Ed van der Elsken Analyse van een foto

Ed van der Elsken met dank aan Sabine Aarts

Geen titel (werk uit: Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés) 1952

Interview met Ed van der Elsken (Volkskrant, 30-04-1990)

Ed van der Elsken werd een paar maanden voor zijn dood geïnterviewd door de Volkskrant over zijn werk, van 1950 tot 1990.

(…)Ik benader een land anders dan een schrijver. Ik moet het van mijn ogen hebben. Hoe minder ik de taal kan spreken, hoe meer ik met mijn ogen moet werken. Ik geloof dat ik met die begaafde oogjes, en die kunst van het kijken, tot dingen kom die ik misschien niet eens zou zien als je eerst uitvoerig over een land zou lezen. Ik ben niet echt een journalistieke fotograaf, werk niet met een verslaggever, wordt niet gecoacht. Ik zwerf, ik ga de straat op. Ik fotografeer van dichtbij, maar roep weinig agressie op. Maar de mentaliteit verandert. Er kan minder, de zelfkant is agressiever geworden. Ik ga niet mijn leven wagen. Amsterdam is linke soep geworden.

Ik ben trouwens sowieso uitgekeken op die zelfkant, de achterbuurten, de onderwereld. Hoe het komt? Ik ben geen psychiater. Het is gewoon zo. Ik had het voor het eerst in Japan. Ik liep in een achterbuurt en dacht: Schei toch uit man, schei uit. (…) Ach ik heb natuurlijk niet mijn hele leven die zelfkant gedaan. Halleluja-blijdschap was er ook.

(…) Ik heb altijd mijn eigen dingen gedaan. Het zal zo wel hebben moeten zijn. Het is allemaal goed terecht gekomen. Op m’n eigen manier.

Tijdgenoten

Bijna alle belangrijke Nederlandse fotografen van de jaren vijftig werkten korte of langere tijd in Parijs. Emmy Andriesse bijvoorbeeld, maar ook Sem Presser, Ad Windig en Kees Scherer. Deze fascinatie voor Parijs leverde vele fotopockets op, zoals “Bonjour Paris” van Cas Oorthuys (1951) en “Vrouwen van Parijs” van Nico Jesse (1954). En met “Paris mortel” (1963) verbeeldde ook Johan van der Keuken met Parijs.

Van 4 september tot 12 december 2004 is er in het Stedelijk Museum Schiedam een tentoonstelling (“Parijs was MIETERS!”) 1945-1965 over fotografen die in die tijd (1945-1965) in Parijs werkten. De tentoonstelling laat zien hoe de Nederlandse fotografen in Parijs naar hun collega-kunstenaars keken, die mede dankzij die foto's roem vergaarden, zoals de jonge schilders Karel Appel en Corneille, de bejaarde Kees van Dongen en Ossip Zadkine. Maar de tentoonstelling geeft vooral een uniek beeld van de Nederlandse blik op Parijs in de jaren vijftig: een adembenemende wereldstad van on-Nederlandse allure, schijnbaar onaangeraakt door de Tweede Wereldoorlog, waar de piekfijne mannequins, de grandeur van de Eiffeltoren en het pittoreske Montmartre het meest fotogenieke straatbeeld ter wereld opleverden. Met hun camera verzoenden ze elke tegenstelling, in een wereldstad zonder weerga. ‘Alles van Parijs was mooi,’ vond Charley Toorop al voor de oorlog. Voor de jeugd van de jaren vijftig was Parijs in één woord: ‘mieters!’

Receptie op het werk

In de tijd van Ed van Elsken liepen de meningen over zijn eerste fotoboek “Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés” ver uiteen. Met dit boek kreeg hij direct internationale bekendheid en zorgde voor een discussie. In Nederland oordeelden Simon Carmiggelt en Godfried Bomans positief, maar Dominee Buskes’ oordeel in Vrij Nederland(13-12-1956) was streng afwijzend: “Rotheid zwart op wit met soms een tekst, die je ook in een urinoir kunt lezen. Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Près! Rottend Europa! Rusland zal dit boek gebruiken als een overtuigend bewijs, dat Europa vanwege zijn decadentie kan worden afgeschreven.” Maar jaren later wordt er bijna alleen nog maar positief gereageerd op zijn werk. Men zegt dat hij één van de belangrijkste fotografen van de jaren ’50 is.

Hier enkele artikelen over Ed van der Elsken en zijn fotoboek.

