Gezondene van God

Heel wat mensen willen zichzelf verontschuldigen voor de dingen die zij verkeerd doen. Zij willen geloven dat het voor een mens onmogelijk is om Gods Wetten na te leven en dat daarom Jezus wel God moet zijn. Hierbij vergeten zij dat zij dan aangeven dat God Wetten zou gemaakt hebben waarvan Hij wist dat geen mens ze zou kunnen naleven. Dat maakt dan van God een geweldig vreselijke onmenselijk en onrechtvaardige God. Vooral als Hij die mensen die dan die Wetten niet zouden kunnen naleven nog eens zou straffen na het lijden tijdens hun leven met een onnoemelijk verschrikkelijk lijden na hun dood in een zogenaamde folterplaats met de naam "hel".

Gelukkig kunnen wij er op aan dat dat niet zo is.

God heeft geen onmogelijk haalbare wetten voor de mensen voorgelegd. Alles wat God van de mens verlangd is gehoorzaamheid aan regels die haalbaar zijn voor elke mens.

De mens van vlees en bloed Jezus heeft zijn eigen wil terzijde gelegd om volledig aan de Wil van God te voldoen. Zij die dat niet inzien en er van overtuigd zijn dat Jezus God is zouden bij vele zinsneden uit de Heilige Schrift eens hard moeten nadenken.

In het onfeilbare Woord van God, de Bijbel, zegt God zelf dat Jezus Zijn zoon is. Jezus op zijn beurt laat de mensen rondom hem weten dat hij niets kan zonder zijn hemelse Vader en enige Ware God, die groter is dan hem.

Zij die blijven beweren dat Jezus God is moeten best ook eens nadenken waarom er in de bijbel staat dat Jezus de gezondene van God is en waarom er dan niet staat dat het God is die neergedaald is ter aarde om te doen alsof Hij verleid werd (want God kan niet verleid worden, maar Jezus is meermaals verleid geworden).

Laat ons ook even kijken naar de vele plaatsen in de Bijbel die duidelijk de positie van Jezus aangeven.

*



 “Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.” (Joh 3:16 NBV)

 “‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven,” (Lu 4:18 NBV)

 “Maar hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.’” (Lu 4:43 NBV)

 “Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed.” (Joh 3:34 NBV)

 “Maar Jezus zei: ‘Mijn voedsel is: de wil doen van hem die mij gezonden heeft en zijn werk voltooien.” (Joh 4:34 NBV)

 “23  Dan zal iedereen de Zoon eer betuigen zoals men de Vader eert. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet die hem gezonden heeft. 24  Waarachtig, ik verzeker u: wie luistert naar wat ik zeg en hem gelooft die mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven; over hem wordt geen oordeel uitgesproken, hij is van de dood overgegaan naar het leven.” (Joh 5:23-24 NBV)

 “Ik kan niets doen uit mijzelf: ik oordeel naar wat ik hoor, en mijn oordeel is rechtvaardig omdat ik mij niet richt op wat ik zelf wil, maar op de wil van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 5:30 NBV)

 “36  Maar ik heb een belangrijker getuigenis dan Johannes: het werk dat de Vader mij gegeven heeft om te volbrengen. Wat ik doe getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden. 37  De Vader die mij gezonden heeft, heeft dus zelf een getuigenis over mij afgelegd. Maar u hebt zijn stem nooit gehoord en zijn gestalte nooit gezien, 38  en u hebt zijn woord niet blijvend in u opgenomen, want aan degene die hij gezonden heeft, schenkt u geen geloof.” (Joh 5:36-38 NBV)

 “‘Dit moet u voor God doen: geloven in hem die hij gezonden heeft, ‘antwoordde Jezus.” (Joh 6:29 NBV)

 “38  want ik ben niet uit de hemel neergedaald om te doen wat ik wil, maar om te doen wat hij wil die mij gezonden heeft. 39  Dit is de wil van hem die mij gezonden heeft: dat ik niemand van wie hij mij gegeven heeft verloren laat gaan, maar dat ik hen allen laat opstaan op de laatste dag.” (Joh 6:38-39 NBV)

 “Toch kan niemand bij mij komen, tenzij de Vader die mij gezonden heeft hem bij me brengt, en ik zal hem op de laatste dag tot leven wekken.” (Joh 6:44 NBV)

 “De levende Vader heeft mij gezonden, en ik leef door de Vader; zo zal wie mij eet, leven door mij.” (Joh 6:57 NBV)

 “Jezus zei: ‘Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft.” (Joh 7:16 NBV)

 “‘Als God uw Vader was, ‘zei Jezus tegen hen, ‘zou u mij liefhebben, want ik ben bij God vandaan gekomen toen ik hiernaartoe kwam. Ik ben niet namens mezelf gekomen, maar hij heeft mij gezonden.” (Joh 8:42 NBV)

 “hoe kunt u mij, door de Vader geheiligd en naar de wereld gezonden, dan beschuldigen van godslastering wanneer ik zeg dat ik Gods Zoon ben?” (Joh 10:36 NBV)

 “U verhoort mij altijd, dat weet ik, maar ik zeg dit ter wille van al die mensen hier, opdat ze zullen geloven dat u mij gezonden hebt.’” (Joh 11:42 NBV)

 “Ik heb niet namens mezelf gesproken, maar de Vader die mij gezonden heeft, heeft me opgedragen wat ik moest zeggen en hoe ik moest spreken.” (Joh 12:49 NBV)

 “Ik verzeker jullie: wie iemand ontvangt die door mij gezonden is ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt hem die mij gezonden heeft.’” (Joh 13:20 NBV)

 “Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat ik zeg, en wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie ik gezonden ben.” (Joh 14:24 NBV)

 “Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze kennen hem niet die mij gezonden heeft.” (Joh 15:21 NBV)

 “Nu ga ik weg, naar hem die mij gezonden heeft, maar niemand van jullie vraagt: “Waar gaat u naartoe?”” (Joh 16:5 NBV)

 “Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus.” (Joh 17:3 NBV)

 “Ik heb de woorden die ik van u ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.” (Joh 17:8 NBV)

 “23  ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. 24 ¶  Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest werd. 25  Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij hebt gezonden.” (Joh 17:23-25 NBV)


*






Comments