Engelen of Geestelijke wezens

In onze wereld spreken wij van de stoffelijke dingen als de aarde en zien daarnaast levende dingen als planten, dieren en mensen. Velen geloven daarnaast in verschillende soorten geestelijke wezens, zoals spoken, engelen, duivels, ronddwalende afgestorvenen enz.

Van de geestelijke wezens waar de bijbel spreekt is er eerst en vooral God zelf, die een geestelijk wezen is. Maar daarnaast spreekt de Bijbel ook over het 'leger' dat God ter zijner beschikking heeft en dat Hij ook 'boodschappers naar de aarde stuurt om mensen te verwittigen of bepaalde zaken bij te brengen. Die boodschappers of verkondigers van God, die meestal in een bepaalde vorm verschijnen worden in de meeste Bijbelvertalingen "engel" genoemd of "boodschapper".

Opvallend bij de geestelijke wezens is dat mensen ze horen, maar meestal in een bepaalde vorm ook zien, ofwel in een menselijke gedaante (bijvoorbeeld een jonge man) ofwel in een dier (zoals bijvoorbeeld een ezel). Opvallend daarbij is dat zij veel al
uitblinken in kracht.

De engelen werden lang voordat de mens tot bestaan kwam, geschapen, want toen God
 „de aarde grondvestte”, ’hieven de morgensterren te samen een vreugdegeroep aan en betuigden alle zonen Gods voorts juichend hun instemming’. — Job 38:4-7.

Als geest zijn de engelen doorgaans onzichtbaar. God heeft hen geschapen om bepaalde taken te vervullen. Zij zijn wezens welke dicht bij God in de hemel zijn en voor Hem kunnen komen te staan. Zo lezen wij:

 “Toen kwam er een geest naar voren, ging voor Jehovah staan en zei: ‘Ik zal naar hem toe gaan. Ik zal hem overhalen om erheen te gaan.’ God vroeg: ‘Hoe ga je dat doen?’” (1Kon 22:21)

 “Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar er staat een geestelijk lichaam op. Want net zoals er een aards lichaam bestaat, bestaat er ook een geestelijk lichaam.” (1Co 15:44)

“Maar ik zeg jullie, broeders en zusters: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet binnengaan. Sterfelijke dingen kunnen geen onsterfelijkheid binnengaan.” (1Co 15:50)

 “Want als de mensen weer uit de dood opstaan, trouwen ze niet. Maar ze zijn wat dat betreft net als de engelen in de hemel.” (Mr 12:25)

Engelen zijn geesten die God dienen en die Hij erop uit stuurt om de mensen die gered moeten worden, te helpen.
 
“De engelen zijn alleen maar dienende geesten. Ze moeten de mensen dienen die al het goede van God zullen krijgen dat God heeft beloofd.” (Heb 1:14)

Ook vernemen wij dat zij sterker zijn dan die mensen.

Engelen, alhoewel zij in sterkte en kracht zoveel groter zijn, [brengen] geen beschuldiging tegen hen in . . . in beschimpende bewoordingen, hetgeen zij niet doen uit achting voor Jehovah.” (2 Petr. 2:11)

„Wat is de mens dat gij aan hem denkt, of de zoon des mensen dat gij voor hem zorgt? Gij hebt hem een weinig lager dan engelen gemaakt.” (Zie ook Ps. 8:4, 5.) (Hebr. 2:6, 7)

Maar zij zijn eveneens aan de Allerhoogste Schepper en Zijn zoon onderworpen. zoals mensen God horen te loven, prijzen zij ook de Allerhoogste.

„Zegent Jehovah, o gij zijn engelen, geweldig in kracht, die zijn woord volbrengt, door te luisteren naar de stem van zijn woord.” (Ps. 103:20)

„Looft hem, al gij zijn engelen. Looft hem, heel gij zijn legerschare.” (Ps. 148:2)

„Hij [Jezus Christus] is aan Gods rechterhand, want hij is heengegaan naar de hemel, en engelen en autoriteiten en krachten werden aan hem onderworpen.” (1 Petr. 3:22)

„Wanneer hij wederom zijn Eerstgeborene de bewoonde aarde binnenleidt, zegt hij: ’En al Gods engelen moeten hem aanbidden.’” (Hebr. 1:6)

„Serafs stonden boven hem. . . . En de een riep de ander toe en zei: ’Heilig, heilig, heilig is Jehovah der legerscharen. De volheid van heel de aarde is zijn heerlijkheid.’” (Jes. 6:2, 3)

Wij mogen echter de engelen niet gaan aanbidden, zoals het gebeurt in sommige christelijke gemeenschappen.

„Nu dan, ik, Johannes, . . . viel . . . neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen had getoond. Maar hij zegt tot mij: ’Pas op! Doe dat niet! Ik ben slechts een medeslaaf van u en van uw broeders die profeten zijn en van hen die de woorden van deze boekrol onderhouden. Aanbid God.’” (Zie ook Openb. 19:10.) (Openb. 22:8, 9)

„Laat u niet de prijs ontroven door iemand die behagen schept in schijnnederigheid en een vorm van aanbidding van de engelen.” (Kol. 2:18)

In grote getallen dienen zij God.
Wat het aantal van de hemelse legerscharen betreft, zag Daniël, zoals hij zei,

 „duizend duizenden die [God] bleven dienen, en tienduizend maal tienduizend die vlak voor hem bleven staan”. (Da 7:10)
 
“Machtige engelen, prijs Jehovah God! - zij zijn sterke helden die doen wat Hij zegt en zijn woord gehoorzamen.” (Ps 103:20)


 “Een rivier van vuur stroomde van Hem uit. Duizenden en duizenden dienden Hem. Ja, miljoenen stonden klaar om Hem te dienen. Toen namen de rechters plaats en de boeken werden geopend om recht te spreken.” (Da 7:10)

„Denkt gij dat ik geen beroep op mijn Vader kan doen om mij op dit ogenblik meer dan twaalf legioenen engelen te verschaffen?” (Matth. 26:53)

Naast hun titel van boodschapper worden worden zijn ook „zonen van de ware God”, „morgensterren” en „heilige myriaden” (of „heiligen”) genoemd.

