Artikelen‎ > ‎

Solidariteit (1)

Links moet solidariteit moreel verdedigen


Volkskrant, 17-1-2013
Door Jelmer Renema


Solidariteit. VVD-karikatuur van lageropgeleiden heeft zonder tegenstand een plekje in het bewustzijn veroverd.

Wouter Bos zegt in zijn column (O&D, 10 januari 2013) dat je niet weet hoe je solidariteit tussen hogere en lagere opgeleiden moet verkopen. Zijn verwarring is nergens voor nodig. De boodschap van links zou duidelijk moeten zijn: als rechts klaar is met het uitkauwen van schoonmakers en postbodes, zijn leraren en ambtenaren aan de beurt. Door de lageropgeleiden te beschermen tegen de zoveelste bezuinigingsmaatregelen die met name die groep treft, beschermt de middenklasse dus zichzelf.

Bos vergelijkt de discussie rondom het CPB-rapport met het zorgpremie-oproer en vraagt zich af of het niet beter is om solidariteit stiekem te regelen. Immers, dat oproer stopte toen de herverdeling niet meer expliciet via de zorgpremie geregeld werd.

Het probleem met dit idee is dat het de oorzaak van het oproer miskent; die oorzaak was niet financieel, maar moreel. De politiek van de VVD is gebaseerd op de notie dat de armen in Nederland onverstandig, lui en dom zijn. Dit kun je bijvoorbeeld laten zien aan de reacties van de gewone VVD-leden op hun site toen het regeerakkoord aangekondigd werd. De shagrokende, Schultenbräu drinkende werkloze figureert daar prominent.

Daar ligt meteen ook het  antwoord op de vraag van Bos: als je de solidariteit wilt versterken, is het volstrekt irrelevant of je dat stiekem doet of niet. Waar het om gaat is de vraag wie de persoon is met wie je solidair bent. En daar heeft links de laatste tijd terrein laten liggen. Het morele verhaal van rechts heeft nauwelijks tegengas gekregen van links. Hierdoor heeft de VVD-karikatuur van een lager opgeleide zonder enige tegenstand een plekje in het Nederlandse bewustzijn veroverd.

Het tragische is natuurlijk dat, hoewel de middenklasse een economisch belang heeft bij solidariteit, ze een pervers sociaal belang heeft bij het in stand houden van het beeld van een onverantwoordelijke onderklasse.

Dat bevestigt immers haar positie in de maatschappelijke hiërarchie.

Paul Kalma zegt hierover in zijn boek Makke schapen: ‘De middenklasse dekt zich in door zich af te zetten tegen wie nog minder ver is gekomen. Het is niet zozeer onverschilligheid als wel animositeit die haar houding tegenover de onderklasse kenmerkt. Het falen van anderen bevordert haar gevoel van eigenwaarde.’

Dit is ook precies de reden waarom velen uit de lagere middenklasse – tegen hun eigen economische belang in – op de VVD stemmen: ze onderstrepen zo hun positie als fatsoenlijke burgers.

Is de situatie dan helemaal hopeloos? Nee, maar het is noodzakelijk dat links als, het gaat om sociale ongelijkheid, weer de taal van de moraal gaat spreken. Er zijn wel degelijk manieren om de middenklasse ervan te overtuigen dat de armen de moeite van het verzorgen waard zijn.

Een mooi voorbeeld van hoe je dat aanpakt, is het boek How the other half lives van Jacob Rijs, een Deens-Amerikaanse fotograaf. Hij trok eind 19e eeuw de sloppenwijken van New York in en liet zien dat de armen – net zoals de middenklasse – een fatsoenlijk leven probeerde te leiden in een gevaarlijke, overvolle miljoenenstad. Zijn foto’s van armeluiskinderen overtuigden de middenklasse ervan dat de armen geen zootje van hun leven aan het maken waren en vormden een belangrijke opmaat naar de eerste sociale wetgeving in de VS.

Zolang Bos zijn blik niet verlegt  van het economische naar het morele vlak, zullen zaken als het CPB-rapport en de bijbehorende oproep tot afbraak van solidariteit altijd voor verwarring blijven zorgen. Maar wat op economisch vlak onbegrijpelijk is, wordt op moreel vlak glashelder.

Comments