stamreeks Feringa

Generatie IX
Berent Alberts x Barber Jacobs

Berent Alberts en Barbera Jacobs zijn de oudst bekende voorouders in deze stamreeks. 
Wanneer we afgaan op de doopdata van hun kinderen zullen zij rond 1720 zijn geboren en omstreeks 1744 getrouwd. 
Berent Alberts en Barbera Jacobs waren landbouwers. Dit wordt vermeld in de overlijdensakte van hun zoon Onne.
Zij woonden in of nabij Niehove in het Westerkwartier van de provincie Groningen. 

In de 'Opregte Groninger Courant' van 2 maart 1762 wordt een veiling aangekondigd van diverse stukken land. Een onderdeel van deze veiling is het eigendom van 33 grazen land in Niehove, die door Berent Alberts 'onder beklemminge' worden gebruikt (in onderstaande advertentie genoemd onder punt V).


Het is hoogst waarschijnlijk dat we met 'onze' Berent Alberts te maken hebben. Aan- of verkoopakten van deze beklemming zij overigens tot dusver niet gevonden.

De oppervlaktemaat 'gras' werd gehanteerd voor een stuk land waar 2 koeien konden grazen, iets kleiner dan een halve hectare. De 33 grazen komen dus overeen met omstreeks 15 hectaren. Berent was een 'beklemd meier'.

In Groningen bestond een bijzondere vorm van verpachting: het beklemrecht. De eigenaar van de grond past het beklemrecht toe en degene die pacht wordt beklemd meier genoemd. Deze pacht de grond tegen een vast, niet te verhogen bedrag.: de 'Vast en Altoos durende beklemminge'. De overeenkomst werd voor onbepaalde tijd aangegaan. Ieder jaar moest op een vast tijdstip de pachtsom worden betaald. De pachter kon wel een eigen boerderij op het gepachte land bouwen.

Het voordeel voor de eigenaar was dat hij niet steeds na verloop van een korte pachtperiode de door de pachter gebouwde opstallen moest overnemen, Het taxeren van deze opstallen leidde niet zelden tot verschil van inzicht en veel juridisch gedoe. Vervolgens moest de eigenaar weer een nieuwe pachter zoeken.

Bij het beklemrecht werd de pacht niet verbroken. De pachter die een boerderij op het land had gebouwd kon deze verkopen inclusief de beklemming. Dat betekende dat de nieuwe eigenaar van de boerderij vervolgens aan de eigenaar van de grond dezelfde pachtsom bleef betalen. Bij overlijden van de pachter ging het recht over op de nabestaanden. Daarbij was het gebruikelijk dat de eigenaar van de grond een geschenk kreeg, meestal ter grootte van 1 maal de huursom. De regel was echter dat het gepachte land bij vererving niet mocht worden verdeeld. Daarom ging de boerderij veelal in zijn geheel over naar de oudste zoon van het gezin.


Berend en Barbara laten hun kinderen in Niehove dopen. Het valt op dat bij de doopinschrijvingen de naam van de moeder steeds wordt vermeld als Barbera Alberts. Zij gebruikt het patroniem van haar man als een achternaam.
Later, in aktes van de Burgerlijke Stand, wordt zij Barbera Jacobs genoemd.
De kinderen zijn:

1. Aagtje, gedoopt op 19 december 1745 in Niehove en overleden op 17 juni 1809 in Niezijl, 63 jaar oud. Zij trouwde daar, 36 jaar oud, op 16 juni 1782 met Wolter Klaassens van Heukelem, 48 jaar oud, zoon van Klaas Klaasen van Heukelum en Fenje Wolters. Hij is gedoopt op 21 februari 1734 in Niezijl en daar overleden op 18 maart 1823, 89 jaar oud.
Wolter was weduwnaar van Trijntje Hartmans (1730-vóór 1782), met wie hij trouwde op 9 augustus 1760 in Niezijl.

2. Cornelliske, gedoopt op 28 juli 1748 in Niehove. 
Zij is waarschijnlijk jong overleden




3. Albert, gedoopt op 12 november 1752 in Niehove. Hij werd begraven begraven op 27 november 1797 in Oldehove. 
Zijn kinderen gingen zich, nadat in 1811 een vaste achternaam verplicht werd gesteld, Boersema (of soms Boerema) noemen.
Hij trouwde, 28 jaar oud, op 10 juni 1781 in Niehove met Welmoed Hessels, 25 jaar oud, dochter van Hessel Dirks en Trijntje Johannes. Zij is gedoopt op 2 mei 1756 in Munnekezijl in Friesland.


Albert en Welmoed waren landbouwers Zij bezaten een boerderij in Kenwerd, een buurtschap bij Oldehove, een half uurtje lopen vanaf Niehove. 

Na het overlijden van Albert bleef Welmoed hier wonen. Na twee jaar zou zij hertrouwen met Kornelis Rengers.

Kort voor dit huwelijk wordt op 7 oktober 1799, in verband met het verdelen van de nalatenschap van Albert, een boedelinventaris opgesteld. Hieruit blijkt dat het gaat om een boerderij met de beklemming van 45 grazen bouw- en weideland, getaxeerd op ƒ3156,-. Met vee en inventaris komt het totale bezit op ƒ5025,- Maar er stonden nog best veel schulden tegenover (leningen en onbetaalde rekeningen), waardoor de totale waarde van het geheel ƒ1749,- was.

Er zijn geen akten gevonden waaruit blijkt van wie de boerderij ooit is gekocht, Maar het is ook mogelijk dat deze door Albert, als oudste zoon, is overgenomen van zijn vader Berent Alberts. Zijn ouders zouden dan, gelet op het eerder genoemde krantenbericht, in de loop van hun leven verhuisd moeten zijn naar deze boerderij. Deze was, wat betreft de hoeveelheid land, meer dan 30 procent groter dan die in Niehove. Het zou een mooie bedrijfsuitbreiding geweest kunnen zijn.


Er stonden rond die tijd drie boerderijen op de wierde: Tiaetsemaheerd, Rolsemaheerd en Ritsemaheerd, waarvan de laatste werd bewoond door Pieter Jacobsz Vonk, die als getuige mede de inventarisatie heeft ondertekend. Ook Onne Berents tekende als getuige. Welke van de beide andere boerderijen van Albert en Welmoed was (en daarvoor wellicht van Berent Alberts) kon niet worden achterhaald.

Welmoed hertrouwde op 3 november 1799 in Oldehove met Kornelis Rengers Noordhof (1750-1822). Zij is overleden op 9 december 1821 in Marum, 65 jaar oud.
 
4. Jacob, gedoopt op 1 juni 1755 in Niehove. 
Hij trouwde op 18 mei 1783 in Grijpskerk met Geeske Jans, 25 jaar oud, dochter van Jan
Hansens en Trijntje Berends, gedoopt in Visvliet op 6 februari 1758 en overleden op 10 augustus 1825 in Kommerzijl, 67 jaar oud. Zij was toen dagloonster.

Jacob, hij was (land)arbeider van beroep, was al eerder overleden. Hoewel hij woonde in Grijpskerk, is hij overleden in het huis van zijn broer Onne in Wetsinge op 8 december 1812, 57 jaar oud. Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat hij daar tijdens een bezoek plotseling is overleden.
In de huwelijksakte van zijn zoon wordt als achternaam Niehof genoemd. Hiermee heeft hij, bij het verplicht registreren van een achternaam in 1811, gekozen voor een verwijzing naar zijn geboorteplaats.

5. Onne
, zie generatie VIII.




_____________________
________________
______

Generatie VIII
Onne Berends Feringa
 x Grietje Engberts van der Molen

Onne is geboren op 9 oktober 1757 in Niehove.
Hij trouwde tweemaal. De eerste maal was op 9 oktober 1785, hij was toen 28 jaar oud. Hij trouwde in Niekerk met Trijntje Meinderts, 22 jaar oud, dochter van Meindert Willems en Geertje Cornelis. Zij was gedoopt op 30 januari 1763 in Niekerk. 
 


Zoals uit bovenstaande huwelijksinschrijving blijkt, woonde Onne toen in Faan. Hij werkte daar waarschijnlijk op een 
boerderij. Of misschien had hij daar al een eigen bedrijf. Officieel woonde hij nog in Niehove, want daar wordt op 4 oktober een attestatie opgesteld.

Onne en Trijntje kregen de volgende kinderen:

1. Berent, geboren in Faan, gedoopt op 10 december 1786 in Niekerk en overleden op 19 juni 1810 in Wetsinge, 23 jaar oud.

