Historie‎ > ‎

Burgwerder skûtsje

Het Burgwerder Skûtsje

Simen Jans de Boer kwam 12 mei 1894 van IJlst naar Burgwerd, op dat moment was hij schippersknecht. Het schippersvak zal hij ongetwijfeld hebben geleerd van zijn vader die in IJlst schipper was. In het bevolkingsregister staat Simen eerst ingeschreven als schippersknecht en later als schipper. Twee weken nadat hij in Burgwerd was komen wonen, trouwde hij op 26 mei 1894 met Maaike Aukema. Maaike was dienstmeid op “Kromwâl” onder Burgwerd bij boer Kingma. Ze woonden in het begin vaak korte tijd in verschillende arbeidershuizen. Vervolgens wonen ze meerdere jaren in één van de arbeiders woningen die onder het zelfde dak zaten als de boerderij van de Fam. Andela op Sjungadijk. In 1901 is zoon Jan geboren, deze is jong overleden. 24 December 1904 is er nog een zoon geboren, deze werd ook weer Jan genoemd. Allebeide geboren in Burgwerd. Uit het bevolkingsregister is af te leiden dat Simen de Boer in 1903 zelfstandig turfschipper werd en dat ze op het schip gingen wonen. In 1910 liet Simen de Boer een nieuw skûtsje bouwen voor zijn turfhandel en om er op te wonen.

Dit schip liet hij bouwen door Minne Molles van der Werf uit Sneek. Minne Molles had het vak geleerd van zijn pake Minne Haykes die op Kooten was gestart. Minne Molles had daarnaast scheepsbouwervaring in Bergum opgedaan. Op de werf aan de Bergumerdam was Minne Molles van 1884-1902 scheepstimmerman geweest. Deze helling had hij verkocht aan zijn neef Pieter Ates van der Werff. Na de verkoop van deze houtwerf keerde Minne Molles weer terug naar Kootstertille. Minne Molles en zijn oudere zoons werden werkzaam op de ijzerwerf van Minne Molles zijn jongere broer Joon Molles. Daar zullen ze zich zeker degelijk in de ijzerbouw bekwaamd hebben, want anders zouden ze het aankomende avontuur in Sneek niet zijn aangegaan.

Barkmijer

In het Nieuwsblad van het Noorden stond op 11 november 1905 een advertentie, waarin de gebroeders Barkmeijer uit Sneek hun werf te koop aanboden. E.e.a. werd omschreven als: “Scheepstimmerwerf voor ijzeren schepen met bijbehorende huizen, schuur, werkplaats en erf gelegen aan de Woudvaart te Sneek, .... In de koop zijn inbegrepen alle goederen, die geacht kunnen worden tot de scheepstimmerwerf te behoren, als: vier ponsmachines, twee knipscharen, een buigmachine, twee ijzeren vlakplaten, een houten vlakplaat, twee langshellingen met sleepen enz.”

De koopprijs bedroeg fl. 14.000,-. Minne Molles wou weer zelfstandig verder en vestigde zich per 12 mei 1906 op 55 jarige leeftijd als scheepstimmerman op de voormalige Barkmeijer werf te Sneek.

Toen het schip van Simen de Boer klaar was moest het geregistreerd worden. Grotere vaartuigen, boven de 20 ton, moesten wettelijk worden geregistreerd en het was praktisch nodig voor notariële overdracht en het afsluiten van hypothecaire leningen.
Om als vaartuig geregistreerd te worden, moest een schip worden gemeten. De meting van schepen werd verzorgd door de Belastingdienst. De meeting werd 13 april 1910 uitgevoerd in Sneek en kreeg registratienummer S 933 N. De lengte was 16,76 meter, de breedte 3,58 meter en het tonnage 35,825 ton. Het schip kreeg de naam “Jonge Jan”. Hoelang het schip deze naam heeft gedragen is niet bekend maar bij de volgende meting in 1939 was de naam “De Hoop”. Deze naam had het schip ook al voor 1930. Door een foto uit die tijd uit te vergroten is er uit het naambord het volgende te ontcijferen: S. de Boer Burgwerd “De Hoop” 35 ton.

In het Burgwerder boek staat dat het schip ´Op hoop van zegen´ zou heten, dit is echter niet juist. Die naam komt in de registers niet voor.


