Artikelen‎ > ‎

Toekomst Heilige Geest

De Heilige Geest en de toekomst


Bron:               De aardse en de kosmische mens – Een weg naar spiritueel inzicht voor 
                         de zoekende mens van vandaag
Auteur:           Bruno Skerath
Uitgeverij:     Kramat
Beschouwing 23; bladzijde 179 tot en met 186


Ooit mochten de Atheners kiezen voor twee goddelijke gaven.  De ene  werd hen beloofd door de oude aardeschudder Psodeidon, godheid van de wereldzeeën, en de cataclysmen. In ruil voor de verering van zijn persoon zou hij hen de drie vurige rossen schenken, waarmee de aarde kon worden veroverd. De andere gave werd hen beloofd door de Godin van de wijsheid, de altijd jeugdige Athena. Zij bood hen een bescheiden boompje aan, een olijfboompje. De Atheners spraken zich uit voor de macht van de wijsheid, niet voor de macht van het geweld.  Ze kozen voor Athena. Zo werd zij de beschermgodin van hun stad. Ze deden een uitstekende keuze, zoals de toekomst zou  uitwijzen.

Want nog drieduizend jaar later slaakte  de Franse historicus Aubertin de verzuchting: ‘Het beetje licht dat op onze onzalige planeet viel, kwam van deze plek.’ Hij bedoelde Athene.

En hij had gelijk, alleen zag hij het niet ruim genoeg. Hij had op het ganse bekken van de Middelandse zee van de Middellandse Zee moeten wijzen. Want ten tijde van de Grieken en Romeinen  stond dat gebied centraal in de ontwikkeling van de mensheid. De Grieken beheersten het vooral cultureel, De Romeinen in de eerste plaats militair.

En waar vond de komst van christus plaats? In Palestine, aan de boorden van de Middellandse Zee, onder het Romeinse bewind. En waar daalde de Heilige Geest neer, de ochtend van het oer-Pinksteren? In datzelfde Palestina, waar mensen uit hele bekken van de Middellandse Zee bijeen waren. We vernemen: (Handelingen 2): ‘Er was een grote menigte verzameld en de aanwezigen waren ontsteld omdat ieder van hen de apostelen in zijn eigen taal hoorde spreken. Onder hen waren Parten, Meden, Elamieten, bewoners van Mesopotamië, Judea, Cappodocië, Pontus en Asia, Phyrgië en Pamphilië, Egypte en de streken van Libië aan de kust van Cyrene, ook Romeinen, Joden, Kretenzers en  Arabieren.’

Maar niet alleen de God-Zoon en de God-Geest zijn daar verschenen. Ook de God-Vader heeft er de bodem betreden. Christus zegt immers: ‘Wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem die mij gezonden heeft.’ (Johannes 12: 44). En: ‘Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.’ (Johannes 14:11).

We mogen wel zeggen dat de gezamenlijke  Triniteit zich daar aan de mensheid heeft geopenbaard. Ook daarop doelt de boodschap van Christus.

De meest reisvaardige verkondiger van die boodschap was ongetwijfeld Paulus. Hij werd in het jaar 10 na Christus geboren in Tarsus in het zuid-oosten van het huidige Turkije. Op zijn verschillende zendingstochten heeft hij zowat het ganse gebied van de Middellandse Zee doorkruist. Hij is in Jeruzalem geweest, in Damascus, op Cyprus, in Milete, in Efeze, op allerlei plaatsen in Griekenland, waaronder Korinthe, Samothrake, Appolonia, Thessaloniki, Athene. Hij was ook nog van plan Spanje aan te doen. Op zijn laatste tocht werd hij als gevangene van Jeruzalem naar Rome overgebracht en deed onderweg de eilanden Kreta en Malta aan, evenals Syracuse op  Sicilië. Wat er verder met hem gebeurde, staat niet vast. Hij werd waarschijnlijk in Rome terechtgesteld. Maar één ding is zeker: zijn missie bestreek het hele bekken van de Middellandse Zee. Wellicht met uitzondering van Noord-Afrika, maar dan enkel omdat hij daar niet meer aan toe is gekomen.

