Wereldwijde Koninkrijksregering

In het meest gelezen en bekritiseerde Boek dat eigenlijk een verzamelwerk is van meerdere boeken, wordt er gekeken naar de falende mens en wordt er een hoopvol beeld gegeven van een perfecte wereld waarbij alles hersteld zal worden tot een vredevolle wereld die er bij de aanvang der tijden ook was. Ditmaal zal er in dat beloofde land wel een koning zetelen en een koninkrijksregering hebben die geen einde zal kennen.

De Goddelijke Maker had een prachtige wereld voorzien waar mens en dier in eenheid met elkaar zouden leven in een wereld vol pracht en praal van een verscheidenheid aan planten en dieren in een landschap met veel variatie.

Oorspronkelijk was de eerste mens, een aardse mens geschapen in het evenbeeld van zijn Goddelijke Maker, geplaatst in de Koninklijke Tuin van God waar hij alles mocht benoemen en beheren. De mens moest daar geen zorgen maken over het nodige voedsel want alles was door de Voorziener ter beschikking gesteld in een wereld waar de mens zich kon voortplanten.

 “27  God schept de mens naar zijn beeld, naar het beeld van God heeft hij hem geschapen; mannelijk en vrouwelijk heeft hij hen geschapen. 28  Dan zegent hij hen, God, en hij zegt tot hen, God:
draagt vrucht, weest overvloedig, vervult de aarde en bedwingt haar!- en daalt neer bij de vissen van de zee en de vogels van de hemel, bij alle leven dat rondkruipt over de aarde!
29   God zegt:
zie, geven zal ik u al het zaadzaaiend gewas  op het aanschijn van heel de aarde en alle geboomte waaraan boomvruchten zaad zaaien,- voor jullie zal het er zijn als eten!(-) 30  en voor al wat in het wild leeft op de aarde en alle vogels van de hemel en al wat er rondkruipt over de aarde waarin een levende ziel zit zal al het groen van gewas er zijn als eten!
- en zo komt het tot stand.
31   God beziet het, al wat hij heeft gemaakt en zie, het is zéér goed!- er komt een avond en er komt een ochtend, de zesde dag. •” (Ge 1:27-31 NB)

De mens had wel een beperking of regel opgelegd gekregen waarbij hij van één boom niet mocht eten. Hij moest geen angst hebben voedsel te kort te hebben want van al de andere planten was er genoeg om te eten. Maar van die ene boom mocht de mens niet eten want anders zou de dood over hem heen komen.

 “15  Dan neemt de ENE, God, de roodbloedige mens mee, en laat hem rusten in de hof van Eden om haar te dienen en haar te bewaken.
16   De ENE, God, stelt een gebod over de mens en zegt:
van alle geboomte in de hof mag je eten en eten; 17  maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zul je niet eten,- want ten dage dat je van hem eet zul je de dood sterven!” (Ge 2:15-17 NB)

De Goddelijke Maker had voorzien dat de mens niet alleen hoefde te zijn, maar gezelschap kon hebben aan een medemens en aan de dieren die hij zelf mocht benoemen. Samen zouden zij zich zonder schaamte vrij kunnen bewegen in die prachtige wereld die ook wel aards paradijs genoemd wordt.

 “18   Dan zegt de ENE, God:
niet goed is het dat de roodbloedige mens hier alléén is:ik maak voor hem een hulp als zijn tegenover!
19  De ENE, God, formeert uit de bloedrode grond al wat in het wild leeft op het veld en alle gevogelte van de hemel en brengt het tot de roodbloedige mens om te zien wat die daartegen zal roepen; en al wat hij daartegen roept, de mens tegen een levende ziel, dát is zijn naam. 20  De roodbloedige mens roept namen uit voor al het vee en het gevogelte des hemels, voor al wat in het wild leeft op het veld; maar voor de roodbloedige mens zelf heeft hij nog geen hulp gevonden als zijn tegenover. 21   Dan laat de ENE, God, een verdoving vallen over de roodbloedige mens zodat die inslaapt; hij neemt één van zijn beide zijden en sluit met vlees de plek daarvan af. 22  De ENE, God, bouwt de zijde die hij heeft weggenomen van de roodbloedige mens uit tot een vrouw; hij komt met haar tot de roodbloedige mens. 23  Dan zegt hij, de roodbloedige mens:
zij is het nu!- been uit mijn gebeente en vlees uit mijn vlees!- tot haar worde geroepen ‘isja’,- vrouw, want uit een iesj, - man is zij genomen!
24  Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten; hechten moet hij zich aan zijn vrouw, worden zullen ze dan tot één vlees. 25  Ze waren, zij tweeën, ongekleed, de mens en zijn vrouw; en zij schaamden zich niet.” (Ge 2:18-25 NB)

Zij konden verder gelukkig blijven leven in die Koninklijke Tuin van Eden. Maar de vrouw stelde zich vragen of hun Maker hen niet iets te kort deed. Zij had de indruk dat God hen verboden had om van die ene boom te eten omdat zij dan meer inzicht zouden krijgen. Zij wilden een gelijkaardige kennis hebben als God. Zij dachten dat het kennen van goed en kwaad hen beter af zouden maken en als God of goden zou maken. Daarom kwamen zij er toe van die vruchten van die boom te eten.

 “1   Maar de slang is uitgekleder geweest dan al wat in het wild leeft op het veld, dat de ENE, God, heeft gemaakt; hij zegt tot de vrouw:
echt waar dat God heeft gezegd
‘gij zult niet eten van al dat geboomte in de hof!’?
2  Dan zegt de vrouw tot de slang:
van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten!(-) 3  maar van de vrucht van de boom midden in de hof heeft God gezegd:
van hem zult ge niet eten en hem niet aanraken,- anders zult ge sterven!
4  Dan zegt de slang tot de vrouw:
sterven?- niks sterven zult ge!(-) 5  nee, God onderkent dat op de dag dat ge van hem eet uw ogen zullen opengaan; wezen zult ge als goden, onderkennend goed en kwaad!
6  Dan ziet de vrouw dat de boom goed is om van te eten, en dat hij een lust is voor de ogen en begeerlijk, de boom, om tot inzicht te komen; dan neemt zij van zijn vrucht en eet; ze geeft ook aan haar man bij haar, en hij eet. 7  Dan gaan de ogen van hen tweeën open en onderkennen ze dat ze naakt zijn, zij; ze naaien loof van een vijg aaneen en maken zich schorten.” (Ge 3:1-7 NB)

Van toen af is het ongemak van een 'vervloekte wereld' over de mens gekomen. God die steeds Woord houdt, hield zich aan Zijn Woord en moest zo wel de straf van kennis van goed en kwaad, de dood, uitspreken. Schaamteloosheid was voorbijgegaan en de mens zou van die dag aan kennis hebben van wat goed is en van wat slecht of verkeerd is.

