Belgian Chamber of Representatives • Session of 11 March 1930

<< Previous page Page 6/18 Full Session Facsimile / Text Next page >>

918

CHAMBRE DES RESSENTANTS. —

ANNALES PARLEMENTAIRES.

pc-stsie, et d'ailleurs les voûtes fragiles et tendres que l'on admire au comté de Kent, ou au pays de Poperinghe, ont bien aussi leur charme!

Voilà don quelques indications qui ne contredisent pas celles données par ceux de mes honorables collègues qui s'intéressent, eux aussi, à cette culture, mais qui les complètent peut-être sur l'un ou l'autre point.

Je conclus en disant que l'effort de l'Etat et de nos autres pouvoirs publics, notamment la propagande excellente qu'ils peuvent exercer et qu'ils exercent par notre corps d'agronomes si justement apprécié, doit se conjuger avec la prévoyance et la clairvoyance de nos planteurs eux-mêmes. Cette race de planteurs hou-blonniers est infiniment intéressante. Je répète que nous ne devons pas nous résigner à voir disparaître cette culture additionnelle, familiale, hygiénique et bienfaisante. Tout comme nos diverses cultures fruitières, celle du houblon correspond bien, à mon sens, à l'économie actuelle et future de notre pays. Qu'on appelle de plus en plus l'attention de nos planteurs sur des remèdes dont ils seront les premiers bénéficiaires, que leur initiative s'ajoute à la sollicitude du gouvernement, et en cette matière, une fois de plus, nous pourrons constater la vérité du vieux proverbe : « Aide-toi, le ciel t'aidera. » (Très bien! très bien à droite.)

AL le président. — La parole est à M. de Bétlumc.

De heer de Béthune. — De interpellatie van mijn achtbare collega Dl' Brutsaert komt ten gepasten tijde om de aandacht van het land te vestigen op den noodlottigen toestand in dewelke de hopcttltuur zich bevindt en om de noodige maatregelen trachten te treffen om die vermaarde en belangwekkende cultuur van den ondergang te redden.

De hopteelt is soms onderhevig aan gewelüge crisissen, die tot heden altijd overwonnen zijn geweest, ■ dank zij de taaie wilskracht onzer Vlaamsche boeren; zulks was namelijk het geval, in 1904, als wanneer de regeering eene eerste hopcommissie aanstelde; thans wordt de hopcultuur, na eenige jaren bloei en welvaart te hebben gekend, door eene crisis bedreigd, die alle andere door hare hevigheid en hare langdurigheid overtreft.

Ik wil in korte woorden onderzoeken welke de oorzaken zijn van dien droevigen toestand.

De eerste oorzaak is inbetwisfbaar de overproductie, die zich in de gansche wereld voordoet; niet alleen in België, maar ook in Frankrijk, Engeland, Duitschland, Yougoslavie, Polen, enz., zijn er uitgestrekte hopvelden bijgeplant, bij zooverre dat de wercldopbrengst het mogelijk verbruik overtreft.

Daarbij komt zich eene tweede oorzaak voegen, die om zoo te zeggen het gevolg is der overproductie; alle landen hebben zich trachten te redden "door het verhoogen der invoerrechten op de hop; zoo heeft men in Duitschland en Engeland de rechten zoodanig doen stijgen dat het zeer moeilijk-, ja zelfs bijna onmogelijk geworden is er onze hoppen nog in te voeren; in Frankrijk is het gansch onmogelijk. In België zijn de inkomrechten zeer gering en niet in . verband met deze welke naburige landen hebben opgericht.

Een derde oorzaak van den misverkoop bestaat hierin dat de Belgische brouwnijverheid de inlandsche hop niet genoeg verbruikt. Verre van mij het gedacht hierdoor aân onze brouwers een verwiit te richten, dat misschien ongegrond is; doch, het is een feit dat hier moet bestatigd worden om, indien mogelijk, aan dien toestand te verhelpen.

Ik beken volgaarne dat in deze laatste jaren vele brouwers de pogingen onzer hopplanters hebben ondersteund en ik wil hen hiervoor hulde brengen.

Ik moet er bij voegen dat de hoedanigheden der hop soms ook te wenschen laten, onder oogpunt van het plukken, van het droogen en ook der verzorging in het algemeen. Wat hoofdzakelijk moet verbeteren, zijn de geteelde soorten. Een onzer groote brouwers verklaarde nog onlangs dat hij Belgische hop met gunstig gevolg in zijne fijnste bieren had verwerkt. ,

Ongelukkiglijk, is het getal landbouwers die hop van allereerste hoedanigheid voortbrengen te gering en het is hoog dringend dat het voorbeeld, gegeven door eenige onzer ervarenste hopboeren, door de algemeenheid zou gevolgd worden.

Straks kom ik op dat punt terug.

Een vijfde oorzaak der moeilijkheden die onze hopplanters ont moeten bestaat in de onvolmaakte inrichting onzer hopmarkten. Er wordt .niet genoeg rekening gehouden van de verschillende hoedanigheden der voorgestelde hop. De marktprijzen voor goed-geteeide en verzorgde hoppen zijn soms dezelfde als voor gemeene produkten, wat natuurlijk voor gevolg heeft onze meest oppassende hopboeren te misnoegen en te ontmoedigen. In Duitschland wordt de hop alleenlijk gerangschikt en verkocht volgens hare hoedanigheden. Zoo, bij voorbeeld, op de markt te Nurenberg wordt soms, dezelfde dag, hop verhandeld waarvan de prijs, \ e.lgens eie hoedanigheid, tusschen 30 en 90 mark kan schommelen.