We begonnen dit hoofdstuk met een verhaal waarin de olijfboom voorkwam. Die is sterk verbonden met het gebied van de Middellandse Zee. Sinds mensenheugenis wordt hij er gecultiveerd. Rudolf Steiner wijst er op. Van Paulus zegt hij: ‘Paulus was met het elementaire wezen van de aarde verbonden[1] en dat komt tot uitdrukking in het feit dat het gebied van de werkzaamheid samenvalt met het gebied van de olijfboom’.[2]

Als de olijfboom tot dat gebied behoort, is het geen wonder als we die boom daar op cruciale momenten tegenkomen!

Zo heeft een ingrijpende gebeurtenis in het Christusleven, waarvan de draagwijdte nog niet volledig wordt ingezien, zich voltrokken in een olijfgaard. Nadat het Laatste Avondmaal was afgelopen en Christus nog openbarende woorden had gesproken, verliet hij na middernacht, dus al op Goede Vrijdag, onverwacht de bescherming van het huis. De apostelen volgen hem sprakeloos, want geen jood waagde zich tijdens de Passahperiode om die tijd nog naar buiten, uit vrees de Doodsengel te ontmoeten.[3] Ze daalden af naar de Kedron, staken die beek over en bestegen aan de overzijde de helling van de Olijfberg. En daar, in de zogeheten tuin Tuin der Olijven, begaf het lichaam van Jezus. Hij was stervende. Terwijl de oververmoeide apostelen in slaap waren gevallen, werd er een geestelijke strijd uitgevochten om Jezus nog in leven te houden. Hij was in een doodstrijd gewikkeld (Lucas 22:40). De kelk, waarvan hij smeekte dat ze voorbij zou gaan, was niet de kelk van de dood! Die kelk werd uiteindelijk weggenomen. Daar in Getsemaneh werd getriomfeerd over de dood. Jezus bleef nog in leven en nam in volle vrijheid het komende lijden op zich, de gevangenneming, de vernedering, de geseling en de verschrikkingen van de kruisiging.

Als we veel verder teruggaan, wordt de figuur van Noach ook al met de olijfboom in verband gebracht. De tweede maal dat hij de duif uitzendt, keert ze terug met een afgebroken olijfblad in de bek (Genesis 8:11). Maar op de berg Arafat, in het uiterste noordoosten van Turkije, bij Armenië, waar de Ark zou zijn gestrand, groeien geen olijfbomen en evenmin in het omringende onvruchtbare berglandschap. Dat kan dus niet de plek zijn geweest waar de Ark is aangeland!

Dat was dan ook niet het geval. Met Arafat is geen berg bedoeld, zoals verkeerdelijk staat, maar een rijk. Dat rijk is in de geschiedkunde bekend als Urartu. Als men naleest in 2 Koningen 19:36 en Jeremia 51:27 ziet men dat met Arafat inderdaad een koninkrijk is bedoeld. Het lag in het noorden van het latere Babylonië, het huidige Irak. Akkad was de hoofdstad. Vanaf 2600 voor Christus vormde zich daar een Semitisch rijk en dat is opnieuw een bevestiging van de plaats waar de Ark is aangeland. Want de Semieten heten af te stammen van een van de zonen van Noach, van Sem. Sem was met zijn huisvrouw meegekomen aan boord van de Ark. Hij wordt in verband gebracht met een oorspronkelijk Semitisch koninkrijk, waarop het latere volk van Israël trots kon terugblikken. Abraham, de stamvader van het Joodse volk[4], was een nakomeling van deze Sem. Dat wordt ons verteld in Genesis 11. De lijn loopt dus van Abraham over Sem naar Noach. Het noorden van het tegenwoordige Irak moet toen een vruchtbaar gebied zijn geweest, waar ook de olijfboom groeide. Eerst later werd het woestijn. Ook hier zijn mythologie en feitelijkheid nauw ineengeweven.

Over dat gebied van de olijfboom willen we het nu hebben. Want daar is de Heilige Geest op een bijzondere manier vaardig geworden over de mens, in het bijzonder van de Griek-Romeinse tijd.

