Geloof niet zonder daden

Geloof bestaat niet zonder daden naar Gods wil

Jakobus legt uit dat het geloof dood is als het zich niet daadwerkelijk bewijst (2:17). Hij daagt de lezers zelfs uit aan te tonen dat je kunt geloven zonder daden (vs 18). Hijzelf vindt het bewijs van wat hij zegt in Abraham:
“U ziet hoe geloof en handelen daar hand in hand gaan en hoe het geloof vervolmaakt wordt door daden” (vs 22).
En hij concludeert daarom tenslotte
“Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook het geloof zonder daden dood” (vs 26).

De Broeders in Christus horen vaak dat als we maar ons best doen zo goed mogelijk te leven, we naar de hemel gaan. En kennelijk mogen we zelf vaststellen wat goed is. En als
er eisen zijn, ligt de lat niet zo hoog; want bij begrafenissen wordt alom gezegd dat de overledene bij God is. Maar hoe weet de spreker dat? Ligt dat oordeel dan bij mensen?

God is toch de Rechter over allen?
Ja (Heb 12:23), en Hij heeft het oordeel toevertrouwd aan Zijn Zoon. Het zal pas uitgesproken worden bij Zijn komst uit de hemel. Hierbij gelden Goddelijke en geen menselijke maatstaven. Dit houdt in dat God niet aan ons overlaat wat wij allemaal doen, ook al bedoelen wij het misschien goed.

De schepping van mensen is Gods plan; en wij hebben Zijn werk verknoeid door onze daden. Hij heeft de manier bepaald die ons uit onze uitzichtloze positie van zonde en dood redt, en Zijn kinderen gevraagd hierin mee te werken. Ons dagelijks werk doen wij zoals dit in protocollen e.d. is vastgelegd. In zekere zin is dat ook zo in de dienst van God.

Omdat Jezus naar de hemel is gegaan, is hij niet meer op aarde als voorheen. Maar hij vervolgde zijn werk door de monden en handen van de apostelen. Als mensen hun na een wonder verbaasd aanstaarden, wezen zij er op dat zij dat niet zelf hadden gedaan maar
Jezus (Hand 3:12-16). Evenals Jezus zagen zij door de Geest in, wat zij voor de voortgang van het predikingswerk – en dus de redding van andere mensen – moesten doen. Het was hun verantwoordelijkheid dat te doen, wijzend op de reddende kracht van God in de levende Heer en de noodzaak van geloof.

Het eeuwige leven in willen gaan vraagt inspanning

Paulus verzekert, met het oog op onze redding:
“God is het die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt” (Flp 2:13).

Maar omdat we geen marionetten zijn, vraagt hij tegelijkertijd:
“Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God” (vs 12).

Jezus vraagt ieder mens zich in te spannen voor het eeuwige leven:
“Strijdt om in te gaan door de enge (smalle) poort” (Luc 13:24 NBG’51).

De zonde ligt altijd op de loer en voor allen geldt Gods woord tot Kaïn:
“Als u niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, maar over wie u moet heersen” (Gen 4:7 NBG’51).

De brief aan de Hebreeën zegt het heel sterk, herinnerend aan Jezus’ tweestrijd in Getsemane:
“U hebt nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in uw worsteling tegen de zonde” (Heb 12:4 NBG’51).

Maar ook in het werk voor de Heer zijn er vele teleurstellingen en aanvechtingen, die dienaars van Christus op de gedachte brengen het bijltje er bij neer te gooien; het vlees is immers zwak. Paulus roept Timoteüs daarom op:
“Strijd de goede strijd van het geloof, grijp het eeuwige leven, waartoe u geroepen bent...” (1 Tim 6:12).

En ondanks dat hij apostel en leraar was, moest Paulus zelf ook dagelijks strijden:
“Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft” (Flp 3:12).
Dit in verband met de hem opgedragen taak Gods reddende boodschap te verkondigen.

En omdat de gemeente een eenheid is, geldt “uw redding” voor zowel de dienaar als degene die hij onderwijst.

De goddelijke wet van de liefde

Niet handelen naar Gods wil hoeft dus niet altijd flagrante zonde als moord te
zijn. Zelfs
“als iemand weet goed te doen en het niet doet, is het hem tot zonde” (Jak 4:17).
Waarom? Omdat alleen wie voldoet aan het koninklijk gebod:
“Heb uw naaste lief als uzelf” juist handelt (Jak 2:8).
Dit is inherent aan kind van God zijn. God kenmerkt Zich door liefde. Zijn genade en barmhartigheid, trouw en geduld komen voort uit Zijn liefde. God is liefde, zoals Johannes zegt; en dus kunnen alleen wie net als Hij liefde zijn Gods kinderen zijn. De liefde is de basis van de hele wet. Toen er eens een schriftgeleerde bij Jezus kwam met de vraag:
“Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?”
antwoordde Hij:
“Het voornaamste is: ‘Luister, Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht’ Het op één na belangrijkste is dit: ‘Heb uw naaste lief als uzelf’. Er zijn geen geboden belangrijker dan deze”.
Dit is geen nieuwe uitleg of vervanging van de wet. Het is de wet, zoals Mozes ook al had gezegd (Lev 19:18; Deut 6:4). Volgens Matteüs voegde Jezus er daarom zelfs aan toe:
“Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat”.

