Jan Versnel Architectuur Goed Wonen Bruynzeel Pastoe en het Bedrijfsfotoboek
...Typerend voor zijn foto's is de leegte en de nadruk op de strakheid van het ontwerp, vaak benadrukt door enorme wolkenluchten erboven...

Jan Versnel Woningiinterieurs

Pastoe 1957
Paul Huf Jan Versnel Pastoe fotopocket
Jan Versnel Bodon

 De architect Bodon schijnt ooit van een van zijn gebouwen gezegd te hebben dat het weer afgebroken mocht worden omdat hij er een foto van Jan Versnel van had. Dat zegt iets over de status van een van Nederlands bekendste architectuurfotografen die nu geëerd wordt met deze prachtige uitgave. Maarten Kloos (directeur van Arcam) schetst de context waarin Versnels werk gezien moet worden: hij is het bekendste geworden als chroniqueur van het Nieuwe Bouwen en was actief in de redactie van verschillende tijdschriften, zowel op het gebied van architectuur als woninginrichting. Typerend voor zijn foto's is de leegte en de nadruk op de strakheid van het ontwerp, vaak benadrukt door enorme wolkenluchten erboven. Bevat een uitgebreide biografie en een lijst van werken. Schitterend uitgegeven met (uiteraard) heel veel zwart-witfoto's van architectuur van o.a. Rietveld, Van den Broek en Bakema, Maaskant en Van Eyck, maar ook van Bonnemaen Hoogstad.

De eerste fotografen die in Nederland bekend werden door hun architectuuropnamen, zoals Hille, Oosterhuis en Hameter, kozen als hun onderwerpen vooral de paranormale stadsgezichten, spectaculaire bouwplaatsen van spoorwegen en bruggen en grote nieuwbouwprojecten als stations en musea.
In de periode van de Kunstfotografie rond 1900 werden opdracht- en vrij werk van elkaar gescheiden. In hun vrije werk waren de kunstfotografen vooral op zoek naar de aanwezige sfeer in de stedelijke omgeving.
In de jaren twintig en dertig ontwikkelde zich parallel aan het Nieuwe Bouwen in de architectuur, de Nieuwe Fotografie, een stroming die in Nederland vooral werd gepropageerd door de ontwerpers Paul Schuitema en Piet Zwart. De architectuurfotografie ontwikkelde zich tot een duidelijke specialisatie, met als belangrijkste representanten de fotografen Van Ojen, Kamman, Bensnyö en Deul, in de jaren vijftig gevolgd door prominente architectuurfotografen als D’Oliveira, Spiesen Versnel
  

Jan Versnel Bruynzeel Fineerfabriek
Ata Kando Jan Versnel Ogem

Goed Wonen jrg. 7 (1954) 4. Signatuur BRUSSE T 11:7 [1]. Omslag.    

Versnel Pruys Binnenhuis adviezen voor woninginrichting

Home

de Stichting Goed Wonen

In de hoop op een betere toekomst werd net na de Tweede Wereldoorlog de Stichting Goed Wonen opgericht. Middels een tijdschrift, een toonzaal en modelwoningen wilde Goed Wonen het Nederlandse volk een zekere wooncultuur bijbrengen. De Stichting was betrokken bij alle aspecten van het wonen: zij ontwikkelde samen met architecten efficiënte woningen en bevorderde de productie en distributie van meubels, stoffen en gebruiksvoorwerpen.
Goed Wonen paste bij de inrichting de ideeën toe die ontwikkeld waren in de stedenbouw. De CIAM (Congrès lnternationaux d'Architecture Moderne, een internationale organisatie van moderne - functionalistische -architecten) had in 1933 geformuleerd dat een stad een optelsom hoort te zijn van de ruimte die nodig is voor wonen, werken, en recreatie en de verbindingswegen tussen die drie basisfuncties. Dit principe werd door Goed Wonen vertaald naar de situatie binnenshuis. Zij analyseerde daartoe hoeveel ruimte de bewoners nodig zouden hebben voor de drie functies en hoe de verbindingen tussen die plaatsen zo gunstig mogelijk zouden lopen. Zo ontstonden eethoeken, zithoeken, kookruimten, studeerhoeken en duidelijke looplijnen. De studeerhoek en ook de slaapkamers werden zodanig ingericht en zonodig van de rest afgeschermd, dat er een eigen besloten sfeer kon ontstaan. Soms werd de grootste slaapkamer, die per definitie eigenlijk altijd voor de ouders is bestemd, ingericht als speel- en slaapkamer voor de kinderen, of als studeer- en knutselhoek. De afwisseling tussen openheid en beslotenheid werd één van de kenmerken van het Goed Wonen-interieur.