Bij verschillende gelegenheden heeft Christus gesproken over de Heilige Geest die na zijn heengaan door de Vader zou worden gezonden (Johannes 14:25) en die de Geest van de Waarheid is. ‘Wanneer hij komt, de Geest van de Waarheid, zal hij u de weg wijzen naar de volle waarheid (Johannes 16:12). Bovendien zal de waarheid ons vrij maken (Johannes 8:32).

Wat is nu de nieuwe inbreng van de Heilige Geest, zoals die zich manifesteert na de Hemelvaart van Christus, sinds het eerste Pinksterfeest? Om dat te doorgronden wenden we ons tot wat er al werd uiteengezet in het vorige hoofdstuk.

Daar werd gewezen op het feit dat de toehoorders de apostelen hoorden spreken elk in hun eigen taal. De verklaring van dat verschijnsel luidt dat onder invloed van de Heilige Geest  de aanwezigen de gedachten waarnamen, die achter de woorden stonden die door de apostelen werden gesproken. En die gedachten werden innerlijk door elke toehoorder in de eigen taal omgezet.

Dat taalkundige fenomeen is echter niet het essentiële! Waar het eigenlijk om gaat is, dat mensen elkaars gedachten gaan waarnemen en begrijpen. Dat is de nieuwe gave van de Heilige Geest en dat moeten we nu nader bekijken.

Daarom mogen de uitspraken van Christus over de Geest van de Waarheid echter niet worden misverstaan. Ze betekenen niet dat de Heilige Geest ons de waarheid zal inlepelen. Dat zou immers indruisen tegen onze vrijheid. Van menselijk standpunt gezien, is de waarheid niet iets dat ons van boven af wordt toegediend, maar iets dat we zelf moeten zoeken. Zoals al werd uiteengezet in het hoofdstuk over denken, voelen en willen (bladzijde 85 tot en met 96) zijn we zoekende schepsels, met vallen en opstaan. Daardoor worden we eerst vrij.

Christus bedoelt daarom dat de Heilige Geest ons de weg zal wijzen naar de volle waarheid. Als Geest van de Waarheid zal hij ons alleen maar helpen die weg te betreden. De waarheid wordt ons  niet in de schoot geworpen. En doordat ze ons niet wordt opgedrongen, zal ze ons vrij maken.

Daarin ligt het baanbrekende verschil tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament behoort nog tot de theocratische periode van de mensheid. In een theocratie wordt alles wat de mens dient te weten, hem van boven af opgelegd, met geboden  en verboden. Vanuit goddelijke ingevingen (werkelijk, maar vaak ook gefingeerde) verordenen priesters wat er moet worden gedacht, hoe er moet worden gevoeld en naar welke normen het leven van eenieder moet worden geregeld.

Met de incarnatie van Christus komt er een einde aan de theocratische periode. Christus, en met hem de Triniteit, verlaten de hemelse hoogten en begeven zich hier op aarde onder de mensen. Dat wijst op een totale ommekeer. Het wordt tijd dat we ons van de draagwijdte van die stap bewust worden. Het Nieuwe Testament lost het Oude af. Het Oude Testament komt daardoor niet te vervallen, het wordt vernieuwd, het wordt van een nieuwe geest doortrokken.

Die ommezwaai tekent zich af in het gebied van de Middellandse Zee. Het zijn de Grieken en daarna de Romeinen die de spits afbijten. Daarom begonnen we dit hoofdstuk met het verhaal van de Atheners, die niet kozen voor de verouderde Poseidon, maar voor de toekomstgericht Athena, de vertegenwoordigster van de wijsheid. En wat is wijsheid anders dan doorleefde waarheid!

Maar wat gebeurt er als de waarheid niet meer collectief van boven af wordt vastgelegd, zoals in de theocratie? Dan moeten we zelf gaan zoeken. Dat wil zeggen: we moeten zelfdenkende individuen worden. En zo zien we bij de Grieken de zelfdenkende mens ontwaken.

Bij hen treffen we de eerste filosofen aan. Dat zijn mensen die door eigen denkkracht de wereld trachten te verklaren. Het woord philosophie betekent zoiets als vriend van de Sophia. In de Sophia werd de verpersoonlijking van de wijsheid gezien.

