleden is dat de laatste bezetters radikaal en definitief uit onze dorpen verdreven werden.

En de aprildagen daarvóór komen dan toch weer in onze herinnering terug. De toestand was toen zo, dat de geal­lieerde troepen op vele plaatsen de Rijn overgetrokken waren en de Lie­mers reeds bezet hadden om naar Zutphen door te stoten en ook in onze buurt de IJssel over te steken. Het werd steeds spannender, vooral toen we merkten dat „ze" in Giesbeek en Lathum waren. Vanaf de Schietberg konden we de driekleur op de Didamse toren zien wapperen!  Dat in die dagen door onze bevrijders fouten zijn gemaakt, valt niet te ontkennen. Per dag kwam meerdere malen een verkenningsvliegtuigje boven ons dorp en dan begon de verschrikking steeds weer in de vorm van granaatvuur vanuit Westervoort.         

Uit overigens onjuiste inlichtingen maakten de Canadezen nl. op dat in onze scholen nog Duitsers gelegerd waren. Behalve de Chr. School (nu De Holtbanck vG) werden  daardoor ook nog enige huizen in puin geschoten, waarbij meerdere do­den en gewonden te betreuren vielen. Tot onze schrik kregen de Duitsers het daarbij nog in hun vertwijfelde achterhoofd om eens een tankval te laten graven van de bosrand tot de spoorbaan, even voorbij „De Posthoom", alsof het voortbestaan van het Duizendjarig Rijk daarmee nog enige dagen verlengd kon worden. De angst kwam er pas goed in, toen we alsnog weer gedwongen werden per pont de IJssel over te steken om het laatste waanzinnige bedenksel van de bezet­ters uit te voeren nl. het in 't holst van de nacht aanleggen van een loopgraaf bij de panoven te Giesbeek. Want een goede honderd meter verderop, achter de dijk, lagen de Tommies.

De Rhedenaren die daar met mij wa­ren, hoeven zich waarlijk niet te scha­men als ze vandaag hun kinderen ver­tellen dat ze toen flink „in de rats" gezeten hebben. Maar we kwamen heelhuids terug en toen eindelijk, kwam de 16e  april. De zon straalde aan de hemel en eigenlijk voelde je het: vandaag komen „ze". Inderdaad, bij Westervoort was onder het moor­dend vuur der Duitsers een brug ge­slagen en toen was elke tegenstand nutteloos: in de kortste keren was de bezetter uit Velp verdreven. Wel wa­ren tussen. Nederhagen en De Roskam tientallen bomen „gesprängt"  die daar­bij, dwars over de weg gevallen, de doortocht  moesten belemmeren. Ook de spoorbaan was goed vernield en Rheden was dus nog niet bevrijd. Tus­sen genoemde punten waren voorts ettelijke, landmijnen gelegd en voor de zoveelste keer scheen de vrijheid verre......

Wie schetst echter onze verbazing tóen omstreeks elf uur 's morgens een oud-Rhedenaar, de heer L. Hagen, met een enorme oranje bloem op de jas van­uit Velp z'n geboortedorp binnenfietste, alsmaar roepend: „ze komen er aan, Velp is al bevrijd!". Hij had het niet kunnen laten om via de spoor­baan tussen de schietende Duitsers en Canadezen door naar Rheden te ko­men om als éérste de vrijheid aan te kondigen.  

Met die bomen op de Zutphensestraatweg hadden de Canadezen overigens weinig moeite  want  met be­hulp van een op een tank bevestigde grijper werden de „dwarsliggers" heel lakoniek terzijde geschoven.

En toen kwamen ze écht aangereden over de Arnhemseweg; de eerste tanks waren bijna potdicht en reden voorzichtig, maar op de latere zaten de van alle kanten bejubelde bevrij­ders. Door een omtrekkende beweging in bos en hei waren andere groepen ten noorden van de straatweg naar Rheden in opmars; zo kwamen de infanteristen vanaf Heuven over de Schietbergseweg de  Groenestraat af en intense vreugde van die grandioze momenten, van het eerste kontakt met hen, op wie we 5 jaar gewacht had­den, zullen nimmer uit onze herinne­ring vervagen.

Gelukkig waren er nog maar enkele Duitsers in het dorp en werd verder bloedvergieten voorkomen. Maar de bevrijding was een  feit!       

Onderduikers kwamen uit hun schuilplaatsen en heel wat zuchten, van verademing zijn geslaakt niet m het minst door hun gastheren . Door deelname aan het verzet, tewerkstelling in het buiten­land en wegvoering-zondermeer, zouden echter ook in ons dorp meerdere inwoners nooit terugkeren... We noemen alleen nog maar de fam. .v. Geldern en de heer Kreuzen.    

