Vleermuishersenen

In het artikel 'What is it like to be a bat?' verdedigt de filosoof Thomas Nagel de stelling dat het bewustzijn zich onttrekt aan een wetenschappelijke verklaring. Zijn redenering is ongeveer als volgt: zelfs als we alles wisten over de hersenen van een vleermuis, en iedere gedraging van zo'n beestje exact konden voorspellen op basis van zijn neurale toestand, dan nog zouden we niet weten hoe het is om een vleermuis te zijn. Hoeveel we ook weten over de neurowetenschappelijke details van het vleermuizenbrein, er blijft altijd een gaatje zitten tussen die wetenschappelijke kennis enerzijds, en de subjectieve ervaring van vleermuisbewustzijn anderzijds.

Sinds ik dat artikel voor het eerst las, zo'n acht jaar geleden, is het met mij nooit meer helemaal goed gekomen. Ik kan geen dierentuin meer in of ik wordt overvallen door de vraag hoe het is om een pinguin te zijn. Of een berggeit. En ik moet Nagel gelijk geven, want hoe aandachtig ik de bordjes met wetenschappelijke informatie bij de kooien ook bestudeer, het helpt mij niets. Het bewustzijn van de dwergmarmot is met wetenschappelijke kennis even ontoegankelijk als zonder.

Het gekke is dat deze ervaring zich bij andere mensen in veel minder sterke mate voordoet. Als ik in onze kantine ben, vraag ik mij bijvoorbeeld weleens af hoe het is om een eerstejaars te zijn die de prijs van een broodje kaas voor het eerst ziet. Dat gaat mij wonderwel goed af, ook al weet ik verder niets van de hersentoestand van die eerstejaars. Nu ligt dat misschien eerder aan de prijzen in onze kantine, dan aan mijn empathisch vermogen, maar toch blijft het opmerkelijk hoe gemakkelijk mensen elkaars mentale toestanden lezen.

Het lezen van mentale toestanden is vele malen ingewikkelder dan bijvoorbeeld worteltrekken of aardrijkskunde. Toch wordt het niet onderwezen op school. Het ontwikkelt zich helemaal vanzelf bij ieder normaal kind. Dat doet vermoeden dat het empathisch vermogen op de een of andere manier in de hersenen versleuteld zit. Daarmee dient de interessante mogelijkheid zich aan, dat onderzoekers op basis van neurowetenschappelijke kennis zouden kunnen verklaren waarom ik de subjectieve ervaring heb dat ik het roerend eens ben met Nagel, die zegt dat subjectieve ervaringen niet op basis van neurowetenschappelijke kennis te verklaren zijn. Op het eerste gezicht zou dat een triomf inhouden voor de neurowetenschap. Maar: ik zou zo'n verklaring onmiddelijk kunnen weerleggen door ermee akkoord te gaan. Wie heeft er dan gelijk?