 “7  Dan gaan de ogen van hen tweeën open en onderkennen ze dat ze naakt zijn, zij; ze naaien loof van een vijg aaneen en maken zich schorten. 8  Ze horen de stem van de ENE, God, omgaan door de hof, in de avondwind van die dag, en ze verschuilen zich, de roodbloedige mens en zijn vrouw, voor het aanschijn van de ENE, God, te midden van de bomen van de hof.
9   Dan roept de ENE, God, tot de roodbloedige mens en zegt tot hem:
waar ben je?
10  En hij zegt:
uw stem heb ik gehoord in de hof,- en ik werd bevreesd, omdat ik naakt ben, en verschool mij!
11   En hij zegt:
wie heeft aan jou gemeld dat je naakt bent, jij?- heb je van de boom waarvan ik je heb geboden om daar niet van te eten, toch gegeten?
12  Dan zegt de roodbloedige mens:
de vrouw die gij hebt gegeven om met mij te zijn, zij gaf mij van de boom en toen at ik.
13  Dan zegt de ENE, God, tot de vrouw:
waarom heb je dát gedaan?-
de vrouw zegt:
de slang heeft mij verleid en ik at!
14   Dan zegt de ENE, God, tot de slang:
omdat je dat gedaan hebt, vervloekt jij, onder alle beesten en onder al wat in het wild leeft op het veld; op je buik zul je voortgaan en stof zul je eten, al de dagen van je leven!(-) 15  en vijandschap zal ik zetten tussen jou en de vrouw, tussen jouw zaad en haar nazaat; hij zal jou voor het hoofd stoten, jíj zult hem bijten in de hiel. ••
16   Tot de vrouw heeft hij gezegd:
in veelvoud vermeerder ik je pijniging en je zwangerschap, met pijn zul je zonen baren; op je man richt zich je hartstocht en hij zal je overheersen! ••
17   Tot roodbloedige Adam heeft hij gezegd:
omdat je gehoor hebt gegeven aan de stem van je vrouw en at van de boom, waarover ik je had geboden en gezegd:
‘eet van hem níet!’
is nu de bloedrode grond om jouwentwil vervloekt; in pijn zul je van haar eten al de dagen van je leven; 18  doornen en distels zal ze voor je laten ontspruiten,- en eten zul je het gewas van het veld!(-) 19  met het zweet in je neusgaten zul je je brood eten, totdat je terugkeert tot de bloedrode grond, want uit haar ben je genomen, ja, stof ben jij en tot stof keer je terug!” (Ge 3:7-19 NB)

Van dat ogenblik af heeft de mens moeten leren leven met de ongemakken van het voorzien in leven. Van dan af kwam de mens te voelen hoe moeilijk het soms kan zijn om genoeg voedsel te hebben of om de verschillende weersomstandigheden te trotseren. Ook van dan af wist de mens goed en kwaad en maakte dat er onenigheid tussen hen kwam door jaloersheid, wrevel en machtswellust. De mens zelf moest nu verder zelf beslissen op welke verleiding hij zou in gaan of zou terugkeren naar het goeddoen.

 “is er niet als je goed doet verheffing?- en als je niet goed doet ligt zonde voor de deur op de loer; op jou is zijn hartstocht gericht, en jij, jij moet over hem heersen!” (Ge 4:7 NB)

Meerdere generaties kwamen te leven op deze aardbol. Ook al hadden zij kennis van goed en kwaad lieten zij zich verder verleiden om nog meer slecht te doen.

 “5  Maar dan ziet de ENE hoe overvloedig het kwaad van de roodbloedige mens is op de aarde, en dat wat zijn hart aan gedachten formeert enkel maar kwaad is, al den dag. 6   De ENE krijgt spijt dat hij de roodbloedige mens gemaakt heeft op de aarde: het doet hem pijn aan het hart. 7  Dan zegt de ENE:
wegvagen zal ik de roodbloedige mens die ik heb geschapen van het aanschijn van de bloedrode grond, zowel de mensheid als het vee tot aan wat rondkruipt en wat vliegt langs de hemel; want ik heb spijt gekregen dat ik ze heb gemaakt!” (Ge 6:5-7 NB)

Noach, die als rechtvaardige man, gunst had gevonden in de ogen van de Elohim kreeg de opdracht een ark te bouwen waar van elk soort dier een koppel een grote zondvloed zou kunnen overleven.

  “15  zij komen aan bij Noach in de ark; twee aan twee, van alle vlees waarin levensadem is. 16  En die kwamen, die zijn als mannetje en wijfje uit alle vlees gekomen, zoals God hem had geboden; dan sluit de ENE achter hem af.
17   Zo woedt de vloed veertig maal een dag over de aarde, de wateren wassen, tillen de ark op, en die verheft zich boven de aarde. 18  Als de wateren winnen en bovenmate wassen over de aarde,- gaat de ark voort op het aanschijn van het water. 19  De wateren wonnen zo bovenmatig veel over de aarde, dat alle hoge bergen die er onder al de hemelen zijn werden overdekt. 20  Vijftien el daarboven wonnen de wateren nog,- de bergen werden overdekt.
21   Dan bezwijkt alle vlees dat rondwaart over de aarde: vogels, vee en wat er in het wild leeft, alle gewemel dat wriemelt over de aarde,- heel de roodbloedige mensheid. 22  Alles met ademtocht, geest en leven in zijn neusgaten, van al wat op het droge hoort: ze zijn gestorven. 23  Hij vaagt weg al wat bestaat, wat er op het aanschijn van de bloedrode grond is, van roodbloedige mens tot vee, tot wat rondkruipt en tot wat vliegt langs de hemel,- ze worden weggevaagd van de aarde; dan rest slechts Noach en wat er met hem in de ark is. 24  De wateren winnen over de aarde: vijftig maal en honderd maal een dag.” (Ge 7:15-24 NB)

