Beginpagina‎ > ‎

Anatomie

Bijen behoren tot de insectengroep Vliesvleugeligen en bestaan uit kop, borststuk en achterlijf
Kop
 
Twee voelsprieten (antennes) voor reuk en tastzin. Twee samengestelde facetogen (zeer groot bij de dar). Drie puntogen op het voorhoofd. Monddelen met sterke kaken. Tong met een lengte van 5,7 tot 7,5 mm (veel korter bij dar en konigin). Voedersapklieren, kopklieren en bovenkaakklier.
 
Borststuk
 
1e Segment met twee voorpoten met poetsinrichting om de sprieten mee te reinigen. 2e Segment met twee middenpoten en een paar vleugels. 3e Segment met twee achterpoten en een paar vleugels.
Bij de werksters hebben de achterpoten een stuifmeelkam en korfje. De voor en achtervleugels zijn tijdens het vliegen met haakjes aan elkaar verbonden. Alle pootjes hebben haakjes en zuignapjes.
 
Achterlijf
 
Honingmaag met ventiel dat de eigen voedselbehoefte doorlaat. Maag en dunne darm. Endeldarm, zeer elastisch om in de winter opgespaarde fecaliën te kunnen opslaan. Malpighishe vaten die functioneren zoals onze nieren. Het ruggevat, hart met aorta dat doorloopt tot in de kop. Eiwit vetlichaam als onderhuidse reserve voor de winter. De Nassanoffse geurklier waarmede de nestgeur verspreid kan worden. Vier paar wasklieren aan de onderkant, alleen bij de werkster, voor het afscheiden van was. Gifklier met gifblaas en angel.
 
Ademhaling
 
De ademhaling geschiedt door middel van tracheeën. Dat zijn haarfijne buisjes die door het hele lichaam lopen en met luchtholtes aan de oppervlakte komen en zorgen voor de uitwisseling van koolzuur tegen zuurstof. Het bloed zorgt dus niet voor het zuurstoftransport maar alleen voor het transport van voedende bestanddelen naar weefsels en afvoer van afvalstoffen. Het bloed is kleurloos omdat het geen hemoglobine bevat.
 
Zenuwstelsel
 
Dit bestaat uit zenuwknopen, verbonden door zenuwstrengen die zich over de hele lengte van het onderlichaam uitstrekken. Elke zenuwknoop is daardoor een zelfstandige eenheid.
 
Zintuigen
 
De zintuigen van de bij zijn uniek in het dierenrijk. Bijen vangen signalen op met hun zintuigen die vervolgens via het zenuwstelsel of haemolymphe (bloed) getransporteerd en verwerkt worden in de hersenen. Deze signalen leiden uiteidelijk tot het gedrag van de bij.
Met de antennes kunnen de bijen geuren waarnemen. Bijen hebben samengestelde facetogen en drie puntogen op de kop tussen de facetogen. Met de samengestelde facetogen herkennen de bijen licht, vorm en kleur. Bijen onderscheiden drie kleuren: blauw, groen en ultraviolet. Rood is voor bijen niet zichtbaar. Ultraviolet is voor de bijen beter zichtbaar door de wolken heen en daardoor een goed zonnekompas dat ze gebruiken voor navigatie en orientatie. Met de puntogen wordt licht en donker waargenomen. Voedselherkenning doen ze met hun antennes, poten en monddelen.
Relatieve vochtigheid en temperatuur wordt herkend door hun antennes. Trillingen en geluid worden opgevangen door de antennes en receptoren in de poten. Zwaartekracht wordt herkend door de haren tussen kop, borststuk en achterlijf en tussen borststuk en poten. Bewegen, lopen en vliegen wordt gestuurd door monddelen, de basis van de antennes, vleugels, poten en angel.
 
 
 Angel en bijengif
 
Dit onderwerp trekt vaak als eerste de aandacht. Een bijensteek is pijnlijk en kan gevolgen hebben voor mensen die alergisch reageren. Meestal blijft het bij een zwelling, roodheid en branderigheid die overgaat in jeuk. Een heel kleine groep mensen vertoont heftige reacties en hebben medische hulp nodig. Imkers die af en toe gestoken worden zijn veelal gewend aan het bijengif en hebben niet of nauwelijks een reactie. Een bij zal niet zonder aanleiding steken. Zij gebruikt haar angel uitsluitend ter verdediging van b.v. indringers in de bijenkast. Het werken in een bijenvolk moet dan ook voorzichtig gebeuren zodat de bijen dat accepteren. Het zijn alleen vrouwelijke bijen (werksters) die kunnen steken. De angel bestaat uit een holle schede waarin zich twee spiesjes met weerhaakjes bewegen. Als een bij in de menselijke huid steekt en vervolgens opvliegt blijft de angel en het gifblaasje achter. Verwijder de angel door een strijkende beweging met de nagel zodat het gifblaasje niet verder wordt leeg gedrukt. De bij zal korte tijd later sterven.
 
 
 
Na een steek blijft de angel
en het gifblaasje achter
 
 Een bij likt haar pootjes
 
 
 Ogen, antennes, tong
en monddelen
 
Voorpootje met poetsinrichting
 om de antennes te reinigen 
 
Voor en achtervleugel
verbonden door haakjes
 
 Het uitscheiden van wasplaatjes
 
 
Angel