oefeningen voor het bewustzijn zelf

Mijn bewustzijn zelf, oefeningen voor het bewustzijn zelf.

(Ontleend aan Wallace, zie onderaan) Eerdere oefeningen gingen over het vergroten en oefenen met ons bewustzijn door op ons lichaam te letten...Meer

Deze oefeningen gaan over het beter leren kennen van mijn bewustzijn zelf.


a. Ik ging rustig zitten.

Mijn bewustzijn zelf wil ik nu beter leren kennen. Oefeningen. Ik observeerde mijn gedachten, hun komen en gaan, hun opkomst en hun langzaam verdwijnen, ik noemde ze bij naam. Zo werden ze minder, zoals water waar niet meer in geroerd wordt, glashelder wordt en je tot op de bodem kunt kijken. En altijd is de ademhaling er weer om me uit toch weer gedachten te halen. Ik volg hem zonder hem te veranderen, zijn rustige ritme, en ik kom weer bij mijzelf-

Nu een nieuwe stap. Gedurende inademing: trek ik mijn bewustzijn terug in mijzelf, in haar eigen natuur. Ik beschouw mijn bewustzijn, ben me ervan bewust dat mijn bewustzijn schijnt op de dingen en ik ze zo zie en kan waarnemen.Die exercitie kost inspanning. Bij de uitademing wordt me dan ook geadviseerd om die inspanning om naar mijn bewustzijn te kijken, en dat is eigenlijk ongewoon, om die inspanning weer los te laten en te ontspannen.
Bij inademing ga ik nu opnieuw niet zozeer naar de gedachten zelf, maar probeer naar hun ontstaan te gaan, naar de bron van mijn gedachten, naar de bron van de inhouden van mijn geest en naar het begin van mijn emoties, bijna voordat ze ontstaan zijn. Waar komen ze vandaan, vraag ik me af. En in dat gebied laat ik mijn geest rusten, ik hoef verder niets, voel me vrij in een lichte ruimte.

b. Nu oefen ik met het wisselen van mijn aandacht. Enerzijds de positie van het waarnemen van mijn gedachten als een soort van toeschouwer, in die positie probeer ik ze waar te nemen zonder er in mee te gaan of me er weer in te verliezen, echt als toeschouwer. Maar dan wissel ik naar een andere positie en probeer de gedachten alleen maar los te laten (dus zonder me te richten op een object buiten mij, alleen maar op mijn bewustzijn en het waarnemen ervan in de ene positie van waarnemer en dan gewisseld in de positie van los laten. Ik volg dit ritme van aandacht en ontspanning. Nu verwonder ik me op dit vanzelfsprekende ritme en vraag me af wat dit ritme eigenlijk tot stand brengt en in stand houdt.

c. Nu eerst even een stukje theorie:
Door de vorige oefeningen komt mijn geest langzamerhand in wat wel haar natuurlijke staat wordt genoemd Ik bedoel dat ik bij mondjesmaat de relativiteit ervaar van wat zich allemaal als gedachten afspeelt. Het wordt een ervaring van leegte (in de zin van even ‘zonder gedachten zijn’) en dat kun je wel de natuurlijke staat van de geest noemen, het lege toneel waarop alles zich afspeelt. Het wordt ook wel de ingrond genoemd.
Het is het voorportaal ervan, een subtiele dimensie van existentie op een meer fundamenteel niveau dan onze dualistische wereld van geest en stof. Is dit de resonantieruimte waarin zielenroerselen zich bewegen? :
Na de vooroefening a en b richt ik nu mijn aandacht op de ruimte boven mij, zonder verder verlangen of het inbrengen van een gedachte. Neutraal dus, leeg kun je zeggen. Dan op de ruimte rechts van mij, links van mij, en dan beneden mij. Zo realiseer ik mij de ruimte van mijn bewustzijn en ervaring. Interessante vraag om na deze ruimte het bewustzijn zelf verder te ontdekken, is de vraag of het bewustzijn nu een centrum heeft of slechts oppervlakkig aan de rand zich ophoudt.
Ik laat mijn bewustzijn nu rusten op het midden van mijn borst en laat het daar. Later laat ik het een tijd rusten op het uitspansel. Alsof het overal kan zijn.
Zo komt ook de aandacht van mijn bewustzijn langzaam in haar natuurlijke staat, licht en stevig. Door de kracht van de eenvoudige aandacht die naar binnen gericht is, gaan mijn fysieke zintuigen slapen en verstillen de onwillekeurige gedachten nog meer, zodat mijn geest verzinkt in zijn ingrond. Die rust nu in vrede, doortrokken van een gevoel van lichtende wakkerheid en ook een gevoel van mij licht en vredig voelen. Ik ben nu zo ongelooflijk rustig bij mijzelf.

