Jehovah Voornaamste Hooggeplaatste

Vele mensen denken dat "God" de Naam van God is. Sommige mensen omdat zij weten dat de Naam van God apart moet geplaatst worden om dat Deze "heilig" is gebruiken dan "G'd" en spreken over de "Hashem" ("Naam" in het Hebreeuws). Veel mensen weten dat zij als zij over God spreken het over een speciaal of mysterieus Figuur hebben.

Heel wat mensen vinden die godsbedoening maar niets en vinden dat er niets is als een god die een Opperwezen zou zijn dat alles geschapen heeft. Zij vinden geen deugdelijke redenen om te geloven dat er een God bestaat en zien zoals vele mensen wel de vele goden die deze wereld rijk is. Er worden heel wat mensen als goden worden beschouwd. Opvallendst is dat zij meestal uit de showwereld komen of uit de sportwereld. Dat komt ook omdat zij meestal de meest in het oog lopende figuren zijn. Mensen kijken graag naar hen op en in hun 'idolisering' gaan zij er dikwijls toe over om zulke frappante figuren hun 'god' te noemen.

In dat opzicht is er nog niet veel veranderd met vroegere eeuwen. Nog steeds worden voorname of figuren 'god' genoemd. En dat is uiteindelijk wat het woordje 'god' betekent, een hooggeplaatst of voornaam persoon. Zo vindt men in de Bijbel meerdere personages die als god vermeld worden. Zo spreekt men daar over engelen die god zijn maar ook gewone mensen zoals Mozes, Farao en andere regeringsleiders die god genoemd worden. Maar men treft er ook niet-wereldse wezens aan die 'god' genoemd worden, zoals de engelen, maar ook wezens die mensen gebruikten om te aanbidden en dingen af te smeken en verering te geven. In de Bijbel is er zo sprake van bijvoorbeeld de goden Baäl, Apollo en Zeus. Die laatste goden behoren voor de atheïsten of godlochenaars tot de fantasie van de mens en zijn nietsnuttende onbestaande elementen. Zij zouden moeten weten dat naast die afgoden, die werkelijk tot geen nut zijn, er wel een Opperwezen is dat de Veroorzaker van alles is en waarin de mens beter zou geloven, omdat hij in het evenbeeld van die godheid geschapen is en kind van Die God moet zijn. Deugdelijke redenen om in Die God te geloven zijn er te vinden in de dagdagelijkse dingen die wij rondom ons in de natuur kunnen waarnemen.

 “Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. (19-2) De hemelen verhalen de glorie van Jehovah God, Het firmament verkondigt het werk van Zijn handen;” (Ps 19:1)

 “Hoe ontzaglijk zijn uw werken, o Jehovah: Gij hebt ze allen met wijsheid gemaakt! De aarde is vol van uw schepselen,” (Ps 104:24)

 “Want zijn onzichtbaar Wezen, zijn eeuwige Macht en zijn Godheid zijn van de schepping van de wereld af bij enig nadenken uit het geschapene duidelijk te kennen. Te verontschuldigen zijn ze dus niet.” (Ro 1:20)

De mensen hebben rond hun vele goden ook vele theorieën ontwikkeld en zo zijn er over de gehele wereld ook veel religies ontstaan. Geschapen naar het beeld van God heeft elkeen wel een innerlijk gevoel van het Mysterie. Ergens kan een mens wel aanvoelen dat de natuurlijke orde niet door de menselijke geest uitgevonden of gemaakt kan zijn. Meerdere mensen zien terecht in dat het bestaan van de orde in de kosmos het bestaan vereist van een Organiserende Intelligentie. Die "Organiserende Intelligentie" Die er was voor het bestaan van de mens en niet zichtbaar is voor de mens, noemen wij "De God", die tegenover eender welke god kan staan, die niets tegenover Hem betekent of Hem niets kan doen. Die God staat boven alle goden en afgoden. Die God gaat ook het menselijk denken en zijn te boven. Geen enkele mens kan God zien en dan nog leven.  Hij heeft niets van de menselijke beperktheid, is een eeuwige geest aan wie geboorte en dood niet eigen zijn.