De grondslag werd weliswaar niet gelegd in Athene, zoals het verhaal wil, maar in  Ionië (land van de Ioniërs), dat de westkust van het huidige Turkije omvatte en de eilanden in de Egeïsche Zee. Dat was toen allemaal Grieks. Merkwaardig  genoeg betekent iona in het Grieks duif. Ionië was dus het land van de duif en de duif is ook het symbool van de  Heilige Geest. Daar was de Heilige Geest al wegwijzend aan het werk, eeuwenlang voor het pinkstergebeuren in Jeruzalem.[5]

De oudste filosoof die we kennen, moet Pherekydes van Syros[6] zijn geweest (6e eeuw voor Christus). Gaandeweg doken er filosofen op in het hele bekken van de Middellandse Zee.

Als huldeblijk en om er op te wijzen dat het niet om een paar uitzonderingen ging, willen we de belangrijkste filosofen van toen eens op een rijtje zetten, een lijst die overigens verre van volledig is (en die hier ook niet chronologisch is bedoeld):

Pherekydos van syros, Thales van Milete, Phytagoras, Anaximander, Anaximenes, Herakleitos, Xenophanes, Parmenides, Zeno van Elea, Melissos van Samos, Alkmaion, Anaxagoras, Diogenes van Appolinia, Philolaos, Leukippos, Protagoras, Prodikos, Hippias, Gorgias, Trasimachos, Antiphon, Kratylos, Kritias,Socrates, Plato, Aristoteles, Demokritos, Empedokles van Sicilië, Epicurus, Zeno van Kition, Kleanthes, Chrysippos, Philo van Alexandrië, Lucretius, Carus, Plotionos, Porphirius, Proclus, Seneca, Jamblichus… (en dan zijn we al aangekomen in de eerste eeuwen van onze jaartelling en bij de Romeinene).

Later breidde de filosofie zich uit buiten het gebied van de olijfboom. Rudolf Steiner heeft alle filosofen en hun stelsels onderzocht en besproken, van de oudste tot de meest recente.[7]

Maar naast de filosofie ontstonden in Ionië ook de wetenschappen en de wiskunde. In de wetenschap wil de mens door eigen waarneming en eigen denken verklaringen zoeken voor de samenhangen in de wereld. De wiskunde betekent een ware uitdaging voor ons denkvermogen. Dat denkvermogen werd eveneens onderzocht, wat leidde tot de leer van de logica.

Men ziet dat er ijverig werd nagedacht. Gelukkig zijn daarvan geschreven fragmenten en ook overleveringen bij andere auteurs bewaard gebleven, zodat we ons toch een benaderend beeld kunnen vormen van de eerste gedachtegangen uit de geschiedenis.[8]

Vaak werden al die disciplines door een en dezelfde persoon uitgeoefend. Thales van Milete verdiende de kost met de handel in olijfolie en hij moet een gewiekste zakenman zijn geweest. Daarnaast was hij filosoof, wiskundige en astronoom. Op die terreinen was hij net zo bekwaam. Hij voorspelde de zonsverduistering van 28 mei 585 voor christus en zijn meetkundige stelling staat nog steeds overeind.[9]

In de Grieks-Romeinse beschaving werd ook voor het eerst de theocratie, de godsdienststaat, vervangen door een burgerlijke rechtsstaat. De burgers legden zelf de wetten vast, bij meerderheidsbesluit. Niet iedereen mocht mee beslissen. Slaven en vrouwen waren alvast uitgesloten. Elke stemgerechtigde burger mocht mee beslissen en dus moest hij gaan nadenken. De democratie verkeerde nog in haar beginfase. Har toepassing zou nog veel voeten in de aarde hebben, maar het was een doorbraak! En hoe ver staan we vandaag met de ware democratie?

Dan wat de moraal betreft. Die werd voorheen opgelegd door de stam en het volk waartoe men behoorde, op grond van goddelijke voorschriften. Voortaan gaan filosofen ook dat onder de loep nemen. Er wordt nagedacht over ethische aangelegenheden. Aristoteles (384-322 voor Christus) schrijft een Ethica. Die bestaan uit notities die hij bijhoudt voor zijn curussen. Er worden dus filosofenscholen en academies opgericht, waar cursus wordt gegeven.