Dit had een einde kunnen betekenen aan het kwade. God zelf wenste in het vervolg geen kwaad meer over de mensen te brengen ook al wist Hij dat de neiging van de mensen hun hart niet helemaal kosher of zuiver is. Door die zwakte van de mens en zijn neiging tot het verkeerde zouden de verplichtingen om voor het leven te voorzien voelbaar blijven tijdens de wisselende seizoenen.

 “21  De ENE ruikt de reuk die-tot-rust-brengt en de ENE zegt tot zijn hart:
ik wil niet nóg eens de bloedrode grond verwensen vanwege de roodbloedige mens, want de formatie van ‘s mensen hart is kwaadaardig van zijn jonge jaren af; ik zal niet nog eens al wat leeft zó slaan als ik heb gedaan!(-)
22  voortaan, al de dagen van de aarde, zullen zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht niet meer sabbat houden!” (Ge 8:21-22 NB)

God nam niet weg dat de mens, met zijn kennis van goed en kwaad, geen vrees meer zou hebben. Alles kreeg de mens tot zijn beschikking om te beheren en voor hemzelf een leefbare wereld te maken. Het bloed van de mens, het is zijn levensvocht of het leven zelf, zou God nog steeds blijven terug eisen, als onderdeel van die uitgesproken straf, of de vloek der zonde welke de vloek der dood is.

 “1   Dan zegent God Noach en zijn zonen; hij zegt tot hen:
draagt vrucht, weest overvloedig en vervult de aarde!(-) 2  vreze voor u en schrik voor u moge komen over al wat in het wild leeft op de aarde en over al wat er vliegt langs de hemel; bij al wat kruipt over de bloedrode grond en bij alle vissen der zee; ze zijn jullie in handen gegeven; 3  al wat er rondkruipt en leeft komt u toe als eten; evenals het groene kruid heb ik u dat alles gegeven; 4  echter vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult ge niet eten; 5  echt, uw eigen bloed van uw eigen bezielde levens, dat zal ik opeisen, uit de hand van al wat in het wild leeft eis ik het,- en uit de hand van de roodbloedige mens: uit de hand van eens mans broeder eis ik de ziel van de roodbloedige mens op; 6  vergiet iemand het bloed van de roodbloedige mens, door de roodbloedige mens zal zijn bloed worden vergoten; want naar het beeld van God heeft hij de roodbloedige mens gemaakt; 7  gij dus: draagt vrucht en weest overvloedig!- verbreidt u over de aarde en wordt overvloedig op haar! ••” (Ge 9:1-7 NB)

Toen gaf God een eerste teken van het verbond dat Hij met de mens had gesloten. Dat verbond zou gelden tot onbepaalde tijd.

 “Dan zegt God: dit is het teken van het verbond dat ik geef tussen mij en u en alle levende ziel die met u is,- voor de generaties, een eeuwigheid lang;” (Ge 9:12 NB)

In zijn ijdelheid trachtte de mens zich tot een beroemdheid te maken, waarop God hen weer met de voeten op de grond moest brengen en onder hen meerdere talen bracht.

 “4  Dan zeggen ze:
welaan, bouwen wij ons een stad en een toren met zijn top in de hemel, en maken wij ons een naam,- anders raken we verstrooid over het aanschijn van heel de aarde!
5   Dan daalt de ENE neer om de stad en de toren te zien, die ze hebben gebouwd, de bouwzonen van de roodbloedige mens. 6  Hij zegt, de ENE:
ziedaar, één gemeenschap, één taal voor hen allen, en dít is het begin van wat ze gaan doen: nú is voor hen niets meer onuitvoerbaar van al wat ze verzinnen te doen; 7  welaan, laten we neerdalen en laten we daar hun taal verwarren,- zodat ze eenieder de taal van zijn naaste niet meer horen!
8  Zo verstrooit de ENE hen van daaruit over het aanschijn van heel de aarde, en houden ze op met het bouwen van de stad. 9  Dáárom is als haar naam uitgeroepen ‘Babel’, - verwarring, want daar heeft de ENE de taal van heel de aarde verward; en van dááruit heeft de ENE hen verstrooid over het aanschijn van heel de aarde. •” (Ge 11:4-9 NB)

Verspreid over heel de aarde ontwikkelden zij op verschillende wijze. Elke bevolkingsgroep zocht naar mogelijkheden om een goed leven te hebben. Maar hun drang om iets te bezitten maakte ook dat zij zaken van anderen gingen begeren en soms ook ontnemen. Dit leverde strijd op tussen de mensen. Hierbij viel wel op dat diegenen die getrouw aan God waren ook zegeningen of bescherming van God konden krijgen. God heeft de mens niet in de steek gelaten.

De Hebreeër Abram kreeg ook zo onderdrukkers in zijn hand overgeleverd, toch wou hij niets van hen. Voor hem wenste God een schild te zijn en uit zijn huis of geslacht zou er een groot volk komen.

