Dutch Eyes Nieuwe geschiedenis van de Fotografie in Nederland

...Hollandse taferelen, Hollandse velden...

Uitwateringssluizen in het Haringvliet - Aart Klein (foto uit het besproken boek)

Johann Georg Hameter

Eva Besnyö

Landbouw

Cas Oorthuys

Eddy Posthuma de Boer

Willem Diepraam

Hans Aarsman

Hollandse Taferelen

Jannes Linders

Jacob Olie

George Hendrik Breitner

Eduard H.J. Weismüller

Ed van der Elsken

Koen Wessing

Hans van der Meer

Theo Baart

Korrie Besems

Bas Princen

Edwin Zwakman

Gerco de Ruijter

Frank van der Salm

Dutch Eyes. A Critical History of Photography in the Netherlands

Do Dutch eyes see differently? Is there a specifically Dutch photography? Does it have a history and traditions of its own? As photography in the Netherlands gains ever greater international recognition, the questions are being posed and more often, increasing the need for a broad overview that would place contemporary Dutch photography in a historical context. [...]
Since the 1970’s, a great deal has happened to and within Dutch photography. New generations of photographers have come on the scene; old legends have gone. New genres have emerged. Stage photography, for instance, took off in the Netherlands in a big way in the 1980’s, a development that attracted international attention. Photography has gained acceptance as an art form. [...]
Not only has new history been made since 1979, but knowledge about previous periods has also increased thanks to new research. [...] The editors hope that Dutch Eyes will make an inspiring contribution to a better understanding of the history of photography in the Netherlands and that it will spur others to delve in this fascinating field.»

 

De tentoonstelling Dutch Eyes, een nieuwe geschiedenis van de Nederlandse fotografie is nog tot en met 26 september 2007 te zien in het Nederlands Fotomuseum

, Wilhelminakade 332, Rotterdam

 

Dutch Eyes Medium with a Mission

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

the Standards on Dutch Photography

Dutch Standards in the Photobook a History Parr Badger

Bedrijfsfotoboek

Fotografie in Nederland

Fotografie van gehandicapten Windig Marrie Bot Erwin Olaf Arbus Witkin

Geschiedenis van de persfotografie

Nederlandse modefotografie vanaf 1950

Photography between covers

the photoBooks of Uitgeverij Contact Amsterdam

Jan Versnel Architectuur Goed Wonen Bruynzeel Pastoe en het Bedrijfsfotoboek

 

Home

Dutch Eyes begint met de hedendaagse fotografie, om van daaruit met een grote sprong terug in de tijd te belanden. In tien hoofdstukken wordt de geschiedenis van de Nederlandse fotografie beschreven. De hoofdstukken zijn deels gerangschikt naar thema, deels in tijd. Er is aandacht voor de ontwikkeling van de fotografie in de negentiende eeuw, voor haar verhouding tot de beeldende kunst, voor de documentaire fotografie, voor fotoboeken en nog veel meer. Hoofdstuk vier en vijf zijn gewijd aan de stad en het landschap, twee onderwerp waar fotografen vanaf het begin van de fotografie graag hun camera’s op richten.

Eind negentiende, begin twintigste eeuw werden de moderniseringen die in het landschap plaatsvonden trots gefotografeerd. Waterwerken (inpoldering, aanleg van dijken, kanalisering), de bouw van bruggen, de aanleg van havens en  spoorwegen - het werd allemaal zorgvuldig vastgelegd. Vaak in opdracht, om zo de voortgang van het werk te documenteren en ter uitwisseling van technische gegevens en nieuwe inzichten. Rijkswaterstaat speelde hierin bijvoorbeeld een grote rol. Het ging in deze fotografie overigens niet alleen om het zo secuur mogelijk vastleggen van de vooruitgang der techniek. In Dutch Eyes staat bijvoorbeeld een foto uit 1883 van een droogdok in Rotterdam, gemaakt door Johann Georg Hameter. Frits Gierstberg vertelt in zijn tekst dat Hameter, behalve dat hij ervoor zorgde dat zijn onderwerp er scherp en centraal op kwam, ook een artistieke finishing touch aanbracht door dramatische wolkenpartijen in zijn negatieven te schilderen.

