Sitebezoek

Recente siteactiviteit

Bouw van mos
Op de vorige pagina kon je al lezen dat mossen planten zijn, dat zij geen echt vaatstelsel hebben en dat zij zich voortplanten via sporen. Nu gaan we de bouw van een mosplant nader bekijken. 

Mossen worden taxonomisch opgedeeld in drie klassen : bladmossen, levermossen en hauwmossen. Deze klassen onderscheiden zich door verschillen in bepaalde aspecten van de bouw.

Welke verschillen? Wel, dat moet uitgelegd worden met nogal wat bryologische terminologie die je als beginner vermoedelijk nog niet kent. 

Daarom laten we de beschrijving van de verschillen tussen deze klassen voor later en beginnen we met een beschrijving van de levenscyclus van een 'typisch' bladmos van spore over mosplant tot sporenkapsel en weer tot spore. Gaandeweg worden vele begrippen verduidelijkt.


Levenscyclus

De levenscyclus van een mos, zoals die verder beschreven wordt, staat hieronder schematisch voorgesteld.

(Klik op de afbeelding voor een grotere, leesbare weergave)

Op het internet kun je animaties vinden over de levenscyclus van mos. Bvb:


Kies voor 
-animation- 
-narrated-
-play- 


In deze geslachtelijke voortplantingscyclus staan we stil bij de volgende begrippen :
  • Spore
  • Voorkiem
  • Gametofoor
  • Bevruchting
  • Zygote
  • Sporophyt
  • Kapsel
  • Sporemoedercel

Spore

Om uit de kip-en-ei paradox te geraken starten we de levenscyclus van een mosplant in deze uiteenzetting bij de spore. Meer bepaald bij de laatste fase van de ontwikkeling ervan in het sporenkapsel.


Een spore is een minuscuul korreltje van ongeveer 0,01 mm dat in grote hoeveelheden (enkele tienduizenden tot zelfs tientallen miljoenen!) wordt geproduceerd in het sporenkapsel.

Tijdens de ontwikkeling van sporen in het sporenkapsel zijn de sporen eerst per 4 gegroepeerd in een tetrade. Dit is een gevolg van de laatste meiose-celdeling in de ontwikkeling van de spore.
Een tetrade kun je je voorstellen als een bol die in vier gelijke delen opgedeeld wordt vanuit het middelpunt van de bol. Zo ontstaan er vier 'piramide'vormige delen met een afgeronde basis. 


Drie bollen roomijs tegen elkaar en nog een vierde in het midden er bovenop.   


Foto:Chris Cargill / Website :

Bij uitrijping valt de tetrade uiteen in vier individuele sporen die dan verder evolueren in de richting van een bolvorm, maar de piramidevorm blijft soms nog herkenbaar en verraadt de vroegere samenhang in een tetrade.

Door hun kleine afmetingen zijn sporen extreem licht en kunnen ze door de wind ver verspreid worden. Om de verspreiding van sporen te bevorderen zijn de sporenkapsels soms voorzien van ingenieuze mechanismen. Deze worden nader toegelicht bij de bespreking van het sporenkapsel.

Een spore is drager van haploid genetisch materiaal, chlorofyl en olielichamen. 
Haploid betekent dat er slechts één stel chromosomen aanwezig is [<=> Diploid materiaal waar de chromosomen in tweevoud gepaard aanwezig zijn).
De meeste sporen kunnen reeds binnen de 24u na de verspreiding kiemen indien ze terechtkomen op een plek waar de juiste kiemfactoren aanwezig zijn. Bij de levermossen Lophocolea (Kantmos) en Lunularia (Halvemaantjesmos) kan de kieming al binnen de 1 à 4 u gebeuren terwijl Pseudoscleropodium purum (Groot laddermos) en Polytrichum juniperinum (Zandhaarmos) zo'n 30 dagen nodig hebben.

Sporen kunnen vele jaren lang kiemkrachtig blijven zodat de kieming nog kan gebeuren als de vereiste kiemfactoren pas vele jaren later aanwezig zijn.

Ontkieming van de spore

Vocht, licht en temperatuur zijn de belangrijkste factoren die bepalen of de spore zal ontkiemen.