 “Na al wat hier verwoord is is het woord van de ENE aan Abram geschied in de aanschouwing, en het zei:
vrees niet, Abram!- ik ben voor jou een schild, je loon, zeer overvloedig.” (Ge 15:1 NB)

 “4  Hier is het woord van de ENE tot hem, het zei:
niet hij zal van jou erven,- nee, alleen één die voortkomt uit je ingewanden, die zal van je erven!
5  Hij leidt hem uit, naar buiten, en zegt:
kijk toch naar de hemel en tel eens de sterren als je in staat bent ze te tellen! En hij zegt tot hem: zó zal het worden, jouw zaad! 6  Hij heeft vertrouwd op de ENE; die heeft hem dat gerekend als gerechtigheid.” (Ge 15:4-6 NB)

 “De engel van de ENE zegt tot haar:
in overvloed zal ik je zaad overvloedig maken, het zal niet te tellen zijn zo overvloedig!” (Ge 16:10 NB)

 “1   Abram wordt een man van negentig jaar en negen jaren: dan laat de ENE zich aan Abram zien en zegt tot hem:
ik ben El Sjadai,-  God-de-Almachtige;wandel voor mijn aanschijn en wees volmaakt!(-) 2  ik geef mijn verbond: tussen mij en jou; ik zal je zeer, zéér overvloedig maken!
3  Abram valt neer op zijn aanschijn; God spreekt met hem en zegt:
4   van mij uit: ziehier mijn verbond met jou!- worden zul je tot een av hamon gojiem, -vader van een menigte van volkeren; 5  niet langer worde als naam voor jou geroepen ‘Avram’, wezen zal je naam ‘Avraham’, omdat ik jou tot av hamon gojiem, -vader van een menigte van volkeren heb gegeven; 6  zeer, zéér vruchtbaar zal ik je doen worden, maken zal ik je tot volkeren; koningen zullen uit jou voortkomen!(-)
7   gestand doen zal ik mijn verbond tussen mij en jou en je zaad na jou in al hun generaties als een verbond voor eeuwig; om er voor jou te worden tot God en voor je zaad na jou; 8  geven zal ik aan jou en aan je zaad na jou het land van je omzwervingen: heel het land Kanaän als eigen grond voor eeuwig; ik zal er voor hen zijn als God!” (Ge 17:1-8 NB)

Dat Verbond van God met Abraham maakt dat het Verbondsvolk Volk Israël mag rekenen op die belofte van Land voor Gods Volk. Het uitverkoren Volk van God zal mogen plaats nemen op de berg van het erfdeel waar God ook met hen zal zijn en voor altijd zal komen te regeren.

 “17  Gij doet ze komen en plant ze in het bergland, uw erfdeel, standplaats voor uw zetel, gij hebt dat bewerkt, ENE !- een heiligdom, mijn Heer, hebben uw handen gesticht! 18  De ENE wordt koning voor eeuwig en immer!” (Ex 15:17-18 NB)

Via Abraham als aartsvader zouden de naties gezegend worden.

 “Daar de Schrift voorzag dat God de heidenvolken uit geloof rechtvaardigt, heeft zij bij voorbaat aan Abraham verkondigd:
‘in jou zullen alle volkeren worden gezegend’, {#Ge 18:8 } (Ga 3:8 NB)

Meermaals vinden wij verwijzingen naar de door God gemaakte belofte.

 “2  Daar laat zich aan hem zien de ENE en zegt:
daal niet af naar Egypte,- woon in het land dat ik je toezeg; 3  wees gerust zwerver-te-gast in dit land: ik zal met je zijn, ik zal je zegenen; want aan jou en aan je zaad zal ik al deze landstreken geven; ik zal de bezwering gestand doen die ik heb gezworen aan Abraham, je vader; 4  ik zal jouw zaad zo overvloedig maken als de sterren aan de hemel,- geven zal ik aan jouw zaad al deze landstreken; door jouw zaad zullen zich gezegend weten alle volkeren der aarde,(-) 5  als loon daarvoor dat Abraham gehoord heeft naar mijn stem,- en bewaard heeft wat ik te bewaren gaf: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn onderrichtingen!” (Ge 26:2-5 NB)

De in de voet geraakte die de straf der zonde zou wegnemen en uit het zaad van Abraham en uit het zaad van David zou komen, kwam vele eeuwen later tot leven. Hij werd in Bethlehem geboren, na vele jaren van aankondiging.

 “en tot wie was uitgesproken ‘in Isaak zal een nazaat voor jou worden geroepen’; {#Ge 21:12 } (Heb 11:18 NB)

 “worden zal je zaad als het stof van de aarde en uitbreken zul je naar het westen, oosten, noorden en zuiden; zo zullen door jou, en door je zaad gezegend worden alle families op de bloedrode grond;” (Ge 28:14 NB)

 “4  Zo klimt ook Jozef op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David die Betlehem genoemd wordt, omdat hij is uit het huis van David, zijn stamvader,(-) 5  om te worden ingeschreven samen met Maria, die aan hem uitgehuwelijkt is en zwanger is. 6  Het geschiedt als zij dáár zijn, dat de dagen vervuld zijn dat zij baren moet, 7  en zij baart haar eerstgeboren zoon; zij wikkelt hem in doeken en legt hem in een kribbe, omdat er voor hen geen plaats is in de herberg.” (Lu 2:4-7 NB)

Als zoon van een handarbeider geraakte bekend dat hij een bijzonder grote onderwijzer was die zich uitgaf als gezondene van God die Goed Nieuws bracht. Meerdere mensen gingen in hem ook de lang beloofde Messias zien die de scepter van Juda mocht dragen.

 “nooit wijkt de stamstaf van Juda noch de kerfstok van tussen zijn voeten; totdat zal komen: ‘Sjilo’, - die voor hém, en voor hem de onderwerping der manschappen;” (Ge 49:10 NB)

(zoon van)  “31  Melea, Menna, Matata, Natan, David, 32  Jesse, Obed, Boaz, Selach, Nachsjon, 33  Aminadav, Arni, Chetsron, Perets, Juda, 34  Jakob, Isaak, Abraham, Terach, Nachor,” (Lu 3:31-34 NB)

 “Boek van de genesis,- geboorte, {#Ge 5:1 } van Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.” (Mt 1:1 NB)

 “En dit ís het eeuwige leven: dat zij ú kennen, de enige, de waarachtige God, én hem die gij gezonden hebt,- Jezus de Christus.” (Joh 17:3 NB)

Als speciaal verwekte is er één die hooggeplaatst (een god) mag genoemd worden en die de troon van zijn voorvader koning David zal mogen bestijgen.