 “En Hij ging voort: Mijn aanschijn kunt ge niet aanschouwen, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven.” (Ex 33:20)

 “God is een geest, en wie Hem aanbidden, moeten in geest en waarheid aanbidden.” (Joh 4:24)

 “Een ziele-lichaam wordt gezaaid, Een geestelijk lichaam verrijst! Bestaat er een ziele-lichaam, er bestaat ook een geestelijk lichaam.” (1Co 15:44)

De God die staat boven alle godheden (belangrijke personen, gezachtsdragers, idolen, afgoden) heeft geen begin gehad en is er dus steeds geweest. Dé God is een godheid die er altijd is geweest, van onbepaalde tijd, en altijd zal blijven bestaan, tot onbepaalde tijd.

 “Voordat de bergen waren geboren; Eer aarde en wereld werden gebaard, Zijt Gij, o Jehovah God, in de eeuwen der eeuwen!” (Ps 90:2)

Die zaken rond die God lijken voor de meeste mensen moeilijk te vatten, maar dat maakt deel uit van de ontkenning die in het begin der tijden ook al heeft plaats gehad. De eerste mensen (Adam en Eva) hebben zich in de Koninklijke Tuin van Eden, het aards paradijs, tegen hun Goddelijke Maker verzet. Zij vertoonden in hun ongeloof ongehoorzaamheid en kwamen tot kennis van goed en kwaad door van de vruchten van de Boom van moraal of Boom van kennis van goed en kwaad, te eten. Die daad bracht in hun ook doorgezette onvolmaaktheid waarbij hun hoofd te kampen kreeg met goede, slechte of verkeerde tot zelfs immorele en negatieve gedachten en zo hun twijfels over hun Maker verder konden bezoedeld worden.

Het ligt niet aan de Goddelijke Schepper dat er zo veel goddeloosheid met ongeloof voor vele dingen en met een leven vol 'hard labeur' en pijn en verdriet. Het zijn de mensen zelf die verkozen hebben om God en Zijn vereisten te negeren en zelf te bepalen wat goed en kwaad is.

 “De Rots is Hij, volmaakt in Zijn werken, Want al Zijn wegen zijn gerecht; Een God van trouw en zonder bedrog, Rechtvaardig en gerecht is Hij. Maar Zijn ontaarde zonen stonden tegen Hem op, Dat vals en bedorven geslacht!” (De 32:4-5)

 “Alleen dit heb ik gevonden: Jehovah God heeft de mensen rechtschapen gemaakt, Maar zelf zoeken zij allerlei slechtheid.” (Pre 7:29)

 “Maar Jehovah God weet, dat uw ogen zullen opengaan, wanneer ge daarvan eet, en dat ge gelijk aan God zult worden door de kennis van goed en kwaad. Ook had de vrouw al bemerkt, hoe goed die boom was om van te eten; hoe hij een lust was voor de ogen, en hoe verleidelijk, wanneer men inzicht wil verkrijgen. Ze plukte dus van zijn vrucht en at; ze gaf er ook van aan haar man, die bij haar stond, en ook hij at er van.” (Ge 3:5-6)

Vanaf het begin der tijden heeft God de mens geschapen met een mogelijkheid om zelf te denken en vrij te kiezen voor bepaalde dingen. Met die mogelijkheid van denken had de mens zelfs van God de opdracht gekregen om Zijn Goddelijke Koninklijke Tuin te beheren en planten en dieren van namen te voorzien. Die planten en dieren kwamen in onderworpenheid van de mens.

 “En God schiep de mens naar zijn beeld. Als het beeld van God schiep Hij hem; Man en vrouw schiep Hij hen. Toen zegende God ze, en sprak tot hen:
Weest vruchtbaar en vermenigvuldigt u; bevolkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen der zee, de vogels in de lucht en over alle levende wezens, die zich op de aarde bewegen.
God sprak:
Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de hele aarde, met alle bomen, die zaadvruchten dragen; die zullen u tot voedsel dienen. Maar aan alle wilde beesten, aan alle vogels in de lucht, aan al wat beweegt en leeft op de aarde, geef Ik alle groene planten tot voedsel. Zo geschiedde.” (Ge 1:27-30)

 “Daarop plaatste Jehovah God de mens in de tuin van Eden, om die te bewerken en te bewaken. En Jehovah God gaf de mens het volgend gebod:
Van alle bomen uit de tuin moogt ge eten; maar van de boom van kennis van goed en kwaad moogt ge niet eten; want wanneer ge daarvan eet, zult ge sterven.” (Ge 2:15-17)

God boven alle goden is een God van Zijn Woord en toen de mens met zijn ongehoorzaamheid aan zijn Maker toch van die boom had gegeten, kwam lijden en dood over de mens en werd hij uit de Goddelijke Tuin verbannen.