Op het ogenblik dat u dit leest is het misschien zelfs precies 25 jaar gele­den dat we aldus op de avond van die 16e april in een overvolle kerk het Wilhelmus zongen, waarbij dominee Buinink ontroerd voorging in een dankdienst, een spontane uiting van een jubelend, vlaggend Rheden. Jon­gelui, misschien kunnen jullie je dit alles moeilijk voorstellen, omdat al­leen wie iets dergelijks beleefd heeft, zich het wezen, de waarde en de weelde van de VRIJHEID kan indenken.

Mogen je ouders daar dan nog eens over napraten in een tijd waarin in Nederland zoveel mag en kan en er voedsel en vrijheid volop is, terwijl er in jullie ogen toch nog zoveel aan hapert?

 

Heer Van Limbeek, wij wensen u veel voorspoed met u  en uw kudde. En hartelijk welkom in ons dorp als uw druk blatend en toch zo vredig volk­je straks eveneens vanaf Heuven door de Groenestraat Rheden binnenhuppelt.       

Willem. 

Uit: Oorlog, Vervolging en Verzet

Uit boekje  : Oorlog, Vervolging en Verzet

DE ZON VAN DE ZESTIENDE

De Rhedenaren wachten op die onvergetelijke 16e. pril 1945 al uren op hun bevrijders en staan in groepjes bij de Rhedense Leeuw alsof de verwelkoming vanzelfsprekend daar gaat geschieden. Wonderlijk genoeg zal de Grote Blijde Confrontatie inderdaad daar plaatsvinden. Tussen Velp en Worth-Rheden hebben reusachtige “schuivers” de door de Duitsers zinloos omgehakte bomen in een ommezien naast de rijbaan gedeponeerd. Nu het Duizendjarig Rijk al naar de knoppen is, terwijl het nauwelijks twaalf jaar geleden in de startblokken stond, had althans enig gevoel voor humor de Duitsers van deze dwaze vernielerij kunnen weerhouden.

Maar Krieg ist Krieg. Geef een Duitser een kist met trotyl dan zoekt hij zelf wel een rij bomen uit ‘Guck ‘mal da wie schön, es bleibt noch Sprengstoff genug übrig für die Middachter Allee!’.

Al heel spoedig hebben nu ook de tanks Worth-Rheden bereikt en slaan bij de Timp de Arnhemseweg in, op weg naar Rheden. Overal onderweg dorpelingen, die eerst nog even bang zijn, dan verbaasd en vervolgens wildblij; ze moeten allemaal even verwerken dat de bordjes verhangen zijn maar dan kent ook hún vreugde geen grenzen meer.

Dreunend komt de eerste tank de Heug af; de voorste kijkopening is maar een smalle spleet, rnaar bij elk volgend oorlogsmonster is die spleet wijder en daarna zie je de bemanning al heel duidelijk; zo verloopt een bevrijding nu eenmaal. Maar zoals in Rheden, waar in het dorp zelf geen schot gelost wordt, verloopt ze niet altijd.

De geallieerde infanterie is intussen uit bos en heide op de Schietbergseweg aangekomen en wordt vervolgens luide begroet in de Groenestraat; hier en daar komt nog Duitser tevoorschijn, blij, dat het voor hem afgelopen is. Zowaar ontmoeten nu tanks en voetvolk elkaar…. bijde Leeuw, die trots op z’n voetstuk ligt en nu een echte bevrijding beleeft. Verwonderd ziet de stenen dorpswachter toe hoe gebruinde kerels aan de opgetogen Rhedense kinderen chocola uitdelen en aan de ouderen sigaretten.

Zo langzamerhand stroomt het hele dorp toe, hollend of hobbelend op de fiets-met-de-surrogaatbanden. En ook dit hoort bij het bevrijdingsritueel: als een kameleon verandert

er wéér een doodgewoon Gelders dorpje in één groot feesttoneel; het mag na vijf veel te lange jaren weer allerwegen het rood-wit-blauw begroeten. Ook op “Ons Huis” hijst een glunderende Philip Onck de driekleur; en de menigte groeit maar aan , hier vreugdekreten, daar vreugdetranen. Wéér beseffen een paar duizend mensen wat vrijheid betekent; en zekerheid.! Vandaar dat menig inwoner tot zijn stomme verbazing bij zijn naaste buurman een onderduiker ziet opduiken: op zolder zat-ie of in de kelder, in een schuurtje of in een ondergronds hol.