 “hij zal groot zijn en ‘Zoon van de Allerhoogste’ worden genoemd; de Heer God zal hem geven de troon van zijn vader David;” (Lu 1:32 NB)

Niet zijn eigen wil doende zou hij altijd de Wil van zijn hemelse Vader doen en zijn bloed als teken van een Nieuw Verbond geven.

 “26   Terwijl zij eten neemt Jezus een brood. Na een zegenspreuk breekt hij het. Hij geeft het aan de leerlingen en zegt:
neemt en eet; dit is mijn lichaam!
27  Hij neemt een drinkbeker. Na een dankzegging geeft hij die aan hen en zegt:
drinkt hieruit allen; 28  want dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden; 29  en ik zeg u:
ik zal van nu af niet drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op die dag wanneer ik het nieuw met u drink in het koninkrijk van mijn Vader!” (Mt 26:26-29 NB)

Hij wist dat hij koning zou mogen worden maar dat dat rijk steeds zou toebehoren aan de Allerhoogste Opperkoning Jehovah God, die zijn hemelse Vader is en zonder wie Jezus niets kan doen.

 “Toen heeft Jezus geantwoord en tot hen gezegd:
vast en zeker is het, zeg ik u:
de zoon kan niet zomaar uit zichzelf iets maken of hij moet het de vader zien maken want al wat díe maakt, evenzo maakt ook de zoon;” (Joh 5:19 NB)

 “ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze dingen te betuigen voor de vergaderingen;
ik ben de wortel en de nakomeling van David, de stralende morgenster!” (Opb 22:16 NB)

Heel wat regeringen zouden zich gaan verzetten tegen dat beloofde koninkrijk. Als koningen der aarde stellen zij zich op en de hoogwaardigheidsbekleders zelf hebben zich als één blok aaneengesloten tegen Jehovah en tegen zijn gezalfde in de hoop hun banden te verscheuren. Jezus zijn voorvader Koning David van het oude Israël had al profetisch gesproken over de dreigingen die de wereld zouden overkomen. Onder inspiratie van God schreef hij:

 “2  posteren zich de koningen der aarde, hebben máchtigen samen beráadslaagd   —tegen de ÉNE en zíjn gezálfde!
3  ‘Laat ons hun bóeien verschéuren,   —werpen wij hun snóeren ván ons áf!’” (Ps 2:2-3 NB)

 “25  en die bij monde van onze vader David, uw kind, door heilige geestesadem hebt gezegd:
‘waartoe raakten volkeren in beroering en prevelen gemeenschappen slechts leegte, 26  staan de koningen der aarde op en hebben de oversten op één plek zich verzameld tegen de Heer en tegen zijn gezalfde?’ {#Ps 2:1-2 } (Hnd 4:25-26 NB)

Merk op dat de wereldleiders zich als één blok zouden aaneensluiten tegen Jehovah, de Schepper van het universum, en zijn gezalfde, of zijn aangestelde Koning, Jezus Christus.

Uit de geschriften van Daniel kunnen wij opmaken dat er grote oorlogen zouden komen waarbij natiën tegen natiën over de gehele wereld zouden vechten. Één gemeenschappelijke gedachte bracht hen zich tegen elkaar te keren, ook al behoorden de instigators tot het christendom. In plaats van zich aan de soevereiniteit van Gods koninkrijk te willen onderwerpen, streden ze om de macht in de Grote Oorlog of Eerste Wereldoorlog. Dit was nog maar een begin van grote turbulenties. Men zou zich zelfs tegen Gods Volk keren en het willen uitroeien. Miljoenen Joden werden in de Tweede Wereldoorlog de dood ingejaagd zoals ook zo vele andere onschuldige slachtoffers. De wereld zou te weten moeten komen dat God zou moeten lachen met die gedachte van mensen dat zij Zijn volk zouden kunnen vernietigen.

 “4  Die zetelt in de hémelen lácht,   —mijn Héer drijft met hén de spót! 5  Eens zal hij tot hen spréken in zijn tóorn,   —met zijn wóede zal hij hén verschríkken.” (Ps 2:4-5 NB)

 “8  vraag het van mij, en ik geef vólken jou ten érfdeel,   —jou in eigendom de ránden ván de áarde!- 9  je zult ze stukslaan met een stáf van íjzer,   —als spullen van een póttenbákker bréken!’” (Ps 2:8-9 NB)

Ook al zal men tot twee maal toe de vernietiging van volkeren op zich genomen hebben, staat er voorspeld dat kinderen zich nog tegen hun ouders zullen verzetten waarna ook godsdiensten tegen elkaar zullen gaan strijden. Maar dat zal nog niet genoeg zijn voor de gewone sterveling die van God niet wil weten. Al het geruzie en verlangen naar bezit en macht zal een derde en laatste wereld oorlog teweeg brengen. Dit uiteindelijke verpletteren van de vijandelijke volken met een ijzeren scepter zal gebeuren in Armageddon of Har–Magedon.

Het laatste boek van de bijbel, Openbaring van Johannes, beschrijft deze cruciale gebeurtenis als
„de oorlog van de grote dag van God de Almachtige”,
waartoe
„de koningen van de gehele bewoonde aarde”
vergaderd worden (Openbaring 16:14, 16).

Men kan stellen dat zij die het niet hoog op hebben met God en gebod en liever hun menselijke lusten vervuld zien, zich zullen keren tegen hen die God lief hebben maar hierdoor ook ten strijde zullen trekken tegen Gods Volk en tegen Jehovah God de Almachtige Zelf.

De tijd dat mensen zich aaneensluiten om tegen Gods soevereiniteit te strijden, komt snel dichterbij. In de bijbel staan allerlei tekenen vermeld die ons zouden moeten doen inzien wanneer die mogelijke "Eindtijd" zal komen.

In de Schrift wordt er ook gesproken van Verenigde Naties en wordt er een beeld geschetst van volkeren die zich verenigen maar ironisch genoeg hun ’eenheid’ hen geen persoonlijk voordeel oplevert. In plaats daarvan zal hun daad de voorbode zijn van de langverwachte vrede voor de mensheid.

