Bouwen op het Bijbels fundament 1.Feit of fantasie?

1. Feit of fantasie?

Christendom is de religie van het boek, en dat boek is uiteraard de Bijbel. In de 1e eeuw bezaten de gelovigen alleen ‘de Schriften’, dat waren de boeken van ons Oude Testament. Later zijn de geschriften van de evangelisten en de apostelen daaraan toegevoegd als ons Nieuwe Testament. En dat alles was toegankelijk, want in het algemeen kon men lezen. Maar in de middeleeuwen lag dat totaal anders. Velen konden niet lezen en de Bijbel lag ontoegankelijk weggeborgen. Bovendien was hij geschreven in het Latijn, dus ook als hij werd voorgelezen was hij nog steeds onbegrijpelijk.

We vergeten misschien wel eens dat de mensen 1000 jaar lang geen toegang hadden tot de Schrift en volledig waren overgeleverd aan wat de kerk nuttig voor ze vond om te weten. De opvattingen van de kerk waren onaantastbaar, en wie daar van afweek was een ketter.
Dat alles veranderde met de Reformatie en de uitvinding van de boekdrukkunst. Er kwamen Bijbels beschikbaar, en ook nog in de landstaal. Maar 1000 jaar onwetendheid poets je niet zomaar even weg met wat gedrukte letters.

Leren Bijbellezen

Vanaf de 16e eeuw bezaten mensen wel in toenemende mate eigen Bijbels, maar dat wil nog steeds niet zeggen dat ze die ook konden ‘lezen’. De Bijbel spreekt een eigen taal die je moet kunnen verstaan. En daar moet je in geoefend zijn. Na 1000 jaar bij de hand te zijn genomen moet je als het ware eerst weer zelf leren lopen.

De Reformatoren hebben hun best gedaan, maar moesten het zelf ook eerst weer leren. En ze hadden, zoals velen na hen, de neiging Bijbelse uitspraken te eenzijdig op te vatten, of te absoluut, of om die onvoldoende te zien in het licht van de rest van het Boek. Want 1000 jaar lang hadden de mensen geleerd dat het Oude Testament achterhaald was. Dat was Joods en dus verleden tijd. Wat telde was alleen nog maar het Nieuwe Testament. Maar dat werd dus absoluut niet meer gelezen in het licht van het voorafgaande. Uitdrukkingen werden opgevat zoals je iets zou opvatten dat in je eigen tijd is geschreven, op basis van traditioneel Europees (eigenlijk: Grieks) denken. Maar niet vanuit een begrip van het OT, vanuit een achtergrond van Hebreeuws denken. In die zin werkten de middeleeuwen nog heel lang door. En dat doen ze nog steeds, want de opvattingen van de Reformatoren werden op hun beurt ‘onaantastbaar’ verklaard, en konden dus achteraf ook niet meer worden gecorrigeerd, opnieuw op straffe van beschuldiging van ketterij.

Nog weer later ontstond ook daar weer een rebellie tegen. Maar ook die leidde zelden tot een zuiverder opvatting. Nog steeds is de meerderheid van het christendom ervan overtuigd dat het OT passé is en niet meer ter zake doet. Alleen al het feit dat je overal ter wereld losse Nieuwe Testamenten kunt kopen, illustreert dit op treffende wijze; alsof God ons een boek zou geven waarvan je de eerste ¾ rustig kunt overslaan omdat dat toch niet van belang zou zijn! Nog steeds zien te weinigen het NT als het verhaal van de vervulling van dat OT, ook al zou een enigermate zorgvuldig lezen van dat NT je er onmiddellijk van moeten overtuigen dat dat nu juist de boodschap was die de apostelen predikten.

In plaats daarvan begonnen allerlei zelfbenoemde ‘evangelisten’ met veel fantasie eigen opvattingen en interpretaties te ontwikkelen. En ze deden dat gewoonlijk door uit te gaan van bepaalde NT-passages waar ze vervolgens onevenredig veel nadruk op legden. Zulke passages vormden volgens hen nu juist de kern van de boodschap. En ook zulke opvattingen waren voor hun aanhangers op hun beurt weer onaantastbaar, en mochten niet ter discussie gesteld worden. En opnieuw moeten we constateren dat het ontbrak aan oog voor de interne harmonie die de diverse delen van de Schrift met elkaar verbindt.