Oudere dorpelingen moeten de bevrijders beslist met eigen ogen zien en haasten zich dan weer naar huis om eerst het Zondagse pak aan te trekken. De menigte staat nu zelfs al in de tuinen en tot bij bakker Kranenburg op de stoep.

Bij café Bandel ( was later Zaal Woerts) wordt bijna een ruit ingedrukt want dat stukje Worth-Rhedenseweg staat tjokvol; ieder probeert in z’n uitgelatenheid nog weer boven het vrolijk geoezemoes uit te komen; wat een heerlijke herrie …. Dan, als bij toverslag, verstomt plotseling het feestrurnoer. Wat nu? Gebeurt daar iets? JA, DAAR GEBEURT IETS

De deur van dat café is opengegaan…….. sprakeloze omstanders geloven op dat ogenblik niet eens wat ze zien; het lachten verstilt, de uitbundigste dorpenaren houden verschrikt hun mond, vreugdekreten verstommen, een vrolijk ratelende vrouwenstem zwijgt, iedereen zwijgt, iedereen kijkt……..

Daar, op de stoep, staan een oorlogs-Vader en een oorlogs-Moeder met ……..vier kinderen. De zon van de zestiende beschijnt hun wasbleke snuitjes en doet hun ongewende ogen knipperen; wasbleke handjes proberen dat felle licht een beetje tegen te houden.

De sprakeloosheid van de omstanders duurt inaar kort en slaat om in één hoera uit honderden kelen, waarvan een deel het Wilhelmus probeert in te zetten; anderen heffen het “lang zullen ze leven” aan.

Ja, inderdaad, nu bestaat er voor vier mensenkinderen weer een kans dat ze lang zullen leven; de toeschouwers hebben er weinig fantasie voor nodig om in te zien dat het hier om vier Joodse kinderen gaat, die jaren in dat huis verborgen moeten zijn geweest. En familie, vrienden en bekenden, die daar elke dag over de vloer kwamen, valt het nu op dat niemand van hen in de laatste jaren boven is geweest. Wie goed nadenkt staat perplex want dat huis heeft toch verschillende keren vol Duitsers gezeten.

Een echte oer-Rhedenaar, Reinder Jansen, kan het maar niet verwerken; hij holt naar huis: dit wordt zijn dag! In de middag is-ie terug bij het café; z’n paardje is mooier bestrikt dan vroeger op het Koninginnefeest en z ‘n wagentje is haastig met voorjaarsgroen en bloemen versierd. Z’n dochter hijst de vier bleekneusjes aan boord en daar gaat het in triomf het dorp door, straat in, straat uit

Als ze terug zijn smeert een bezorgde moeder Bandel Nivea op de kindersmoeltjes die geen zonnestraaltje gewend zijn en nu verdacht rood aanlopen: och, och, wat kunnen mannen toch stomme dingen bedenken…...

Bij haar zuster en zwager, de familie Peppelman, die op de Steenbakkersweg woont, is op die morgen óók de deur naar de vrijheid opengezet, ook dáár knipperden oogjes tegen het felle, onbekende zonlicht…….. het leven van drie Joodse kinderen en van de familie Peppelman hing ook elke dag aan éen zijden draadje, en dat jaren lang, meer dan

duizend dagen……...

Pas heel laat wordt het op straat weer rustig. De Engelsen hebben zich definitief geïnstalleerd en de dorpelingen keren moe maar gelukkig huiswaarts. Twee gezinnen kunnen weer een normaal leven leiden en zeven kinderen mogen van die dag af zó maar bij het eten beneden aan tafel zitten, zó maar voor het raam; en ze mogen zó maar met andere kinderen buiten spelen ……. Zeven kinderen kruipen die avond doodmoe maar veilig in hun bedjes

Laat in de avond van die 16e april praten we met de zoon des huizes nog wat na. Hoe was het ook weer?

“Mijn zuster Dien was begin ‘42 in Velp in betrekking. Bij die mensen logeerde al een hele tijd een jongetje; maar dat moest ineens weg. Het leek erg raar maar Dien mocht er niks achter zoeken. Tot ze na een paar dagen in doodsangst bekenden dat het een Joods jongetje was; door verraad moést het kind weg, maar waarheen? Met dat treurige verhaal kwam Dien thuis, en zo is het begonnen. Na dat eerste kereltje kwam z’n broertje en daarna nog twee anderen. Alleen mijn a.s zwagers Gijs en Wim wisten ervan. En natuurlijk dokter Beumer. Zelfs voor het geval dat ze ooit geopereerd zouden moe en worrden was het Velpse Ziekenhuis al ingelicht. Wel zonder naamsvermelding maar men wist er toch van.