2. Meindert, geboren in Faan, gedoopt op 14 maart 1790 in Niekerk en overleden na 19 juni 1810, minstens 20 jaar oud.

3. Cornelis, geboren op 23 augustus 1792 in Grijpskerk en daar gedoopt op 9 september 1792.
Omdat aan de doopinschrijving "overleden" is toegevoegd, zal hij waarschijnlijk maar een paar dagen / weken oud zijn geworden.

4. Barber, geboren op 4 februari 1795 in Grijpskerk. 
Zij trouwde, 18 jaar oud, op 19 juni 1813 in Adorp met Kornelis Emmes Bos, 31 jaar oud, geboren op 15 november 1781 in Garnwerd, zoo n van Emme Jans en Aaltje Bonnes. Toen hij trouwde was hij landarbeider. 
Bij de geboorte van een levenloos kind is Barber op 29 juli 1814 in Wetsinge overleden, 19 jaar oud.
 
Na het overlijden van Barber trouwde Kornelis op 20 juli 1816 in Adorp met Cornelia Sinninghe Kuitert (1798-1872), een buurmeisje van zijn schoonvader Onne Berends, die ook doopgetuige was bij de doop van hun eerste kind.
Kornelis is overleden op 17 mei 1832 in Wetsinge, 50 jaar oud

5. Geertje, geboren in Den Westerhorn en gedoopt op 20 maart 1799 in Grijpskerk. 
Zij trouwt, 19 jaar oud, op 14 november 1818 in Winsum met Klaas Jans Moorlag, 29 jaar oud, zoon van Jan Klaassens Moorlag en Fennechien Heijs, geboren op 10 juli 1790 in Onstwedde
Toen hij trouwde was hij landarbeider. Vanaf ca. 1825 was hij landbouwer. De laatste jaren voordat het gezin emigreerde, was hij dagloner.

Klaas en Geertje vertrokken in 1847, met 6 kinderen (variërend van 3 tot 24 jaar) als landverhuizers naar Amerika. 
Zij behoorden tot de Christelijke Afgescheiden Gemeente. Veel leden van dit kerkgenootschap waren hen al voorgegaan. Aansporing door sommige predikanten in combinatie met de armoede op het Groningse platteland zal hen tot de grote stap hebben gebracht. 

Het werd een verre reis. Eerst naar Le Havre waar het schip "Bavaria" met kapitein G.William Howe lag te wachten. Een reis naar New York duurde al gauw een maand. Zij kwamen daar op 23 september 1847 aan. Daarna nog zo'n 900 mijl  verder naar East Holland in Michigan.



Onne Berends en Trijntje Meinderts waren rond 1790 verhuisd van Faan naar Den Westerhorn. Dit is een buurtschap tussen Lutjegast en Grijpskerk, doorsneden door een lange, bochtige weg, met aan weerszijden grote boerderijen.

Een paar jaar na de verhuizing naar Den Westerhorn was er revolutie in Nederland.

Op 19 januari 1795 werd, met steun van de Fransen, in Nederland de Bataafse Republiek uitgeroepen. Erfstadhouder Willem V was een dag eerder naar Engeland gevlucht. In de weken en maanden daarna werden overal in het land de nodige festiviteiten georganiseerd. In de Ommelander Courant van 31 maart 1795 werd uitgebreid verslag gedaan van de feestelijkheden in Visvliet, een dorp in de buurt van Den Westerhorn. Bezoekers uit alle omstreken vierden daar feest.

Misschien waren Onne en Trijntje er zelf wel bij. 

 
 

Tussen maart 1799 en februari 1803 is Trijntje Meinderts overleden, hooguit 40 jaar oud.
Onne bleef achter met 4 kinderen: Berent (16), Meindert (12), Barber (8) en Geertje (3).

Voordat Onne opnieuw kon trouwen moest er een boedelverdeling worden gemaakt, waarbij het erfdeel van de kinderen werd vastgesteld. In onderstaande akte werd dat geregeld.


Hendrik van Weerden JU Dr.
Uit naam des Bataafschen Volks, Grietman van Westerdeel Langewold, betuige met deze openen verzegelden brieve, dat persoonlijk voor mij zijn gecompareert, Onne Berends ter eenre, benevens Cornelis Meinders, voormond, Jacob Berends, Sibbe en Jan Sipkes vreemde voogden over eerste comparants vier minderjarige kinderen bij wijlen Trijntie Meiderts in egte verwekt, die beleeden naa een opgemaakte staat en inventaris des boedels met gerechtelijke approbatie eene minsame af en uitkoop te hebben gemaakt, invoege dat eerste comparant belooft en anneemt zijne vier kinderen eene goede opvoeding te geven, in kost en kleederen te onderhouden en het nodige te laten leeren of te laaten leeren naa stands gelegentheid tot dat zij den ouderdom van 18 jaaren hebben bereikt en alsdan ande voorstanderen voor hunne pupillen uittekeeren in genere ƒ1256-18-4, waarop de moederlijke nalatenschap is gewaardeert waartegen de tweede comparanten qq aan de eerste comparant, die zulks accepteerde op en overgedragen de geheele boedel zoo ten inventaris staad vermeld met voor en nadelige staad, bekend of onbekend uitgezondert het moederlijke lijves toebehoren, dat den pupillen eigen verblijft, blijvende egter het getransporteerde der tweede comparanten qq. onverlaten goed tot volkomen voldaat en betalinge toe stellende de eerste comparant voor prompte naarkominge dezes ten onderpande alle zijne hebbende en toekomende losse en vaste goederen geen exempt, submitterende dezelve ten dien einde ende parate reale executie van alle hoge en lage geregten onder afstand van alle regtsuitvlugten dezen contrane.
In waarheids oirkonde hebbe ik, Grietman, opgemeld naa gedane belijinge van comparanten deze door het aanhangen van mijn zegel en met mijn naamsondertekening bevestigt te Eiberburen
den 2den Februarie 1803

Als kinderen als halfwees achterbleven, werden door het gerecht drie voogden benoemd.
- De 'Voormond', de voogd namens de familie van de overledene, in dit geval Cornelis Meinders, een broer van de overleden Trijntje.
- De 'Sibbevoogd', namens de familie van de overgebleven ouder, in dit geval Jacob Berents, een broer van Onne
- Een 'Vreemde voogd', een onafhankelijke derde partij. Bijvoorbeeld een buurman uit het dorp, in dit geval Jacob Sipkes.  

Deze voogden moesten er op toezien dat de kinderen hun aandeel in de erfenis kregen. De bedragen in de akte waren gebaseerd op een boedelinventaris die in december 1802 werd opgesteld. .


Bezittingen
- een boerenbehuizinge met de vaste beklemminge van de landerijen plus ingezaaid land
- 8 koeien en kalveren, 5 paarden, 2 varkens en 6 schapen
- voorraad haver, bonen e.d.
- 2 boerenkarren en allerhande boerengereedschap
- huisraad (bedden, kasten, tafels, borden, bestek, turf enz.)
- spaargeld in de vorm van staatsobligaties

Daar tegenover stonden de volgende schulden:
- leningen ('obligaties'aan diverse personen)
- rente op deze leningen
- achterstallige huren van een jaar (pachtsom) 
- onbetaalde rekeningen


Totaal per saldo ƒ6550 - ƒ4039 = ƒ2511

 
ƒ 5000
     680
     405
     160
     235
70
ƒ 6550


ƒ 3350
157
140
390
ƒ 4039

De helft van dit bezit is het erfdeel voor de kinderen, afgerond in totaal zo'n ƒ1256. In de akte hiervoor belooft Onne dit bedrag te verdelen tussen zijn kinderen. Ieder zou op zijn of haar 18e verjaardag dus ca. ƒ419 moeten krijgen. Dit lijkt misschien niet veel, maar ter vergelijking: dit bedrag zou in 2015 een koopkracht hebben gehad van ca. 3000.

Kort hierna hertrouwde Onne op 13 maart 1803 in Grijpskerk met Grietje Engberts (haar achternaam 'van der Molen' wordt pas later vermeld in de overlijdensakte van zoon Berend), geboren in augustus 1783 in Hallum, dochter van Engbert Martinus en IJkje Lieuwes

Tussen de data van ondertrouw en bevestiging huwelijk werd een huwelijksovereenkomst aangegaan. In feite wordt hierin vastgesteld dat de langstlevende ouder voor de kinderen zal zorgen. Ook werd de verdeling van het bezit bij overlijden geregeld. Hieronder de akte:

 

Hoewel het nergens staat vermeld, zou het zo maar kunnen dat Grietje al eerder als dienstmeid bij Onne inwoonde. Mogelijk verzorgde zij de kinderen nadat zijn vrouw was overleden.
Nadat bleek dat zij in verwachting was werd er maar snel getrouwd. Bij het huwelijksfeest zullen er wel grapjes zijn gemaakt over het feit dat zij al 5 maanden zwanger was.