Uit : HerzienNRC-handelsblad (08 februari 1991)door Willem Jan Otten  “(…) Ed van der Elsken beoefende een narcisme. Keer op keer slaagde hij erin om iemand zó naar hem te laten kijken, dat zijn eigen onweerstaanbaarheid werd aangetoond. En daardoor word je kijkend naar veel van zijn foto’s zelf ook, op je eigen ondermaanse wijze, buitensporig onweerstaanbaar. Iedereen die geneigd is op ogenblikken van verlangen weg te kijken, zou de dag moeten beginnen met tien minuten Ed van der Elsken.

Raar en vitaliserend dit werk. De vrouw op de foto is uitzonderlijk mooi, maar ook vreemde onappetijtelijke, ongure, en zelfs agressieve types ontlokt hij deze blik. De mensen onder zijn ogen zijn mooi.”

Uit: Eigenwijs. Eigen wijs NRC-handelsblad (9 maart 2001)door Joyce Roodnat Die wie-doet-me-wat-attitude heeft bijvoorbeeld geleid tot de foto's van Ed van der Elsken. Zijn wereld, vastgelegd in zijn fotoboeken, vond zijn oorsprong in Parijs, in de jaren vijftig. Waar collega Johan van der Keuken de nouvelle vague zo liefderijk zou omarmen dat hij geen baat vond bij een Nederlandse kijkwijze, bleef Ed van der Elsken het Amsterdamse schoffie. Met een gezonde kleur op zijn smalle smoel en een sjekkie vrolijk tussen zijn tanden. Existentialisme? Me reet! Maar wel mooi, potverdorie wat kijk ik graag naar die verloren bohémien-kinderen in Saint Germain.

Parijs werd zijn `werkterrein', formuleerde hij later. Hij ving er een ronde mooiste meisjesbuik in een T-shirt.

Zo is Parijs, jongens, geloof me nou gewoon.

Puur Nederlands kijken steekt er in de foto's van Ed van der Elsken. Zijn werk staat niet alleen. Anders, maar net zo onversneden komt het naar voren in de gedaanten van de hedendaagse Nederlandse fotografe Rineke Dijkstra. In haar foto's van net bevallen vrouwen met hun nieuwe baby's tegen zich aangedrukt. In haar portretten van scholieren. In het meisje in Tiergarten in Berlijn. Ze kijken in de lens, lachen doen ze nooit, huilen ook niet, en sjansen evenmin. Maar de emotie spat er vanaf.”

Wie zijn foto's bekijkt, wordt een blik in Van der Elskens voor woorden veel te volle ziel vergund. Kijk naar zijn films en hij onderwerpt je aan de verbale dictatuur van zijn gedachten, improviserend, gniffelend, gevoelig, driftig en duivels. En met heel veel 'ik'.

Hij maakte foto's en hij maakte films en die films halen het niet bij die foto's. Ed van der Elskens foto's zijn geslepen, direct, diepzinnig en geinig. Zijn films daarentegen zijn verre van geslepen, ze zijn naïef van melodie en technisch soms al te onvolmaakt. Direct zijn ze wel, bijna bot zelfs. En de gein? Die is ook aanwezig in zijn films, zeker, al ligt het er meermalen dik bovenop - alsof je heel hard op je schouders wordt geslagen door iemand die dubbel ligt om zijn eigen mop.

En toch slepen ze mee, die films met hun wonderlijke, ongeneerd-toepasselijke titels als Welkom in het leven, lieve kleine, De verliefde camera of Avonturen op het land, ze emotioneren juist door hun onbeheerste karakter. Zijn foto's maakte Van der Elsken voor zichzelf. Alle foto's vertegenwoordigen, elk voor zich, autonome werelden. Ze zijn onaantastbaar, ze bestáán, dat zag Van der Elsken als zijn taak, daar ging het hem om.”

 

 

 

 

- Ed van der Elsken

- NRC Elsken

- Noorderlicht Elsken

Going Dutch Ed van der Elsken

Home

 Beschrijving van de voorstelling

Als je naar deze zwart-wit foto (Parijs, 1952) van Ed van der Elsken kijkt, zie je een portret van een vrouw die in een spiegel naar zichzelf kijkt. De vrouw staat rechts in het beeld. De foto is zo genomen dat je haar vanaf haar linkerzijkant ziet kijken in de spiegel en het spiegelbeeld frontaal naar de camera is gedraaid. Hoewel haar blik alleen naar zichzelf is gericht. De spiegel is in het midden van de foto geplaatst. Het gaat hier dus echt om een geposeerde foto, het is geënsceneerd.