d. Ik ga nog verder op onderzoek uit. Wat is er nu eigenlijk zo prettig, zo stevig en stabiel is. Wat is de natuur van mijn geest eigenlijk? Ik weet niet waar mijn geest zich bevindt, alsof hij zonder specifieke plaats is en toch overal. Hij is wel stevig, licht, vredig.
Ik stel belangrijke andere vragen:
Is mijn geest echt vol licht en stil of vind ik niets?
Zijn er twee entiteiten: ik zelf, die mijn geest tot rust heeft gebracht en de tot stabiliteit en rust gebrachte geest? Als er twee zijn, kan ik toch geen verschillen vinden.
Dus lijkt het dat er een is. Wat zijn haar karakteristieken? Het is zeker geen ´ding´, dat gevonden kan worden in een of meer van de gedachte gebeurtenissen die van moment tot moment opkomen. Het bestaat daar onafhankelijk van en kan ze in zekere mate overzien en controleren.
Nu mijn geest daar niet te vinden is, in die oprijzende objecten in mijn bewustzijn, wat voor kwaliteiten heeft hij dan onafhankelijk van de verschijnselen. Moeilijk vind ik dit te beantwoorden, alsof ik in de leegte tast.
Ik kan mijn geest niet lokaliseren, binnen of buiten mijn lichaam.
Ik kan geen inherente natuur van mijn geest waarnemen en observeer nu de zogenaamde ´leegte ´ervan.
Maar als de geest niet als een ´bestaand iets is, hoe kan ik er dan mee werken?
Er gaat me een licht op en kom tot een belangrijke conclusie! Als ik niet vind waar het op lijkt, dan is het bewustzijn dat ik niets vindt, wellicht mijn geest!
Waar lijkt hij dan op? Wat zijn de intrinsieke kwaliteiten ervan? Wallace helpt mij hier: ‘Als je denkt dat die er niet zijn los van de verschijnselen, onderzoek dan de natuur van wat die conclusie getrokken heeft. Zie hoe jouw ervaren van je geest past in de categorieën van non-existente en existentie, dus boven de onderscheidingen bestaan en niet-bestaan uitreikt’.
Mijn geest is blijkbaar niet te identificeren binnen de categorie existentie of non-existente. Alsof het erboven uit gaat. Hij is verbonden met andere categorieën, met stilte, licht, leegte?
Ik wil mijn geest blijven onderzoeken bij tijd en wijle tot ik haar natuur ken als mijn broekzak. Waarom zou dat niet kunnen, hij is dichterbij.

e. Rusten in een tijdloos bewustzijn.

Na al die enorme inspanningen, mag ik nu wel even rusten.
Ik begin met te mediteren op niets, eenvoudig verwijl ik zonder mij te concentreren op een object of subject. Deze fase noem ik non-meditatie, omdat ik niet op ‘iets’mediteer.
Nu richt ik mijn bewustzijn gewoon op de ruimte voor me en blijf daar zonder iets als meditatie-object te kiezen.
Ik concentreer me hierna op een diepe innerlijke stilte. Boven dit uit breek ik soms als het ware door mijn psyche heen transcendeer ook nog de onderliggende bewustzijnsstroom, als ik gevestigd raak in de diepste grond, die wel het primordiale bewustzijn wordt genoemd ( het Boeddhistische jñana) Op dat gelukkige moment realiseer ik wat wel genoemd wordt, een nonduaal blijvende lichtende leegheid, die de diepste natuur is van bewustzijn, alle geconstrueerde concepten voorbij.
Voorstellingen van mijn geest vloeien dan samen, zodat er niet langer een gevoel van ‘binnen’ en ‘buiten’ is. Dan smaak ik de meest diepe evenwichtigheid (equality), ‘de ene smaak’ van geheel de werkelijkheid ( ‘one taste´ of all reality).
De luister van deze leegheid is zonder op te houden, helder, onbezoedeld, zacht en lichtend. De lichtende natuur, ondeelbaar, niet een ding, maar als geheel schitterend en levend. Naarmate ik vorder in spirituele rijpheid, zal ik dit gemakkelijker, vaker en intenser ervaren, denk ik.