De architect moest er voor zorgen, dat de ramen zo groot mogelijk waren en de binnenhuisarchitect moest erop letten dat de relatie binnen-buiten (individu-maatschappij) intact bleef. Licht, lucht en zon moesten vrijelijk naar binnen kunnen treden. Het zijn elementen die bij Goed Wonen stonden voor een gezond en hygiënisch leven, als ook voor het levensgevoel van de vrije en blije mens. Het was dus zaak de ramen zoveel mogelijk vrij te laten; vandaar dat zij in het algemeen afkerig was van vitrage en pas overgordijnen gebruikte om hinderlijke inkijk tegen te gaan. Kleuren in het interieur moesten licht en helder worden gehouden en niet al te opdringerig zijn. Herhaaldelijk wees zij op het gevaar van kakelbonte interieurs van mensen die niet wisten met kleur om te gaan. De interieurs van Goed Wonen waren rustig van kleur, met slechts hier en daar accenten van sprekende (primaire) kleuren. In dit alles (licht, mobiel en open) moest de levensblijheid en de vitaliteit van de mens zoveel mogelijk naar voren komen.

Eén van de belangrijkste middelen waarmee Goed Wonen haar ideeën wilde uitdragen, was de modelwoning: 'Geen beschrijving op papier, geen toelichting of uiteenzetting is zo effectief als de ruimte zelf en de manier waarop die is gebruikt.' Tussen 1948 en 1969 heeft Goed Wonen zo'n 75 modelwoningen ingericht. Dat gebeurde verspreid door het hele land, met een lichte nadruk op Amsterdam en Den Haag. Ze werden in woningwetwoningen ingericht door binnenhuis-architecten, die -soms tijdelijk - verbonden waren aan de stichting. (...) De beperking tot woningwetwoningen was een bewuste keuze: in zulke huizen woonden 'brede lagen van de bevolking'.

Bovendien kon alleen dan subsidie van rijk of gemeente worden verkregen. (...) Het initiatief tot een modelwoning kon, in het algemeen, uitgaan van de woningbouwvereniging, de architect of de gemeente. In enkele gevallen heeft Goed Wonen dat geweigerd, maar meestal zijn de aangeboden woningen toch ingericht, ondanks de soms felle kritiek op de grootte, op de indeling of op praktische onhandigheden. De overweging hierbij was dat de toekomstige bewoners weinig hadden aan kritiek op hun woningen en dat ze meer gebaat zouden zijn met het laten zien van manieren waarop de fouten in de woning hersteld of weggewerkt zouden kunnen worden. (...)

Sinds de jaren 60 toonde Goed Wonen vaak interieurs van kunstenaars en intellectuelen, die Waterlooplein-interieurs genoemd zouden kunnen worden: een samenraapsel van dingen die er vooral niet 'clean' en modern uit mogen zien. In een tijd waarin autoriteiten ondergraven werden - dus ook de Goed Wonen-vormgeving - was dit soort interieur te beschouwen als de overwinning van de eigen keuze van de bewoner: eenvoudige vormen, hygiëne en rationeel huishouden werden niet meer als waarden gezien.

Goed Wonen wilde de consumenten zelf hun eigen keuze laten maken en hun eigen inrichting laten bepalen. Uit eigen analyses blijkt echter, dat vooral de etagewoningen vaak zo uniform van indeling waren, dat daarbinnen nauwelijks of niet te variëren viel, tenzij met een andere kleur gordijnen of soorten materiaal en typen meubelen. Een lage borstwering van de ramen aan de straatzijde en de situering van een doorgeefkast tussen keuken en woonkamer zijn bepalend voor de plaatsing van de zithoek, respectievelijk eethoek en niet de individuele wensen van de bewoner. Aan de hand van een tweevoudige inrichting van eenzelfde type woning toonde onderzoek aan, dat Goed Wonens suggestie van individuele vrijheid in werkelijkheid niet opging.

