Artikelen‎ > ‎

John Gray (1)

Twee pogingen om de dood te overwinnen


Voorwoord uit het boek:
Het onsterfelijkheidscomité – Wetenschap en het wonderlijke streven de dood te overwinnen (2011)
Auteur: John Gray
Uitgeverij Ambo/Amsterdam


Omstreeks de wisseling van de negentiende naar de twintigste eeuw werd de wetenschap het voertuig voor een aanval op de dood. De macht van kennis moest de mensen verlossen van hun sterfelijkheid. Wetenschap werd ingezet tegen wetenschap en ontpopte zich tot een instrument voor magie. De natuurwetenschap had een wereld blootgelegd waarin de mens net als alle andere dieren bij zijn dood de totale vergetelheid stond te wachten en hij als soort uiteindelijk zou uitsterven. Dat was de boodschap van het darwinisme die zelfs door Darwin niet volledig werd aanvaard. Voor bijna iedereen was dit een onverdraaglijk vooruitzicht, en daar velen hun godsdienst hadden opgegeven wendden ze zich tot de wetenschap om te ontkomen aan de wereld die de wetenschap had onthuld.

Zo ontstond in Groot-Brittannië een krachtige en wijdvertakte beweging die wetenschappelijke bewijzen trachtte te vinden voor het voortbestaan van de menselijke persoon na de lichamelijke dood. Zogeheten ‘psychisch onderzoekers’, ondersteund door enkele vooraanstaande personen uit die tijd, geloofden dat ze het bestaan van onsterfelijkheid zouden kunnen aantonen. De destijds zo populaire seances waren niet slechts victoriaanse gezelschapsspelletjes, bedacht om op saaie avonden de tijd te verdrijven. Ze maakten deel uit van een gedreven, somtijds wanhopige zoektocht naar zingeving van het leven. Het was een zoektocht die illustere figuren aantrok als de in Cambridge werkzame filosoof Henry Sidgwick, schrijver van een vandaag de dag nog steeds gelezen studie over ethiek, Alfred Russel Wallace, naast Darwin medeontdekker van de natuurlijke selectie en een bekeerling tot het spiritisme, en Arthur Balfour, ooit de Britse premier en voorzitter van de Society for Psychical Research. Op gevorderde leeftijd zou deze laatste er zelfs toe overgaan om via automatisch schrift – een techniek om teksten voort te brengen zonder daar bewust bij na te denken, waarbij iemand anders de pen lijkt te besturen – een briefwisseling te onderhouden met een sinds lang overleden vrouw van wie hij volgens sommigen had gehouden.

In hun zoektocht naar bewijzen dat de menselijke persoon voortleefde na de dood werden de psychisch onderzoekers gemotiveerd door een afkeer van het wetenschappelijk materialisme. Heel vaak lagen er aan hun onderneming echter ook andere, meer persoonlijke drijfveren ten grondslag. Ze behoorden tot een elite die zich aan kritische blikken onttrok door er een geheime code op na te houden. In die hoedanigheid gebruikten de toonaangevende leden van het genootschap hun onderzoekingen naar het paranormale om bepaalde aspecten van hun leven die zijzelf of hun cultuur niet konden of wilden accepteren, openbaar te maken maar soms ook juist te verhullen. In één geval, pas bijna een eeuw nadien in de openbaarheid gebracht, raakten ze betrokken bij een geheim plan om een messianistisch kind ter wereld te brengen. Door middel van kruiscorrespondenties communiceerden de psychisch onderzoekers met de doden, waarbij ze zo’n dertig jaar lang via automatisch schrift duizenden bladzijden tekst voortbrachten en geloofden dat ze deel uitmaakten van een experiment dat werd uitgevoerd door overleden ‘wetenschappers, werkend vanuit het hiernamaals, om vrede te brengen in onze ondermaanse wereld.

Omstreeks dezelfde tijd dat groepen binnen de Engelse elite zich inlieten met dit ‘psychisch onderzoek’ kwam er in Rusland een andere beweging op die tegen de dood streed. Wetenschap en het occulte waren hier net als in Engeland niet gescheiden, maar versmolten tot een denkrichting die beoogde een substituut voor religie te creëren. Nergens was dit duidelijker dan onder de ‘Godbouwers’ –een groep binnen de bolsjewistische intelligentsia die geloofde dat de mens op zekere dag, wellicht al vrij spoedig, de dood kon overwinnen. Behalve Maksim Gorki behoorden tot de Godbouwers onder meer Anatoli Loenatsjarski, een voormalig theosoof die onder het nieuwe sovjetregime werd benoemd tot volkscommissaris Onderwijs, Voorlichting en Wetenschappen, en Leonid Krasin, een aanhanger van de Russische mysticus Nikolaj Federow, die geloofde dat technologie bij machte was de doden te laten verrrijzen. Krasin, die sovjetminister van Handel werd, speelde een sleutelrol bij de beslissing om Lenins lichaam te balsemen zoals die werd genomen door wat later bekend werd als het Onsterfelijkheidscomtté.

De Russische Godbouwers geloofden dat de dood verslagen kon worden dankzij de macht van de wetenschap. De Engelse onderzoekers geloofden dat de wetenschap kon aantonen dat de dood de overgang naar een ander leven was. In beide gevallen vervaagden de grenzen tussen wetenschap, religie en magie, of bestonden simpelweg niet.