Op de achtergrond is via het spiegelbeeld een appartementencomplex te zien. Een echt stadsbeeld. Verder staat de spiegel vol met zwarte vlekjes, waardoor het spiegelbeeld vaak onderbroken wordt en hierdoor onduidelijker wordt (vooral bij het rechterdeel van haar gezicht). De achtergrond is door de vlekjes op de spiegel meer één geheel. Hierdoor valt de vrouw zelf meer op, ze tekent scherp af tegen de achtergrond.

Door het gebouw op de achtergrond, komt er veel ruimte in de foto. Er zit een sterk perspectief in het appartementencomplex, waardoor je voelt dat er achter de vrouw zich nog een hele wereld bevindt. Hoewel de spiegel zelf sterk gekaderd is, wordt de foto juist door de spiegel en haar reflectie ruimtelijk.

De foto is zwart-wit, waardoor er dus geen kleurverschillen zijn, maar wel toonverschillen. Aan beide kanten van de spiegel zie je een dikke zwarte balk, alsof het een lijst is om de spiegel heen. Dit geeft de foto een sterke omkadering. De rest van de foto heeft geen hele sterke toonverschillen: door het licht wat er is gebruikt.

Het licht dat bij de foto is gebruikt, is diffuus, zacht licht. Je ziet geen scherpe schaduwen op de vrouw, hoewel je wel ziet dat het licht van voren sterker is (neus, kin, jukbeenderen). Alleen linksboven in het spiegelbeeld, op het gebouw, zie je wel een scherp (zon)licht. Hierdoor lijkt het licht juist niet gecreëerd, maar heel natuurlijk. Het ziet eruit als daglicht.

Het standpunt van de camera staat zo opgesteld dat je met de vrouw meekijkt naar haar spiegelbeeld en het spiegelbeeld dus naar de camera is gericht. Hierdoor krijg je het idee dat je over haar schouder meekijkt, of haar begluurt.

De blik van de vrouw maakt dit gevoel sterker. De manier waarop ze kijkt naar haar eigen spiegelbeeld is treurig. Ze kijkt zichzelf dromerig aan, alsof ze door zichzelf heen kijkt. Dit zet de kijker ook tot nadenken. Waarom kijkt ze op deze manier zichzelf aan? Waar denkt ze aan? Het is alsof je de vouw begluurt.

Achtergrond Ed van der Elsken

De kunstenaar van dit werk, Ed van der Elsken, werd in 1925 geboren te Amsterdam. Hij verhuisde toen hij vijfentwintig was naar Parijs en ging daar werken en wonen met zijn eerste vrouw Ata Kando. In Parijs heeft hij veel foto’s gemaakt, waaronder de foto die hier besproken wordt. Eenmaal weer terug in Amsterdam (1954), brengt hij zijn eerste boek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés uit. Hierin zijn de foto’s verzameld die hij in zijn jaren in Parijs gemaakt heeft.

Na Parijs wil hij meer van de wereld zien en in 1960 gaat hij naar Bagara (Centraal Afrika). Ook van de werken die hij hier maakt, brengt hij een boek uit, Bagara genaamd. Ook maakt hij nog een wereldreis, samen met zijn tweede vrouw Gerda van der Veen en gaat hij een aantal jaar later naar Japan om daar reisreportages voor het tijdschrift Aveneu te maken.

Naast de twintigtal fotboeken die hij heeft gemaakt, maakt hij ook nog zo’n tien belangrijke films. Waaronder zijn eerste film Handen (1960) en zijn afscheidsfilm, die hij vlak voor zijn dood gemaakt heeft, Bye (1990).

Het werk

Deze foto gemaakt in Parijs in 1952, komt uit een fotoboek: “Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés” (van der Elskens eerste fotoboek, gepubliceerd in 1956, uitgegeven door De Bezige Bij).

Het boek zorgde in die tijd voor een hele discussie. Het boek zou te vulgair zijn, er zou geen behoefte aan zijn, maar ook: het is van grote betekenis. Het is volgens critici een zwartgallig boek over een groep jongeren in Parijs. Na jarenlang uitverkocht te zijn is er eind 1999 een herdruk verschenen.

Het boek is gebaseerd op het leven van Vali Myers, waar Ed van der Elsken een kortstondige romance mee had. Zij was een Australische danseres die naar Parijs was getrokken om geld te verdienen. Zij belandde echter tussen een groep rondzwevende jongeren in de wijk Saint Germain des Prés. Ed besloot de groep, met als spil Vali, te volgen met zijn camera. Hij doet dat als altijd van dichtbij. De serie geeft hij later uit in boekvorm en maakt er een beeldroman van. Hij vertelt een verhaal, deels fictief, deels waar.