Onne en Grietje bleven nog een paar jaar wonen op de boerderij in Den Westerhorn. In 1803 en 1805 worden hier hun zonen Engbert en Albert geboren. Maar Onne wilde blijkbaar graag een grotere boerderij. Op 28 juni 1806 koopt hij van Alle Michiels en Grietje Jakobus Heerema een boerderij in Wetsinge. In kleine dorpen bestonden in die tijd geen adresaanduidingen zoals we tegenwoordig gewend zijn. Alle huizen werden alleen met een nummer aangeduid. De gekochte boerderij had als nummer 19.

De aankoop bestond uit:

"Een boerenplaats bestaande in een nieuw getimmerd binnenhuis. keuken, karnhuis, melkkelder, en verder gerijf'; benevens een groote friesche schuure, alsmede het recht der vaste beklemminge van 60 grazen best groen- en bouwland, doende jaarlijks tot een vaste hure aan diverse eigenaren de somma van ƒ211-10-,, eerstmaal ten laste van de kooperen verschijnende op midwinter 1806, alsmede het regt op vaste beklemminge van 8 grazen best groen land zullende jaarlijks tot een vaste hure aan de verkoopere doen ene somma van ƒ40-,,-,, telkens verschijnende op midwinter eerstmaal 1806, en zoo vervolgens alle jaren enz...."

Het contract beschrijft verder nog enkele kleine stukken grond zoals de tuin en een appelhof. Het totaal kost ƒ7000.

Hieronder is een afschrift van de akte afgebeeld, zoals die door de Drost van Hunsingo en zijn secretaris was opgesteld. 


 
 

De vorige boerderij was, zoals uit de boedelinventaris bleek, ƒ5000 waard, exclusief inrichting, vee, enz. De nieuwe boerderij is ƒ2000 duurder. Wellicht is de oude boerderij voor een hoger bedrag verkocht dan uit de inventaris blijkt. Ook is het mogelijke dat het nodige geld is bij geleend. 

De boerderij van Onne bestaat niet meer. Wel is op dezelfde kavel opnieuw een boerderij gebouwd.Het huidige adres is Karspelweg 25.

Op de achtergrond de huidige boerderij 'De Til' in Wetsinge.Een buurman die toevallig daar aan het werk is probeert mij en mijn broer Henk uit te leggen van wie deze boerderij is en welk land daarbij hoort (foto 2006).

In 1988 schreef Mr. G.P. Lugtenborg het boekje "Boeren en Bunders". Hierin wordt de geschiedenis van de boerderijen in Wetsinge beschreven. Hij legt een relatie met de latere kavelnummers zoals die in 1832 werden opgenomen in het kadaster. Hieronder een kadasterkaartje waarop de boerderij en bijbehorende grond is ingekleurd.




Met dit bedrijf behoorde Onne tot de grotere boeren in het dorp en omgeving. Dat bracht ook zo z'n verplichtingen mee. 
Hij ondertekende in 1806 als gequalificeerde, (vertegenwoordiger van het dorp), samen met Jan Klaassens Moorlag (de vader van Klaas, zijn latere zijn schoonzoon) een "Register der vaste goederen gelegen in het Dorp Wetsing".
Deze inventarisatie van vaste goederen was bestemd voor het Departementaal Bestuur van Stad en Lande, zeg maar het huidige provinciebestuur. Deze werd gebruikt bij het opleggen van belastingen. 
Onne boerde goed. Goed genoeg om later vermeld te worden in het boek van P.J. Winter "De lijsten der hoogst aangeslagenen in het departement van de Westereems".
In 1807 moest hij ruim ƒ324.6.6 aan belasting betalen.
(ter vergelijking: het jaarsalaris van een koster / schoolmeester was in die tijd zo'n ƒ200)

Voor al werk op de boerderij waren vele handen nodig. In de oogst- en maaitijd werden daarvoor dagloners ingehuurd. Maar op de boerderij woonde ook vast personeel. Uit het bevolkingsregister van 1815 blijkt dat Onne een boerenknecht in dienst heeft, Cornelis Jans Brands, op dat moment 24 jaar oud. Ook woont er Cornelske Jans Corsaan, 16 jaar. Zij was de dienstmeid.

De welvaart bij de boeren werd flink beïnvloed door de aanwezigheid van de Fransen. 
De paardenfokkerij voor het leger (maar natuurlijk ook voor de akkerbouw) was een zeer lonend bedrijf, In 1813 waren er in de gemeente Adorp (waartoe ook Wetsinge en Sauwerd behoorden) volgens een inventarisatie 280 paarden aanwezig (op een bevolking van slechts 780 inwoners, waarvan maar een beperkt aantal zelf boer was).
Verder waren er in Adorp 985 inlandse schapen, die gemiddeld 8 pond wol per stuk leverden. Verder was er nogal wat rundveehouderij voor vleesvee, voor een groot deel ossen.
De melkveehouderij was maar beperkt aanwezig. Alleen de grotere boerderijen hadden een kamer met bakken voor het opromen van melk en een karnmolen voor de boterbereiding. Uit het koopcontract bleek al dat Onne en Geertje ook een karnhuis en melkkelder hadden.

Op veel land werd gehooid. Allemaal handwerk natuurlijk. Er was veel vraag naar hooi voor de legerpaarden. Om dezelfde reden werd ook veel haver verbouwd.

* * * * *

Naarmate de Fransen meer hun stempel drukten op de samenleving, verdween het aanvankelijk enthousiasms bij de bevolking:
- De prijzen werden na 1810 niet meer in de vertrouwde florijnen (guldens), schellingen, stuivers en duiten aangegeven, maar nu in Franse munt: francs en centimes. In 2002 was de overgang van de gulden naar de euro voor velen erg lastig. Waarschijnlijk was in de overgang (met al die vreemde woorden) voor de vaak laag op geleide bevolking in de Franse tijd nog veel ingewikkelder.
- In 1811 werd de dienstplicht ingevoerd. Napoleon had mensen nodig voor zijn veldtocht naar Rusland. De boeren zagen niet graag hun zonen en arbeiders naar het leger vertrekken. Sommige probeerden er zich aan te onttrekken. De veldwachter kreeg 25 franc beloning als zo iemand werd opgepakt.
- Na de rampzalige tocht naar Rusland had Napoleon weer extra mensen en uitrusting nodig. In februari 1813 deed de prefect van het departement Westereems (d.i. de hoogste bestuurder van de toenmalige provincie waartoe Groningen behoorde) de volgende oproep: "Als gevolg van de zeer grote verliezen door de Grande Armée gele den is onverwijlde hulp nodig. Vooral aan paarden is een grote behoefte. In deeze nood der tijden moet uit de geest der ingezetenen onze gehechtheid aan de zaak van het Vaderland blijken"
De maire van Adorp voegde aan deze oproep toe: "Het zal erg moeilijk worden, we hebben al zoveel moeten doen".

Ook nadat later dat jaar Napoleon bij Leipzig was verslagen bleef de oorlogssituatie nog voortduren. Het Franse garnizoen in Delfzijl, zo'n 1400 man groot, was niet van plan zich over te geven. Troepen van de nieuw opgerichte Nederlandse Landstorm, het Pruisische leger, Kozakken en Engelse schepen belegerden het stadje. En opnieuw waren er wagens en paarden nodig. En opnieuw werden deze gevorderd bij de bevolking.

Ook Onne Berends Feringa en zijn buurman Roelof Sinninghe Kuitert moesten paarden leveren.. Maar zij vonden dat zij voor dergelijke diensten al vaak genoeg waren aangewezen. Zij legden de vraag, of eigenlijk het bevel, naast zich neer.