Gijs maakte in de houten wand achter een bed een luik en de losse ruimte daarachter was bij huiszoeking groot genoeg voor de kinderen. Luik dicht, bed ervoor en …..klaar.

Maar ik was in Duitsland tewerkgesteld geweest en weggevlucht; nôg een onderduiker erbij dus. En dat hebben we geweten! Op een nacht, om half twee, stonden de Duitsers op de deur te timmeren. Mijn vader teutte zo lang mogelijk maar moest toch opendoen. Schreeuwend en snauwend kwamen ze binnen, een echt Hitlervisitekaartje.. “Wir suchen Ihren Sohn, schnell Mann, scnell !”

Nu is mijn vader nooit ergens bang voor geweest en voor Duitsers al helemaal niet. Hij kon hun grote bekken goed aan en zei dat ik juist wèl in Duitsland was en dat ze een hele leuke fooi konden verdienen als ze mij ongdeerd hier thuis wilden afleveren. Maar daar gingen ze helemaal niet op in. Wèl bleef vader maar tegen hen redeneren en goed hard ook, zodat we boven alles konden verstaan. Maar dat geklets begon de moffen de keel uit te hangen: “Durchsuchung.”’

Vader liet hen boven meteen maar “de” kamer zien. Eén van mijn zussen was het tweepersoons bed uitgegaan en in mijn bed gekropen, want dat was beslapen en daardoor warm. Al met al hing het leven van ons allemaal eigenlijk al niet eens meer aan een zijden draadje ………. want van de andere Rhedense mannen die in die nacht opgehaald zijn, is er praktisch niet één teruggekomen.

Toen ze het hele huis grondig doorzocht hadden gingen ze kwaad weg, maar vader maakte ze toch nog maar eens attent op die leuke fooi…... Verder hebben we het met ons vijven wel een beetje benauwd gehad in die schuilplaats.

In september ‘44 kregen we evacué’s uit Arnhem, maar we waren toen al zoveel gewend dat daardoor geen moeilijkheden ontstonden. De ellende begon pas toen er 15 Duitsers kwamen die de evacué’s er uit werkten en zelf hun intrek namen, beneden en boven, waar de kinderen zaten. In doodsangst zaten we, elk ogenblik kon het fout gaan. En toen dié Duitsers eindelijk ophoepelden kwamen er weer anderen. Op een keer hielden ze een bespreking die zó geheim was dat de huisgenoten zo lang naar buiten moesten.

Op het laatst wilden ze ons helemaal uit ons eigen huis zetten tenzij we voor 40 man wilden koken.

Dat hebben we dan maar gedaan. Assistentie kwam er van een Duitse kok, maar toen kregen we de kans om hen te bestelen en dat gebeurde zodanig dat we de buren ervan konden meedelen. Maar drie jaar lang vier kereltjes te eten geven, dat is een hele kluif geweest. Een boer uit Keppel heeft vader daar geweldig mee geholpen.’

In maart trokken de moffen eindelijk weg maar toen kwamen we hier onder Canadees granaatvuur te liggen en moesten we met de kinderen de kelder in. Tot overmaat van.ramp kwam er nog weer een grote groep Giesbeekse evacué’s bij. Radeloos van angst waren we omdat ook zelfs de Duitsers nog weer terug konden komen; dat is wel vaker gebeurd …...

Na al die afschuwelijke dagen hoorden we dus vanmorgen dat de Engelsen in Worth-Rheden waren. Daar ben ik meteen heengefietst en jawel hoor, ik zag er een door de wei lopen maar dat was genoeg. Nou, die paar uren maak en ons toen ook niks meer.

Hoe moesten we vier kinderen drie jaar lang boven bezig houden? Hardop praten, gewoon lopen enzovoort mochten ze niet eens.

Nu moeder bracht hun van lles bij : karnen, bonen afhalen, aardappelen schillen, tot sokken stoppen toe. En de oudste heeft steeds z’n best gedaan om de anderen zoveel mogelijk te leren. Af en toe kwan dokter Beumer naar hen kijken maar ze zijn gelukkig nooit ziek geweest.

Ook Dien en Truus hebben geweldig voor hen gezorgd. Eigenlijk hebben die kinderen drie moeders gehad.

Zeven kinderen, verdoemd door de Nazi’s, zijn op 16 apill 1945 behouden en wel aan het Joodse volk teruggegeven.