In de jaren dertig van de twintigste eeuw werd het landschap op zich een geliefd onderwerp. Zo fotografeerde Eva Besnyö tussen 1936 en ’37, nog maar net in Nederland gearriveerd, het polderlandschap in opdracht van de AVRO en de Holland-Amerika Lijn. Beroemder zijn de foto’s van vruchtbare Hollandse landschappen vol graan en koeien, die Cas Oorthuys net na de oorlog maakte voor het boek Landbouw (1946). Indrukwekkend zijn ook Aart Kleins monumentale opnames uit 1966, van de uitwateringssluizen in het Haringvliet en van een beeldvullende grazende koe.

In de jaren zeventig wordt men zich steeds meer bewust van de invloed die verstedelijking, industrialisatie en een zich uitbreidend wegennet hebben op het landschap. Sporen van deze ontwikkeling zijn terug te vinden in foto’s van onder anderen Eddy Posthuma de Boer en Willem Diepraam. Eind jaren tachtig maakt Hans Aarsman zijn serie Hollandse Taferelen. ‘Het Nederlandse landschap bleek, gezien door Aarsmans ironiserende bril, een knullig landschap (...).’ schrijft Frits Gierstberg. Hier geen heroïsche beelden van een indrukwekkend en uitgestrekt polderlandschap, maar een aangeharkt landschap met ‘een overmaat aan wegwijzers en gebodsborden’. Jannes Linders fotografeerde in dezelfde periode het Nederlandse landschap in opdracht van de afdeling Nederlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum. Hij toont vooral de contradicties die in het landschap ontstaan door de met rasse schreden voortschrijdende verstedelijking.

In de eerste zin van het hoofdstuk ‘Ik heb een plastic zak gezien’ – Fotografie en stedelijkheid, 1852-2000, schrijft Anneke van Veen: ‘De overlevering wil dat de eerste Nederlandse foto’s ‘eenige gezigten op Amsterdam’ waren (...).’ Deze foto’s uit 1839 zijn niet bewaard gebleven, maar de relatie tussen fotografie en stad is altijd innig gebleven. De vroegste stadsfoto’s in Dutch Eyes tonen stille beelden van huizen langs de grachten van Amsterdam. Zij stammen uit de jaren ‘50 en ‘60 van de negentiende eeuw. In die tijd legde de fotografie het nog af tegen de toen populaire prenten en tekeningen die gemaakt werden voor de groeiende toeristenmarkt. Maar naarmate de techniek zich ontwikkelde en de sluitertijd zich verkorte, werden foto's van de stad steeds talrijker en namen zij langzamerhand de functie van de prenten over. De stilstaande gebouwde omgeving was niet langer het enige onderwerp, de fotografie kon aan het eind van de negentiende eeuw de dynamiek en levendigheid van het stadsleven steeds beter vastleggen. In de foto's van Jacob Olie en van de kunstschilder George Hendrik Breitner is deze ontwikkeling goed te zien - steeds vaker doorkruist de mens het stadsbeeld.

In dezelfde tijd werden in opdracht van de Bouwonderneming Jordaan de woonomstandigheden van de allerarmsten onderzocht. Bij de verslagen die van dit onderzoek werden gemaakt werden foto's van Eduard H.J. Weismüller gevoegd. De fotografie werd voor het eerst gebruikt bij het toezicht op en de regulering van de stad en haar bevolking. In Amsterdam nam de gemeente fotografen in dienst, zij werkten mee aan het proces van woningverbetering dat opgang kwam na de instelling van de Woningwet in 1901, door vooraf de mistanden te fotograferen en vervolgens de vernieuwingen vast te leggen. En verder gaat het, met de straatfotografie van Ed van der Elsken en Koen Wessing, om uit te komen bij het werk van Hans Aarsman en Hans van der Meer. In hun schijnbaar objectief registrerende foto's van het straatbeeld verdwijnt het onderscheid tussen voorgrond en achtergrond, mensen zijn er even belangrijk als gebouwen of straatstenen. De veranderingen die de stad ondergaat en de omgang met die veranderingen worden zichtbaar in de ontwikkeling van de stadsfotografie.

In het eerste hoofdstuk van Dutch Eyes, waarin de meest recente ontwikkelingen in de Nederlandse fotografie worden beschreven, komen stad- en landschapsfotografen als Theo Baart, Korrie Besems Bas Princen, Edwin Zwakman, Gerco de Ruijter en Frank van der Salm aan bod. Verschillende ontwikkelingen worden in hun werk gesignaleerd. Aan de ene kant zetten zij het werk van hun voorgangers voort, het steeds verder veranderende (stedelijke) landschap wordt door hen vastgelegd. Maar digitale technieken en de opkomst van de fotografie in het domein van de beeldende kunst zorgen voor telkens nieuwe beelden en nieuwe betekenissen.