In die laatste strijd zal Gods koninkrijk

„al deze koninkrijken [in de wereld] verbrijzelen en er een eind aan maken, en zelf zal het tot onbepaalde tijden blijven bestaan” (Daniël 2:44).

Gods koninkrijk, niet een menselijke organisatie, zal de regering zijn die het menselijke verlangen naar wereldvrede zal vervullen.

Jezus Christus werd aangesteld door God als hoofd van de Gemeente Gods.

 “‘Alles heeft hij gelegd onder zijn voeten’ en hem heeft hij als hoofd gegeven over heel de kerk” (Efe 1:22 NB)

Sinds zijn opstanding na zijn dood heeft de gezondene van God zijn taak van hoeksteen van Gods Kerk opgenomen.

Dichter bij de Laatste dagen komend kan men merken dat de prediking van het Goede Nieuws uitgebreider wordt en dat meer mensen zich willen aansluiten bij "de berg van het huis van Jehovah [zijn verheven zuivere aanbidding]". Die ware aanbidders van God komen uit velerlei natiën toestromen.

 “2  Geschieden zal het later in de dagen:
wélgegrond zal wezen de berg met het huis van de ENE als het hoofd van de bergen; verheffen zal hij zich boven de heuvels, en toestromen zullen tot hem alle volkeren; 3  gaan zullen gemeenschappen vele en zeggen zullen ze:
gaat mee, klimmen wij op naar de berg van de ENE, naar het huis van de God van Jakob; dat hij ons zal onderrichten aangaande zijn wegen en wij zullen gaan over zijn paden!
- want van Sion zal het onderricht uitgaan, het woord van de ENE uit Jeruzalem.” (Jes 2:2-3 NB)

In deze dagen kunnen wij zien dat de profetie werkelijkheid is aan het worden. Ook al zijn er massa's ongelovigen, ziet men wereldwijd ook mensen achter de waarheid zoeken, dat terwijl gelovigen in de Ene Ware God de door Jezus gegeven opdracht van verkondiging ongestoord verder zetten.

Tijdens een van zijn predikingstochten door Galilea gaf Jezus te kennen dat het heilige geheim nauw verband hield met zijn Messiaanse Koninkrijksregering. Hij vertelde zijn discipelen dat aan hen apart geplaatste (heilige) geheimen van het koninkrijk der hemelen ware toevertrouwd om ze te begrijpen.

 “Weer vangt hij aan onderricht te geven langs de zee; er verzamelt zich bij hem zo’n enorm grote schare, dat hij in een boot stapt en daar gaat zitten, op de zee; en heel de schare, zij zijn bij de zee op het land.” (Mr 4:1 NB)

 “En ten antwoord zegt hij:
omdat het u gegeven is de geheimenissen van het koninkrijk der hemelen te kénnen, maar hún is dat niet gegeven;” (Mt 13:11 NB)

Hieruit mag blijken dat de apostelen kennis verworven hebben over dat Koninkrijk en er deelzaam moge over optreden. Eén aspect van dat geheim was namelijk dat Jehovah een „kleine kudde” van 144.000 mensen zou uitkiezen die als een deel van het zaad met zijn Zoon verbonden zouden zijn om met hem in de hemel te regeren.

 “vrees niet, klein kuddeke; want het heeft uw Vader behaagd u het koninkrijk te geven!(-)” (Lu 12:32 NB)

 “En ik zag, en zie:
het lam stond op de berg Sion, en met hem honderdvierenveertigduizend die zijn naam hadden, en de naam van zijn Vader was geschreven op hun voorhoofden.” (Opb 14:1 NB)

 “Zij zijn het die zich niet met vrouwen hebben bezoedeld, want zij zijn maagden, zij, die het lam volgen waarheen het ook maar gaat. Zíj werden vrijgekocht uit de mensen als eersteling voor God en het lam,” (Opb 14:4 NB)

Wij mogen dan ook verwachten dat die eerstelingen van de Nieuwe Wereld, waarvan Jezus de eerstgeborene is en de vrijkoper, samen met hem zullen regeren.

Bij de aanvang der tijden had Jehovah de mens in zijn Koninklijke Tuin geplaatst en daar hoort hij terug thuis. Daarvoor heeft Jezus hen ook leren bidden om aan God te vragen dat Zijn Koninkrijk zou komen in de hemel zo wel als op de aarde.

 “kome úw koninkrijk, geschiede úw wil als in de hemel ook op de aarde,” (Mt 6:10 NB)

Naar de tijd vordert zullen meer mensen in eendracht met Christus komen en daardoor deel worden van de nieuwe schepping, want voor hen zijn de oude dingen  voorbijgegaan.

 “Want al wie één met Christus is, is een nieuwe schepping; al het oude is voorbijgegaan, zie het is nieuw geworden!” (2Co 5:17 NB)

De apostel Petrus besefte dat overeenkomstig God Zijn grote barmhartigheid Jehovah God ons door middel van de opstanding van Jezus Christus uit de doden een nieuwe geboorte gegeven tot een levende hoop, tot een onverderfelijke en onbesmette en onverwelkelijke erfenis. Deze is namelijk door Christus Jezus hier op aarde voorbereid, bezegeld met zijn bloed en nu in de hemelen weggelegd voor hen die God liefhebben en geloven in de gezondene van God, Jezus Christus, de zoon van God en Messias.

 “3   Gezegend zij de God en Vader van onze Heer, Jezus Christus, die naar de overvloed van zijn ontferming ons opnieuw geboren heeft laten worden tot levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, 4  tot een onbederfelijke, onbesmeurde en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u die” (1Pe 1:3-4 NB)

De Waardigen zullen uit de dood gehaald worden en volledig gerestaureerd in harmonie met de hemelse Vader door Hem opgewekt worden. Geperfectioneerd als mannen en als stalen van wat de hele mensheid, door gehoorzaamheid aan de wetten van het Koninkrijk, kunnen bereiken met het eeuwige leven.

Als beloning voor wat zij in hun eerdere leven gepresteerd hebben als ware volgelingen van de rabbijn Jeshua zullen zij na die Allergrootste Laatste Strijd als aardse vertegenwoordigers van het Messiaanse Koninkrijk mogen optreden. Met Christus zullen zij als regeerders in de hoofdstad Jeruzalem kunnen plaats nemen in de Koninkrijksregering.