De families Peppelman en Bandel zijn later in Den Haag door de Israëlische ambassadeur persoonlijk onderscheiden.


1990 Rheden 45 jaar vrij

In 1990 werd in Rheden een krant uitgegeven. Het was een initiatief van de Oranjevereniging Rheden voor Oranje. Ot Hagen schreef  deze speciale uitgave natuurlijk vol.:

1990 Rheden 45 jaar vrij

 

 

ALS DE DAG VAN GISTEREN

 

Van inval tot vlucht

 Reeds op 10 mei 1940 in de namiddag waren onze dorpen door de Duitsers bezet, ondanks heldhaftige verdediging van de IJssel-linie.Iedereen dacht dat dit alles van korte duur zou zijn. De machtige Engelse en Franse legers zouden de overvallers er immers zó weer uit komen jagen. Niemand zou hebben geloofd dat het Nazi-gespuis 5 jaar lang Europa zou teisteren. Ons kleine Holland was daardoor slechts één van de gebieden, die door de Duitse laars vertrapt zou worden. Maar door die jarenlange kwelling is er zo veel kwaad geschied dat alleen al over het wel en wee in onze gemeente een boek te schrijven zou zijn. We moeten hier echter met een paar herinneringen volstaan, liggend tussen de Duitse inval en de laatste dagen van de Nazi-terreur.

In die week voor 16 april ‘45 werden tussen de voormalige Posthoorn en begin Velp alle bomen zodanig met springstof omgehaald dat ze dwars over de Zutphensestraatweg kwamen te liggen. Hetzelfde lot trof c.a. de helft van de Middachter Allee.Op het laatste ogenblik bliezen de Duitsers tevens de kerktorens van Doesburg en Giesbeek op.

Voor de torens van Velp, Rheden, De Steeg en Dieren hebben de springladingen klaar gelegen maar gelukkig waren de Canadese bevrijders nog juist op tijd hier. Met al die bomen hadden ze overigens geen enkele moeite. Als lucifers werden ze op 16 april naar de wegkant geschoven en voor de tankvallen o.m. bij de Posthoorn, waren brugdelen meegebracht. Alleen volkomen geflipte Duitsers moeten in die dagen nog geloofd hebben dat de geallieerde opmars naar Berlijn nog verhinderd zou kunnen worden.

De prijs is zeer hoog geweest 

Die 5 jaren hebben een zware tol geëist.Nooit zijn de mensen van Thomassen vergeten dat tijdens de April-stakingen van’43 drie van hun beste vakbondsmensen werden opgepakt en doodgeschoten. Nooit zijn de bewoners van de Groenestraat vergeten dat nota bene Rhedense NSB-ers de textielhandelaar Kreuzen kwam halen, ten onrechte verdacht van illegaal werk. In het concentratiekamp Neuengamme is deze later omgekomen.De Joodse familie van Geldern werd het zwaarst getroffen. Eerst werd de vader door een Rhedense SD-er opgehaald . Moeder en Nettie werden toen ijlings naar het Velpse ziekenhuis gebracht waar ze op de afdeling besmettelijke ziekten verbleven.; de Duitsers hadden hiervoor een heilige angst. Na een tijdje konden ze onderduiken bij een familie aan de Rozendaalse laan; maar door van een zeer beruchte Velpenaar zijn ze opgepakt om nooit meer terug te keren. Slechts de kleine Leo is aan dit inferno ontkomen. ooit teruggekeerd is Toon van Woerkom die na een onbenullige ruzie met een Duitse soldaat in het Steegse café Hekkelman werd opgepakt. Hetzelfde lot trof Berend Scheffer vanwege de Arbeiteinsatz naar Duitsland gevoerd. Na zijn vlucht is hij in zijn huis aan de Laakweg gearrsterrd en nooit teruggezien