 “En tot de vrouw sprak Hij:
De lasten uw zwangerschap zal Ik verzwaren, In smarten zult ge kinderen baren; Toch zult ge naar uw man verlangen, En hij zal over u heersen.
En Hij sprak tot de mens:
Omdat ge naar uw vrouw hebt geluisterd, En van de boom hebt gegeten, waarvan Ik u verbood te eten; Is om u de aardbodem vervloekt, Alleen door levenslang zwoegen zult ge er van eten. Distels en doornen zal hij u voortbrengen, Ofschoon gij u met veldgewas moet voeden; In het zweet van uw aanschijn zult gij uw brood eten, Totdat ge terugkeert tot de grond, waaruit ge genomen zijt. Want ge zijt van stof, En tot stof keert ge terug!
De mens noemde zijn vrouw nu Eva, omdat zij de moeder zou worden van al wat leeft. En Jehovah God maakte kleren van dierenhuiden voor de mens en zijn vrouw, en bekleedde hen daarmee. Toen sprak Jehovah God:
Zie, door de kennis van goed en kwaad is de mens geworden als een van ons. Als hij nu zijn hand maar niet uitstrekt, om te plukken en te eten van de levensboom, zodat hij ook nog eeuwig blijft leven!
Daarom verdreef Jehovah God hem uit de tuin van Eden, om de grond te bebouwen, waaruit hij genomen was.
Hij joeg de mens weg, en plaatste ten oosten van Edens tuin de cherubs met de vlam van het bliksemende zwaard, om de weg naar de levensboom te bewaken.” (Ge 3:16-24)

In zijn zoektocht naar leven heeft de mens van alles geprobeerd. Zo hebben veel mensen zichzelf ook vele goden toegeëigend in de hoop dat die goden en halfgoden hen zouden helpen om natuurfenomenen de baas te kunnen, stormen en overstromingen af te wenden, goede gunsten af te smeken, enzovoort. Velen maakten naast hun goden afgestorvenen tot 'heiligen' tot wie zij ook gingen bidden om zaken af te smeken. Zij zien over het hoofd dat er eerder voor die heiligen in plaats van tot die heiligen zou gebeden moeten worden.

 “Blijft bidden in de Geest ten allen tijde met gebed en smeking in allerlei vorm; draagt daarbij zorg, om ook met grote volharding voor alle heiligen te blijven bidden.” (Efe 6:18)

Een zeer voornaam persoon, en daarom ook wel een god genoemd, leerde zijn volgelingen en toehoorders dat het alleen juist is om tot de Goddelijke Vader in de hemel te bidden.

 “Zó zult gij dus bidden:
Onze Vader, die in de hemel zijt: Uw naam worde geheiligd.” (Mt 6:9)

Het is niet tot die heiligen dat men verzoeken moet doen, want er is slechts die ene voorname man die uiteindelijk het recht heeft gekregen om een voorspreker en bemiddelaar te zijn tussen Dé God boven alle goden en de mens, de middelaar Jezus Christus.

 “Jezus sprak tot hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven;
niemand komt tot de Vader, dan door Mij.” (Joh 14:6 Canis)

De mens zal tot het besef moeten komen dat er slechts één God is en dat er ook slechts één middelaar voor die God bestaat om tot Hem te komen.

 “Want er is één God, en ook één Middelaar tussen God en de mensen, de Mens Jezus Christus,” (1Ti 2:5)

 “Wanneer gij ook mij in mijn naam iets zult vragen, dan zal ik het doen.  — ” (Joh 14:14)

De mens zal het vertrouwen in die gezondene van God moeten vinden en er in moeten berusten dat hij diegene is in wiens naam wij God iets kunnen vragen of verzoeken. Indien wij iets vragen in Jezus naam zal Jezus voor ons bemiddelen. En God zal oren hebben voor Zijn geliefde zoon, die nu aan Zijn rechterhand heeft plaatsgenomen om die functie van bemiddelaar en van hogepriester voor God op te nemen.