Dat alles zal verlopen volgens de voorspellingen en Westbepalingen van God.

 “Ik doe je rechters terugkeren zoals eerst, je raadsheren als in de aanvang; daarna wordt tot jou geroepen ‘stad van gerechtigheid’, ‘vesting betrouwbaar’!” (Jes 1:26 NB)

Jezus zal de door god aangestelde rechter zijn om te oordelen levenden en doden.

 “Ik betuig voor het aanschijn van God en van Christus Jezus, die weldra levenden en doden zal oordelen, en bij zijn verschijning en zijn koninkrijk:” (2Ti 4:1 NB)

Wanneer diegenen die niet goedgekeurd zijn om het Koninkrijk binnen te tredende tweede en laatste dood zullen orgaan hebben, zullen Jezus apostelen aardse rechters en medebeheerders worden.

De Schriften lijken volgens de bijbelonderzoeker Russell te impliceren dat de Oude Waardigen bij het sluiten van het Millennium nog verdere zegeningen in ontvangst zullen nemen, namelijk dat zij zullen worden veranderd van mens naar geestelijke natuur.

Naast de Waardigen in de hemel zouden er volgens verscheidene bijbelonderzoekers ook waardigen op de aarde vertoeven welke het werk van God verrichten als een Getrouwe beleidvolle slaaf.

 “de hemel en de aarde,- dat zal voorbijgaan, maar mijn woorden gaan geenszins voorbij;” (Mt 24:35 NB)

 “Wie is dus de betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huishouden om hun op tijd het voedsel te geven?” (Mt 24:45 NB)

 “35  laten uw lendenen omgord zijn en de lampen brandend,(-) 36  en gijzelf gelijkend op mensen die op hun heer wachten wanneer hij opbreekt uit de feestzaal, opdat zij, als hij aankomt en klopt, zij onmiddellijk voor hem zullen opendoen; 37  zalig díe dienaars welke de heer bij zijn komst wakker zal vinden!- amen, zeg ik u dat hij zich zal omgorden en hen zal laten aanliggen; hij zal bij hen komen en hen bedienen; 38  ook als hij in de tweede, ook als hij in de derde wake komt en hen zó vindt,-  zalig zijn zíj!(-) 39  maar onderkent dit: als de huisheer wíst in welk uur de dief zou komen, had hij niet in zijn huis laten inbreken; 40  ook voor ú geldt: weest gereed!, omdat in een uur waarvan ge het niet denkt de mensenzoon komt!

41   Petrus zegt:

heer, spreek je met deze gelijkenis tot óns of ook tot állen?

42  En de Heer zegt:

wie is dan wel de getrouwe en verstandige huishouder welke de heer zal aanstellen over zijn bedienden om hun op tijd een maat graan te geven?(-) 43  zalig die dienaar, welke zijn heer, als hij komt, zó doende zal vinden!(-) 44  waarlijk, ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen!(-) 45  maar als die dienaar in zijn hart zegt:

‘mijn heer neemt er de tijd voor om te komen!’,

en hij begint de slaafjes en slavinnetjes te slaan, en ook te eten, drinken en dronken te worden,(-) 46  komen zal de heer van die dienaar op de dag dat hij het niet vermoedt en in een uur dat hij niet kent; hij zal hem in tweeën hakken en hem doen delen in het lot der trouwelozen; 47  díe dienaar die de wil van zijn heer kent en niet voorbereidt of doet naar zijn wil, zal veel slaag krijgen; 48  wie er niet mee bekend is maar wel doet wat slaag waard is, zal weinig slaag krijgen; elk aan wie veel wordt gegeven, van hem zal veel worden gevraagd, en aan wie ze veel hebben toevertrouwd, nog veel meer zullen ze van hem eisen!(-)” (Lu 12:35-48 NB)

De "getrouwe en beleidvolle slaaf" is in eerste instantie Jezus en in tweede instantie kan het ook een kleine groep zijn die symbolisch wordt voorgesteld als "de 144.000" gezamenlijke erfgenamen.

Wij kunnen ook indenken dat elke dienaar van God die getrouw en wijs is in het gehoorzamen van de Meester (Jezus) zo'n trouwe en verstandige dienaar of een getrouwe beleidvolle slaaf kan zijn.

Niet alle christenen zijn vertegenwoordigd door de getrouwe beleidvolle slaaf, omdat Jezus ook spreekt van de andere personeelsleden naast de trouwe en verstandige dienaar. Elk van deze "klassen" zijn vertegenwoordigd in het enkelvoud, dus als de trouwe en verstandige dienaar een enkele persoon is, dan moeten we dus kijken naar andere enkelvoudige personen om "dat knecht" zijn te vervullen die "zegt in zijn hart:"

Mijn Heer vertraag Uw komst "(Lu 12:45),

evenals

" Die dienaar, die de wil van zijn heer wist, en zich niet voorbereide "(Lu 12:47)

en die knecht

'die het niet wist, en dingen deed die strepen waardig zijn." (Lu 12:48)

Eigenlijk vertegenwoordigt elk personeelslid een klasse van christenen, sommigen die trouw zijn en wijs zijn en anderen die minder trouw blijken te zijn, en dienovereenkomstig gedisciplineerd zullen worden.

 “zo is het niet bij jullie: nee, al wie bij jullie groot wil worden zal jullie tafelhelper zijn,” (Mt 20:26 NB)

Ook al is alles in de hemel klaar gemaakt voor ons, zal het gros van de  mensen hier op aarde dat Koninkrijk van Christus en dat Koninkrijk van God beleven. Zij zullen kunnen vertrouwen dat de Koning der Joden, Jeshua (Jezus Christus) de beste koning zal zijn die een mens kan hebben.
Voor duizend jaren zal hij dat koninkrijk hier van uit Jeruzalem beheren met zijn getrouwen, waarna hij het zal overhandigen aan de aller Grootste Koning over de Koning der koningen, Jehovah God.