Onthullingen

Een andere reactie op eerdere opvattingen is die welke alles ziet als een gigantisch complot van de middeleeuwse kerk. Inventieve schrijvers hebben goud geld verdiend met boeken over vermeende sensationele ontdekkingen die zouden ‘bewijzen’ dat Jezus nooit heeft bestaan, of nooit aan het kruis is gestorven en dus ook niet uit de dood zou zijn opgestaan. Het Vaticaan zou dit alles allang weten maar het angstvallig geheimhouden. Achtergehouden informatie afkomstig van de Dode Zee Rollen, of van oude gnostische geschriften (het evangelie van Judas!), of de lijkwade van Turijn, zouden dit ‘onweerlegbaar’ aantonen. Of Jezus Christus zou in werkelijkheid een verbastering zijn van een vergoddelijkte Julius Caesar. Maar ook wanneer we afzien van dergelijke volledig uit de bocht gevlogen ideeën, moeten we helaas constateren dat er veel te koop is in deze wereld, dat ons wordt aangeboden als ‘christelijk’ terwijl we bij nadere beschouwing moeten constateren dat er slechts sprake is van volslagen on-Bijbelse opvattingen, die ons alleen maar worden gepresenteerd in een bijbels jasje; waarvan de terminologie wel ontleend is aan de Bijbel, maar waar van je het gedachtegoed tevergeefs in de Schrift zult zoeken. En dan hebben we het nog niet eens over ‘goden die kosmonauten’ zouden zijn geweest, of een Exodus die zou hebben berust op een gigantisch misverstand veroorzaakt door mis-begrepen kosmische verschijnselen.

En zo zitten we met een palet aan opvattingen die elkaar zodanig uitsluiten dat ze onmogelijk allemaal tegelijk waar kunnen zijn, al heten ze allemaal gebaseerd te zijn op vaste Bijbelse grondslag. Dat loopt dan van ‘behoudenis alleen door kerkelijke sacramenten’ tot ‘alle behoudenis is voorbestemd’, van ‘alles is genade’ tot ‘bewerk uw behoudenis met vreze en beven’, van ‘slechts 144.000 die worden behouden’ via ‘wie dit niet gelooft kan niet behouden worden’ tot ‘uiteindelijk zal ieder worden behouden’. En het omvat duiveluitdrijving en gebedsgenezing, het spreken in tongen, de opname der gemeente, het zich voor doden laten dopen, geheime loges, geheime documenten, verborgen waarheden en inzichten, gouden platen met aanvullende leer, verloren stammen die toch bekend zijn, teruggekeerde profeten, en nog veel meer.

Al deze opvattingen vinden hun aanhang, terwijl anderen door de bomen het bos niet meer zien en zich vertwijfeld afvragen wat ze moeten geloven en wat niet. Want ‘elke ketter heeft zijn letter’. De grondoorzaak voor dit ‘Bijbelse’ Babel is echter maar al te duidelijk: slechte Schriftkennis. En daar begonnen we mee. Wie zijn Schrift kent, ziet de interne harmonie van de ware leer, en doorziet wat menselijk is en niet bijbels, ook al is het gestoken in een quasi-Bijbels jasje en wordt het genoemd met Bijbelse namen. Wie voldoende bekend is met de symboliek die waarmee OT-schrijvers een verschijning plegen te beschrijven van de ‘onzienbare’ God, zal niet snel in de verleiding komen in Ezechiëls visioenen een verschijning van buitenaardse vliegende schotels te zien. Wie ziet hoezeer het optreden van Jezus een vervulling is van Gods beloften in het OT (vooral Jesaja) en tot in hoeveel detail de Evangeliën ons dat duidelijk maken, is immuun voor allerlei ongebalanceerde opvattingen die heten te zijn gebaseerd op diezelfde Evangeliën. Wie voldoende doordrongen is van de aspecten van bijbels taalgebruik, zal niet zo snel uit de bocht vliegen door misbegrepen toepassing van uit hun verband geciteerde uitdrukkingen. Maar daarvoor moet je wel vertrouwd zijn met die symboliek, en met die beloften en met dat taalgebruik. Kortom: voor wie zijn weg wil vinden in het boven geschetste doolhof, wie wil kunnen onderscheiden wat daarin waarde heeft en wat niet, is er maar één oplossing: Bijbellezen, vertrouwd zijn met dat Woord. Maar om u een stukje op weg te helpen zullen we het komende jaar in deze rubriek een aantal van bovengenoemde verschijnselen aan een nader onderzoek onderwerpen.

R.C.R.
Comments