De Schout, die alles moet regelen, beklaagt zich per brief van 19 maart 1814 bij de Commissaris in Appingedam. Eerst verklaart hij zijn keuze voor deze twee heren:

"Het is er verre vandaan dat deze bepaling willekeurig zoude zijn geschied, in tegendeel, ik ben van oordeel (en niemand zal mij zulks met grond kunnen tegenspreken) dat indien van deze Gemeente diergelijke diensten worden gevorderd zulks door allen in zoo veel mogelijke gelijke evenredigheid moet worden verricht, en dat men niet van de kleinste landgebruikers moet beginnen, maar van de grootsten en die de meeste paarden en knechts hebben; daar nu de genoemde persoonen eerder tot de grootste, dan tot de middelmatige, minder nog tot de kleinste landgebruikers moeten gerangschikt worden, en zij sedert het begin van de maand November geheel geene diensten het zij met wagens of anders wegens deze Gemeente hebben verricht, heb ik teregt geoordeelt hen hier toe te moeten designeren"

De schout vond ze dus vermogend genoeg. En verder klaagt hij dat:
"......zij volharden te weijgeren, onder een nietsbeduidend voorwendsel, dat zij er onmagtig toe zijn zonder te willen of te durven ontkennen dat zij paarden en knechts hebben...."

Vervolgens geeft hij aan dat eerdere hoofdelijke omslagen, o.a. voor in inzet van 20 man voor de Landweer, door hen niet werden betaald:
"..........waaraan met gemeen overleg voor de rekening van de Gemeente is voldaan zijn deze twee persoonen juist altoos de agterlijksten met betalen en tot het geld, hetwelk de twintig die op den 14 December 1813 uit deze Gemeente tot de Landweer bij en om Delfzijl gecantonneerd zijn uitgetrokken hebben bedongen, hebben zij tot op dit ogenblik nog geen duit willen betalen niettegenstaande zulks met algemeen overleg is beraamd en door alle ingezetenen tot op den 1sten Februarij betaalt wordt"

Uiteindelijk wordt voor een praktische oplossing gekozen, waarbij een vrijwilliger zich met zijn paard (tegen betaling!) ter beschikking stelt. Onne Berends Feringa en zijn buurman krijgen de rekening van ƒ16 gepresenteerd.

* * * * *


Economisch mocht het in die tijd dan wel goed gaan met Onne en Grietje, privé waren er zeker tegenslagen.

In 1808 overlijdt dochter Corneliske, pas 8 maanden oud. En ruim twee jaar later overlijdt zijn oudste zoon Berent, de mogelijk opvolger in het bedrijf, op 23-jarige leeftijd.
In december 1812 overlijdt bij hen thuis Jacob Onnes, een broer van Onne. Mogelijk hielp hij hem in die tijd op de boerderij.
En in juli 1814 overlijdt dochter Barber, slechts 19 jaar oud, bij de geboorte van haar eerste kind.

Maar later dat jaar werd een zoon wordt geboren. Het zal niet verbazen dat deze weer de naam Berend kreeg, vernoemd naar zijn overleden broer (en grootvader).

* * * * *

Ook op maatschappelijk gebied was Onne actief. In de kerkelijke gemeente van Wetsinge vervulde hij de functie van boekhoudend diaken. En uit het bevolkingsregister van 1815 blijkt dat Onne en Grietje ook weeskind in het gezin hadden opgenomen, Christiaan, 11 jaar oud. Het is niet bekend hoe lang hij al bij hen in huis is geweest.

De betekenis van de diaconie was in die tijd belangrijker dan tegenwoordig. Al sinds 1594 werd de armenzorg door het gewestelijk bestuur aan de kerk toevertrouwd. De diaconie verkreeg gelden uit schenkingen, collectes, erfenissen e.d.. Deze werd vaak belegd in onroerend goed. Uit de opbrengst van de beleggingen werd de ondersteuning gefinancierd.

Vanaf het eind van de 18e eeuw nam de behoefte aan steun sterk toe. De boeren mochten het dan goed hebben, de gewone arbeiders, met name de dagloners, hadden de grootste moeite om rond te komen. Had een boerenknecht vaak nog kost en inwoning bij de boer waar hij werkte, een dagloner werd alleen ingehuurd als het extra druk was op de boerderij, zoals met de oogst. De andere dagen moest men maar zien hoe je aan de kost kwam.


Naamsaanneming in 1811
Op 2 november 1811 is, als laatste inschrijving in het register, de familienaam Feringa aangenomen, zoals blijkt uit het Burgerlijk Register der Commune Adorp. De achternaam gold, behalve voor hemzelf, voor zijn twee dochters uit zijn eerste huwelijk, t.w. Barber Onnes en Geertje Onnes, en voor de twee zoons uit zijn tweede huwelijk, geboren vóór 1811, t.w. Engbert Onnes en Albert Onnes.

Waarom de naam Feringa is aangenomen is niet duidelijk. De nakomelingen van zijn broers Albert en Jacob voerden immers de achternamen Boersema en Niehof.
Er zijn wel een paar mogelijke verklaringen aan te wijzen. 
In Niehove, waar Onne werd geboren, woonde een familie met de achternaam Feringa. Uit niets blijkt overgens enige verwantschap. In de kerk van Niehove is een grafsteen bewaard gebleven. Wellicht heeft hij ooit toen hij jong was, of misschien zijn vader, op het land van deze familie gewerkt.
Een ander mogelijkheid is de volgende. Onne Berends heeft tussen 1792 en 1805 in de buurt van Grijpskerk in het dorpje Den Westerhorn gewoond. Niet ver daar vandaan, bij Lutjegast en Visvliet, lagen boerderijen Suyder-Feringa en Noorder-Feringa. Wellicht heeft hij toentertijd op een van deze boerderijen gewerkt of gewoond en heeft hij later, in 1811, zijn naam daaraan ontleend.

******

Economisch in het slop
Op een gegeven moment gaat het financieel slecht met de familie Feringa. Het laatste positieve signaal over de welstand was een belastingaanslag in januari 1817. 
In Adorp waren na de oorlog financiële tekorten bij de gemeentelijke overheid. Naar draagkracht werden deze tekorten omgeslagen over de gezinnen in de gemeente (de 'repartitie tot einding van het tekort op de gemeenterekening '). In januari 1817 staat Onne nog zo ongeveer als hoogst aangeslagen vermeld!
Maar misschien was deze aanslag nog op oude gegevens gebaseerd, want er zijn ook andere signalen.
Door het wegtrekken van de troepen verloren boeren een belangrijk deel van hun afzet van paarden (geen gevorderde dieren, maar de reguliere handel), hooi en haver. Ook staat het jaar 1816 bekend al 'Het jaar zonder zomer'. Lage temperaturen en veel regenval hadden invloed op slechte oogsten. Bedrijfsomstandigheden waarbij het lastig was om aan alle verplichtingen te voldoen. Eerder was al duidelijk dat het bedrijf van Onne in belangrijke mate was gebaseerd op leningen. Allemaal mogelijke aanwijzingen voor datgene wat volgt.

Op 4 juni 1817 wordt een akte opgemaakt bij notaris Bolhuis in Winsum. Hierin wordt een bedrijfsruil geregeld met de landbouwer Willem Rengeniers Hoekzema. Deze bezat een boerderij in Bellingeweer (gemeente Winsum), in het gebied ten oosten van de weg van Winsum naar Groningen. Het gebied waarin dit bedrijf lag waren de Winsumer- en Bellingerweerder Meeden. Het is nogal vochtig land. In die tijd stonden in de winter vaak hele stukken onder water. Het meeste land was eigenlijk alleen geschikt als hooiland.

De overeenkomst die werd getekend was een bevestiging dat de partijen hun verplichtingen (ruil en betaling) waren nagekomen. Onne blijkt volgens de akte dan al op het adres Bellingeweer nr. 119 te wonen. Deze boerderij heeft als bijbehorend land maar een beklemming van zo'n 42 grazen. En in tegenstelling tot de 'oude' boerderij liggen al deze stukken land behoorlijk verspreid. En gelet op de ligging in de Meeden, zal de kwalitatief van het land minder zijn geweest.

Onne Feringa en Willem Hoekzema komen onderling overeen dat de boerderij in Wetsinge ƒ4000,- waard is en die in Bellingeweer ƒ2500. Bij de ruil werd afgesproken dat Onne een contante bijbetaling van ƒ1500 zou ontvangen. In de akte staat, 'in klinkende zilveren speciën' .

Hieronder een afbeelding van de laatste bladzijde van de overeenkomst.

(Bij de berekening van de notariskosten werden overigens hogere waarden toegepast, resp. ƒ8400, - en ƒ5250, - voor de gebouwen plus een niet goed uit te leggen bijtelling (ook niet door de Groninger Archieven). Mogelijk een rekenwaarde van de grond indien deze eigendom zou zijn geweest?