De schriftgeleerde beaamde dan ook wat Jezus zei, en concludeerde dat de liefde voor God en de naaste zelfs belangrijker was dan het brengen van offers (Mar 12:28-33; Mat 22:40). Waarom? Omdat offers werden gebracht om de zonde; en wie niet zondigt tegen God en mensen, hoeft dus geen offers te brengen.


Geloof door liefde werkende

Als Paulus geconfronteerd wordt met mensen in de gemeente die blijven zondigen en anderen die vinden dat je de regels van de wet moet naleven, zegt hij in het verlengde hiervan:
“Wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld".
Want:
‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’
– deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak:
‘Heb uw naast lief als uzelf.’
De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde” (Rom 13:8-10; Gal 5:14).

Kortom: wie de geest, gezindheid van Christus heeft, heeft geen wetten en regels nodig. Want wet of geen wet: die mens komt niet eens op de gedachte de naaste te benadelen. Dat is ook de strekking van wat Jezus in de Bergrede leerde. Bijvoorbeeld:
“Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: ‘Pleeg geen overspel.’ En Ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd” (Mat 5:27,28).
De levensopdracht voor Christus’ volgelingen is het goede te zoeken voor de naaste; gedreven door Diens liefde voor God en mensen:
“Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent” (Gal 5:6).
Daarom benadrukte Jezus, toen Zijn twaalf leerlingen niet nederig wilden zijn en onenigheid hadden over hun positie in het Koninkrijk, dat zij elkaar lief moesten hebben. Dan zou de een zich niet meer voelen dan de ander, en zou er geen afgunst en onenigheid zijn:
“Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden” (Joh 15:12,13).
Jezus deed dit letterlijk, Zijn leerlingen moesten ten minste hun leven inzetten om anderen te redden van de eeuwige dood.

In het bekende hoofdstuk 13 van de eerste brief aan de Korintiërs beschrijft Paulus wat de liefde wel en niet is, aan de hand van voorbeelden van hoe iemand is en leeft:
“De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen  afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.” (1 Kor 13:4-7).
Paulus stelt het zo voor, dat wij de eigenschappen van God en Christus moeten aandoen, als waren het kledingstukken. En dit laat zien dat wij inderdaad geen paspoppen zijn, maar levende mensen die meewerken aan wat God wil dat wij zijn:
“Doet dan aan, als door God uitverkoren heiligen en geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraagt elkaar en vergeeft elkaar ... gelijk ook de Here u vergeven heeft, doet u ook evenzo. En doet bij dit alles de liefde aan, als de band van de volmaaktheid” (Kol3:12-14 NBG’51).

J.K.D.

+

Aanvullende lectuur



1.       Geloof tonen door werken

2.       Niet allen zullen het Koninkrijk beërven

3.       Ongelovige Thomassen, Jezus en zijn God

4.       Een koning die zijn onderdanen wetten oplegt waarvan hij weet dat zij zich er nooit aan kunnen houden

5.       Gods vergeten Woord 18 De Wet van Christus 1 Wet van Mozes

6.       Redding, vertrouwen en actie in Jezus #5 Verblijven in Christus

7.       Redding, vertrouwen en actie in Jezus #6 Samenhoren

8.       Wanneer men geloof gevonden heeft door de studie van de Bijbel moet men werken van geloof verwezenlijken

9.       Doop en Geloof

10.   De nacht is ver gevorderd 23 Studie 4 Nu actueel: Daad van geloof

11.   Zij die in de renbaan lopen en geroepen zijn voor rechtvaardiging door geloof

12.   De aanduiding door Paulus en Jacobus van de werken die wij horen te doen

13.   Geen race voor de snelste, noch een strijd der helden

14.   Een race niet voor de snelste, noch een strijd om de sterkste

15.   Geloof zonder risico tegenstrijdigheid

16.   Vertrouwen, Geloof, Roepen en Toeschrijving aan Jehovah #17 Soorten van gebed

17.   Ademen om les te geven

18.   Hedendaagse protestanten tegenover Katholieken of de Antichrist

19.   EU Bestuurders veranderden Brussel in een walmende puinhoop!

20.   Voor Katholieken ook een jaarthema rond barmhartigheid

21.   Ds. Paul Visser ziet geloof onder kerkgangers verdwijnen

22.   Werk met vreugde en bidt liefdevol

23.   Wees niet bang om uw beste te geven om wat schijnbaar kleine banen zijn

24.   Wees de eerste naar het veld en de laatste naar de bank

25.   Laat ik mijn werk goed doen

26.   Beter het einde van iets dan het begin

 
Comments