Belgian Chamber of Representatives • Session of 19 June 1975

First page of session Page 1/4 Full Session Facsimile / Text Next page >>

Séances du jeudi 19 juin 1975 Vergaderingen van donderdag 19 juni 1975

N. 120

SEANCE EXTRAORDINAIRE BUITENGEWONE VERGADERING

DU JEUDI 19 JUIN 1975 VAN DONDERDAG 19 JUIN 1975

MANIFESTATION D'HOMMAGE HULDEBETOON

a aan

Mme Craeybeckx-Orij et M. J. Verroken Mevr. Craeybeckx-Orij en de heer J. Verroken

La séance est ouverte à 17 h 55 m. De vergadering wordt geopend te 17 u. 55 m.

De heer Voorzitter. — Dames en Heren, geachte collega's, het is mij een groot genoegen bij het openen van deze huidevergadering voorlezing te houden van het telegram dat Z.M. de Koning mij heeft toegestuurd ter gelegenheid van de viering van de twee collega's die sedert vijfentwintig jaar onafgebroken leden van deze Kamer zijn :

« Mijnheer de Voorzitter,

Ik sluit mij van harte aan bij het huldebetoon dat vandaag door de Kamer van Volksvertegenwoordigers gebracht wordt aan Mevrouw Germaine Craeybeckx en de heer Jan Verroken, ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum van hun parlementaire bedrijvigheid. Het is mij een bijzonder genoegen hun, in deze plechtige omstandigheid, mijn beste wensen te betuigen voor hun gezondheid en geluk.

Boudewijn. »

(Applaus bij alle leden.)

Mesdames, Messieurs, voici le texte du télégramme envoyé par Sa Majesté le Roi, à l'intention de deux collègues que nous fêtons aujourd'hui :

« Monsieur le Président,

Je m'associe de tout cœur à l'hommage que la Chambre des Représentants rend aujourd'hui à Madame Germaine Craeybeckx et à Monsieur Jan Verroken à l'occasion de leurs vingt-cinq ans d'activité parlementaire. Il m'est particulièrement agréable, en cette circonstance solennelle, de leur adresser mes meilleurs vœux de santé et de bonheur.

Baudouin. »

Dames en Heren, na de soms hoog oplopende discussies die wij de jongste dagen hebben beleefd en die, naar het mij voorkomt, normaal zijn in een democratisch regime, is het goed thans even te verpozen. Wij krijgen daartoe een uitstekende gelegenheid met de viering van het 25-jarig parlementair mandaat van twee collega's. Een vertegenwoordiger uit elk geslacht, wat een gelukkig toeval is in dit « Jaar van de Vrouw ».

Het is dus niet louter uit hoffelijkheid dat ik eerst de vele deugden — parlementaire en andere — van onze vrouwelijke collega in het licht wil stellen; want dit past niet meer in deze tijd van emancipatie waarin vrouw en man op gelijke voet — met gelijke plichten en rechten — moeten, althans zouden moeten, worden behandeld. De Eva's zijn hier trouwens, sinds de laatste verkiezingen reeds beter vertegenwoordigd. Velen menen dat het nog beter kan, maar dit is een gevaarlijk terrein waarop ik mij veiligheidshalve thans niet wens te wagen. Alleszins zullen de heren toegeven dat de charmante verschijning van het zogezegde zwakke geslacht ongetwijfeld wat meer kleur heeft gebracht in deze Assemblée en het is overigens ook zó dat de kristische kijk — liever zou ik zeggen de andere kijk — van het andere geslacht op de staatszaken, er zeer zeker een gunstige invloed op heeft en dat de vele kwaliteiten — ... enkele geringe vrouwelijke gebreken niet te na gesproken — een tastbare stempel drukken op het parlementair werk.

Op de voorpost van de vrouwelijke gelederen staat ongetwijfeld onze collega. Mevr. Germaine Craeybeckx-Orij, die in deze Kamer haar intrede deed in 1950.

Meteen was de provincie Limburg vertegenwoordigd door een vertegenwoordiger van het zwakke en schone geslacht.

Zwak is u eigenlijk nooit geweest, geachte Mevrouw, wan. in de Commissie voor het Openbaar Onderwijs hebt u van meetaf aan een voorname rol gespeeld en als het ware uw man gestaan. Dat verbaasde geen enkele uwer mannelijke collega's.

U behoorde immers tot de onderwijskringen en stond trouwens zelf in het onderwijs.

Als lid van die Commissie hebt u, precies geteld, twintig ministers gekend en « overleefd ». Ze zijn de ene na de andere weggegaan, maar u bleef aan, eerst als lid, en sinds 1965 aan het roer als voorzitster. Sindsdien wordt u regelmatig opnieuw verkozen en dan nog wel met eenparigheid. Naar men mij heeft gezegd, doen de leden dit niet alleen uit hoffelijkheid of zelfs niet voor de sigaren die u bij elke herverkiezing als voorzitster telkens met milde hand zou aanbieden... Uw bestendige vriendelijke glimlach zal er wel voor iets tussen zitten.

De waarheid is echter dat u in uw functie bijzonder en algemeen wordt gewaardeerd, mede wegens uw grondige kennis van de onderwijsproblemen en de vastberaden — en niet van behandigheid gespeende — wijze waarop u de werkzaamheden leidt. Want de commissie voor de nationale opvoeding is uiteraard geen gemakkelijke commissie wegens de politieke geladenheid van de besproken onderwerpen : het schoolpact, de universitaire expansie, enz....

Toen u een paar jaar terug te rade ging bij mijn geachte voorganger, minister van State Van Acker, over de interpretatie van het reglement ten einde een procedure-incident tijdig te kunnen opvangen, antwoordde hij u sybillijns zoals hij dat kon : « 't reglement is 't reglement ». Schalks voegde hij er aan toe « maar dat geldt alleen voor 't mannenvolk ». Het blijkt dat u dit laatste bijzonder goed hebt onthouden. Uw mannelijke collega's nemen u dat hoegenaamd niet kwalijk want zij vinden het haast normaal door uw vriendelijkheid enigszins beïnvloed te worden.

Trouwens is het vrouw-zijn in dit Huis een voordeel. Voor u, geachte Mevrouw, zal dit ook wel zo zijn. U voelt de zaken — ook de meest ingewikkelde intuïtief en begrijpend aan, en dit maakt het u mogelijk op het gepaste ogenblik een hevige discussie af te ronden en een verkeerd bedoeld woord recht te zetten of vredevol te interpreteren; zalvend en sussend zou ik zeggen. Met een tikje improvisatie en een vleugje humor worden alle proceduretwisten in uw commissie bijgelegd en kwatongen beweren dat het reglement er zelfs zeer vrij wordt geïnterpreteerd!

De onderwijsproblemen waarmee volgens u — terecht — heel wat menselijke en familiale problemen zijn gemoeid, hebben voor u geen geheimen. Vijf en twintig jaar ervaring en een actieve deelneming aan het parlementair werk zijn zeker niet vreemd aan uw grondige kennis ervan.

Onderwijs hebt u altijd beschouwd als een roeping en het is voor u veel meer dan het al dan niet experimenteren met pluralistische scholen, veel meer dan een kwestie van bouwtoelagen of nog van pro of

Comments