*****

Een paar dagen na het passeren van de akte breekt er een noodweer uit in de streek. De burgemeester van Adorp schrijft dat op 27 juni 1817 een enorme hagelval de oogst vernielde. Een dag later konden de maaiers nog steeds niet aan de slag omdat in het gras 'de hagels nog een handbreed hoog lagen'.
Als je als boer al slecht bij kas zat, was zo'n bui natuurlijk een grote tegenslag

*****

Het heeft er alle schijn van de de behoefte aan contant geld alles te maken had met problemen die Onne had in zijn functie van boekhoudend diaken in Wetsinge. Op de kerkenraadsvergaderingen komt zijn ontslag enige malen aan de orde. In de verslagen wordt dit vastgelegd:

"7 februari 1818, art. 3
Op voorstel van den Voorzitter heeft Onne Berends Feringa, Boekhoudend Diaken dezer gemeente aangenomen zoo schielijk mogelijk de tijd nader te bepalen rekening en opening van zijn administratie der Diakoniegoederen te geven ten einde zijn ontslag te konnen bekomen".

"1 april 1818, art. 2
Wierd ten tafel gebragt door den Voorzitter, een Missive van Onne Berends Feringa, welke gelezen zijnde, daaruit gebleek, dat zij in zich behelsde een verzoek, ten einde een Kerkelijke attestatie van Lidmaatschap te mogen ontvangen, wijl hij reeds in het vorige jaar naar Bellingeweer vertrokken was; de Vergadering dit verzoek overwegende, en teffens daarbij in aanmerking nemende, dat bovengemelde Broeder aan zijne belofte in de Vergadering, gehouden den 7den Februari jl. niet had voldaan, om namelijk, zie art. 3 van bovengemelde Vergadering, zoo schielijk mogelijk rekening en opening te geven van zijne Administratie als Boekhoudend Diaken van Wetsing, heeft geoordeeld, dat men dus dien Broeder geen acta van Lidmaatschap naar elders geven kan, voor dat zulks door hem geschied was, welk oordeel in besluit is verandert, en zal extract dezes aan dien Broeder worden ter hand gesteld, te zijner narigt".

"13 april 1818, art. 2
De Voorzitter stelde aan de Vergadering voor of, dewijl Onne Berends Feringa, tot op heden toe, geen tijdsbepaling heeft opgegeven, wanneerhij rekenschap wilde geven van zijne administratie, waartoe hij zich verpligt dan 7den February jl. (zie de handelingen van dien dag art. 3) het niet goed zoude zijn, dat de Vergadering zelve den tijd en dagbepaalde, zoo heeft de Vergadering, genoegen nemende in dit voorstel, besloten, dat, die rekenschap door denselven zal en moet gedaan wordenop Maandag den 27sten April aanstaanden, des morgens om 9 uur alhier in de Kerk, en zal van dit besluit, door den Voorzitter kennis gegeven worden aan de Gemeente, op Zondag den 26sten April en zal verder extract dezes aan gemelden Onne Berends Feringa ter zijner narigt worden terhand gesteld".

"30 april 1818, art. 2
De boekhoudend Diaken Onne Berends Feringa op Maandag den 27sten April niet zijnde opgekomen, welke tijd door de Kerkeraad was bepaald, om rekenschap van zijne Administratie der diakoniegoederen af te geven in de Vergadering nodig achtte zulke noodzakelijk te zijn, wijl de Gemeente veel belang heeft om kennis te hebben, waar de effecten, de Diakonie toebehorende, gebleven zijn, wijl aan denzelve pl.min.: 5000,-is overgegeven, zoo besluit thans de Vergadering, dat, hiervan door den Voorzitter, uit naam des Kerkeraads zal worden kennis gegeven aan het Classikaal Bestuur van Middelstum, met verzoek, dat hetzelve Onne Berends Feringa moge gelasten, zoodanige rekenschap voor de Gemeente afte leggen, verzoekende dus den Voorzitter de bijlagen hierbij over te geven, en bij aldien er nader berigt gevorderd wordt aan 't zelvde Bestuur, zoodanige inligtingen te geven, als hem dunkt nodig te zijn".

"20 juni 1818, art 2
De Voorzitter berigtte, dat op de aanklagt door hem, uit naam des Kerkenraads aan het Classikaal Bestuur van Middelstum gedaan volgens besluit van den 30sten April jl. (zie de handelingen van dien dag art.2) door Hem ontvangen is, van gemelde Bestuur het volgende besluit:

Winsum den 28 Mei 1818

Het Classikaal Bestuur van Middelstum heeft het adres van den Kerkenraadvan Wetsing, van den 19 dezer, benevens de bijlagen, zich beklagende over O.B. Feringa, weigerende voor den Kerkeraad rekening te doen zijner gehoudenen administratie der Diakonie middelen, gesteld in handen der Heeren Gecommitteerden tot den aanstaande Kerkvisitatie, ten einde, na nader onder zoek, de Vergadering daarover in te ligten.

Uit naam van het Klassikaal voornoemd

(was getekend) G.H. Golta van der Tuuk"

Vervolgens schrijft dominee Smith een stukje, waaruit blijkt dat er met Onne een regeling is getroffen:

"Den 21sten Juny, ter gelegenheid van de Visitatie der Gecommitteerden van het Classikaal Bestuur van Middelstum, aan wien het was opgedragen, om de zaak tusschen Onne Berends Feringa, en de Gemeente, was het mogelijk in het vriendelijke te regte te brengen, gelijk ook geschied is, wijl hij op het dat ogenblik de effecten der diakonie heeft ter Tafel gebragt in presentie der Gecommitteerden, en aangenomen binnenkorten volkomen rekenschap van zijn administratie der Diakonie te doen, gelijk ook geschied is, ter genoegen des Kerkenraads, en de Leden der Gemeente die tegenwoordig waren, op 27sten july 1818, zoo dat gemeldezaak nu geheel is afgedaan".

*****

Tegen het eind van het jaar is het dan even feest in huis. Dochter Geertje trouwt op 14 november met Klaas Jans Moorlag. Uit de trouwakte blijkt dat hij op dat moment ook in Bellingeweer woont. Het zou zomaar kunnen dat hij bij Onne heeft gewerkt en nu trouwt met zijn dochter.

Maar een paar jaar later blijkt dat alle financiële problemen nog niet zijn opgelost. Onne biedt opnieuw zijn boerderij aan.
Op 31 mei 1820 wordt voor notaris Bolhuis de ruil bevestigd met boerderij van Reinder Jans Brands in Sauwerd. Deze laatste heeft als bijbehorend land maar een beklemming van zo'n 11 grazen. Beduidend kleiner dus dan zijn boerderij met 42 grazen land. Het bedrijf ligt afgelegen in de Sauwerder Meeden aan de Oude Ae.

Opnieuw komen de partijen een ruilwaarde overeen: de boerderij van Onne ƒ2500,- tegen de boerderij van Reinder Jans ƒ2000,-. En Onne krijgt daarnaast contant geld, nu ƒ500,-.
De akte is weer het sluitstuk van de overeenkomst, waarin feite wordt bevestigd dat alle afspraken zijn nagekomen. Onne blijkt in mei 1820 in de boerderij in Sauwerd te wonen.

Een paar jaar later, bij het overlijden van Onne, op 18 april 1825, 67 jaar oud, blijkt hoe ver hij in de problemen is gekomen. Hij heeft het ook niet kunnen redden in Sauwerd.
Hij overlijdt, als dagloner, in Wetsinge in het huis nr. 14. Dit huis was eigendom van de diakonie, dat aan behoeftigen werd verhuurd. Dezelfde diakonie waarvan hij nog maar 8 jaar daarvoor boekhoudend diaken was. Het kan verkeren.

Wanneer de familie is verhuisd van Sauwerd naar Wetsinge heb ik niet kunnen vinden. Wel blijkt uit het inschrijvingsregister van de schutterij dat in 1822 zoon Engbert al in het huis Wetsinge nr. 14 woont. 






Hierboven zijn op een afbeelding van Google Maps de laatste drie boerenbedrijven van Onne en Grietje ingetekend.

Groen - Wetsinge nr. 19

Geel - Bellingeweer nr. 119

Rood - Sauwerd nr. 47

*****

Grietje hertrouwde, een paar maanden na het overlijden van Onne, op 29 oktober 1827 in Adorp met Klaas Jans Zijlman, gedoopt op 6 maart 1771 in Wetsinge. Hij was waarsman bij de Wetsinger Zijl (ook wel zijlwaarder genoemd). Het zal geen dagtaak zijn geweest. In een aantal akten wordt hij ook dagloner genoemd.

