Beginpagina‎ > ‎

Over honing

Van bloem tot honing in een potje 
Nectar
 
Planten gebruiken de energie van de zon om kooldioxyde uit de lucht met water uit de grond om te zetten in suikers (fotosynthese). De plant produceert suikerhoudende sappen zoals nectar met een suikergehalte tot 80%. De nectar is afkomstig van de honingklieren van de plant en in hoofdzaak aanwezig in de bloemkroon maar soms ook in oksels van de blad-aanhechting aan een tak. Aan het begin van het nieuwe bijenseizoen is het sneeuwklokje vaak de eerste bron waar de bijen op vliegen.
 
 
 
Van nectar naar honing
 
Nectar, voor een groot deel meervoudige suikers, wordt door de bij in haar honingmaag getransporteerd van bloem naar bijenkast. Reeds in haar honingmaag begint het omzettingsproces van nectar naar honing d.m.v. enzymen. Dit wordt voortgezet doordat de bijen de inhoud van hun honingmaag overgeven aan de huisbijen die vervolgens de inhoud in de cellen brengen. De bijen veranderen de nectar in honing door er weer enzymen uit hun kopklieren aan toe te voegen en door het overtollige vocht te laten verdampen. Ten slotte worden volle honingcellen met een wasdekseltje verzegeld. Zo kan een volledige honingraat belegd zijn. De honing is rijp voor de oogst als tweederde deel van de raat verzegeld is. Een goed volk kan met gemak twintig kilogram honing opleveren.
 
Van raat naar honingpotje
 
De imker verwijdert de wasdekseltjes van de raten met een ontzegelvork. Vervolgens worden de ontzegelde raten in een honingslinger (centrifuge) geplaatst en de honing uit de raten geslingerd. Daarna wordt de honing dubbel gezeefd om achtergebleven wasdeeltjes te verwijderen. Vervolgens kan de honing in de potjes.
 
 
 
Honing
 
Smaak, geur en kleur van honing zijn bepaald door de aromastoffen in de planten waar de bijen de nectar halen. De kleur kan variëren van transparant, bijna wit tot donkerbruin. Er zijn veel verschillende soorten honing maar in het algemeen is de samenstelling als volgt:
Water 18 %, vruchtensuiker 38 %, druivensuiker 31 %, meervoudige suikers, mineralen, organische zuren en vitaminen 10 %, enzymen, hormonen, inhibine, kleur en aromastoffen enz. 3 %.
De vloeibaarheid wordt bepaald door de suikers in de honing. Veel druivensuiker zorgt voor snelle kristallisatie, dus dikke honing. Meer vloeibare honing heeft veel vruchtensuiker. Uitendelijk kristalliseert alle honing. Gekristalliseerde honing kan weer voldoende vloeibaar gemaakt worden door het geleidelijk te verwarmen. Honing mag nooit warmer worden dan 40 'C omdat daardoor veel van de goede eigenschappen verloren gaan. Gebruik geen magnetron. Sluit ook altijd de honingpot na gebruik want honing trekt vocht aan. Als het vochtgehalte meer dan 23 % bedraagt kan de honing gaan gisten.
Honing heeft een hoge voedingswaarde vanwege de aanwezigheid van de vruchten- en druivensuikers. Door deze eigenschappen is honing goed voor iedereen behalve voor baby's tot de leeftijd van één jaar omdat hun darmflora nog niet volledig ontwikkeld is. Honing is verder bekend als middel tegen verkoudheid (lepel honing in glas warme melk) en versterkend voor patiënten met hart- en vaatziekten. Door de aanwezigheid van inhibine en een hoge zuurgraad heeft honing ook een vrij sterke antiseptische werking.
De honing die u rechtstreeks bij de imker in de regio koopt is vrij van chemische bestrijdingsmiddelen, in tegenstelling tot veel geïmporteerde honing.
 
 
  
  
 
https://sites.google.com/site/bijenverenigingdriebergendoorn/home/over-honing-1/snowdrop.jpg?attredirects=0
 
 
 
 
 
 
 

 
https://sites.google.com/site/bijenverenigingdriebergendoorn/home/over-honing-1/Honing%20Slingeren%20011%20%28648%20x%20968%29.jpg?attredirects=0