Artikelen‎ > ‎

Masterplan tegen werkloosheid


Waar blijft masterplan tegen de werkloosheid?


Volkskrant 15-12-2012
Opinie & Debat katern


Minister en sociale partners moeten niet afwachten tot de werkloosheid na de crisis vanzelf daalt.

Alsof de prognoses van het Centraal Planbureau nog niet pessimistisch genoeg waren, ging de Nederlandse bank daar nog eens overheen met de voorspelling dat de Nederlandse economie niet alleen dit jaar, maar ook volgend jaar zal krimpen. De werkloosheid zal in 2014 oplopen tot boven de 600 duizend, bijna 7 procent van de beroepsbevolking. Daarmee overtreft de ernst van deze recessie die van de jaren tachtig van de vorige eeuw.

Zoveel aandacht als de media en de politiek besteden aan de gevolgen van de recessie voor de overheidsfinanciën, zo weinig aandacht is er voor de gevolgen voor de arbeidsmarkt. De Nederlandse Bank maakt zich er wel zorgen om dat het begrotingstekort van de komende jaren boven de EU-norm van 3 procent blijft, maar vind het blijkbaar minder zorgelijk dat de Werkloosheid het dubbele daarvan bedraagt. Ook het kabinet lijkt zich niet erg druk te maken om de oplopende werkloosheid. In het regeerakkoord is geen maatregel te vinden die erop is gericht de gevolgen van de recessie voor de arbeidsmarkt te matigen.

Na de kredietcrisis werden in 2009  nog noodmaatregelen genomen, zoals werktijdverkorting en deeltijd-WW, om te voorkomen dat de werkloosheid sterk zou oplopen. Nu de werkloosheid met meer dan 200 duizend is toegenomen, blijft het angstig stil als het om maatregelen gaat die een nog verdere stijging kunnen voorkomen. Dit geldt niet alleen voor het kabinet, maar ook voor de sociale partners, De FNV wil weliswaar aandacht voor de stijgende werkloosheid, maar vraagt van het kabinet vooral dat het afziet van versoepeling van het ontslagrecht en verkorting van de WW- duur. Ze doet geen concrete voorstellen om de stijging van de werkloosheid tot staan te brengen.

Dat was in de jaren tachtig wel anders. Toen buitelden politieke partijen, adviesorganen en vakbeweging over elkaar met voorstellen om de gevolgen van de crisis op te vangen. Arbeidstijdverkorting, deeltijdwerk, vervroegde uittreding, deeltijdwerk, vervroegde uittreding, gesubsidieerde banen, loonmatiging, zelfs een arbeidsloos inkomen werden bediscussieerd als middelen om de pijn te verzachten. Waarom blijven zulke werkgelegenheidsplannen nu uit? Daar zijn twee redenen voor. In de eerste plaats kwam vlak voor  de kredietcrisis, in 2008, de commissie-Bakker met een rapport waarin zij voorspelde dat er binnen enkele jaren een groot tekort aan arbeidskrachten dreigt. Als de babyboomers met pensioen gaan, krimpt de beroepsbevolking. Bedrijven staan dan snel te springen om personeel.

Werkloosheid zou dan niet langer een probleem zijn. Dit vooruitzicht van een krappe arbeidsmarkt verklaart waarschijnlijk ook waarom veel bedrijven aan het begin van de crisis overtollig personeel in dienst hielden, in de verwachting het na de crisis hard nodig te hebben. Nu we echter in een tweede crisis zijn beland en economisch herstel uitblijft moeten veel bedrijven alsnog personeel ontslaan. Daarmee is het perspectief van een krappe arbeidsmarkt, dat de commissie-Bakker rond deze tijd zag ontstaan, zeker vijf jaar en waarschijnlijk nog langer uitgesteld. Een krappe arbeidsmarkt is op dit moment wel het minste probleem om ons druk over te maken.

De tweede reden is dat de analyse van de werkloosheid nu een geheel andere is dan in de jaren tachtig. Natuurlijk, zowel toen als nu is de economische crisis de directe oorzaak van het oplopen van de werkloosheid. Maar destijds werd het feit dat veel werklozen langdurig zonder werk bleven, toegeschreven aan maatschappelijke factoren zoals de herstructurering van de economie en technologische ontwikkeling. Werklozen waren het slachtoffer van ongunstige omstandigheden en maatschappelijke structuren. Als banen verloren gingen door herstructurering en nieuwe technologieën, moest het resterende werk eerlijker worden verdeeld.

Tegenwoordig wordt de oorzaak van hardnekkige werkloosheid in de eerste plaats gezocht in individuele tekortkomingen. Natuurlijk kun je door de crisis je baan verliezen, maar als je niet snel weer aan het werk komt, ligt dat aan een gebrekkige opleiding, onvoldoende werkervaring of een tekortschietende motivatie. De oplossing voor werkloosheid wordt dan ook vooral gezocht in scholing, training en financiële prikkels. Als werklozen langere tijd werkloos blijven, is dat een teken van persoonlijk falen.

Waarom er nu plotseling honderduizenden mensen méér tekortschieten in scholing of motivatie dan voor de crisis, is een vraag waarover men wijselijk zwijgt. De analyse dat werkloosheid een individueel probleem is,heeft zo breed ingang gevonden, dat vrijwel geen enkele politieke partij of maatschappelijke organisatie – inclusief de vakbeweging – nóg durft te pleiten voor ouderwetse maatregelen als (tijdelijke) arbeidstijdverkorting, (eenmalige) vervroegde uittreding of (tijdelijke) creatie van gesubsidieerde banen in de publieke sector. Het resultaat is dat iedereen werkeloos toeziet hoe de werkloosheid met sprongen stijgt.

In het eerste gesprek dat minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher voerde met de voorzitters van VNO-NCW en de FNV is afgesproken dat zij elkaar de komende tijd nog een aantal malen zullen treffen. Laten we hopen dat de drie hoofdrolspelers van het poldermodel op tijd de urgentie van het probleem inzien en beseffen dat we niet kunnen afwachten tot de werkloosheid na de crisis vanzelf wel daalt.

Precies dertig jaar na het roemruchte Akkoord van Wassenaar over arbeidsverkorting en loonmatiging zouden zij geschiedenis kunnen schrijven door een eigentijds masterplan tegen de werkloosheid te ontwerpen.


  Paul de Beer is hoogleraar-directeur van het wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging

Comments