Zowel in Rusland als in Groot – Brittannië nam men zijn toevlucht tot de wetenschap om te ontkomen aan Darwins lessen: mensen zijn dieren, zonder enige speciale bestemming die hen verzekert van een toekomst na hun aardse woning. Van deze waarheid hoefde de schrijver van wetenschapsfabels H.G. Wells niet overtuigd te worden. Wells missie in het leven was iedereen die wilde luisteren ervan te overtuigen dat een intelligente minderheid de evolutie in goede banen moest leiden. Hij reisde naar Rusland om te spreken met Gorki en Lenin, leiders van het nieuwe bolsjewistische regime dat naar hij dacht de mensheid de weg kon wijzen uit de chaos van de geschiedenis. Maar eenmaal in Rusland kreeg Wells een verhouding met een vrouw die later zijn levensgezellin zou worden en die geleerd had dat zo’n uitweg niet bestond. De kunst van het overleven lag in het meebewegen met de stroom der gebeurtenissen, wat in haar geval betekende dat ze aan Wells was toegewezen – en vóór Wells aan Gorki – door de geheime politie. Toen hij vernam hoe de vrouw die hij zijn ‘Geliefde-Schaduw’ noemde in leven had weten te blijven, viel Wells wereldbeeld aan diggelen. Hij bleek niet in staat te breken met een geliefde die hij niet begreep, waardoor hij tot de ontdekking kwam dat hij niet verschilde van de rest van de mensheid. De intelligente minderheid waarop Wells zijn hoop gevestigd had, bestond helemaal niet en Wells moest onder ogen zien dat het uitsterven van de mens onvermijdelijk was.  

Hoewel in beide gevallen werd geprobeerd om via de wetenschap ilsterfelijkheid te bereiken, waren de Engelse en de Russische rebel! Tegen de dood heel verschillend. Eén reden daarvoor was dat de )mringende omstandigheden zo anders waren. Gedurende de hele ,loeitijd van het psychisch onderzoek kende de Britse samenleving :Cn ongebroken continuïteit. Zelfs de Eerste Wereldoorlog bracht de dominante maatschappelijke ordening niet ten val. Het land vankclde op zijn grondvesten, maar het oude huis bleef staan. Als de )od in deze omstandigheden kon worden overwonnen, dan moest iat gebeu ren middels spookverschijningen onder de levenden.

De psychisch onderzoekers wilden niet alleen aantonen dat de nenselijke geest actief bleef na de dood van het lichaam. Het ging un er ook om de doden in staat te stellen contact met de levenden te naken. Bij de kruiscorrespondenties was het doel zelfs veelomvattender. De doden kregen tot taak de levenden te redden; de postuum ontworpen messias zou de mensheid redden van zichzelf. De wereld mocht dan afglijden naar anarchie, maar aan Gene Zijde ging de vooruitgang verder.

In Rusland was er geen Gene Zijde. Een complete beschaving was in rook opgegaan, en in het kielzog daarvan was ook het hiernamaals verdwenen. Was het geloof bij geleidelijke vooruitgang in Groot- Brittannië door de Eerste Wereldoorlog verzwakt, in Rusland was het vernietigd. De stapsgewijze verbetering, geliefd bij de liberalen, behoorde simpelweg niet meer tot de mogelijkheden. Toch was het denkbeeld van vooruitgang niet opgegeven. Het was geradicaliseerd, en Ruslands nieuwe heersers werden gesterkt in hun overtuiging dat de mensheid verder komt dankzij catastrofen. Niet alleen sociale instituties maar ook de menselijke natuur moest eerst vernietigd worden, om daarna weer te worden opgebouwd. Zodra de macht van de wetenschap ten volle was aangewend, kon de dood met geweld worden bedwongen. Maar om dit te bereiken moest het menselijke dier worden gereconstrueerd, een taak die tientallen miljoenen doden zou vergen.

Zowel de Godbouwers als de psychisch onderzoekers geloofden dat de menselijke vermogens verder reikten dan de wetenschap van hun tijd wilde erkennen. Feit was echter dal het wetenschappelijk onderzoek van het paranormale geen enkele van die nieuwe menselijke vermogens waarvan zij droomden kon aantonen. Integendeel, het legde de grenzen van het menselijk bewustzijn bloot, plus de uitgestrekte gebieden van het leven die nooit door de menselijke wil te regeren zijn. De studie van het paranormale kwam voor een groot deel neer op wat we nu pseudowetenschap noemen. Maar de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap is onscherp en verschuift voortdurend; de precieze ligging ervan lijkt alleen achteraf duidelijk. Er bestaat geen zuivere wetenschap, geheel vrij van de grillen van het geloof. Volgens een oude mythe begon de wetenschap toen zij het bijgeloof verwierp. In werkelijkheid gaf de verwerping van het rationalisme de aanstoot tot wetenschappelijk onderzoek. Denkers uit de oudheid en de middeleeuwen geloofden dat de wereld kon worden begrepen vanuit eerste beginselen. De moderne wetenschap vangt aan wanneer waarneming en experiment op de eerste plaats komen en de uitkomsten daarvan, ook als ze iets onmogelijks lijken aan te tonen, aanvaard worden. Hoe paradoxaal het ook lijkt, wetenschappelijk empirisme – vertrouwen op de feitelijke ervaring in plaats van op vermeend rationele beginselen – is heel vaak samengegaan met belangstelling voor magie. Wetenschap en het occulte hebben op veel punten op elkaar ingewerkt. Ze kwamen samen in twee revoltes tegen de dood, die beide verkondigden dat de wetenschap de mensheid datgene kon brengen wat religie en magie altijd hadden beloofd: het eeuwige leven.

Comments