 “Toen de aarde werd gemaakt, {toen Jehovah de fundamenten van de aarde legde} juichten de morgensterren+ samen van vreugde en alle zonen van God*
jubelden uitbundig. (Job 38:7)

33 1 Dit is de zegen die Mozes, de man van de ware God, voor zijn dood over de Israëlieten uitsprak.+ Hij zei:

‘Jehovah — van de Sinaï kwam hij+ en hij scheen op hen vanuit Se̱ïr. Hij straalde in zijn glorie vanaf het bergland van Pa̱ran+ en bij hem waren heilige myriaden,*+ aan zijn rechterhand zijn strijders.+ (De 33:2NWV)

22 Maar jullie zijn wel bij de berg Sion+ gekomen en bij de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem,+ en bij myriaden* engelen (Heb 12:22 NWV)

„Ik hoorde een stem van vele engelen rondom de troon en de levende schepselen en de oudere personen, en het aantal van hen was myriaden maal myriaden en duizenden maal duizenden.” (Openb. 5:11)

Ook komen wij te weten dat ze als helpers en boodschappers van God optreden

„Tot Adam zei hij: ’. . . [gij] zijt gaan eten [van de boom] waarvan ik u geboden had, zeggende: „Gij moogt daarvan niet eten”,’ . . . En aldus dreef hij de mens uit en plaatste aan de oostzijde van de tuin van Eden de cherubs en het vlammende lemmer van een zwaard dat onafgebroken rondwentelde, om de weg naar de boom des levens te bewaken.” (Gen. 3:17, 24 )

14 Over hen heeft ook He̱noch,+ de zevende in de lijn van Adam, geprofeteerd toen hij zei: ‘Kijk! Jehovah* is met zijn heilige myriaden*+ gekomen 15 om iedereen te oordelen+ en om alle goddelozen schuldig te verklaren vanwege alle goddeloze daden die ze hebben begaan en vanwege alle schokkende dingen die goddeloze zondaars tegen hem hebben gezegd.’+ (Ju 14-15 NWV).

„Toen verscheen hem [Mozes] Jehovah’s engel in een vuurvlam midden in een doornbos. . . . Toen Jehovah zag dat hij van de weg afweek om het in ogenschouw te nemen, riep God hem terstond midden uit het doornbos toe en zei: . . . ’Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob.’ Toen verborg Mozes zijn aangezicht, want hij was bevreesd naar de ware God te kijken.” (Vergelijk Hand. 7:30-35.)(Ex. 3:1-6)

„Gij . . . die de Wet hebt ontvangen, zoals die door engelen werd overgebracht, maar ze niet hebt gehouden.” (Vergelijk Ex. 20:1-21.) (Hand. 7:53)

„Jehovah’s engel [verscheen aan Gideon] en zei tot hem: ’Jehovah is met u’ . . . Toen keek Jehovah hem aan en zei: ’Ga in deze kracht van u, en gij zult Israël stellig uit Midians handpalm redden. Zend ik u niet?’ Hij zei op zijn beurt tot hem: ’Neem mij niet kwalijk, Jehovah. Waarmee zal ik Israël redden?’ . . . Wat Jehovah’s engel betreft, hij verdween uit zijn gezicht. Dientengevolge besefte Gideon dat het Jehovah’s engel was.” (Recht. 6:12-22)

„Daar riep Jehovah’s engel hem uit de hemel toe en zei: ’Abraham, Abraham!’ waarop hij antwoordde: ’Hier ben ik!’ Vervolgens zei hij: ’Steek uw hand niet uit tegen de jongen’ . . . „Waarlijk, ik zweer bij mijzelf,” is de uitspraak van Jehovah, „dat wegens het feit dat gij deze zaak hebt gedaan en gij uw zoon, uw enige, niet hebt onthouden, ik u voorzeker zal zegenen.”’” (Gen. 22:11-17)

„Toen trok Jehovah’s engel van Gilgal op naar Bochim en zei: ’Ik ben ertoe overgegaan u uit Egypte op te voeren en u in het land te brengen dat ik uw voorvaders onder ede beloofd had. Bovendien heb ik gezegd: „Nooit zal ik mijn verbond met u verbreken. En gij, van uw kant, moogt geen verbond sluiten met de bewoners van dit land. Hun altaren dient gij af te breken.” Maar gij hebt niet naar mijn stem geluisterd.’” (Recht. 2:1, 2)

„De engel van Jehovah nu sprak tot Elia, de Tisbiet: ’Sta op, ga op, de boden van de koning van Samária tegemoet.’” (2 Kon. 1:3)

„Jehovah’s engel verscheen in een droom aan Jozef en zei: ’Sta op, neem het jonge kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte.’” (Matth. 2:13)

Eveneens treden zij soms op als hulp voor de mens.

„De engel van Jehovah legert zich rondom degenen die hem vrezen, en hij verlost hen.” (Ps. 34:7)

„Toen nu Herodes op het punt stond hem voor te leiden, lag Petrus die nacht met twee ketens vastgebonden tussen twee soldaten te slapen, terwijl bewakers vóór de deur van de gevangenis de wacht hielden. Maar zie! daar stond Jehovah’s engel en er scheen een licht in de gevangeniscel. Hij stootte Petrus in de zij om hem te wekken en zei: ’Sta vlug op!’ . . . Nadat zij de eerste en de tweede schildwacht hadden gepasseerd, kwamen zij aan de ijzeren poort die toegang gaf tot de stad, en deze ging vanzelf voor hen open. En buitengekomen, gingen zij één straat ver, en onmiddellijk ging de engel van hem weg. Toen kwam Petrus tot zichzelf en zei: ’Nu weet ik inderdaad dat Jehovah zijn engel heeft uitgezonden en mij uit de hand van Herodes . . . heeft bevrijd.’” (Hand. 12:6-11)