 “Maar wel wil ik dat ge weet dat de Christus het hoofd is van elke man, de man het hoofd van de vrouw en God het hoofd van de Christus.” (1Co 11:3 NB)

 “Maar wanneer alles aan hem onderworpen is, dán zal ook de Zoon zelf zich onderwerpen aan hem die alles aan hem heeft onderworpen, opdat het zal zijn: God alles in allen!” (1Co 15:28 NB)


+

Aanvullende lectuur


1.       Ongelezen bestseller

2.       Vertrouwelijke geschriften

3.       Schepper en Blogger God 3 Les en oplossing

4.       Voorzieningen voor de keuzes van de mens

5.       Mens en leed

6.       Waarom laat God het kwade toe

7.       Hij zal geen goede dingen weerhouden

8.       Getuig van een levende God en zijn zegeningen voor jou

9.       De gevende en beschermende God

10.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #1 Konings Geloof

11.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres

12.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #3 Aanroepers van God

13.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #10 Gebed #8 Voorwaarde

14.   Bedenkingen: Gods eigen Volk

15.   Scheppers ster verbinding tussen hemel en aarde

16.   De Voltooiing van de schepping 4 Buitenbijbelse leer

17.   Fragiliteit en actie #2 Onderwerpen en werken

18.   Fragiliteit en actie #9 Herval zondigheid

19.   Fragiliteit en actie #15 Lossen of Verlossen

20.   Want het is geen leeg woord

21.   Kleurblindheid en verkeerscode

22.   God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

23.   De Almachtige God der goden, groter dan en hoog verheven boven alle goden

24.   El Shaddai Die verscheen voor Abraham

25.   God zelf gaat ons voor

26.   Een goddelijk Plan #4 Beloften

27.   Joodse Wetten en Wetten voor Christenen

28.   Dienende geesten 1 Afgezanten van onzichtbare God

29.   Wereld waarheen #1 Terug naar Egypte

30.   Wereld waarheen? #2 Gebed om de komst van de koning

31.   Wereld waarheen? #5 De Val van Babel

32.   De Afstraling van Gods Heerlijkheid

33.   2020 jaar geleden werd de weg geopend

34.   Het begin van Jezus #6 Beloften van innerlijke zegeningen

35.   Het begin van Jezus #7 Een Nieuwe Adam, zoon van Abraham

36.   Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

37.   De Knecht des Heren #5 De Gezalfde gezant

38.   Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 1 Schendingen van het Oude Verbond

39.   Gods vergeten Woord 16 Brood en wijn 3 Christus’ vlees en bloed

40.   De Verlosser 3 Zijn menselijke kant

41.   Gevangenneming en terechtstelling van Christus Jezus

42.   Jezus vindt de dood op Golgota op voorbereidingsdag

43.   Een Messias om te Sterven

44.   Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 2

45.   Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed

46.   14 Nisan een dag om te herinneren #1 Oorsprong

47.   14 Nisan een dag om te herinneren #5 De te vieren dag

48.   Missionaire hermeneutiek 4/5

49.   Christus winnen, Jehovah vertrouwen

50.   Geestelijke vorming tot heiligheid #3

51.   Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #1 Abraham de aartsvader

52.   De Ekklesia #1 De uitgeroepenen

53.   De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

54.   De Ekklesia #3 Het koninkrijk

55.   De Ekklesia #4 De troon van David en De gezalfde des Heren

56.   De Ekklesia #6 Bad der Wedergeboorte

57.   De Ekklesia #7 De vrijwillige toetreding

58.   De Ekklesia #9 Daad van geloof

59.   De Ekklesia #10 Addendum 1: een moderne theocratie?

60.   Verzoening en Broederschap 8 Samenkomende deelgenoten

61.   De god zoon, koning en zijn onderdanen

62.   Getuigen van Jehovah

63.   Getuigen van Jehovah, Data en Waarheid

64.   Is de Beleidvolle Slaaf van de Getuigen van Jehovah Gods enige instrument

65.   Is de Beleidvolle Slaaf van de JG Gods enige instrument

66.   Kleine kudde getrouwe beheerder

67.   Andere Schapen

68.   Synode: Jezus annuleerde Bijbels 'Gekozen volk'

69.   Azteekse en Romeinse tradities die ons nog steeds beïnvloeden

70.   Dementia in de Kerk

71.   Op weg naar 2014-2015

72.   Een nieuw seizoen voor de deur

73.   2015 het jaar dat ISIS duidelijk maakte dat het ook in Europa is

74.   Belangrijkste weekend van het jaar 2016

75.   Uitkijkend naar 2017 en aankomende tijden

76.   Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #6 Valse leraren en geestelijke hoererij

77.   Doemdagscenarios

78.   Harold Camping komt met nieuwe dag op de proppen zonder verontschuldiging

79.   De Dag is nabij #2 Bruikbare informatie

80.   De Dag is nabij #8 Overzicht

81.   Tekenen der Laatste Dagen

82.   De Wederkomst en de eindtijd #2 Blik op de nabije toekomst

83.   De Wederkomst en de eindtijd #4 De komende toorn

84.   De nacht is ver gevorderd 3 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 2 Wat betekent dit alles?

85.   De nacht is ver gevorderd 4 Studie 1 Zijn het de laatste dagen? 3 Hoe pakken we het aan?

86.   De nacht is ver gevorderd 8 Studie 2 Schrik of troost 4 De wereld rond Israël

87.   De nacht is ver gevorderd 17 Studie 3 Lessen uit het verleden 6 Wat er van ons wordt verwacht

88.   De nacht is ver gevorderd 18 Studie 3 Lessen uit het verleden 7 Conclusie

89.   De nacht is ver gevorderd 19 Studie 4 Wat te doen

90.   De nacht is ver gevorderd 22 Studie 4 Nu actueel: Nut van tekenen

91.   De nacht is ver gevorderd 24 Studie 4 Zorg voor de naaste

92.   De nacht is ver gevorderd 25 Slot

93.   Het Tabernakel

94.   De Waardigen

95.   De moderne Messiaanse Joodse beweging

96.   Vindt meerdere teksten van ons ook op andere websites

 
Comments