Een zijlwaarder is in dienst bij het zijlvest, de toenmalige benaming voor een waterschap in Groningen. Hij moest toezien op de ontwatering van de polders via de sluis (zijl) op het Reitdiep.

Op 15 januari 1848 is Klaas in Sauwerd overleden, 76 jaar oud. Grietje overleed op 18 september 1850 in Sauwerd, 67 jaar oud.
Haar achternaam "van der Molen" wordt vermeld in de overlijdensakte van haar zoon Berend.

*****

Onne en Geertje kregen de volgende kinderen:


1. Engbert, gedoopt op 24 juli 1803 in Grijpskerk.
Hij trouwde, 30 jaar oud, op 12 oktober 1833 in Bedum met Corneliske Alberts Roege, 22 jaar oud, geboren op 28 december 1810 in Noordwolde, dochter van Albert Klaasen Roege en Frouwke Bartelts Vos. Zij is gedoopt op 13 januari 1811 in Noordwolde.
Engbert was net als zijn vader landbouwer. Hij overleed op 22 december 1887 in Zuidwolde, 86 jaar oud. Cornelliske overleed daar tien jaar later op 13 december 1897

2. Albert
, geboren op 17 september 1805 in Niezijl, zie generatie VII.

3. Cornelliske, geboren op 11 februari 1808 in Wetsinge en daar gedoopt op 21 februari 1808. Zij is overleden op 29 oktober 1808 in Wetsinge en daar begraven in november 1808, 8 maanden oud. 

4. Berend, geboren op 7 september 1814 in Wetsinge en overleden op 2 november 1836 in Sauwerd, 22 jaar oud.

_____________________
________________
______

Generatie VII
Albert Onnes Feringa x Aafke Jans Mulder

Albert is geboren op 17 september 1805 in Niezijl.  
In 1824 wordt hij voor de dienstplicht ingeschreven bij de Nationale Militie. Niet alle jongens moesten daadwerkelijk in het leger. Er werd geloot wie er moest opkomen en wie niet. Albert had geluk, hij werd niet opgeroepen. Het inschrijvingsformulier geeft van hem een signalement:

Lengte: 1 meter 63,5
Aangezicht: ovaal
Voorhoofd: rond
Ogen: blauw
Neus: ordinair (=gewoon)

Mond: groot
Kin: langwerpig
Haar: bruin
Wenkbrauwen: bruin
Merkbare tekenen: geene


Hij trouwde, 33 jaar oud, op 25 maart 1839 in Adorp, met Aafke Jans Mulder, 18 jaar oud, dienstmeid, geboren op 15 augustus 1820 in Zuidwolde, dochter van Jan Berends en Grietje Hindriks Kuiper.
Albert was bij zijn huwelijk boerenknecht, Aafke dienstmeid.

Albert en Aafke woonden de eerste paar jaar van hun huwelijk in Sauwerd, waar in 1840 hun dochter Grietje en in 1842 hun zoon Berend worden geboren. Uit de geboorteaangiften blijkt dat Albert inmiddels dagloner is. Een onzeker bestaan in die jaren. 
Waarschijnlijk om werk te vinden verhuist het gezin naar Rasquert, waar in 1845 zoon Jan wordt geboren. Ook daar is het armoe troef. Het gezin moest rondkomen met extra armensteun van de gemeente Baflo, waartoe Rasquert behoorde.

Het zal er de daaropvolgende jaren alleen maar slechter op worden. In 1846 brak de aardappelziekte uit en in dat jaar was er ook misoogst van de rogge. Dit leidde, zeker bij het meest kwetsbare deel van de bevolking tot voedselschaarste en armoede. In deze hongerjaren moesten de armsten zich o.a. voeden met paardenbonen en overjarige erwten, in betere jaren alleen gebruikt als voedsel voor de dieren. Het zijn vooral de kleine kinderen die hieronder lijden. In 1846 overlijdt dochtertje Geertje, 6 jaar oud.

Door het slechte voedsel groeien de kinderen niet goed. De kinderen Berend en Jan worden later afgekeurd voor militaire dienst, wegens 'te kleine maat'. De minimumlengte was in die tijd 1,54 meter. En Jan had ook nog een (verder onbekend) lichaamsgebrek.

In 1849 komen Albert en Aafke met hun gezin weer in Sauwerd wonen, net even ten noorden van het dorp aan de Provincialeweg (tegenwoordig nummer 15).
Al in 1796, blijkt uit een vermelding in de Ommelander Courant, werd dit pand met de naam "Het Zwarte Paard" te koop aangeboden. Het werd aangeprezen als een 'neringrijke herberg'. Maar toen Albert en Aafke daar kwamen wonen had het al lang die functie niet meer. Bewoners voor hen waren achtereenvolgens landbouwer en dagloner. Toch werd het in die tijd nog altijd met de oude naam aangeduid. Hierin ligt dan ook de verklaring van de familieherinnering dat Aafke als bijnaam had 'Aofien oet 't Swarte Peert'.
(Overigens is het huis tussen 1880 en 1890 afgebroken. Enkele jaren later werd een nieuw pand gebouwd, dat o.a. tot halverwege de 20e eeuw als cafe werd gebruikt, nog steeds genaamd "Het Zwarte Paard".)
(met dank aan de Historische Kring Ubbega, webpagina ubbega.nl)

*****

In 1851 is Albert verdwenen. Niemand weet waar hij naartoe is gegaan. Ook zijn plaats van overlijden is onbekend. Bij het huwelijk van zijn zoon Berend in 1874 wordt vermeld dat hij overleden is. Hij zou dus hooguit 69 jaar zijn geworden. Maar ook de nieuwe digitale technieken die toelaten om zo'n beetje in het hele land in de overlijdensregisters te zoeken leveren voorlopig niets op.

Volgens de familieoverlevering zou hij van een bezoek aan een familielid nooit meer zijn thuisgekomen. Tegenwoordig zouden we zeggen "voor een ongeluk wordt gevreesd".

Maar in het dorp werd dat blijkbaar anders beleefd. Roddel, achterklap en vage geruchten. Bij het overlijden van Aafke om doet de burgemeester nog een oproep om inlichtingen over zijn verblijfplaats in het Algemeen Politieblad.









Aafke overleed overleed op 29 juni 1859 in Sauwerd, 38 jaar oud, als daglonerse.

Het lijkt erop dat buurman Jan Derks van der Laan, een schoenmaker die ook de overlijdensaangifte deed, zich over de jongste kinderen (12 en 9 jaar) heeft ontfermt. Jan en Engbert worden namelijk beiden ook schoenmaker


*****

Albert en Aafke kregen de volgende kinderen:

1. Grietje, geboren 11 juni 1840 in Sauwerd en overleden op 24 november 1846 in Rasquert.

2. Berend, geboren op 21 maart 1842 in Sauwerd, zie generatie VI.

3. Jan, geboren op 6 mei 1845 in Rasquert en overleden op 15 april 1891 in Groningen. Hij was schoenmaker.
Hij trouwde, 30 jaar oud, op 19 september 1875 in Groningen met 
Grietje Molenkamp
, 42 jaar oud, geboren op 10 mei 1833 in Groningen, dochter van Martinus Molenkamp en Imke Martens. Zij is overleden op 16 oktober 1916, 83 jaar oud.










                                                                                        Grietje Molenkamp


4. Engbert, geboren op 6 juni 1850 in Sauwerd en overleden op 4 december 1878, 28 jaar oud. 
Hij woonde in Ezinge, maar is overleden in Groningen in het Academisch Ziekenhuis. Zijn beroep was schoenmaker. 


_____________________
________________
______
Generatie VI
Berend Feringa x Geertje van der Tuin

Berend is geboren in Sauwerd op 21 maart 1842.
Toen zijn vader in 1851 verdween was hij met 9 jaar de oudste van drie kinderen. Hij zal al jong hebben moeten meewerken om een paar centen te verdienen. En nadat zijn moeder overleed in 1859 zal hij, ondanks zijn 17 jaar, zich als oudste zeker verantwoordelijk hebben gevoeld voor zijn twee jongere broers. Hij zal hard hebben moeten werken op het land om het nodige geld te verdienen.