In dat alles herkennen we heel duidelijk de aanloop  tot onze huidige tijd. We willen toch zelfstandig denkende mensen zijn, althans in de landen waar we ons voldoende hebben geëmancipeerd van de traditionele godsdiensten. Op de een of andere manier filosoferen we tegenwoordig allemaal. We proberen tot eigen gedachten te komen en we oordelen over alles en nog wat, over het meest alledaagse en over het meest diepzinnige.

En we praten erover met elkaar.

Daarmee komen we tot het gesprek.

Goethe zei: ‘Wat is kostbaarder dan goud? Het licht. Wat is kostbaarder dan licht? Het gesprek.’[10]

Mensen houden hun gedachten niet voor zich. Ze willen ze mededelen aan anderen, ze willen ze verspreiden en uitwisselen. Filosofen, wetenschapslui, maar ook schrijvers en dichters publiceren ze, zeker sinds de drukpers werd uitgevonden. Zij nemen  kennis van elkaars werken, gaan de confrontatie ermee aan, beoordelen ze, bestrijden ze of bouwen erop voort… of gaan eigen wegen. Zoals de Fransen zeggen: du choc des idees jaillit la lumiére. Dat alles mogen we beschouwen als gesprek in de meest uitgebreide en de meest verheven zin.

Maar om  een gesprek te kunnen voeren moeten we elkaars gedachten kunnen waarnemen. En dat is een gave van de Heilige Geest, een gave die met het Pinkstergebeuren een nieuwe dimensie heeft gekregen.

Daarmee werd een teken gezet voor de toekomst.

Rudolf Steiner deelt ons mee dat er een tijd zal aanbreken, waar we allen over die bekwaamheid zullen beschikken. Hij wijst er verder op dat het zich vandaag al begint aan te kondigen.

Voorlopig moeten we het nog stellen met de bemiddeling van spraak, geschrift en mimiek. Via die internetmedia moeten we telkens trachten de daarachter  liggende gedachten te vatten. Dat gaat gepaard met veel moeite, met veel twijfel, met misvattingen en onbegrip. Maar eens zullen die intermedia doorzichtiger worden voor de gedachten zelf.

Er zal een periode van toenemende verstandhouding aanbreken en die zullen we te danken hebben aan de werkzaamheid van de Heilige Geest. Laten we daar met Pinksteren eens extra aan denken.

 
Noten


[1] Een gebied heeft een bepaalde uitstraling die onder andere afkomstig is van de bodemgesteldheid en van de plaatselijke aetherkrachten van de aarde.

[2] Rudolf Steiner: ‘Christus und die Geistige Welt. Von der Suche nach dem heiligen Gral’. (GA 149, voordracht van 29-12-1913)

[3] Een vrees, die samenhing met de tiende plaag in  Egypte, de nachtelijke dood van de eerstgeborenen, wat leidde tot de uittocht uit het land van de farao, de Exodus, waarvan het jaarlijkse Passahfeest de herinnering moest wakker houden.

[4] En van de Arabieren!

[5] Dat is natuurlijk niet exclusief. De Heilige Geest is een wereldgeest en is ook elders werkzaam. Rond dezelfde tijd krijgt de filosofie in China een nieuwe impuls door Confusius (551 – 479 voor Christus) met een verstandelijk humanisme, dat berust op de deugden oprechtheid, gerechtigheid, en eerbied. En in Indië houdt men zich bezig met de grondslagen van de wiskunde. Het gebruik van de nul is overigens van daar afkomstig.

[6] Syros behoort tot de Cycladen, een eilandengroep in de Egeësche Zee.

[7] Rudolf Steiner: ‘Die Rätsel der Philosophie GA 18

[8] Wilhelm Nestle: ‘Die Vorsokratiker’ VMA Verlag, Wiesbaden 1978

[9] Die stelling luidt: de meetkundige plaats van de toppen van alle rechthoekige driehoeken met dezelfde hypotenusa is een cirkelomtrek met die hypotenusa tot doormeter

[10] Goethe: ‘Het sprookje van de Groene Slang en de Schone Lelie'

Comments