 “Wie zal veroordelen? Zal het Christus Jezus zijn, die gestorven is, of liever die is opgewekt, die zetelt aan Gods rechterhand, die ook onze Voorspreker is?” (Ro 8:34)

 “Daarom kan hij ook ten allen tijde hen redden, die tot God komen door zijn bemiddeling, daar hij altijd leeft, om hun Middelaar te zijn.” (Heb 7:25)

Het is Jezus zijn doel de mens tot God te brengen. Hij zelf heeft zich volledig aan Dé God onderworpen en deed er alles aan om niet zijn wil te doen maar om Gods Wil te volbrengen.

 “en (Jezus) bad: Vader, indien het uw wil is, neem deze kelk van mij weg. Neen, niet mijn wil geschiede, maar de uwe.” (Lu 22:42)

Jezus is er van overtuigd dat Gods Wil moet geschieden en zal gebeuren. Gods Plan zal volbracht worden en alle goden der arde zullen Die Enige Ware God moeten erkennen en alle eer en glorie toekennen die Hem toebehoort.

“Wat dus het eten van het offervlees aangaat, weten we, dat er eigenlijk geen afgod in de wereld bestaat, en dat er geen God is, behalve Eén.” (1Co 8:4)

“Maar het woord van Jehovah houdt in eeuwigheid stand!" En dit is het woord, dat onder u is verkondigd.” (1Pe 1:25)

 “gij zult geen andere goden naast Mij hebben.” (Ex 20:3)

 “(47-8) Want Hij is Koning van heel de aarde; Zingt dus een hymne ter ere van Jehovah God!” (Ps 47:7)

 “(75-8) Neen, het is Jehovah God, die zal richten, De een vernederen, de ander verheffen!” (Ps 75:7)

 “Geloofd zij de God en Vader van onze heer Jezus Christus, de Vader van de ontferming en de God van alle vertroosting,” (2Co 1:3)

 “Jezus antwoordde hem:
Er staat geschreven:
"Ge zult de Heer Jehovah uw God aanbidden, en Hem alleen dienen".” (Lu 4:8)

Die God van Christus, de God van de Bijbel die ook de God van Abraham is, is Diegene Die wij alle eer en glorie moeten geven in onze aanbidding. Hij is het Die alles toekomt en alle eer verdient voor alle het goede van de aarde. Hij is ook de God wiens Naam moet geheiligd worden (het is aanzien worden als iets speciaals, zodat deze apart geplaatst wordt) omdat Hij alleen waardig is om de Allerhoogste te zijn.

 “Hoor, Israël! Jehovah is onze God, en Jehovah alleen!” (De 6:4)

 “(83-19) Dan zullen zij weten, dat "Jehovah" uw Naam is; Dat Gij de Allerhoogste zijt op heel de aarde, Gij alleen!” (Ps 83:18)

De hele wereld zal vervuld moeten worden met Zijn Heilige Naam. Terwijl naast die Naam van God die andere naam zal mogen weerklinken van diegene die door Dé God zelf verhoogd is geworden zodat de wereld zal weten dat redding dankzij hem is wie zich heeft gegeven tot de heerlijkheid van God.

 “Want hoewel hij (Christus Jezus) Gods gestalte bezat en zijn gelijkheid met God geen roof hoefde te achten, heeft hij toch er zich van ontdaan, door de gestalte aan te nemen van een slaaf en gelijk te worden aan de mensen. En toen hij uiterlijk als een mens werd bevonden, heeft hij zich nog vernederd, door gehoorzaam te worden tot de dood, ja, tot de dood aan een martelpaal. Maar daarom dan ook heeft God hem verheven en hem de naam gegeven hoog boven alle namen, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich zou buigen in de hemel, op aarde en onder de aarde, en iedere tong zou belijden tot glorie van God de Vader, dat Jezus Christus de Heer is.” (Flp 2:6-11)

Aan niemand staat Dé God der goden zijn waardigheid af.

