Beginpagina‎ > ‎

Het bijenseizoen

Einde van het seizoen (Inwintering)
 
Eind augustus als er geen of weing dracht meer is worden de darren uit de kast gejaagd of gedood, de koningin gaat minder eitjes leggen en het broednest krimpt. De imker heeft de laatste honing geoogst en voert nu ca. 14 kg invertsuiker dat door de bijen in de leegkomende cellen wordt opgeslagen. Vanaf eind oktober staakt de moer het leggen van eitjes en kruipen de bijen bij elkaar en vormen een wintertros. Ze blijven in de kast tot begin februari en houden zich warm met het verteren van honing en het niet gebruikte eiwit-vet lichaam dat nog aanwezig is bij de jonge bijen. Als het volk te klein is om de winter in te gaan kan de imker twee volken verenigen waardoor de overlevingskans toeneemt. Dit verenigen gaat niet zonder meer. Twee volken hebben elk een eigen nestgeur en indringers zijn niet gewenst. De imker plaatst nu twee volken op elkaar met daartussen een enkelvoudige krant. Deze z.g. kranten-methode zorgt ervoor dat de volken niet direct met elkaar in aanraking komen. De geur van de inkt van de krant homogeniseert de nestgeuren van beide volken die zich door de krant naar elkaar toe knagen. Een dag later liggen de krantesnippers buiten en hebben de volken elkaar geacepteerd. De sterkste en dus ook de gezondste koningin overleeft het gevecht en wordt verder door de bijenstaat verzorgd.
 
 
Begin van het seizoen (Uitwintering)
 
In het begin van februari ontvangt de koningin speciaal voedsel waardoor haar eierstokken worden geactiveerd en zij weer begint met het leggen van eitjes. Kort daarna als de temperatuur boven de 10 'C komt vliegen de eerste bijen uit voor een reinigingsvlucht.
Zij ontlasten zich dan volledig van de opgeslagen fecaliën van de winterzit. De bijen halen nu het eerste stuifmeel en nectar. Veelal is dit van de vroege bloeiers zoals het sneeuwklokje en de crocus. De wilg levert direct veel stuifmeel. Het volk begint nu snel te groeien omdat de koningin steeds meer eitjes legt, tot wel 2000 per dag.
 
 
Zwermdrift
 
In de loop van het seizoen als de plantenwereld in volle bloei raakt groeit het bijenvolk naar het hoogtepunt van haar bestaan. Het volk barst bijna uit de kast en ontwikkelt zwermneiging. De bijen gaan hun maag vullen voor een reis met onbekende bestemming. Enige dagen later als de omstandigheden gunstig zijn, verlaat de koningin de kast met een groot deel van het volk. Zij zullen zich elders vestigen, meestal niet zover weg. In het oude volk hebben zich nieuwe koniginnen ontwikkeld. Er zal er maar één overleven en het volk de winter in leiden om het jaar daarop weer dezelfde cyclus te gaan doormaken.
 
 
Zwermverhindering
 
De imker zal er alles aan doen om het zwermen te voorkomen. Hij of zij is immers gebaat bij grote sterke volken die een goede honingoogst garanderen. Er zijn een aantal technieken om zwermen te voorkomen waaronder het maken van kunstzwermen die door de imker beheersbaar zijn. Het "knippen van de koningin" betekent dat er een stukje vleugel wordt afgenomen waardoor ze niet meer kan vliegen. De natuurlijke zwermneiging wordt hierdoor niet onderdrukt maar ver komt ze niet. Ook het selecteren van een koningin is mogelijk en vereist kennis en ervaring. Koninginneteelt is één van de belangrijkste vormen om een goede ontwikkeling van een volk in de hand te hebben. De imker voorziet de konigin van een merkteken in de vorm van een klein nummer- of kleurstickertje dat eenvoudig op het rugschild wordt geplakt.
 
 
 
Wintertros aan één kant
in de kast
 
Bijenkasten in de sneeuw
 
 
 
Verzamelen
 
 
 
Zwermtros aan een fiets,
een heel bijzondere plaats
 
  
 
Gemerkte koningin met
geknipte linkervleugel