Z

'Ik heb Ann lief, maar zij toont geen belangstelling'

ijn hoofdpersonen zijn Ann (Vali) en Manuel, een Mexicaan die via Stockholm in Parijs terecht komt. Het is een verhaal waarbij Manuel zijn liefde voor Ann niet beantwoord ziet. Manuel volgt haar op de voet. Helaas voor hem gaat Ann met veel mannen om, maar heeft ze geen oog voor hem. Geri, een vriendin van Ann, heeft dat wel. De personages kwamen rond van bietsen, stelen en dealen. Drugs en ondervoeding vormen een rode draad in Ann's leven. Na diverse rondzwervingen door de stad belandt Manuel in de gevangenis voor twee maanden. Na zijn vrijlating ziet hij Ann nog één keer en dan gaat hij terug naar Mexico. Maar niet voor hij een keer met Ann naar bed is geweest en er een geslachtsziekte aan overhoudt. 
 

D

'Toen Ann met Margaret woonde was ik dikwijls bij ze...'


e foto's vormen uiteraard ook een geheel met de tekst. Het boek begint met een overzicht van Parijs, waarna enkele jazzscènes volgen. Daar heeft hij Ann leren kennen. We ontmoeten de vrienden van Ann. Je leert hoe ze leven: 'Om aan de kost te komen bietste je. Je bedelde wat geld hier, een stuk brood daar, een kop koffie hier, een sigaret daar.'. Ann flirt met mannen 'Benny en Joe maken Ann het hof. Benny wint...' en je ziet de jaloezie van Manuel. Als Manuel in de gevangenis zit, zie je portretten van Ann. Ze wordt neergezet als femme fatale, als een mannenverslinder. Als tegenstelling zie je Ann aan de afgrond, door de opiumverslaving. Dit beeld wordt versterkt door de zelfportretten van Ann, waar ze mager en bijna dood op staat getekend. Op het laatst zie je Ann haarzelf in een spiegel kussen met daarna een hele zwarte bladzijde. De allerlaatste fotopagina's laten Manuel met Ann zien en Ann met Geri: 'Ann en Geri keken naar elkaar. Zij hadden mij vergeten'. Waarna een brief volgt die Ann aan Manuel schreef: '...hoorden wij dat je nu ook die ziekte hebt. Geri lachte zich rot. Je bent nu echt ingewijd. Geri en ik hebben het ook....' ”
  





Bulletin Stedelijk Museum Amsterdam; Els Barentz








































 






















































Eigen mening

De foto

De foto trok vrijwel meteen mijn aandacht tussen alle andere foto’s. De manier waarop de vrouw naar zichzelf kijkt, vind ik fascinerend. Wat denkt ze? Wat voelt ze? Is ze gelukkig? Er zit voor mij heel veel emotie in deze foto. Doordat de foto zwart-wit is, er zwarte vlekken op de spiegel zitten, waardoor het spiegelbeeld onderbroken is, en doordat de foto een sterke kadering heeft, wordt die emotie voor mij versterkt.

De kunstenaar en zijn werk

Nadat ik het verhaal achter de foto had ontdekt, interesseerde ik me meer en meer in de kunstenaar en zijn werk. Ik vind zijn werk heel intiem, het is alsof je eventjes in zijn leven of in het leven van diegene die hij fotografeert stapt. In elke foto van hem vind je dat wel terug. Zijn foto’s van Afrika zijn ook heel persoonlijk. Veel van de mensen die hij fotografeerde waren nog nooit door een blanke gezien, laat staan op zijn manier gezien. Hij heeft veel dingen gedaan die nog nooit door iemand anders gedaan waren, de manier van fotograferen, de manier van filmen, de manier van kijken komen allemaal uit zijn eigen ziel.

Ook zijn films vind ik op een heel persoonlijke manier gemaakt. Toen ik hoorde van zijn laatste film “Bye (1990)” was ik geraakt. Hij maakte deze film, nadat hij te horen had gekregen dat hij prostaatkanker had. Doordat hij zichzelf filmde, lijkt me ook dit het een film met heel veel emotie. Ik heb het idee dat dat echt zijn manier was van afscheid nemen. Ik heb me zeker voorgenomen om deze film te gaan kijken.

Bronnen

- Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés (1956) Ed van der Elsken; De Bezige Bij, Amsterdam

- L'amour! / Ed van der Elsken (1995)  Anthon Beeke; Van Gennep, Amsterdam

- Fotografen in Nederland; Een Anthologie 1852-2002 (2002) Wim van Sinderen; Ludion Amsterdam Gent

- NRC-handelsblad (9-03-2001;08-02-1991)

- Bulletin Stedelijk Museum Amsterdam (1983)

- Volkskrant (30-04-1990)