Het enthousiasme van de auteurs spat van het boek af. Dutch Eyes biedt een indrukwekkend overzicht, met behalve aandacht voor foto's van stad en land, ook aandacht voor alle andere onderwerpen en karakteristieken van de Nederlandse fotografie. Een standaardwerk dat een plek verdient in ieders boekenkast.

Lotte Haagsma

Dutch Eyes. Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland


Redactie: Flip Bool (Nederlands Fotomuseum), Mattie Boom (Rijksmuseum), Frits Gierstberg (Nederlands Fotomuseum), Adi Martis (Universiteit Utrecht), Ingeborg Leijerzapf (Prentenkabinet Universiteit Leiden), Anneke van Veen (Gemeentearchief Amsterdam) en Hripsimé Visser (Stedelijk Museum Amsterdam).
Waanders Uitgevers Zwolle 2007, 576 pagina's, Nederlandse editie: ISBN 978 90 400 8337 2, € 69,95

English edition: Dutch Eyes, A Critical History of Photography in the Netherlands, Waanders Publishers Zwolle 2007, ISBN 978 90 400 8380 8

Foreword
Prologue. From the Present to the Past. Photography in the Netherlands, 1990-2006 — Frits Gierstberg

Photography in the Netherlands in the Nineteenth Century: A New Art, a New Profession — Saskia Asser, Mattie Boom, Hans Rooseboorn
The’Secrets of Light and Brown’: Early Photography Exhibitions in Amsterdam — Mattie Boom
Photography in Scientific Publications — Saskia Asser
The Female Line: Tinne, Behrend and Andriesse — Mattie Boom

Moment, Temperament and Atmosphere as Core Concepts, 1889-1925 — Ingeborg Th. Leijerzapf
Photography at Home among the Painters. The Photography Exhibibons of 1904 and 1908 — Maarten Maas
Autochrome — Hans Rooseboom
Photo-graphics — Ingeborg Th. Leijprzapf

Between Modernisation and Tradition, 1925-1945 — Flip Bool
Piet Zwart and Phototypography — Flip Bool
Photo - Film - Avant-garde — Hans Schoots

The Metamorphosis of a Malleable Land. The Photography of the Changing Landscape of the Netherlands since 1860— Frits Gierstberg, Tineke de Ruiter
Pioneers of Nature Photography — Naomi Boas
The Flood of 1953 — Flip Bool

«I saw a plastic bag». Photography and Urbanism, 1852-2000 — Anneke van Veen
Tomorrow’s World — Mariëtte Havernar

View of the Other since 1850 — Linda Roodenburg, Anneke Groeneveld, Steven Vink and Janneke van Dijk, Liane van der Linden
Monuments and Archaeology. Isidore van Kinsbergen Photographs Javanese Antiquities and the Borobudur — Siskia Assei, Gerda Theuns-de Boer
Capturing the Image of Africa: Paul Julien’s Quest for the Origin — Sonja Wijs
Jo van Rest: Private Photography and Representation — Liane van der Linden

Country Cousin and Dirty Girl. Dutch Identity and Documentary Photography since 1945 — Wim de Bell

Medium with a Mission. Social Commitment and Documentary Photography, 1930-1980— Veronica Hekking
Illegal Photo Documentation — Chartes Breijer
Vrij Nederland — Veronica Hekking
The GKf Photographers: for the Emancipation of the Craf — Han Schoonhoven
World Press Photo. Family in Grief — Fed Feddes

The Photobook after the Second World War — Rik Suermondt, Mirelle Thijsen
Uitgeverij Contact (1933-1976) — Rik Suermondt
Fragment Uitgeverij (1982-1993) — Mirelle Thijsen
Uitgeverij Basalt (1995) — Mirelle Thijsen

Image, Medium, Instrument, Document. Developments since the 1960s — Hripsimé Visser
The Work of Art is the Photograph — Flip Bool
Three Magazines — Hripsimé Visser

Timeline
Photo Captions
Bibliography
Terms and Techniques — Jan van Dijk