„Zij brachten Daniël en wierpen hem in de leeuwekuil. . . . Ten slotte nu stond de koning zelf bij het ochtendkrieken, met het daglicht op, en haastig ging hij regelrecht naar de leeuwekuil. . . . De koning uitte zich en zei tot Daniël: ’O Daniël, knecht van de levende God, heeft uw God die gij met standvastigheid dient, u van de leeuwen kunnen verlossen?’ onmiddellijk sprak Daniël zelf, ja, met de koning: ’O koning, blijf in leven, ja tot onbepaalde tijden. Mijn eigen God heeft zijn engel gezonden en de muil der leeuwen gesloten, en ze hebben mij niet te gronde gericht.’” (Dan. 6:16-22)

„Met betrekking tot de engelen [zegt hij]: ’En hij maakt zijn engelen geesten en zijn openbare dienaren een vuurvlam. Zijn zij niet allen geesten voor openbare dienst, uitgezonden om te dienen ten behoeve van hen die redding zullen beërven?” (Hebr. 1:7, 14 )

„Toen verliet de Duivel hem {Jezus} en zie! engelen kwamen hem dienen.” (Matth. 4:11 )

„Toen verscheen hem een engel uit de hemel, die hem sterkte.” (Luk. 22:43)

„Ik zag een andere engel opstijgen van de opgang der zon, die een zegel had van de levende God; en hij riep met een luide stem tot de vier engelen aan wie het gegeven was schade toe te brengen aan de aarde en de zee, zeggende: ’Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen tot nadat wij de slaven van onze God in hun voorhoofd verzegeld hebben.’” (Openb. 7:2, 3)

„De engel van de ware God [zei] tot mij in de droom: ’Jakob!’ waarop ik zei: ’Hier ben ik.’ En hij vervolgde: ’Sla alstublieft uw ogen op en zie hoe alle bokken die het kleinvee bespringen gestreept, gespikkeld en gevlekt zijn, want ik heb alles gezien wat Laban u aandoet.’” (Gen. 31:11, 12)

„Hij [Jakob] ging ertoe over Jozef te zegenen en zei: ’. . . de engel die mij tot nu toe uit alle rampspoed heeft verlost, zegene de jongens.’” (Gen. 48:15, 16)

Als leiders of begeleiders en als beschermers treden zij ook op.

„Zie, ik zend een engel voor u uit om u onderweg te behoeden en u naar de plaats te brengen die ik heb bereid.” (Zie ook Num. 20:16.) (Ex. 23:20-23)

„De engel van de ware God die voor het kamp van Israël uit trok [vertrok] en ging naar hun achterhoede, en de wolkkolom vertrok van hun voorhoede en ging achter hen staan. Zo kwam ze tussen het kamp van de Egyptenaren en het kamp van Israël in.” (Ex. 14:19, 20)

„Ik zal stellig een engel voor u uit zenden en de Kanaänieten, de Amorieten, en de Hethieten en de Ferezieten, de Hevieten en de Jebusieten verdrijven.” (Ex. 33:2)

„Hij zei: ’Wees niet bevreesd, want er zijn er meer die met ons zijn dan die met hen zijn.’ Toen bad Elisa en zei: ’O Jehovah, open alstublieft zijn ogen, opdat hij moge zien.’ onmiddellijk opende Jehovah de ogen van de bediende, zodat hij zag; en zie! het bergland was vol vurige paarden en strijdwagens rondom Elisa.” (Kon. 6:16, 17)

Zelfs predikingswerk gebeurt onder hun hoede.

 „Ik zag een andere engel in het midden van de hemel vliegen, en hij had eeuwig goed nieuws, om dat als blijde tijdingen bekend te maken aan hen die op de aarde wonen, en aan elke natie en stam en taal en elk volk, . . . En een andere, een tweede engel, volgde, . . . En een andere engel, een derde, volgde hen.” (Openb. 14:6-9)

„Hij zal zijn engelen uitzenden met een luid trompetgeschal, en zij zullen zijn uitverkorenen vergaderen van de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere uiterste daarvan.” (Matth. 24:31)

„Wanneer de Zoon des mensen gekomen zal zijn in zijn heerlijkheid, en alle engelen met hem, dan zal hij op zijn glorierijke troon plaats nemen. En alle natiën zullen voor hem worden vergaderd, en hij zal de mensen van elkaar scheiden.” (Matth. 25:31, 32)

„In de nacht opende Jehovah’s engel de deuren van de gevangenis, bracht hen [de apostelen] naar buiten en zei: ’Gaat heen, stelt u op in de tempel en blijft alle woorden omtrent dit leven tot het volk spreken.’ Nadat zij dit hadden gehoord, gingen zij bij het aanbreken van de dag de tempel binnen en gaven er onderwijs.” (Hand. 5:19-21)

„Jehovah’s engel sprak tot Filippus en zei: ’Sta op en ga naar het zuiden, naar de weg die van Jeruzalem naar Gaza loopt.’ . . . Toen stond hij op en ging, en ziedaar! een Ethiopische eunuch . . . En de geest zei tot Filippus: ’Ga erheen en voeg u bij deze wagen.’ . . . Filippus opende zijn mond, en te beginnen bij deze Schriftplaats maakte hij hem het goede nieuws omtrent Jezus bekend.” (Hand. 8:26-35)

. . hij [zag] duidelijk in een visioen een engel Gods bij zich binnenkomen, die tot hem zei: ’Cornelius! . . . Uw gebeden en gaven van barmhartigheid zijn opgestegen als een gedachtenis voor het aangezicht van God. Zend nu daarom mannen naar Joppe en ontbied een zekere Simon, die de bijnaam Petrus draagt. . . . ’Zodra de engel die tot hem sprak, was weggegaan, riep hij twee van zijn huisknechten en een godvruchtig soldaat . . . en zond hen naar Joppe . . . . Zij zeiden [tot Petrus]: ’Cornelius, een legeroverste, een rechtvaardig en godvrezend man, over wie door de gehele natie der joden een goed bericht wordt uitgebracht, heeft via een heilige engel goddelijke instructies ontvangen u . . . te laten komen.’” (Zie ook Hand. 11:13, 14.) (Hand. 10:1-22)

Het gaat zelf zo ver dat in de eindtijd de mensenzoon Jeshua (Jezus Christus) ook gebruik zal maken van die engelen om alle dingen die aanleiding tot wankelen geven of mensen tot wetteloosheid en goddeloosheid brengen te verdrijven, zodoende dat zij ook als uitvoerders van Gods toorn en voltrekkers van Gods oordeel zullen gekend staan.