Hij trouwde, 31 jaar oud, op 15 maart 1874 in Groningen met Geertje van der Tuin, 28 jaar oud. Zij is geboren op 21 november 1845 in Groningen, dochter van Kornelis Harms van der Tuin en Diewerke Scholma.

       
Op dezelfde datum als zijn huwelijk wordt hij ingeschreven in het bevolkingsregister van Groningen. Hij woonde daarvoor, sinds 1868, in Winsum.

Volgens het bevolkingsregister is zijn beroep molenaarsknecht, in zijn huwelijksakte staat landbouwersknecht en een jaar later, als hij getuige is bij het huwelijk van zijn broer, wordt hij tuinier genoemd.

Hoewel hij klaarblijke tussendoor op het land werkte was zijn hoofdberoep molenaarsknecht. Dat staat in alle geboorteaktes van zijn kinderen.


Geertje was weduwe toen zij trouwde. Eerder was zij gehuwd op 26 juli 1866 in Groningen met Hindrik Burema (1840-1872), barbier van beroep.


Berend Feringa, foto ca. 1874


Geertje kreeg met Hendrik Burema twee kinderen:


1. Dieuwerke, geboren op 21 maart 1867 en overleden op 23 november 1900 in Groningen, 33 jaar oud. Zij trouwde, 28 jaar oud, op 2 februari 1896 in Groningen met Hendrik Smit, 21 jaar oud, geboren op 8 juni 1874 in Groningen, zoon van Gerhard Smit en Grietje Wieringa. Hij is overleden op 27 juni 1948 in Groningen, 74 jaar oud. Zijn beroep was tabakskerver. Hendrik trouwde later op 29 juni 1902 in Groningen met Okkiena Kiewiet. 


2. Sjouke
, geboren op 4 april 1868 en daar overleden op 5 oktober 1877, 9 jaar oud.





                     Geertje van der Tuin met dochtertje Sjouke



Vanaf hun huwelijk woonden Berend en Geertje in Groningen 'buiten de Boteringepoort', wijkletter W, nr.19.

Geertje woonde hier al met haar eerste man Hindrik Burema en haar twee kinderen. De straat ligt in het verlengde van de Nieuwe Boteringestraat. Later kreeg de straat de naam Moesstraat, ontleend aan de tuinderijen (moestuinen) die daaraan grensden. Ook de ouders en andere familieleden van Geertje waren hier moeskers. 

Geertje van der Tuin, 
foto ca. 1915  

In de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelde zich de arbeidersbeweging, met name in de organisatie van het Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond. Maar de streng christelijke leden kregen bezwaar tegen het gevoerde beleid zoals de zondagsontheiliging en de bevordering van het staats lager- en middelbaar openbaar onderwijs. Ook de stellingname ten gunste van de klassenstrijd ging hen te ver.

In reactie hierop werd in 1876 het Christelijk Nederlands Werklieden Verbond 'Patrimonium' opgericht. Al snel daarna in 1879 werd ook Berend ook lid van deze organisatie, Zijn ervaringen met de armoede uit zijn jonge jaren zal wellicht een reden zijn geweest om lid te worden van het verbond

Berend is overleden in Groningen op 28 maart 1895, 53 jaar oud. Geertje overleefde haar man meer dan dertig jaar. Zij is overleden in Groningen op 4 april 1931, 85 jaar oud.


Kinderen van Berend en Geertje:

1. Kornelis (Kees)
, geboren op 28 april 1875 in Groningen en daar overleden op 26 juni 1954, 79 jaar oud.
Hij trouwde, 28 jaar oud, op 4 juni 1903 in Groningen met Barbara Kolbeek, 23 jaar oud, geboren op 29 september 1879 in Groningen, dochter van Hendrik Kolbeek en Maria Smit . Zij is overleden op 10 mei 1938 in Groningen, 58 jaar oud. 
Barbara is een zus van Anna Kolbeek die trouwde met Albert Feringa, een broer van Kornelis.

Kornelis was letterzetter in dienst van drukkerij J.B. Wolters te Groningen.
Bij zijn 50-jarig jubileum kreeg hij de bronzen medaille Orde Oranje Nassau.
Trots heeft hij de versierselen op zijn colbert.
Zoals te zien heeft hij het één en ander te vertellen tegen de directie van Wolters.







Kees (tweede van links) en Babs (vierde van links) woonden van 1921 tot 1938 in het huis aan de Nieuwe Blekerstraat 124. Er is bezoek van zijn broer Albert (links) met zijn zonen Hendrik (Henk) (derde van rechts en Berend (tweede van rechts).
De andere twee zijn kinderen van Kees en Babs: Hendrik (Henk) (derde van links) en Berend (geheel rechts)


2. Albert, geboren op 7 september 1876 in Groningen, zie generatie V.

3. Jan
, geboren op 27 september 1878 in Groningen en daar overleden op 25 juli 1968, 89 jaar oud.
Hij was aanvankelijk tabaksbewerker. Later werd hij brievenbesteller. 
Hij trouwde (1), 21 jaar oud, op 14 januari 1900 in Groningen met Jantje Popken, 21 jaar oud, geboren op 31 mei 1878 in Glimmen, dochter van Jan Popken en Fransina Timmer. Zij is overleden op 25 januari 1939 in Assen, 60 jaar oud. 







   Jan Feringa, Jantje Popken en 
hun dochterje Geertje (foto ca 1902)



Hij trouwde (2), 66 jaar oud, op 15 maart 1945 in Groningen met Elizabeth Everdina Jacobina Hazenberg, 56 jaar oud, geboren op 14 augustus 1888 in Groningen, dochter van Harmannus Hazenberg en Sophia Elizabeth van Denderen. Zij is overleden op 21 februari 1960 in Groningen, 71 jaar oud.
Elizabeth was eerder getrouwd, op 2 maart 1940 in Roden, met Harmannes Vorenkamp (geb. 1882). Dit huwelijk werd ontbonden op 23 januari 1943 in Roden.


4. Harm, geboren op 23 juni 1882 in Groningen en daar overleden op 1 februari 1945 in Groningen, 62 jaar oud. 
Hij was loopknecht bij bij de Tabak- en Sigarenfabriek "De Pionier". 
 







5. Engbert
, geboren op 4 juli 1884 in Groningen en daar overleden op 29 oktober 1966, 82 jaar oud. Hij was net als zijn broer Jan brievenbesteller bij de P.T.T.
Hij trouwde (1), 26 jaar oud, op 22 juni 1911 in Groningen met Reina Abree Kampinga, 31 jaar oud, geboren op 17 juni 1880 in Groningen, dochter van Pieter Kampinga en Grietje Visker. Zij is overleden op 16 maart 1942 in Groningen, 61 jaar oud. 

Engbert Feringa



Reina Abree Kampinga


Hij trouwde (2), 59 jaar oud, op 9 maart 1944 in Groningen met Aaltje Johanna Dijk, 64 jaar oud, geboren op 27 juli 1879 in Ten Boer, dochter van Evert Dijk en Gatske Nijdam. Zij is overleden op 14 mei 1961 in Groningen, 81 jaar oud. 
Aaltje was weduwe van Hendrik Blaak (1877-1936), met wie zij trouwde op 13 november 1904 in Groningen. 

7. Berend Geert, geboren op 11 maart 1888 in Groningen en daar overleden op 2 juni 1888, 2 maanden oud.


_____________________
________________
______
Generatie V 
Albert Feringa x Anna Kolbeek

Albert is geboren op 07-09-1876 in Groningen en overleden op 25 juni 1952 in Rotterdam.
Hij trouwde, 28 jaar oud, op 01-01-1905 in Groningen met Anna Kolbeek, 28 jaar oud, dienstmeid, geboren op 02-08-1876 in Groningen, dochter van Hendrik Kolbeek en Maria Smit. Zij is overleden in Gouda op 28 juli 1957 
Op https://www.flickr.com/photos/cferinga/ staat een fotoalbum van dit echtpaar.
                  
  Rechts een verlovingsfoto uit december 1900












Anna Kolbeek was tot aan haar huwelijk dienstbode, o.a. bij de professor Dirk Huizinga.
Dit fotootje is geplakt op een soort visitekaartje van de zoon Herman Gerard Huizinga die op 17 jarige leeftijd in 1903 overleed.









Albert werd als 12-jarige jongen letterzetter bij de Gebr. Hoitsema te Groningen.
's Avonds leerde hij bij en in het voorjaar van 1900 is hij geslaagd voor de betrekking van kommies bij 's Rijks Belastingen.

