Grafheuvels
 

 


 

Een grafheuvel is een heuvel uit de oudheid waarin doden een laatste rustplaats kregen. Grafheuvels werden opgeworpen in de late steentijd, de bronstijd en de ijzertijd. Er zijn vijf perioden te onderscheiden, waarin op verschillende manieren de doden bijgezet werden en een grafheuvel aangelegd werd. In de late steentijd, vroege bronstijd en ijzertijd werden er heuvels opgeworpen met vaak ‚‚n of meer kransen van palen door de voet van de heuvel. De grafheuvels uit de midden en late bronstijd zijn anders opgebouwd en worden ringwalheuvels genoemd. Dit type grafheuvel kenmerkt zich door een heuvel in het midden, met daaromheen een greppel, omgeven door een wal van aarde. In grafheuvels die in de vroege bronstijd zijn opgeworpen bevinden zich soms keien.            Ook de manier waarop doden ter aarde besteld werden verschilde per periode.

Hieronder staan de perioden vermeld met erachter de manier van begraven/cremeren:

  • Late steentijd; begraven in kuil, waaroverheen de heuvel werd opgeworpen

  • Vroege bronstijd; crematie, urnen met resten in heuvel

  • Midden bronstijd; dode in uitgeholde boom in heuvel (=boomkist)

  • Late bronstijd; crematie, urnen met asresten in heuvel

  • IJzertijd; het lijk werd verbrand, en de heuvel over deze plek opgeworpen