 “Ik ben Jehovah; Dit is mijn Naam! Mijn glorie sta Ik niemand af, Aan geen beelden mijn eer.” (Jes 42:8)

Noch van Hem noch van andere goden mogen afbeeldingen gemaakt worden.

 “Gij zult u geen godenbeeld maken noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op de aarde beneden, of in het water onder de aarde is.” (Ex 20:4 Canis)

 “Ik ben Jehovah ; Dit is mijn Naam! Mijn glorie sta Ik niemand af, Aan geen beelden mijn eer.” (Jes 42:8)

Iedereen zal moeten weten dat Hij diegene is zonder Wie er geen leven is, want Hij is Hét Die Is, het Zijn van het zijn of wezen is. Het Zijn van het bestaan.

 “En Hij vervolgde:
Ik ben de God van uw vader; de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.
Toen bedekte Mozes zijn gelaat, want hij durfde niet naar (de Ware) God op te zien.” (Ex 3:6)

 “Toen zei Moses tot God:
Wanneer ik nu tot de zonen van Israël ga en hun zeg:
"De God van uw vaderen zendt mij tot u,"
wat moet ik dan antwoorden, als ze vragen:
Hoe is zijn Naam?
God sprak tot Mozes:
Ik ben: "Ik ben Die ben!"
En Hij vervolgde:
Dit moet ge aan de Israëlieten antwoorden:
"Ik ben Die ben"  (of de "Ik zal bewijzen te zijn wat ik zal bewijzen te zijn") zendt mij tot u!” (Ex 3:13-14)

 “Als de almachtige God ben Ik aan Abraham, Isaäk en Jakob verschenen; maar mijn naam Jehovah heb ik hun niet bekend gemaakt.” (Ex 6:3)

 “Gij zult de naam van Jehovah, uw God, niet ijdel of op onwaardige wijze gebruiken; want wanneer iemand de naam van Jehovah ijdel gebruikt, laat Hij dit niet ongestraft.” (Ex 20:7)

 “Beveel heel de gemeenschap van Israëls kinderen, en zeg hun: Weest heilig; want Ik, Jehovah uw God, ben heilig!” (Le 19:2)

 “Want Jehovah, uw God, is de God der goden en de Heer der heren: de grote, sterke en ontzagwekkende God, die geen aanzien van een persoon kent (of niemand partijdig behandelt), en geen geschenken aanvaardt.” (De 10:17)

 “Jehovah doet sterven en laat leven, Stuurt naar de onderwereld en haalt er uit op;” (1Sa 2:6)

 “Wie toch is God, dan Jehovah alleen; Wie een rots, dan alleen onze God!” (2Sa 22:32)

Ja, Hij alleen mag de God van gans het Volk zijn. Hem moet dienst verleend worden uit vrijwilligheid en met vreugde. En zij die God dienen zullen mogen rekenen dat Hij Hem laat vinden door hen die Hem zoeken en op Zijn verlossing hopen.

 “Gij zult zonder erbarmen alle volken verslinden, die Jehovah, uw God, u gaat overleveren; ge moogt hun goden niet dienen, want dat zou een valstrik voor u zijn.” (De 7:16)

 “En gij, mijn zoon Salomon, belijd de God van uw vader, en dien Hem met een bereidwillig hart en een volgzame geest. Want Jehovah doorzoekt alle harten, en alle voornemens doorziet Hij. Als ge Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; maar als ge Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen.” (1Kr 28:9)

 “Dient Jehovah met vreugde, Treedt jubelend voor zijn aangezicht.” (Ps 100:2)

 “Als het moet, dan is onze God, die wij vereren, machtig genoeg, om ons uit de gloeiende vuuroven te redden, en zal Hij ons ook uit uw hand verlossen, o koning.” (Da 3:17)

Ook al hebben mensen pogingen gedaan om Gods Naam weg te wissen zijn er mensen de Naam van Jehovah God blijven gebruiken en zijn er over de wereld Bijbelvertalingen met de Naam van God ter beschikking gebleven.