Bij het beroep behoorden de nodige overplaatsingen in het land. Een opsomming:
1.1 juni 1900 te Maastricht (kommies der 4e klasse)
in april 1904 geslaagd voor het examen van Roeier der dranken
2. ca 1903 te Meerssen (per 1 juni 1904 bevorderd tot kommies der 2e klasse)
3. 1 oktober 1904 te Vaals 
4. 1 oktober 1906 te Lobith
5. 1907 te Zevenaar
6. 1908 te Delft 
7. 1 juni 1914 te Rotterdam (hier bevorderd tot kommies der 1e klasse); hier verkreeg hij per 1 mei 1930 de ambtstitel van Assistent.

Maar ook werd hij ingezet bij de belastinginning die samenhing met de suikerproductie in Oud-Beijerland.
Gedurende de suikercampagne woonde hij daar op kamers, terwijl het gezin in Rotterdam woonde.
Om geld uit te sparen (een enkeltje met het spoor van de RTM was ca 30 cent) liep hij aan het eind van de werkweek naar zijn huis in de Johannes Brandstraat op Rotterdam-Zuid. Toch al gauw zo'n 16 km!!

De vele verplaatsingen weerspiegelen zich in de geboorteplaatsen van de kinderen van Albert en Anna:

1. Berend Hendrik, geboren op 30 augustus 1906 in Vaals
Hij was aanvankelijk kantoorbediende bij de N.V. Handelmaatschappij v/h/ J.Sick & Co. Vanaf 1929 tot zijn pensionering als hoofdcommies op de afdeling Sociale Werkvoorziening werkte hij voor de Gemeente Amsterdam.
Hij is overleden op 30 januari 1986 in Amsterdam, 79 jaar oud.

Berend trouwde, 26 jaar oud, op 28 september 1932 in Amsterdam met Anna Catharina de Regt, 27 jaar oud, geboren op 29 juli 1905 in Terneuzen, dochter van Saan de Regt en Cornelia Rottier. Zij is overleden op 23 mei 1999 in Amsterdam, 93 jaar oud. 

2. Hendrik (Henk), geboren op 1 december 1908 in Zevenaar, zie generatie IV 
Als jonge jongen was hij kantoorbediende bij N.V. Furness en Blaauwhoedenveem. Vanaf 1927 werkte hij op diverse afdelingen bij Unilever N.V. waar hij als hoofd van de afdeling Effecten en Coupons per 1 januari 1974 werd gepensioneerd. 
Hij trouwde, 26 jaar oud, op 26 september 1935 in Dubbeldam met Lena Noorland, 29 jaar oud, geboren op 24 juli 1906 in Dordrecht, dochter van Cornelis Noorland en Willemijntje Maatje de Rijke. Zij is overleden op 18 januari 1990 in Rotterdam, 83 jaar oud. 

3. Geertje, geboren op 11 augustus 1912 in Delft. Zij is overleden op 4 april 1935 in Rotterdam, 22 jaar oud. 

4. Jan Kornelis, geboren op 20- september 1915 in Rotterdam. Hij is overleden op 28 mei 2000 in Rotterdam, 84 jaar oud. 
Hij werkte tot aan zijn pensionering bij Unilever N.V. in Rotterdam als archiefmedewerker.
Jan trouwde, 33 jaar oud, op 10 november 1948 in Rotterdam met Ingetje Pietertje Visser, 34 jaar oud, geboren op 16 juni 1914 in Rotterdam, dochter van Arie Visser en Arendje Boom. Zij is overleden op 13 april 2001 in Rotterdam, 86 jaar oud.

Tijdens de tweede wereldoorlog werden in november 1944 in Rotterdam razzia's gehouden. Alle mannen in de leeftijd van 17 t/m 40 jaar moesten zich voor de arbeidsinzet melden. 
Op 10 november was Rotterdam-Zuid aan de beurt. Met deze folder werden de mannen opgeroepen zich te melden. 
Jan werd samen met o.a. zijn broek Henk weggevoerd naar Duitsland.
Gedurende de periode van het wegvoeren tot de terugkeer in Rotterdam legde oom Jan zijn belevenissen nauwkeurig vast. Deze notities verwerkte hij kort na thuiskomst tot een dagboek. Op unieke wijze beschrijft hij het verloop van de gebeurtenissen. Nauwkeurig worden personen en plaatsen vermeld.
Van dit dagboek is een transcriptie geplaatst op de site van Onno Feringa.

_____________________
________________
______

Generatie IV
Hendrik Feringa x Lena Noorland

Hendrik (Henk) Feringa is geboren op 1 december 1908 in Zevenaar en overleden op 23 maart 1999 in Rotterdam, 90 jaar oud.
Hij trouwde, 26 jaar oud, op 26 september 1935 in Dubbeldam met Lena Noorland, 29 jaar oud. Zij is geboren op 24 juli 1906 in Dordrecht als dochter van Cornelis Noorland en Willemijntje Maatje de Rijke. Zij is overleden op 18 januari 1990 in Rotterdam, 83 jaar oud. 

Als jonge jongen was Henk kantoorbediende bij N.V. Furness en Blaauwhoedenveem. Vanaf 1927 werkte hij op diverse afdelingen bij Unilever N.V. waar hij als hoofd van de afdeling Effecten en Coupons per 1 januari 1974 werd gepensioneerd.

Henk en Lena kregen de volgende kinderen:

1. Albert, geboren op 15 augustus 1936 in Rotterdam en overleden op 28 maart 2016 in Zoetermeer, 79 jaar oud.
Hij trouwde (1), 26 jaar oud, op 23 augustus 1962 in Venlo met Dirkje Martijntje Adriana (Ditty) de Bruijn, 25 jaar oud, geboren op 17 januari 1937 in Venlo, dochter van Cornelis Catharinus Jacobus de Bruijn en Johanna van Heijningen. Zij is overleden op 20 maart 1995 in Zoetermeer, 58 jaar oud. 
Hij trouwde (2), 69 jaar oud, op 21 april 2006 in Zoetermeer met Grietje (Iet) Benschop, 65 jaar oud, geboren op 18 maart 1941.

2. Willemijntje Maatje (Wilma), geboren op 30 november 1937 in Rotterdam
Zij trouwde (1), 24 jaar oud, op 29 juni 1962 in Rotterdam met Pieter van der Kam, 26 jaar oud. De scheiding werd geregistreerd op 12 september 1979 in Utrecht. Pieter is geboren op 17 januari 1936 in Buitenpost, zoon van Johan Piet van der Kam en Theodora Elshove.
Zij trouwde (2), 43 jaar oud, op 12 juni 1981 in Hoevelaken met Dirk Monshouwer, 33 jaar oud. Hij is geboren op 26 december 1947 in Eersel, zoon van Dirk Jacobus Monshouwer en Wijnanda Gerritsen en overleden op 9 oktober 2000 in Hoevelaken, 52 jaar oud.

3. Hendrik (Henk), geboren op 1 september 1940 in Dubbeldam
Hij trouwde, 25 jaar oud, op 2 september 1965 in Rotterdam met Louize Marianne (Loeki)van der Ent, 23 jaar oud. Zij is geboren op 25 februari 1942 in Rotterdam, dochter van Aart van der Ent en Baldina de Rouwe.

4. Cornelis (Cees), geboren op 10 oktober 1946 in Rotterdam. Hij trouwde, 26 jaar oud, op 4 september 1973 in Vlaardingen met Mirna Gladys Couwenberg, 25 jaar oud. Zij is geboren op 24 september 1947 in Soerabaja, dochter van Oscar Wynand Hubertus (Joy) Couwenberg en Louise van Lingen.


Afstammingslijn

IX         Berent Alberts x Barber Jacobs
                                           
VIII               Onne Berents Feringa x Grietje Engberts van der Molen
                       1757-1825                        1783-1850

                                                               
VII                              Albert Onnes Feringa x Aafke Jans Mulder
                                    1805-<1874                    1820-1859    
                                                                           
VI                                          Berend Feringa x Geertje van der Tuin
                                              1842-1895             1845-1931
                                                                           
V                                                  Albert Feringa x Anna Kolbeek
                                                    1876-1952           1876-1957
                                                                               
IV                                                               Hendrik Feringa x Lena Noorland
                                                                   1908-1999              1906-1990
                                                                                                  
III                                                                           Cornelis Feringa x Mirna G. Couwenberg
                                                                                                              
II                                                             
Ronald Bezemer x Marieke Feringa
                                                                                              

I                                                                    Tim en Daan Bezemer














Subpagina''s (1): register Wetsinge