„De Zoon des mensen zal zijn engelen uitzenden en zij zullen alle dingen die aanleiding tot struikelen geven en degenen die wetteloosheid bedrijven, uit zijn koninkrijk verzamelen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen.” (Matth. 13:41, 42)

„De twee engelen nu kwamen tegen de avond te Sodom aan, . . . Toen zeiden de mannen tot Lot: ’. . . wij verderven deze plaats, omdat het geschreeuw tegen hen luid is geworden voor Jehovah, zodat Jehovah ons heeft gezonden om de stad te verderven.’” (Gen. 19:1, 12, 13)

„Zij dachten niet aan zijn hand, aan de dag dat hij hen van de tegenstander loskocht, hoe hij zijn tekenen stelde in Egypte zelf en zijn wonderen in het veld van Zoan [een Egyptische stad]. Hij zond vervolgens zijn brandende toorn over hen, verbolgenheid en openlijke veroordeling en nood, deputaties van engelen die rampspoed brachten.” (Ps. 78:42, 43, 49)

„Het gebeurde nu in die nacht, dat de engel van Jehovah voorts uittrok en in de legerplaats van de Assyriërs honderd vijfentachtig duizend man neersloeg.” (2 Kon. 19:35)

„Op een vastgestelde dag stak Herodes zich in een koninklijk gewaad en nam op de rechterstoel plaats en hield een openbare toespraak tot hen. Waarop het bijeengekomen volk schreeuwde: ’De stem van een god en niet van een mens!’ Ogenblikkelijk sloeg de engel van Jehovah hem.” (Hand. 12:21-23)

„Het [is] van Gods zijde rechtvaardig . . . verdrukking te vergelden aan hen die voor u verdrukking veroorzaken, maar aan u die verdrukking lijdt, verlichting te zamen met ons bij de openbaring van de Heer Jezus vanuit de hemel met zijn krachtige engelen, in een vlammend vuur, wanneer hij wraak oefent over hen die God niet kennen en over hen die het goede nieuws omtrent onze Heer Jezus niet gehoorzamen.” (2 Thess. 1:6-8)

„Ik zag een engel uit de hemel neerdalen met de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand. En hij greep de draak, de oorspronkelijke slang, die de Duivel en Satan is, en hij bond hem voor duizend jaren.” (Openb. 20:1, 2)

Alsook kunnen wij zien dat er graden of een soort hiërarchie is en spreekt de bijbel van aartsengelen (zoals Michaël en Gabriël), serafs en cherubs, die allemaal lager zijn dan Jehovah God. Ook vernemen wij dat er hen ook namen zijn gegeven.

„Jehovah zelf is koning geworden. Dat de volken in beroering zijn. Hij zit op de cherubs.” (Ps. 99:1)

„De aartsengel Michaël [had] echter een geschil . . . met de Duivel en redetwistte over Mozes’ lichaam.” (Jud. 9)

„Serafs stonden boven hem. Elk had zes vleugels.” (Jes. 6:2)

„Aldus dreef hij de mens uit en plaatste aan de oostzijde van de tuin van Eden de cherubs en het vlammende lemmer van een zwaard dat onafgebroken rondwentelde, om de weg naar de boom des levens te bewaken.” (Gen. 3:24)

„De engel die met mij sprak, kwam vervolgens terug en wekte mij . . . Bijgevolg antwoordde hij en zei tot mij: ’Dit is het woord van Jehovah tot Zerubbábel.’”(Zach. 4:1, 6)

Zij kunnen onverwacht opduiken, maar soms verschijnen zij ook met veel kabaal of bij bepaalde natuurverschijnselen. Zo wordt er bijvoorbeeld over
een grote aardbeving gesproken waarbij een engel van God neerdaalde uit de hemel. Hun aards bezoek werd opgetekend in de Heilige Schrift, waar wij zo te weten komen dat er drie verschenen aan Abraham; twee Sodom bezochten; één worstelde met Jacob, aan wie ook een gastheer verscheen. Ook traden zij op om mensen te begeleiden of uit hachelijke toestanden te halen, zoals bijvoorbeeld uit een gevangenis. Zo was er iemand die de Israëlieten uit Egypte leidde; en engelen die de gevangen apostelen uitgeleide deden.

Bileam, Gideon, Manoah, David, Daniel, Elia, d
e vader van Johannes de Doper,
de moeder van Jezus, en herders in de velden van Bethlehem kregen allen, zoals de apostel Johannes, een engel te zien. Er was ook een menigte die zong op de vlakten van Bethlehem.

„In de dagen van Herodes, koning van Judéa, was er een zekere priester, genaamd Zacharías . . . Er verscheen hem een engel van Jehovah.” (Luk. 1:5, 11)

„De engel Gabriël [werd] van God vandaan naar een stad in Galiléa gezonden, Nazareth genaamd, tot een maagd . . . en de naam van de maagd was Maria. Hij trad bij haar binnen en zei: ’Goedendag, hooglijk begunstigde.’” (Luk. 1:26-28)

„Er waren in diezelfde landstreek ook herders, die buitenshuis verbleven en ’s nachts de wacht hielden over hun kudden. En plotseling stond Jehovah’s engel bij hen . . . En plotseling verscheen er bij de engel een menigte der hemelse legerschare, die God loofde.” (Luk. 2:8, 9, 13)

„Intussen was er een zeker man uit Zora, van de familie der Danieten, en zijn naam was Manoah. En zijn vrouw was onvruchtbaar en had geen kind gebaard. Mettertijd verscheen Jehovah’s engel aan de vrouw.” (Recht. 13:2, 3)

„Een openbaring door Jezus Christus, die God hem gegeven heeft om aan zijn slaven de dingen te tonen die binnenkort gebeuren moeten. En hij heeft zijn engel uitgezonden en haar door bemiddeling van hem in tekenen aan zijn slaaf Johannes meegedeeld.” (Omstreeks 96 G.T.) (Vergelijk Openb. 22:8, 9.) (Openb. 1:1)

Dat zij krachtig konden zijn bewees de engel die
het leger van Sanherib
vernietigde.

