Van mosselzaadje tot consumptiemossel

Larven en byssusdraden

In het voorjaar en in de zomer vindt de voortplanting van de mossel plaats. Miljoenen larven komen dan vrij en zwemmen in de kustgebieden en zeearmen rond. Spoedig zinken zij onder het gewicht van de zich ontwikkelende schelp naar de bodem.Met behulp van byssusdraden hechten zij zich vast aan zich op de bodem bevindendevoorwerpen of aan elkaar. De byssusdraden worden gevormd door een spinklier in de voet. Met deze voet kan de mossel zich enigszins verplaatsen. Wanneer de mosselen zich eenmaal vastgehecht hebben verplaatsen zij zich niet of nauwelijks meer. Alleen wanneer zij onder slib of zand dreigen te geraken, werken zij zich naar boven. Het voedsel van de mossel bestaat uit planktonalgen die ze uit het langs stromende zeewater filtreren. Mosselen van ongeveer 1 cm groot noemt men mosselzaad. Na ongeveer twee jaar zijn de mosselen 6 á 7 cm groot en geschikt voor de verkoop als consumptiemosselen. 

Werk dat verzet moet worden

Maar voordat het zover is dat de mosselen als een heerlijk gerecht op uw tafel staan, moet er door de mosselkwekers en de handelaren heel wat werk verzet worden. Één van de eerste werkzaamheden omvat het oogsten van het mosselzaad dat slechts op de door de natuur bepaalde plaatsen als zaadmatten op de bodem van de zee ligt. Het Rijk stelt slechts enkele weken per jaar de gelegenheid open dit zaad te oogsten en over te brengen naar de gepachte mosselkweekpercelen, onder strenge voorwaarden en onder streng toezicht van de Visserijpolitie. Het zaad wordt in dunne lagen op de mosselkweekpercelen uitgezaaid. Op zo'n perceel kan het zaad uitgroeien tot halfwas-mossel van ongeveer 4 tot 5 cm lengte om daarna, na verzaaid te zijn, op een ander perceel uit te groeien tot consumptiemossel. Sinds de 50-er jaren is men ook in het Waddengebied begonnen met het kweken van mosselen. De percelen dienen goed te worden onderhouden en gezuiverd te worden van de natuurlijke vijand van de mossel t.w. de zeester. Zeesterren kunnen in enorme aantallen op de mosselbanken voorkomen en grote schade veroorzaken. Mosselzaad en mossels worden als regel geoogst met kornetten. Intussen is een nieuwe oogstwijze in ontwikkeling genomen, hierop neerkomend dat de mossels met water aan boord worden gezogen. In hoeverre die nieuwe methodiek de kor zal gaan vervangen is nog niet bekend.





Ontwikkeling tot de hedendaagse cultures.

In een gebied als het Deltagebied, zo rijk aan wild en vis, legden de oorspronkelijke bewoners zich toe op de jacht en de visserij. Naast de haring, bliek en garnalen leverden de vele mossel- en oesterbanken tonnen schelpdieren op. Bij eb voer men naar drooggevallen platen om de schelpdieren w.o. de mosselen op te schrapen. Het was toen nog in de tijd van de vrije visserij.

Allengs ontdekte de vissers dat bij een goede behandeling opbrengst en kwaliteit tebeïnvloeden waren. Met name de mossel werd interessant voor de beroepsmatige verkoop naar het buitenland zoals België en later ook Frankrijk. Het rapen van mosselen veranderde in het kweken van mosselen op percelen waarvoor meerjarig stukjes zeebodem door ambachtsheren en overheid aan de beroepskwekers werden verpacht. Bruinisse ontwikkelde zich als zo'n plaats waar mosselaars woonden die beroepsmatig mosselen voor de handel kweekten. De overgang verliep niet vlekkeloos. Het mosseloproer van Bruinisse in 1773 is daar een voorbeeld van.

Met ingang van 1825 was de visserij op mosselen niet meer vrij, ook als gevolg vanoverbevissing op de vrije banken. De mosselaars werden verplicht zich te houden aan beheersregels. Aanvankelijk werden de goede percelen op de Rijksgronden door loting aan de vissers toegewezen. Pacht werd er niet betaald. Ingaande 1870 moest er wel pacht voor de mosselpercelen worden betaald. In de loop van de tijd zijn de pachtprijzen tot hoge bedragen opgelopen.

De Hangcultuur

Tot zover heeft het voorafgaande betrekking op de kweken van mosselen volgens de bodemcultuur. Intussen is ook de z.g. hangcultuur van de grond gekomen. De hangcultuur is het stadium van het experiment voorbij en heeft zich een plaats op de markt veroverd. De hangcultuurmossel is snel consumptierijp en kenmerkt zich door een hoog visgewicht. Ze behoeven niet verwaterd te worden omdat ze schoon geoogst kunnen worden. De wijze van kweken is redelijk arbeidsintensief. Het mosselzaad wordt in lange kousvormige netten gedaan en vervolgens aan drijvers opgehangen in bijvoorbeeld de Oosterschelde.

Sommigen vergelijken de wijze waarop de bodemmosselen worden gekweekt als 'landbouw ter zee' Het grootste deel van de mosselen komt uit de Waddenzee.