Een vluchtig bezoek aan een bibliotheek of een paar minuten nazoekwerk in uw eigen woordenboeken zal waarschijnlijk aantonen dat de naam Jehovah wijd en zijd aanvaard wordt als het equivalent van het Tetragrammaton in de landstaal. De Encyclopedia International bijvoorbeeld definieert de naam Jehovah uitdrukkelijk als de
„moderne vorm van de Hebreeuwse heilige naam van God”.

Een recente uitgave van The New Encyclopædia Britannica legt uit dat Jehovah de
„joods-christelijke naam voor God
is.

De Naam van God kan men ook overal ter wereld ook op openbare gebouwen vinden of in bepaalde kerkgebouwen.
Zelfs in een moderne grote metropool als New York bijvoorbeeld kan men op de hoeksteen van een gebouw een inscriptie zien staan met de naam Jehovah. In dezelfde stad kan men zo ook in een druk metrostation de naam in het Hebreeuws vinden in een prachtige kleurrijke mozaïek. Spijtig genoeg ontgaat die inscriptie vele mensen. Van de duizenden mensen die langs deze plekken zijn gelopen, zullen er maar weinig enige betekenis aan die inscripties hebben gehecht. Toch is Die Naam zeer belangrijk voor de mens. Het is Dé Naam die in hun hart moet gebrand staan. Het is Dé Naam van hun eigenste Maker.

Zoals u zelf denkelijk liefst met uw eigen persoonlijke naam wordt aangesproken en niet met een (algemene) titel, zoals meneer of mevrouw, wenst de Goddelijke Maker die overigens meerdere tittels heeft, ook liefst met Zijn Naam te worden aangesproken. Zijn Woord laat zelfs de mens verzoeken dat die Naam geheiligd zou worden (Luister naar de tekst van het modelgebed "Onze Vader").

God die allerlei titels heeft, zo als bijvoorbeeld „Soevereine Heer”, „God de Almachtige” of „(Grootse) Schepper” of De Genadige, De Gever, "Mijn Heer", "Heer der Heer des Heren", "Heere Heere", heeft zichzelf ook een naam gegeven om ons te helpen een persoonlijke band met hem op te bouwen.

“Toen zei Abram: Jehovah, mijn Heer, wat kunt Gij me geven? Kinderloos ga ik heen, en Eliézer uit Damascus zal de bezitter zijn van mijn huis.” (Ge 15:2)

“Toen Abram negen en negentig jaar oud was, verscheen Jehovah hem, en sprak tot hem: Ik ben God, de Almachtige: Wandel voor mijn aanschijn, en wees volmaakt!” (Ge 17:1)

 “Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, Eer de kwade dagen komen, En de jaren, waarvan gij zegt: Zij bevallen mij niet.” (Pre 12:1)

Ook al hebben veel Bijbelvertalers Gods naam vervangen door termen als God en Heer, moeten wij beseffen dat het voor God wel belangrijk is dat Zijn Naam over heel de wereld bekend zal raken. In oude Hebreeuwse manuscripten van de Bijbel komt die naam bijna zevenduizend keer voor. Het is duidelijk dat God wil dat we zijn naam kennen.

 “Op die dag zult ge zeggen: Brengt Jehovah dank, roept Hem aan, Maakt aan de volken zijn daden bekend, En verkondigt zijn verheven Naam! Zingt Jehovah lof om de wonderen, die Hij deed, En laat de hele aarde ze kennen!” (Jes 12:4-5)

Hij Die de meest indrukwekkende dingen gedaan heeft en Wiens rechterhand, Zijn heilige arm, redding heeft gebracht moet lof toegezongen worden en Zijn Naam verheerlijkt zien. (Psalm 98:1, Exodus 15:6, Jesaja 52:10)

 “Looft Jehovah, verkondigt zijn Naam, Maakt onder de volken zijn daden bekend;” (1Kr 16:8)

 “Halleluja! Looft Jehovah, verkondigt Zijn Naam, Maakt onder de volken Zijn daden bekend; Zingt en juicht Hem ter ere, En verhaalt al Zijn wonderen! Roemt in Zijn heilige Naam: Vreugde moet er zijn in de harten van de Jehovah-vereerders!
Wendt u tot Jehovah en Zijn Macht, Houdt niet op, Zijn aanschijn te zoeken; Denkt aan de wonderen, die Hij deed, Aan Zijn tekenen, aan Zijn gerichten: Gij kinderen van Abraham, Zijn dienaar; Gij zonen van Jakob, Zijn vriend!” (Ps 105:1-6)