Doorheen de geschiedenis zijn er bij verscheiden gelegenheden engelen
verschenen, zoals bij de opstanding van Christus en op verschillende tijdstippen bij de apostelen na Christus' hemelvaart.

Regelmatig kunnen wij horen over de toorn van God die werd ontstoken omdat waarbij Hij dan een engel of meerdere engelen naar de aarde stuurde.

Opvallend bij sommige verschijningen is dat niet altijd iedereen die engel of boodschapper van God te zien kreeg. Soms bleef de verschijning beperkt tot één of enkele personen, die dan wel aan anderen over hun visioen vertelden.

Wel moeten wij waarschuwen dat niet altijd als er over geesten wordt gesproken "engelen" bedoeld worden. Met "geesten" verwees men in de oude geschriften ook naar denkende mensen of mensen die bepaalde gedachten naar voor brachten. Velen denken ook dat demonen gevallen engelen zijn, maar hiermee worden "geesten" of denkende en handelende mensen bedoeld die in hun geest (hersenen) "niet goed bij de geest" waren, of ziek waren.

„Hij [Jezus Christus] [is] ook heengegaan en heeft . . . gepredikt tot de geesten in de gevangenis, die eens ongehoorzaam waren geweest, toen het geduld van God wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark werd gebouwd.” (1 Petr. 3:19, 20)

„Toen [Jezus Christus] echter aan land was gestapt, kwam een zekere man uit de stad hem tegemoet, die door demonen bezeten was. . . . Jezus vroeg hem: ’Hoe is uw naam?’ Hij zei: ’Legioen’, want er waren vele demonen in hem gevaren. En zij bleven hem dringend verzoeken hun niet te bevelen de afgrond in te gaan.” (Luk. 8:27, 30, 31)

Alsook kan men zien dat het woord "engel" symbolisch kan gebruikt worden of voor iemand die zich goed gedroeg, zoals wij vandaag nog kunnen zeggen van een kind dat het een "engeltje" is. In het laatste boek van het Nieuwe Testament worden dan met de engel de ouderling van de gemeente bedoelt die op waardige wijze Jezus zijn leerstellingen volgt en tracht te verkondigen.
 
“En schrijf aan de engel van de gemeente te Smyrna:
 Dit zegt de eerste en de laatste, die dood geweest is en levend geworden:” (Opb 2:8)

 “En schrijf aan de engel der gemeente te Pergamum:
 Dit zegt Hij, die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft:” (Opb 2:12 )

 “En schrijf aan de engel der gemeente te Tyatira:
 Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als een vuurvlam en zijn voeten zijn als koperbrons: (Opb 2:18)

“En schrijf aan de engel van de gemeente te Sardes:
 Dit zegt Hij, die de zeven Geesten Gods en de zeven sterren heeft:
 Ik ken uw daden (weet uw werken), dat gij de naam hebt, dat gij leeft, maar gij zijt dood.” (Opb 3:1)

 “En schrijf aan de engel van de gemeente te Filadelfia:
Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, die de sleutel van David heeft, die opent en niemand zal sluiten, en als Hij sluit zal niemand kunnen openen.” (Opb 3:7)

 “{De brief aan de gemeente in Laodicea }
De Heer zei tegen Johannes:
"Schrijf aan de engel van de gemeente in Laodicea:
 Dit zegt de Amen(=‘ja, zo is het’), de getrouwe en waarachtige Getuige die de waarheid spreekt en die te vertrouwen is. Dit zegt Hij die het Begin is van alles wat de elohim (God) heeft gemaakt:” (Opb 3:14)

***

Afbeelding van engelen op de koepel in het Vaticaan


Vindt verder in de Bijbel onder meer:

 “Machtige engelen, prijs de Heer! - zij zijn sterke helden die doen wat Hij zegt en zijn woord gehoorzamen.” (Ps 103:20 BasicBijbel)

 “U heeft hem een iets lagere plaats gegeven dan de engelen. Maar U heeft hem ook alle eer en macht en majesteit gegeven.” (Heb 2:7 BasicBijbel)

 “{De engelen komen bij Lot } De twee engelen kwamen ‘s avonds bij Sodom. Lot zat in de poort van de stad. Toen hij hen zag, stond hij op, liep hun tegemoet en boog zich diep.” (Ge 19:1 BasicBijbel)

 “21  {Gods antwoord aan Daniël } Toen ik zo aan het bidden was, kwam de man Gabriël, die ik al eerder had gezien, snel naar mij toe vliegen. Hij kwam op het tijdstip dat in de tempel het avondoffer gebracht hoort te worden. 22  Hij zei: "Daniël, ik ben nu gekomen om je een aantal dingen uit te leggen. 23  Toen jij begon te bidden, kreeg ik bevel onmiddellijk te vertrekken om je het antwoord te vertellen, want de Heer houdt heel veel van jou. Let dus goed op wat ik zeg en op wat je ziet.” (Da 9:21-23 BasicBijbel)

 “{Maria raakt in verwachting } Toen Elizabet zes maanden in verwachting was, stuurde God de engel Gabriël naar Nazaret. Dat is een stad in Galilea.” (Lu 1:26 BasicBijbel)

 “9  Plotseling stond er een engel van de Heer God bij hen. De stralende aanwezigheid van God was om hen heen. Ze schrokken hevig en waren bang. 10  Maar de engel zei tegen hen: "Jullie hoeven niet bang te zijn. Want ik breng jullie goed nieuws. Dat goede nieuws is voor het hele volk: 11  Vandaag is in de stad waar vroeger koning David geboren is, de Messias {Het woord ‘Messias’ is Hebreeuws en betekent ‘Gezalfde.’ ‘De gezalfde’ is in de Joodse Boeken de man die speciaal door God met zijn Geest is gevuld (’gezalfd’) om Israël te redden. In het Grieks, de taal waarin het Nieuwe Testament is geschreven, werd hij de ‘Christus’ genoemd, wat hetzelfde betekent. } geboren. Hij is de Redder, de Heer. 12  Dit is voor jullie het teken dat het waar is wat ik zeg:jullie zullen een kind vinden dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt." 13  Plotseling waren er bij de engel nog heel veel meer engelen. 14  Ze prezen God en zeiden: "Prijs God in de hoogste hemel! Vrede op aarde voor de mensen waar God blij mee is!"” (Lu 2:9-14 BasicBijbel)