Simen de Boer koopt in 1925 een woning met schuur op Trekpad 32 en wonen hier als ze niet met het schip op pad zijn om turf te halen. In 1935 verhuist zoon Jan naar Franeker. Een jaar later verkoopt Simen de Boer de woning en de brandstofhandel aan brandstofhandelaar Hein Stroband. Simen en Maaike verhuizen naar de Doniaweg 13 waar ze tot 1938 wonen. In dat jaar verhuizen zij ook naar Franeker. Wanneer het schip precies wordt verkocht is niet duidelijk maar in 1939 , als het voor de 2e maal wordt gemeten, is het schip eigendom van J.A. Feenstra uit Koudum. De afmetingen van het schip verschillen niet veel van de eerdere meting maar het tonnage ligt nu net onder de 35 ton wat voordeliger was voor brug en sluisgelden. De naam is dan nog “De Hoop”. Het schip wordt dan gebruikt als beurtschip en er wordt van alles mee vervoerd.

De huidige eigenaar, Willem Fokkema, is op zoek gegaan naar deze 2e eigenaar;

Wij hebben in de zomer van 2011 Sipke Tjerkstra (toen 90 jaar) in Koudum opgezocht die het schip kende. De zoon van de tweede eigenaar, Jelle Feenstra, was een kameraad van hem. Hij vertelde hoe deze 'Rike man' Feenstra op de centen was en het schip voor slechts 500 gulden had gekocht. Inclusief zeilen, kruiwagens enz. Varen kon hij niet zo goed en de familie Tjerkstra, die er achteraan voer, had herhaaldelijk de bijboot van Feenstra moeten oppikken als die weer eens achter de palen bij een brug was blijven hangen. Feenstra trouwde met een boeren weduwe die een mooie boerderij in it Heidenskip had en werd weer boer.


Wie de volgende eigenaar is en welke functie het schip vervolgens had is niet bekend. In 1964 kochten Reny de Laat en haar verloofde het schip van een medewerker van de Arnhemse Scheepsbouwmaatschappij. De boot was inmiddels omgebouwd tot woonark en had de naam “Brulboei” gekregen. Het lag toen in de haven van Coers in Arnhem en wisselde in die periode snel van eigenaar. Het schip heeft ca 30 jaar in Arnhem gelegen en heeft daar 6 verschillende eigenaren gehad. De naam veranderde van “Brulboei” naar “Peanut”.


Nadat het schip dertig jaar in Arnhem heeft gelegen verhuisde het naar Amsterdam en lag het voor het verzorgingshuis de Amstelhof, de tegenwoordige Hermitage. De naam van het schip veranderde in “Hoop Peanuts”.

In 2006 kocht Woningbouwvereniging het Oosten te Amsterdam het schip en gaf het de naam “De Zon” Toen de Hermitage werd geopend moest de “Hoop Peanuts” wijken voor de grote hardhouten aanlegsteiger.

Tony Brundel uit Gaastmeer kocht het skûtsje rond 2008. Het verhuisde naar Gaastmeer en de bovenbouw werd er af gesloopt met het idee om het weer op te bouwen als skûtsje. Vervolgens gebeurde er niets, Tony had nog meer projecten en niet veel tijd. Zijn vrouw heeft op een moment gezegd dat hij maar eens wat moest verkopen om ruimte te maken. 1 Oktober 2010 dook de kale romp ineens op, op internet. De huidige eigenaren, Willem en Tallien Fokkema uit Velp hadden het schip al op het oog toen het nog in Amsterdam lag omdat ze altijd wel opletten op de rompen die er nog zijn en verborgen liggen onder woonscheepjes en in slootjes. Ze hadden al bemerkt dat het schip weg was. Toen ze het op internet te koop zagen staan kochten Willem en Tallien het skûtsje.

Wij hebben het schip gekocht om weer op te bouwen en er recreatief mee te varen. We hebben hem niet in de originele staat teruggebracht, maar wel met respect voor de historische details. Het is op dezelfde manier getuigd, zwaarden, roer, blokken etc,

Wij hebben alles zelf gedaan, het laswerk is door SRF in Harlingen gedaan, alle klein ijzer smeedwerk deden Willem en ik. In 1 winter het ijzerwerk, 2 winters het timmer-binnenwerk.

Mast en zwaarden zijn tweede hands, roer en helmhout en klik zijn zelfgemaakt. Tuigage is door Molenaar in Grou verzorgd. Er zit veel gerecycled materiaal in: antieke blokken, hout en ijzerwerk uit onze opgebouwde voorraad etc.




Om er goed met 2 personen mee te kunnen manoeuvreren is het schip korter gemaakt. Er is 1.80 tussenuit. Ja, Friezen willen altijd een stuk er tussen om hem sneller te maken, maar Willem en Tallien deden dus het omgekeerde. Vanwege de belangrijke rol die Amsterdam en de Amstel hebben gespeeld in de lange periode dat er weinig animo voor dit historisch erfgoed was, hebben zij hun skûtsje “Amstel”gedoopt.
Comments