Als het in plaats van zo eens zo was. In : goed Wonen 3 (1950)

Bovendien stonden andere belemmerende factoren een individuele inrichting in de weg, zoals de veel toegepaste glaspui tussen woonkamer en ouderslaapkamer. Dit element, dat de visuele relatie tussen de beide vertrekken zou moeten bewerkstelligen, bleek vaak een hinderpaal voor een gewenste plaatsing van de meubels. Uit deze (zelf)kritiek valt dus op te maken, dat Goed Wonen minder gevarieerd te werk is gegaan dan zij zelf dacht. Vooral de etagewoning schreef te veel één bepaalde richting voor en zou dientengevolge dit deel van de woningbouw de (niet gewilde) beperkingen opleggen. Met haar keuzes voor een bepaald type gezin en voor een beperkt programma van inrichting voor de woonkamer heeft Goed Wonen zelf aan de clichévorming meegedaan.

Samenstelling van het bronmateriaal voor de vaklokalen uitsluitend en alleen ten behoeve van de vak ckv-1 uit het algemeen deel  voor havo en atheneum en het vak ckv vmbo en de kunstvakken uit het profiel C&M. (CKV 2/3 en tehatex) en uit de onderbouw het vak beeldende vorming. Meewerken aan deze site? Opsturen via e-mail is voldoende. 

Bronnen: In de tuinstad Nieuw-West in Amsterdam, ontstaan in de jaren 50, lieten architecten van Goed Wonen in compleet gestoffeerde modelwoningen zien hoe hun ideeën gerealiseerd konden worden. Potentiële bewoners en vele anderen drukten hun neuzen plat tegen de ramen van deze droompaleisjes. Fotograaf Jan Versnel legde toentertijd de modelwoningen en hun modelbewoners vast.

Tomado: wie glimlacht niet die zichzelf beziet? [Text A. Buffinga, T. Schaap. Photography JanVersnel. Illustrations: B. van den Born. Layout C. L. W Wirtz].

Dordrecht / 1962 / 20 p. / spiral bound / 21x16cm / 10 b&w photographs / interieuropnamen, stadsbeeld / in- en exterieur van het Tomado-huis, Dordrecht). - Ill. 11 b&w photographs / komische striptekeningen / bedrijfscultuur). / NN / Firmenschrift / Photographie - Anthologie - Auftragsphotographie, commissioned photography - Nederland, Niederlande - 20. Jahrh. / Printed by Vlasveld & Co, Rotterdam (boekdruk). - Opdrachtgever: Tomado-huis en de Commissaris van de Koningin in de Provincie Zuid-Holland (ingebruikneming). - Woord-beeld-equivalent. Architectuuropnamen worden afgewisseld met stadsbeelden. De mens wordt niet in beeld gebracht.

Bruynzeel Fineerfabriek NV. [Foreword Directie Bruynzee.l Photography JanVersnel. Layout Harry N. Sierman].

Zaandam / 1962 / 66 p. / pb. (sewn) / 23x23cm / 38 b&w photographs, in opdracht en uit bedrijfsarchief bedrijf, bedrijfsreportage en productfoto's, productieproces, toepassing en monsters van geleverde materialen). Ill. 4 b&w photographs, 2 color / beeldmerk (adelaar), grafische weergave van zaagwijze en stadia in triplexfabricage). / NN / Firmenschrift / Photographie - Anthologie - Auftragsphotographie, commissioned photography - Nederland, Niederlande - 20. Jahrh. / Printed by Drukkerij C. Huig NV, Zaandam (boekdruk). - Opdrachtgever: Bruynzeel Fineerfabriek NV, Zaandam (voorlichting). - Grensgeval tussen productcatalogus en bedrijfsfotoboek met kenmerken van foto-typo-taal. De tekst is gezet uit de Gill. De toepassing van verschillende papiersoorten, foto's voorzien van steuncoloren, colorvlakken en productfoto's bepalen de opmaak.

Van Leer: VL. [Photography JanVersnel. Layout Otto Treumann].

Amsterdam, / 1959 / 22 p. / spiral bound / 22x28cm / 12 b&w photographs / vormstudies en interieuropnamen. - Ill. 2 b&w photographs / beeldmerk. / NN / Firmenschrift / Photographie - Anthologie - Auftragsphotographie, commissioned photography - Nederland, Niederlande - 20. Jahrh. / Printed by Drukkerij Lecturis NV, Eindhoven (boekdruk). - Opdrachtgever: NV Kunstwerkstede Amsterdam (voorlichting). - Kenmerken van productcatalogus. Het boekje, doorschoten met gecolorde kartonnen bladen, bevat geen tekst en is voornamelijk een productcatalogus, waarin aspecten worden getoond van het kantoor van Van Leer's Vatenfabrieken NV te Amstelveen, dat door M. Breuer in 1959 is gebouwd en ingericht door H. Salomon.

 

Jan Versnel Bart Sorgedrager Goed Wonen in Nieuw-West