Het wonder bij Rhedens bevrijding

 Als u langs ,,Zaal Woerts” komt kunt u het zich misschien even voorstellen. Een dolle menigte dorpsbewoners heeft zojuist de eerste bevrijders begroet, want het is 16 april ‘45 in de morgenuren. Het hele plein om de Rhedense Leeuw staat bomvol en overal hangen de vlaggen uit. Heel voorzichtig manoeuvreren de Canadese jeeps en tanks tussen die uitzinnige mensen door en overal hangen de vlaggen uit! Het wordt huilen, lachen en jubelen tegelijk. Grote kerels vallen in tranen de bevrijders om bun nek; chaotische taferelen -spelen zich af nu uit alle boeken en gaten onderduikers boven water komen. Maar dan ini eens wordt het stil, heel. stil daar aan de Worth-Rhedenseweg. Langzaan is de voordeur open gegaan en komen Tinus Bandel en zijn vrouw naar buiten met 4 jongetjes. Wasbleke snuitjes hebben ze waarop zeker jarenlang geen zonnestraaltje geschenen heeft. Nu knipperen hun oogjes in het bevrijdingszonnetje. Wereldvreemd kijken ze rond: in jaren moeten ze niet buiten geweest zijn. Langzaam vormen de Rhedenaren een kring om dit ongelofelijke tafereeltje; zelfs de Canadese tanks moeten daar nu wel stoppen.“Wat zeg je me nou”? Vier Joodse kinderen drie jaar lang verborgen gehouden? Bij Tinus Bandel op zolder? En die kon nog wel zo mooi met de moffen aanpappen. Maar hij kon ze ook in zijn eigen café belazeren waar ze zelf bij waren. Ik woon hier vlak naast maar, dit hebben we nooit geweten”. 

De heer J. Bandel: ,,Ja, ik heb geweldige ouders gehad. Een betere moeder kun je je niet wensen en mijn vader is een formidabele kerel geweest. Nu, 45 jaar later, kan ik daarvan nog stil worden. En we hebben werkelijk genoeg beleefd.Ook ik moest in Duitsland gaan werken, maar ben door honger en bombardementen teruggegaan, evenals andere Rhedenaren. Maar op 17 augustus ‘44 stond de SD in het holst van de nacht voor de deur. Beumer uit de Smidsweg, bekend ais Han, hoorde ze komen en kon nog juist door de tuinen naar de Apollostraat ontkomen. Tot 16 april is hij het dorp door gezworven, van het ene onderduikadres naar het andere. Maar Kees van Minkelen, Kees Welbie, Gerrit Dorland en Kees v.d. Spreng bebben geen enkele kans gehad in die nacht, voor altijd vrouw en kinderen acbterlatend. Mijn zuster Truus had kans gezien om indertijd de kleine Leo van Geldern bij een tante in Renswoude onder te brengen; bij ons thuis blijven, leek ons te gevaarlijk. En daardoor dachten we toch tenminste iéts gedaan te hebben .Maar mijn zuster Dien was begin ‘42 in Velp in betrekking. Bij die mensen logeerde al een hele. tijd een jongetje; maar dat moest ineens weg. Het leek erg raar maar Dien zocht er niks achter. Tot ze na een paar dagen in doodsangst bekende dat het een joods jongetje was; door verraad moést het kind weg, maar waarheen? Met dat treurige verhaal kwam Dien tbuis; en zo is het begannen. Na dat eerste kereltje kwamen zijn broertje en nog twee anderen. Alleen mijn a.s. zwagersr Gijs en Wim wisten ervan. En natuurlijk dokter Beumer. Zelfs voor het geval dat ze ooit geopereerd zouden moeten worden was het Velpse Ziekenhuis al ingelicht. Zonder naamsvermelding zou ook dat vlekkeloos kunnen verlopen. Gijs maakte in de houten wand achter een bed een luik en de loze ruimte daar achter was bij huiszoeking groot genoeg voor de kinderen. Luik dicht, bed ervoor en... klaar. Maar toen ben ik uit. Duitsland thuisgekomen: nog een onderduiker erbij dus.

En dat hebben we geweten ! In die augustusnacbt stond ineens de SD op de deur te slaan. Mijn vader teutte zo lang mogelijk maar moest tenslotte tocb opendoen.

Schreeuwend en scheldend stormden ze naar binnen, een typisch Hitler-visitekaartje ,,Wir suchen deinen Sohn. Schnell, Mann,schnelll”

Nu is mijn vader nooit ergens bang voor geweest en voor Duitsers helemaal niet. Hij kon hun grote bekken goed aan en zei dat ik juist wél in Duitsland was en dat ze een hele leuke fooi konden verdienen als ze mij ongedeerd hier thuis wilden afleveren. Een nieuwe scheldkanonnade was het gevolg maar mijn vader schreeuwde terug zodat we boven alles konden verstaan . Maar dat geklets begon de Moffen ongeduldig te maken.: "Durchsuchung". Vader liet hen boven meteen "de"kamer zien. Eén van mijn zussen was het tweepersoonsbed uitgegaan en in mijn bed gekropen want dat was beslapen en daardoor warm. Al met al hing het leven van ons allen niet eens meer aan een zijden draadje.Toen ze het hele huis grondig doorzocht hadden gingen ze vloekend en tierend weg maar mijn vader maakte ze toch nog eens attent op die leuke fooi. Verder hebben we bet met ons vijven aardig benauwd gehad in die kleine schuilplaats.