Ziedaar, mijnheeren, eenige oorzaken der crisis; ik wil in kort onderzoeken in welke mate de regeering ons behulpzaam kan zijn.

De hopplanters dringen er bijzonder op aan opdat de invoerrechten op vreemde hop zouden verhoogd worden. Ik weet welk'e moeilijkheden dit vraagstuk doet oprijzen, doch ik ben overtuigd dat het hoogst noodig is eene voldoende oplossing te vinden en, in naam der hopboeren, dring ik er bijzonder op aan opdat de achtbare heer minister van dien gegronden wensch zou rekening houden en bij de eerste herziening der bestaande handelstraktaken, krachtdadig zou optreden in voordeel onzer hopcultuur.

Wel is waar wordt de verhooging der inkomrechten op vreemde hoppen'door de Belgische brouwnijverheid bestreden, doch ik denk niet dat onze brouwers over doeltreffende argumenten beschikken om zich tegen de toepassing van dit reddingsmiddel onzer hopcultuur te verzetten.

De lage gisting, die de fijnste hopsoorten gebruikt, en verklaart in den huidigen toestand verplicht te zijn voor haar fijne bieren bijna uitsluitelijk beste uitheemsche hop te koopen, zal door eene mogelijke verhooging der rechten niet getroffen zijn; immers, verhoogde inkomrechten zouden slechts in een zeer geringe verhouding op den prijs van het bier invloed uitoefenen.

De ontwikkeling van groote brouwerijen en de volmaaktheid der techniek hebben toegelaten eene kleinere hoeveelheid hop te verbruiken dan vroeger; de verbruiker bekommert zich boven al met de hoedanigheid en de fijnheid der bieren die hij drinkt, en het is verders bewezen geweest dat eene verhooging der rechten toch maar eene zeer onbeduidende prijsverhooging der bieren kan teweegbrengen.

Doch, benevens de verhooging der inkomrechten, moet het vraagstuk van den invoer der vreemde hop nog onder een ander oogpunt beschouwd worden.

In deze laatste jaren zfjn duizenden balen hop, van ondergeschikte waarde en van zeer slechte hoedanigheid in ons land ingevoerd; die hoppen hebben onze inlandsche markt gansch ontredderd en aan onze cultuur eene oneindige schade berokkend.

Men weet wat er hiermede is gebeurd; een deel dier bijna onbruikbare hop is met onze inlandsche hop gemengd geweest en misschien wel is zij, na eene zorgvuldige bewerking te hebben ondergaan, als Belgische hop in ons land of in den vreemde aan de hand gebracht.

Wat meer is, het is bewezen dat vreemde hop met perenpspora aangetast, die voor deze rede in Engeland onverkoopbaar was, in België ingevoerd is en misschien wel de oorzaak kan geweest zijn van het verspreiden dier gevaarlijke ziekte in ons lat Al.

Ik weet dat de heer minister reeds maatregelen getroffen heeft om dit in de toekomst te beletten; ik ben er hem zeer dankbaar voor en ik druk den wensch uit dat hij desgevallend krachtdadig zou optreden om zulks te beletten.

Ik wil nu een woord zeggen op de noodzakelijkheid de cultuur onzer inlandsche hoppen te verbeteren en de hoedanigheid onzer producten door eene betere verzorging te doen stijgen.

Reeds na het eerste onderzoek, door de regeering in 1903 ingesteld, zijn onder-dit oogpunt belangrijke pogingen aangewend en zeer troostende uitslagen bekomen.

Door het stichten van hopbonden, het inrichten van prijskampen en tentoonstellingen, het geven van honderden voordrachten en het verspreiden van vlugschriften of raadgevingen, is de toestand merkelijk verbeterd en heeft men in elke gemeente, waar hop wordt geteeld, enkele bezorgde hopplanten ontmoet die beste fijne producten hebben voortgebracht. Ongelukkiglijk is dit voorbeeld niet door alle hopboeren gevolgd.

Eene der bijzonderste oorzaken der onverschilligheid van een deel der hopboeren is de ontoereikendheid der hulpgelden door het ministerie verleend voor het inrichten van prijskampen en proefvelden en het geven van. voordrachten.

Het is van groot belang dat meer voordrachten zouden gegeven worden nopens het bestrijden der ziekten'die, in deze laatste jaren bijzonderlijk, onze hopvelden hebben aangetast. De groote meerderheid der planten is thans door persoonlijke ondervinding overtuigd dat de insecten, de blad- of stamziekten door voorkomende middelen moeten bestreden worden; doch, die overtuiging is nog niet algemeen, en het is slechts door een onophoudende propaganda dat alle planters er kunnen toe gebracht worden de gevaarlijke ziekten, die onze hopvelden soms vernielen, te bestrijden en te overwinnen.

Ten einde eene hop te winnen die door onze groote brouwerijen kan benuttigd en geprezen worden, is het hoofdzakelijk niet alleen de hop goed te verzorgen, te plukken en te drogen, maar het is ook van het grootste belang fijne variëteiten te telen.

In het gewest van Aalst hebben bijna al de boeren de oude variëteit, « Coigneau » genaamd, laten varen en vervangen door de « groene bel

Dank zij de zelfopofferingen en de langdurige proeven gedaan in Brabant door den heer Van Droogenbroek, in Vlaanderen door

Comments