Er zal een tijd komen waarop velen zullen zeggen

 “Mijn kracht is Jehovah en mijn roem, Want Hij heeft mij gered. Hij is mijn God, die ik wil prijzen, De God van mijn (voor-)vaderen, die ik verheerlijk.” (Ex 15:2)

 “Jehovah, Gij zijt mijn God: Ik verhef en prijs uw Naam; Want Gij hebt wonderen verricht, Oude raadsbesluiten waarachtig vervuld!” (Jes 25:1)

Allen die geloven dat Jehovah Dé Enige Ware God is moeten zorg dragen dat Zijn Naam over de hele wereld gekend zal worden en dat meerderen zullen juichen en triomfantelijk zeggen of uitroepen

 “(18-47) Leve Jehovah! Gezegend mijn Rots; Hoogverheven de God van mijn heil!” (Ps 18:46)

 “(89-27) .... Mijn Vader zijt Gij, Mijn God en de Rots van mijn heil;” (Ps 89:26)

Dat u met ons zal kunnen zeggen

“Ik zal van Jehovah zeggen, Hij is mijn toevlucht, mijn vesting;
mijn God in wie ik vertrouw” (Psalm 91:2)

+

Aanvullende lectuur


1.       Is daar een veroorzaker van alles

2.       Op zoek naar een God boven alle goden

3.       2de vraag: Wat of waar is het begin

4.       Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 1 Veel goden

5.       Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten

6.       4de Vraag: Wie of wat is God

7.       Een 1ste antwoord op de 4e vraag Wie God is 2 Een Enkelvoudig Geestelijk Opper Wezen

8.       God die Almachtige Geest die geen mens kan zien

9.       De Almachtige God der goden, groter dan en hoog verheven boven alle goden

10.   Schepper en Blogger God 5 Te Vertellen zaken

11.   Schepper en Blogger God 10 Een Blog van een Boek 4 Luisteren naar Blogger

12.   Schepper en Blogger God 11 Het Oude en Nieuwe Blog 1 Gericht op één mens

13.   Bijbelgezegden over God

14.   Belangrijkheid van Gods Naam

15.   Ik ben die ben Ehyeh-Asher-Ehyeh אהיה אשר אהיה

16.   God over zijn Naam יהוה

17.   Archeologische vondst omtrent de Naam van God YHWH

18.   Jehovah wiens Naam Heilig is

19.   Use of /Gebruik van Jehovah or/of Yahweh in Bible Translations/Bijbel vertalingen

20.   Gebruik van Jehovahs naam

21.   Hashem השם, Hebreeuws voor "de Naam"

22.   Jehovah is mijn sterkte

23.   Op zoek naar antwoorden op de vraag Is er een God # 2 Pantheon van goden en feesten

24.   El Shaddai Die verscheen voor Abraham

25.   Bijbel, Gods Woord tot opvoeding (NBG51)

26.   Bijbel, zwaard van de Geest in de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God om tot een volkomen mens te komen

27.   Gods vergeten Woord 9 Schepping 1 Scheppingsplan en Schepper

28.   Gods vergeten Woord 10 Schepping 2 Schepper en Schepping

29.   Gods vergeten Woord 11 Schepping 3 Andere ontstaansverhalen

30.   Gods vergeten Woord 12 Schepping 4 De Schepper zelf

31.   Al-Fatiha [The Opening/De Opening] Süra 1:1-3 In the name of Allah the Merciful Lord Of The Creation

32.   Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 1-7 Hulp van God onze Schepper

