Belgian Chamber of Representatives • Session of 14 January 1964

<< Previous page Page 3/32 Full Session Facsimile / Text Next page >>

16

EXCUSES — VERONTSCHULDIGD

MM. De Groote et Denis, souffrants; M. Christiaenssens, empêché, s'excusent de ne pouvoir assister à la séance de ce jour.

MM. Dejardin, Meyers et Moeyersoen, à l'étranger, prient la Chambre d'excuser leur absence aux séances de cette semaine.

MM. Kronacker et Willot, à l'étranger, s'excusent de ne pouvoir assister à la séance de cette semaine ni à celle de la semaine prochaine.

Voor heden : de heren De Groote en Denis, ongesteld; de heer Christiaenssens, verhinderd.

Voor deze week : de heren Dejardin, Meyers en Moyersoen, in het buitenland.

Voor deze week en voor aanstaande week : de heren Kronacker en Willot, in het buitenland.

— Pris pour information. Voor kennisneming.

ROUWBEKLAG VAN DE HEER EECKMAN, SECRETARIS VAN DE KAMER

ELOGE FUNEBRE DE M. EECKMAN, SECRETAIRE DE LA CHAMBRE

De heer Voorzitter (voor de staande vergadering). — Verleden week overleed na een zeer kortstondige ziekte ons geacht medelid Paul Eeckman, secretaris van de Kamer en voorzitter van de commissie voor de middenstand. Hij was 52 jaar oud.

Twee dagen tevoren had i.ien hem in dit gebouw nog zien rondwandelen met zijn ietwat trage afgemeten schreden, 's Anderendaags zou hij met de Beneluxraad, waarvan hij lid was, naar 's-Gravenhage reizen om er de herdenking van 500 jaar Staten-Generaal bij te wonen en er voorts aan commissiewerkzaamheden deel te nemen. Maar Paul Eeckman, die altijd — wat het ook mocht kosten — aanwezig was waar hij verwacht werd, was er ditmaal niet. Dit verwonderde menigeen. En bij zijn vrienden, die zijn nauwgezetheid kenden, ontstond er een vage vrees, een vermoeden van enig onheil.

Deze vrees was helaas gegrond en aanstaande vrijdag zal een talrijke menigte hem een laatste groet brengen, want Paul Eeckman genoot in zijn streek een zeer grote populariteit. Hoe kon het anders : ' hij heeft er zoveel gepresteerd, zoveel goeds gedaan en ontelbare diensten bewezen aan allen die op hem een beroep deden. En dat deed men nooit tevergeefs, want hij was onvermoeibaar en zijn goed en edel hart bleef nooit gesloten, noch ongevoelig voor de moeilijkheden en de zorgen van 'zijn medemensen.

In 1949 werd hij lid van deze Kamer. Wellicht was dit te danken aan zijn talrijke verdiensten, en na enige tijd zou deze self-made man zich bij zijn collega's ontpoppen als iemand die de moeilijkste problemen bezadigd en onbevooroordeeld uitdiepte Hoewel bij zijn standpunten op overtuigende wijze wist te verdedigen, belette dit hem niet veel begrip en aandacht op te^brengen voor andermans opinies eri argumenten. Dit droeg ertoe bij dat Paul Eeckman zich moch* verheugen in de vriendschap en de waardering van vele collega's.

In de Kamer ging zijn belangstelling vooral naar de middenstandsproblemen en de daarmede verband houdende fiscale kwesties, maar hij had ook aandacht voor talrijke andere materies als daar zijn : oorlogsschade, streekeconoinie, uitbreiding van de kleinverkoopbe-drijven, belasting op de autovoertuigen, enz.

Ook kwam hij meermaals tussenbeide in de debatten over de Rijks-middelenbegroting, de hegrotingen van middenstand, economische zaken en rijksschuld, en voorts nog in de discussie over de wetsontwerpen betreffende de belastingen, waarvan hij de ingewikkelde materie hoofdzakelijk uit een praktisch oogpunt trachtte te bezien.