 “{Het oordeel van Jezus over de mensen } Jezus zei: "Straks zal de Mensenzoon komen in zijn stralende hemelse macht en majesteit, samen met al zijn engelen. Dan zal Hij op zijn koninklijke troon gaan zitten.” (Mt 25:31 BasicBijbel)

 “Toen zag ik duizenden en tienduizenden engelen rondom de troon. Het waren er ontelbaar veel. En ik hoorde hoe ze samen met de vier wezens en de gemeenteleiders luid riepen:” (Opb 5:11 BasicBijbel)

 “Uw engelen zijn als de wind, uw hemelse dienaren zijn als vuurvlammen.” (Ps 104:4 BasicBijbel)

 “Vergeet niet om gastvrij te zijn. Want sommige mensen hebben engelen op bezoek gehad, zonder dat ze het wisten. {Zoals bijvoorbeeld in het verhaal van Lot in #Ge 19. } (Heb 13:2 BasicBijbel)

 “Op een dag kwam de Engel van de Heer naar haar toe. Hij zei: "Tot nu toe heb je geen kinderen gekregen. Maar nu zul je in verwachting raken en een zoon krijgen.” (Ri 13:3 BasicBijbel)

 “Manoa ging met zijn vrouw mee en toen ze bij de man kwamen, zei hij tegen hem: "Bent u de man die met mijn vrouw heeft gesproken?" Hij zei: "Ja."” (Ri 13:11 BasicBijbel)

 “Manoa wist immers niet dat het de Engel van de Heer was. Maar de Engel antwoordde: "Ik wil nog wel even blijven, maar ik zal niet van je maaltijd eten. Maar als je toch iets wil klaarmaken, offer het dan als brand-offer aan de Heer."” (Ri 13:16 BasicBijbel)

 “20  in de vlammen van het altaar steeg de Engel van de Heer op naar de hemel. Toen Manoa en zijn vrouw dat zagen, lieten ze zich op de grond vallen. 21  Daarna zagen ze de Engel van de Heer niet meer. Toen begreep Manoa dat het de Engel van de Heer geweest was.” (Ri 13:20-21 BasicBijbel)

 “Plotseling was er een zware aardbeving, want een engel van de Heer God kwam uit de hemel. Hij ging naar het graf, rolde de steen voor de ingang weg en ging daarop zitten.” (Mt 28:2 BasicBijbel)

 “Ze gingen het graf binnen. Daar zagen ze aan de rechterkant een jongeman zitten in witte kleren. Ze schrokken heel erg.” (Mr 16:5 BasicBijbel)

 “35  Maar de mensen die in de komende wereld zullen mogen leven en die uit de dood zullen opstaan, trouwen niet. 36  Want ze kunnen niet meer sterven. Want ze zijn wat dat betreft net als de engelen. Ze zijn kinderen van God. Want ze hebben deel aan de opstanding uit de dood.” (Lu 20:35-36 BasicBijbel)

 “{God belooft voor de derde keer aan Abraham dat hij een zoon zal krijgen } Op een dag kwam de Heer naar Abraham toe bij de eikenbomen van Mamré. Abraham zat op dat moment bij de ingang van zijn tent. Het was op het heetst van de dag.” (Ge 18:1 BasicBijbel)

 “{De engelen komen bij Lot } De twee engelen kwamen ‘s avonds bij Sodom. Lot zat in de poort van de stad. Toen hij hen zag, stond hij op, liep hun tegemoet en boog zich diep.” (Ge 19:1 BasicBijbel)

 “Jakob was als enige nog aan de andere kant van de beek. En een Man worstelde met hem tot het dag begon te worden.” (Ge 32:24 BasicBijbel)

  “Hij streed tegen een engel en overwon. Hij weende en smeekte Hem om genade. Te Betel vond hij Hem, en daar sprak Hij met ons,” (Hos 12:4 NBG51)

 “{Jakob is bang om Ezau weer te ontmoeten } Ook Jakob vertrok, in de andere richting. En engelen van God kwamen hem tegemoet.” (Ge 32:1 BasicBijbel)

 “19  De Engel van God was aldoor voor het volk Israël uit gegaan. Nu verliet Hij zijn plaats en ging achter hen staan. Ook de grote, hoge wolk verliet zijn plaats vooraan het leger en ging achter hen staan. 20  Zo stonden zij tussen de Egyptenaren en de Israëlieten in. Aan de kant van de Egyptenaren was de wolk donker. Maar aan de kant van de Israëlieten gaf hij licht in de nacht. Daardoor kon de hele nacht het ene leger niet bij het andere leger komen. 21 ¶  Mozes had zijn hand uitgestrekt over de zee. En de Heer zorgde ervoor dat er de hele nacht een harde oostenwind waaide. Daardoor stroomde het water van de zee weg, zodat de bodem droog viel. Zo werd het water in tweeën gedeeld. 22  De Israëlieten gingen midden door de zee, over het droge. Het water stond als een muur links en rechts van hen. 23  De Egyptenaren kwamen achter hen aan door de zee, met alle paarden, wagens en ruiters van de Farao. 24  Toen het ochtend werd, keek de Heer vanuit de wolk die aan één kant van vuur leek, naar het leger van de Egyptenaren. Hij bracht hen in verwarring en ze raakten in paniek.” (Ex 14:19-24 BasicBijbel)

 “{De ezel van Bileam } Maar God was vreselijk boos dat Bileam meeging. Hij stuurde zijn Engel om hem tegen te houden. Bileam reed op zijn ezel en had twee dienaren bij zich.” (Nu 22:22 BasicBijbel)