In september ‘44 kregen we evacués uit Amhem, maar we waren toen al zo veel gewend dat daardoor geen moeilijkheden ontstonden. De ellende begon pas goed toen er 15 Duitsers kwamen die de evacués er uit werkten en zelf bun intrek namen, beneden en boyen, waar de kinderen zaten. In doodsangst zaten we, elk ogenblik kon bet fout gaan. En toen die Duitsers eindelijk ophoepelden kwamen er weer anderen. Op een keer bidden die een bespreking die zó geheim was dat de huisgenoten zo lang naar buiten moesten. Op het laatst wilden ze ons helemaal uit ons eigen huis zetten tenzij we voor 40 man wilden koken en dat hebben we maar gedaan. Assistentie kwam er van een Duitse kok maar toen kregen we de kans om hen te bestelen en dat gebeurde zo grondig dat de buren er van konden meedelen. Maar drie jaar lang vier kereltjes, die geen bonkaarten hadden te eten geven, dat is een hele kluif geweest. Een boer uit Keppel heeft vader daarmee geweldig geholpen.

In april trokken de Duitsers eindelijk weg maar toen kwamen we hier onder Canadees granaatvuur te liggen en moesten met de kinderen de kelder in. Tot overmaat van ramp kwam er nog een grote groep Giesbeekse evancué’s bij. Die waren in de frontlinie terechtgekomen en in roeibootjes over de IJssel hierheen gevlucht. Radeloos van angst waren we omdat het bestaan van die kinderen nu bekend kon worden en zelfs Duitsers elk ogenblik konden terugkomen; dat is wel vaker gebeurd.Na al die verschrikkelijke dagen hoorden we dus op die 16e april dat de Canadezen in Worth- Rheden waren. Daar ben ik meteen heen gefietst en jawel hoor, ik zag er één door de wei lopen en dat was genoeg. Nou dienpaar uren maakte ons toen ook niks meer  Hoe we die vier kereltjes drie jaar lang boven bezig hebben gehouden? Hardop praten, gewoon lopen enz. mochten ze niet eens. Mijn moeder bracht hun van alles bij: karnen, bonen afhalen, aardappelen schillen, tot sokken stoppen toe. En de oudste heeft steeds zijn best gedaan om de anderen zoveel mogelijk te leren. Af en toe kwam dokter Beumer naar hen kijken maar ze zijn gelukkig nooit ziek geweest. Ook Dien en Truus hebben hen geweldig verzorgd. Eigenlijk hebben die kinderen hier drie moeders gehad. Bij onze tante, de familie Peppelman aan de Steenbakkersweg hebben drie kinderen ook drie jaar gezeten. . ”

Zeven kinderen, verdoemd door de nazi’s, zijn op 16 april 1945 behouden en wel aan het zo zwaar beproefde joodse yolk teruggegeven.

Uit handen van de lsraëliscbe ambassadeur hebben de families Bandel en Peppelman daarvoor een zeer hoge onderscheiding ontvangen.





 

 
 

Henk Aalders :Thomassen

NIEUWSBRIEF no. 59________________________________________:6:

7.       DE BEVRIJDING VAN HET DORP RHEDEN 60 JAAR GELEDEN door Henk Aalders

In maart 1945 moesten op last van de bezetter de inwoners van de Laakweg, de Zuidgrens van het dorp, evacueren. De reden hiervoor was, dat de geallieerden reeds aan de overkant van de Ussel stonden, met name in Giesbeek.

Mijn ouders, ik en nog enkele andere familieleden vonden onderdak op het terrein van Betonfabriek De Meteoor. Het onderkomen, een loods, was niet erg gerieflijk maar we konden er ons behelpen.

's Morgens ging ik meestal met mijn vader naar ons huis aan de Laak om te kijken of alles nog in orde was.

Op de ochtend van de 16e april 1945 omstreeks 9.00 uur zagen wij op onze terugweg naar De Meteoor bij het Veerhuis een grote menigte mensen staan. Er waren veel evacué's uit Giesbeek, die naar de veerpont stonden te kijken, welke door de bezetter was opgeblazen. Op dat moment verscheen er een verkenningsvliegtuig van de geallieerden boven Rheden. Het begon rond te cirkelen en gooide een lichtkogel uit. Na korte tijd werd het dorp beschoten en sloegen de granaten op verschillende plaatsen in. De vermoedelijke oorzaak van dit granaatvuur was de menigte bij het Veerhuis, die waarschijnlijk is aangezien voor vijandelijke troepen.