33.   Staat God achter al het kwaad hier op aarde

34.   Spelling van Bijbelse namen

35.   Boek der boeken en groot meesterwerk

36.   De NIV en de Naam van God

37.   Kroniekschrijvers en profeten #3 Poëtische boeken

38.   Een Naam voor een God #3 Mijnheer de Heer

39.   Een Naam voor een God #8 Vergeten of weigeren

40.   Yahushua, Yehoshua, Yeshua, Jehoshua of Jeshua

41.   Heer, Yahuwah, Yeshua of Yahushua

42.   Plaatsing van Jezus door zogenaamd Bijbelstudie webruimte

43.   Saturnus, Janus, Zeus, Sol, donkerte, licht, eindejaarsfeesten en geschenken

44.   Het begin van Jezus #8 Beloofde Gezalfde zoon van God

45.   Voor de Wil van Hem die groter is dan Jezus

46.   Een losgeld voor iedereen 1 De Voorziening van een tweede Adam

47.   Een losgeld voor iedereen 2 Een verheven persoon van vlees en bloed

48.   Op de eerste dag voor matzah

49.   14 Nisan een dag om te herinneren #4 Een Gedood Lam

50.   Zonder God geen reden, geen doel, geen hoop

51.   God meester van goed en kwaad

52.   Prijs en zeg dank tot God de Allerhoogste

53.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #2 Aanroepen van de Naam van God

54.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #1 Schepper en Zijn profeten

55.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #2 Instructies en Wetten

56.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #3 Stem van God #5 Meditatie en transformatie

57.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #5 Gebed #2 Getuigen zonder taalbarrieres

58.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #7 Gebed #5 Luisterend Oor

59.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #11 Gebed #9 Heiliging van Dé Naam

60.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #13 Gebed #11 Naam om apart geplaatst te worden

61.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #14 Gebed #12 De andere naam

62.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #15 Expositie voor de Schepper

63.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #18 Volbrenging

64.   Schriftwoord door God geïnspireerd bruikbaar voor onderricht en toerusting

65.   Het woord van de Ware God gegeven voor wijsheid te vergaren

66.   Jehovah God Maker van het universum gediend door een getraind leger

67.   Alles aan de Ene onderworpen

68.   Looft Jehovah

69.   Looft Jehovah en bezingt Hem met melodieën

70.   Breng glorie aan Jehovah God de Allerhoogste

71.   Materialisme, “would be” leven en aspiraties #2

72.   Uitdagende vordering

73.   Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden

74.   Redding, vertrouwen en actie in Jezus #4 Mogelijkheid te kennen en te weten

75.   Redding, vertrouwen en actie in Jezus #8 Omgang met Leerstellingen

76.   Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 1

77.   Offers van mensen onvolkomen tegenover het volmaakte slachtoffer door God te leveren 4 Verzet tegen God en Overeenkomstige prijs

78.   Lam van God #2 Tegenover onschuldig dier een onschuldig man #1

79.   Fragiliteit en actie #8 Eerste Wetsvoorziening

80.   Fragiliteit en actie #13 Zichtbare ellende

81.   Fragiliteit en actie #14 Plagen van God

82.   In de hand #5 Niet bang zich te geven

83.   Meerderheid protestantse kerken zit op zwart zaad

84.   Filosofen, theologen en ogen naar de ware kennisgever van bestaan van God

85.   Valse profeten en leraren als roofzuchtige wolven in schaapskleren #6 Valse leraren en geestelijke hoererij

86.   De naam van Jehovah gebruikend maar geen getuigen met die naam

87.   Niet alle Getuigen behorend tot Getuige van Jehovah

88.   Drie jaren en terugkijkend op meerdere decennia

89.   Verzoening en Broederschap 7 Eén zijn

90.   Verzoening en Broederschap 6 Geestelijk tabernakel

91.   Broeders en Zusters in Christus door de eeuwen heen #11 Vredelievende waarheidzoekers

92.   De Ekklesia #2 De Gemeente van het Oude Verbond

93.   Nieuwe energie ontwikkelen

94.   Verkiezing van Matthias

95.   Wetenschappers, filosofen hun zeggen, geloven en waarheden

96.   Stemt de Bijbel overeen met de wetenschap

97.   Omgaan met zorgen in ons leven

98.   Want het is geen leeg woord

99.   In de hand #5 Niet bang zich te geven

100.                       Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

101.                       Addendum 1: de leer van de “antichrist”

102.                       Getuig van een levende God en zijn zegeningen voor jou

103.                       Een terugblik op Christadelphianisme en de Broeders in Christus in België

 
Comments