 “{Gideon wordt door de Heer geroepen om leider van Israël te worden } Toen kwam een engel van de Heer en ging onder de eik bij Ofra zitten. Dat is in het gebied van Joas, een man uit de familie van Abiëzer. De zoon van Joas, Gideon, was op dat moment bezig om daar in de druivenpers de tarwe uit de halmen te kloppen. Hij hoopte dat de Midianieten het zo niet zouden merken.” (Ri 6:11 BasicBijbel)

 “3  Op een dag kwam de Engel van de Heer naar haar toe. Hij zei: "Tot nu toe heb je geen kinderen gekregen. Maar nu zul je in verwachting raken en een zoon krijgen. 4  Drink geen wijn of andere drank met alcohol {Dat hoorde zo bij mensen die door God werden uitgekozen voor een speciale taak. Lees ook #Nu 6:3. } en eet niets wat onrein {God had in de wet regels gegeven over welke dieren de Joden wel en niet mochten eten. De ‘onreine’ dieren mochten niet gegeten worden. Lees #De 14:3-20. } is. 5  Want je zal in verwachting raken en een zoon krijgen die voor de Heer zal zijn. {Mensen die God op een speciale manier dienden, moesten zich aan speciale regels houden. Zo iemand werd een ‘Naziréeër’ genoemd. Lees #Nu 6:1-7. Eén van die regels was, dat hun haar niet geknipt mocht worden. } Zijn haar mag nooit geknipt worden. Al vanaf het moment dat hij in jou ontstaat, zal de jongen voor God zijn. Hij zal een begin maken met de bevrijding van Israël uit de macht van de Filistijnen." 6  De vrouw ging aan haar man vertellen: "Er kwam een man van God naar mij toe. Hij zag er uit als een engel. Heel indrukwekkend. Ik heb hem niet gevraagd waar hij vandaan kwam en hij heeft niet gezegd hoe hij heette.” (Ri 13:3-6 BasicBijbel)

 “Toen de engel zijn hand uitstrekte om Jeruzalem te treffen, veranderde de Heer van gedachten. Hij zei tegen de engel: "Zo is het genoeg! Stop nu!" De engel stond op dat moment bij de dorsvloer {Op de dorsvloer wordt het graan uit de halmen geklopt. } van de Jebusiet Arauna.” (2Sa 24:16 BasicBijbel)

 “{Gods antwoord aan Daniël } Toen ik zo aan het bidden was, kwam de man Gabriël, die ik al eerder had gezien, snel naar mij toe vliegen. Hij kwam op het tijdstip dat in de tempel het avondoffer gebracht hoort te worden.” (Da 9:21 BasicBijbel)

 “7  Alleen ik, Daniël, zag Hem. De mannen die bij mij waren zagen Hem niet. Ze voelden wel dat er iets bijzonders gebeurde. Ze werden heel erg bang en vluchtten weg om zich te verbergen. 8  Zo bleef ik alleen achter toen ik deze belangrijke, indrukwekkende dingen zag.  Toen ik de Man zag, had ik helemaal geen kracht meer. Ik werd doodsbleek en voelde me helemaal slap worden. 9  Toen hoorde ik Hem spreken. Zodra ik zijn stem hoorde, viel ik flauw. Ik viel met mijn gezicht op de grond. 10 ¶  Toen raakte een hand mij aan. Ik kwam op handen en knieën overeind. 11  De Man zei tegen mij: "Daniël, vriend, let nu goed op wat Ik zeg. Kom overeind. Want Ik ben naar jou toe gestuurd." Toen kwam ik bevend overeind. 12  Hij zei: "Je hoeft niet bang te zijn, Daniël. Vanaf de dag dat je probeerde alles te begrijpen en dat je tot God hebt gebeden, heeft Hij je woorden gehoord. Na jouw gebed ging Ik onmiddellijk naar je op weg.” (Da 10:7-12 BasicBijbel)

 “Die nacht ging de Engel van de Heer naar het leger van Assur. Hij doodde daar 185.000 soldaten. Toen de mannen ‘s morgens opstonden, zagen ze overal lijken liggen.” (2Kon 19:35 BasicBijbel)

 “11  Plotseling zag Zacharias een engel van de Heer God. Hij stond rechts van het altaar waarop het wierook-offer wordt gebracht. 12  Toen Zacharias de engel zag, schrok hij erg en was bang. 13  Maar de engel zei tegen hem: "Je hoeft niet bang te zijn. God heeft je gebed gehoord. Je vrouw Elizabet zal een zoon krijgen. Je moet hem Johannes noemen. 14  Je zal heel erg blij zijn met de geboorte van je zoon. En niet alleen jij, maar ook heel veel andere mensen zullen blij met hem zijn. 15  Want God heeft hem een belangrijke taak gegeven. Hij mag geen wijn of sterke drank drinken. {Dat hoorde zo bij mensen die door God werden uitgekozen voor een speciale taak. Lees ook #Nu 6:3. } Al vóór zijn geboorte zal hij vol zijn van de Heilige Geest. 16  Dankzij hem zullen veel mensen van het volk Israël weer gaan leven zoals hun Heer God het wil. 17  Hij zal God dienen op dezelfde manier en met dezelfde kracht als de profeet Elia. {Elia was een profeet uit de tijd van koning Achab, ongeveer 850 jaar hiervóór. }  Door hem zullen de vaders hun hart weer openen voor hun kinderen. En mensen die ongehoorzaam zijn aan God, zullen door hem weer gaan leven zoals God het wil. Zo zal hij van de mensen een volk maken dat bruikbaar is voor God." 18  Zacharias zei tegen de engel: "Hoe weet ik dat dit inderdaad zal gebeuren? Want mijn vrouw en ik zijn allebei al oud." 19  De engel antwoordde: "Ik ben Gabriël, die dicht bij God mag komen om Hem te dienen. Ik ben gestuurd om je deze dingen te vertellen. 20  Omdat je mij niet wil geloven, zul je niet kunnen spreken totdat is gebeurd wat ik je heb verteld. Maar als de tijd gekomen is, zal alles gebeuren zoals ik je heb gezegd." 21  Intussen stonden de mensen op Zacharias te wachten. Ze vroegen zich af waarom hij zo lang binnen bleef. 22  Toen hij eindelijk naar buiten kwam, kon hij niet spreken. Ze begrepen dat God in de tempel tot hem gesproken had. Hij maakte gebaren tegen hen en kon niet praten. 23  Hij deed de afgesproken tijd dienst in de tempel. Daarna ging hij naar huis terug. 24  Zijn vrouw Elizabet raakte in verwachting. Ze bleef vijf maanden in huis en liet zich aan niemand zien. 25  Ze zei: "De Heer God heeft dit gedaan om te laten zien dat Hij mij niet is vergeten. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik mij niet meer hoef te schamen omdat ik geen kinderen heb." 26 ¶  {Maria raakt in verwachting } Toen Elizabet zes maanden in verwachting was, stuurde God de engel Gabriël naar Nazaret. Dat is een stad in Galilea.” (Lu 1:11-26 BasicBijbel)