Na de bevrijding zouden de nieuwe sociale en economische structuren hun stempel drukken op de levensvoorwaarden van de midden-Stand, zoals trouwens van andere bevolkingsgroepen. Paul Eeckman

had dit zeer goed ingezien en hij wendde zijn hoste krachten aan om de middenstaiidsbelangen op alle gebied met hart en ziel te verdedigen. Dit lag overigens in de lijn van zijn vroeger streven : had hij immers niet, als nationaal sekretaris van het Christen Midden-standsverbond, met een allesgevend idealisme geijverd voor het welzijn van de middenstand? Men zal zich ook herinneren dat hij de verslaggever was van de eerste vestigingswet, welke voor de middenstand van grote betekenis is gebleven. Paul Eeckman had het belang van die wet ingezien en was er zich van bewust dat ze aan de echte middenstanders een wapen in handen zou geven om hun kwalificatie te bevorderen.

Trouwens, niemand zal het betwijfelen dat Paul Eeckman's parlementair streven volledig in het teken stond van de middenstand, en dat hij aldus steeds in de voorste linie stond van de strijd om aan de zelfstandigen een degelijk pensioen te bezorgen.

De onvermoeibare werker die hij was zou zijn activiteit echter op ruimer terrein ontwikkelen, met name in de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, waarvan hij sinds het ontstaan lid was. Dank zij zijn klare kijk op de problemen van het economisch beleid in de grensstreken — in het bijzonder in die van de kanaalzone Gent-Terneuzen — vermocht hij het met kennis van zaken en efficiënt in de debatten van de Beneluxraad het woord te voeren en aldus op voortreffelijke wijze de belangen van zijn. land te dienen.

Hij maakte zich ook verdienstelijk als lid van de studiecommissies voor de belangen van de Belgische Middenstand in de Europese Economische Gemeenschap, en ook nog als lid van verscheidene andere officiële en privé-organisaties die de belangen van de middenstand behartigen.

In de Kamer genoot Paul Eeck: .n de reputatie een man te zijn die met gezond verstand en kalm overleg zijn oordeel te kennen gaf. Hij was ook vertrouwd met de administratieve aangelegenheden en derhalve werd hij op 8 november 1960 door zijn vrienden voorgedragen als secretaris van de Kamer, een functie die hij sindsdien ononderbroken bekleedde.

Paul Eeckman is ook actief geweest op het gemeentelijk plan. Hij was sinds 1952 schepen van financiën te Eeklo, en indien zijn bezorgdheid haast vanzelfsprekend ging naar de middenstand, toch zou hij een vooraanstaande rol spelen inzake openbare werken. Iri zijn stad en in gans het Meetjesland werd zijn werk op hoge waarde geschat, en als voorzitter van het Expansiecomité Eeklo heeft hij zijn dynamisme kunnen uitleven. Al zijn streven terzake was gericht op een verantwoorde werkverschaffing.

Ik wil dit zeer onvolledige beeld van Paul Eeckman niet besluiten zonder de bedenking te maken dat hij de zware tol heeft betaald voor de te jachtige, te vermoeiende en te veeleisende inspanningen van het parlementaire leven.

Wij weten dat thans een echtgenote alleen blijft met haar leed. Haar man, wiens rondborstigheid, eenvoudig en sympathiek voorkomen ons zal bijblijven, heeft zijn land en zijn overtuiging op voortreffelijke en eerlijke wijze gediend. Moge dat voor Mevr. Eeckman, naast de betuiging van ons aller sympathie, een troost zijn in de zware beproeving die haar treft.

Wij bieden haar en haar kinderen ons welgemeend medeleven aan.

De heer Th. Lefèvre, Eerste-Minister. — De regering sluit zich aan bij de woorden van de heer voorzitter.

Ik heb Paul Eeckman persoonlijk goed gekend als secretaris van het N.C.M.V. en als schepen van de stad Eeklo.

Hij was een levenskrachtige en actieve natuur. Behalve een enkele waarschuwing enige tijd geieden, is hij nooit ziek geweest. Hij was een trouwe vriend en wij zullen zijn nagedachtenis dankbaar in ere houden.

Duizenden mensen heeft hij geholpen.

Hij verdeelde zijn activiteit onder de Interparlementaire Benelux-unie, de Kamer en dc; stad Eeklo.

Zijn vroeg heengaan is een zv^ar verlies voor allen. De regering biedt aan Mevr. Eeckman en aan de kinderen van de overledene haar diepe gevoelens van deelneming aan.

Comments