Het gevolg van deze beschieting was wel, dat er in een korte tijd nog enkele slachtoffers zijn gevallen. Voor hen kwam de bevrijding te laat.

Na enige tijd, toen het schieten ophield, zijn wij met zijn allen uit onze schuilplaats naar buiten gegaan. We hoorden van iemand dat de bevrijders in aantocht waren vanuit De Steeg. Ik ben toen naar de Arnhemsestraatweg gegaan en bij het Rozenbos stonden de eerste tanks met onze bevrijders. Het eerste stuk chocolade, dat ik van de soldaten kreeg, zal ik nooit meer vergeten. Overal waren lachende en blije mensen te zien en de Nederlandse driekleur werd gehesen.

's Middags werd de feestvreugde nog opgeluisterd met een rondgang van de ponykar van Reinder Jansen, bijgenaamd "Reinder de Dikke", waarop 3 joodse jongens zaten, die gedurende de oorlog ondergedoken hadden gezeten in het café van de Familie Bandel aan de Worth-Rhedenseweg.

Maar voor een aantal personen was het echt geen feest, want zij hadden met de bezetter geheuld en werden dan ook gevangen gezet door de BS (Binnenlandse Strijdkrachten). Een aantal dames hiervan heeft toen onder het toeziend oog van vele Rhedenaren de Leeuw bij "Ons Huis" met niet al te grote borstels grondig gereinigd.

 
 

Rheden, 1945, maandag 16 april

(Streekjournaal 20 april2005)

Twee uur 's nachts. We proberen in een rookfauteuil in ons keukentje dat bijna geheel is ingebouwd, wat te slapen. Voor vieren zijn we al weer wakker: een Duits stuk staat te schieten. Het lokt van over de IJssel een hevig bombardement uit dat om vier uur begint en eerst kwart over zes eindigt. Aanvankelijk slaan de granaten op enige afstand in, het laatste uur vlakbij. Bij elke volgende stel je de vraag: Zal die ons huis treffen? We hebben al lang naar veiligheid gezocht in het keldertje. Klein, maar het is met beton afgedekt en voor het raampje staat een met aarde gevulde kist tegen rondvliegende scherven. We zitten stil en gespannen bijeen. De ene oorverdovende explosie volgt op de andere. Eindelijk mindert het. Dan valt het stil. Eerst de toestanden in huis opnemen. Daarvan heb je in de kelder geen flauw idee. Maar het keukentje is nog heel. Verder in huis is er geen nieuwe schade bijgekomen. Buiten is aanvankelijk nog weinig te onderscheiden. Successievelijk komen de bewoners van de Kerkstraat naar buiten. Sas, van de politie. met witte helm, gaat alle huizen langs. Hier geen slachtoffers. Bij Meier op 1B is een granaat in de tuin gevallen. Daar is binnen een grote ravage. Een andere spatte op de straat voor het huis uiteen. Schuin tegenover ons kwam er een in huis terecht. Verderop bij Masselink een stuk of vier. Anderen zeggen dat een Duitse tank door het dorp reed op verschillende plaatsen om de indruk te wekken dat Velp nog een sterke Duitse bezetting heeft.

We proberen nog wat te rusten. Wat zal de dag verder brengen? Om half acht schrik­ken we op, als mevr. P., buurvrouw evacué, op de voordeur slaat en roept: Ze zeggen dat de Tommies er zijn! We laten ons karig ontbijt in de steek. Buiten vragen we buurman Koens 'Is dat zo? ' 'Ja, daar gaan ze' en hij wijst naar de Hoofdstraat. Inderdaad, er rollen tanks voorbij. We snellen er heen. Daar staan een vijftal tanks, met Tommies bemand. Ze hebben halt gehouden, van Havelandstraat tot Stationsstraat. Juichende mensen eromheen. Er worden handen gedrukt, sigaretten uitgestrooid, ere-wijn gaat rond. De tanks met bloemen bekranst, foto's gemaakt, enkelen dansen van vreugde. En de Tommies lachen maar. Na vijf lange, bange jaren eindelijk vrij!!!

Fragmenten uit een dagboek van de heer Hendrik Kerkkamp uit Rheden, beschikbaar gesteld door en eigendom van de heer Kolkman.Hendrik Kerkkamp uit Velp hield een dagboek bij, waaruit nu, na zestig jaar, voor het eerste wordt gepubliceerd. In de komende weken volgen nog enkele fragmenten,

De heer Kolkman gaf toestemming voor publicatie op onze site.

Bevrijding De Steeg - Ot Hagen