 “Plotseling stond er een engel van de Heer God bij hen. De stralende aanwezigheid van God was om hen heen. Ze schrokken hevig en waren bang.” (Lu 2:9 BasicBijbel)

 “Plotseling was er een zware aardbeving, want een engel van de Heer God kwam uit de hemel. Hij ging naar het graf, rolde de steen voor de ingang weg en ging daarop zitten.” (Mt 28:2 BasicBijbel)

 “Ze wisten niet wat ze ervan moesten denken. Op dat moment stonden er opeens twee mannen in stralend witte kleren bij hen.” (Lu 24:4 BasicBijbel)

 “Ze bleven naar de lucht staan staren. Plotseling stonden er twee mannen in witte kleren bij hen.” (Hnd 1:10 BasicBijbel)

 “Maar ‘s nachts kwam er een engel van de Heer. Hij deed de deuren van de gevangenis open en bracht hen naar buiten.” (Hnd 5:19 BasicBijbel)

 “7  Plotseling scheen er licht in de kerker. Er stond er een engel van de Heer bij hem. Hij stootte Petrus in zijn zij om hem wakker te maken. Hij zei tegen hem: "Sta snel op!" De boeien vielen van Petrus’ handen. 8  En de engel zei tegen hem: "Doe je riem om en trek je sandalen aan." Dat deed Petrus. Toen zei de engel: "Sla je mantel om en volg mij." 9  Petrus volgde de engel naar buiten. Hij wist niet dat het allemaal echt gebeurde, maar hij dacht dat hij droomde. 10  Ze liepen langs de eerste en de tweede wachtpost. Daarna kwamen ze bij de ijzeren poort die op de straat uitkwam. De poort ging vanzelf voor hen open. Ze gingen naar buiten en liepen samen één straat ver. Toen was de engel plotseling verdwenen. 11  Petrus begreep intussen wat er was gebeurd. Hij zei: "De Heer heeft een engel gestuurd om mij te bevrijden! Hij heeft me gered uit de handen van Herodes en uit alles wat de Joden verwachtten dat er met mij zou gebeuren!"” (Hnd 12:7-11 BasicBijbel)

 “{Inleiding } God heeft aan Jezus Christus {’Christus’ is niet Jezus’ achternaam! Het woord ‘Christus’ is Grieks en betekent ‘Gezalfde.’ (Het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven). ‘De gezalfde’ is in de Joodse Boeken de man die speciaal door God met zijn Geest is gevuld (’gezalfd’) om Israël te redden. In het Hebreeuws, de taal waarin het Oude Testament is geschreven, werd hij de ‘Messias’ genoemd, wat hetzelfde betekent. } laten weten wat er binnenkort zal gaan gebeuren. Hij wil dat Jezus het aan zijn dienaren bekend maakt. Daarom stuurt Jezus een engel naar zijn dienaar Johannes om hem alles te vertellen.” (Opb 1:1 BasicBijbel)

 “Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd zodat je deze dingen aan de gemeenten kan vertellen. IK BEN de Zoon van David. IK BEN de stralende Morgenster."” (Opb 22:16 BasicBijbel)

 “Maar de Engel van de Heer zei tegen hem: "Waarom wil je weten wat mijn naam is? Want mijn naam is wonderlijk."” (Ri 13:18 BasicBijbel)

 “20   {Beloften van God aan het volk } Ik stuur een engel voor jullie uit. Hij zal jullie onderweg beschermen. Hij zal jullie naar de plaats brengen die Ik heb uitgekozen. 21  Let op hem en luister naar hem. Wees hem niet ongehoorzaam. Want hij zal het jullie niet vergeven als jullie ongehoorzaam zijn. Want hij spreekt namens Mij.” (Ex 23:20-21 BasicBijbel)

***

Vindt ook
een Gelijkaardig artikel:

Betreft Engelen

+

Aanvullende lectuur

  1. Al-Fatiha [De Opening] Surah 1: 4-7 Barmhartige Heer van de Schepping om ons de juiste weg te tonen
  2. Jehovah God Maker van het universum gediend door een getraind leger
  3. Gods vergeten Woord 17 Geopenbaarde Woord 2 Geopenbaard licht
  4. God meester van goed en kwaad
  5. Dienende geesten 1 Afgezanten van onzichtbare God
  6. Dienende geesten 2 Engelen als god hemelijk of menselijk
  7. Dienende geesten 3 Nieuwe middelaar en persoonlijke beschermengelen
  8. Dienende geesten 4 Gevallen engelen
  9. Bestaat er iets als engelen en kunnen die zondigen
  10. Hoofdbronnen van afwijkende gedachten
  11. Het Geschreven Woord: Charis – Gebruik en verklaring van een sleutelwoord in de grondtekst
  12. Bron(nen) van kwaad
  13. De Falende mens #2 Vrije keuze
  14. Het begin van Jezus #11 Goddelijk verwezenlijkt en niet geïncarneerd
  15. Keuze van levende zielen tot de dood
  16. Het blaadje

Comments