 The emptiness of matter.

Rest your body, speech, mind in their natural state. Then place your awareness in repose…in the space in front of you.
Now direct attention to an object in the physical word, e.g. your body.
Examine her appearences. , visual, tactile inside and on the surface. Is any of the app. Actual your body? Or simply app. With their own name?
The visual app. Of your arm is just a visual app of an arm, not a bodyl Likewise the tactile app of warmth, solidity, warmth, movement are simply tactile sensations not a body. If you examine the individual constituents of your body, you will find each has his own name, but is not the body.
Apart from the constituents and app of your body, you can define your body as an distinct entity that has those attributes and displays those app?
What is the nature of the body as a real thing, existing on his own? Is that anywhere to be found, in its parts or separate from them? Or in this process of this investigation, are you finally left with a ´no-found´, an emptiness of the body, in which not even its label remains?

Consider…things are solid, fluid, warm or cold, in motion. When seeking their real inherent nature , can you find it in their constituents parts or separate from them? Does it bear his own intrinsic qualities, or are they all simple labels projected upon illusory app?
Even the category of app is a human construct. Likewise subject, object, existence are creations of the conceptual mind and they have no existence apart from the mind that conceives them.

Even concluding all app are unsubstantial and empty, is this label of ´emptiness´more than a word, a concept?
In the formation of the world of experience, we first grasp onto our own existence and on that basis we conclude other things as apart from ourselves. They are brought into existence by the process of conceptually identifying objects on the basis of mere app to a.
Once labeled , it seems to exist indepently of our thought processes. Then when app change and we withdraw our conceptual projections of an object, seems to vanish..We find nothing truly existent from his own side.

When you fall asleep, all objective app of waking reality – including the app who inhabit the world, and alle the objects that manifest to the five senses – dissolve into the vacuity of the substrate. The waking up, the sense of “I am” reasserts itself and from the app of self, as before, all inner and outer app – including those of the animate and inanimate world and sensory objects – emerge like a dream from the substrate.
In the midst of the inner and outer app, we identify with some as ´I ¨ and ´mine´ and grasp onto others as existing by their own nature. In this way we perpetuate the desillusion of the inherent nature of all phenomena. Only with the recognition of the empty, luminous nature of the mind and all app do we find release from that desilusion and come to see reality as it is.
 Resting in timeless consciousness pag. 167.

As always begi your meditation by settling your body, speech and mind in their natural states.
…Simply rest you’re a withous grasping onto any object or subject. This phase is called ´nonmeditation´, for you are not meditating on anything. Simply place you’re a in the space in front and maintain unwavering mindfulness without taking anything as your meditative object.
Experience a deep inner stillness. Beyond this, you may break trough your psyche and even transcendend the substrate consciousness, as you’re a settles in its ultimate ground, know as primordial consciousness (jñana) . At this time you may nondually realize a steady luminous emptiness that is the very nature of a, beyond all conceptual constructs.
App and the mind will merge, so that there is no longer any sense of ´inside´and ´outside´, and you will experience a most profound sense of equality, sometimes called the ´one taste´ of all reality.
The luster of this emptiness is unceasing, clear, immaculate, soothing and luminous. It is called the ´luminous nature´ of pristine a, and its essence is the indivisibility of sheer emptiness, not established as anything , and is unceasing, brilliant , vivid luster. For some people , it may take years of dedicated meditative practice before such a realization occurs. But for others it may arise quite soon . Depends on your degree of spiritual mastery.

When you bring your meditation to an end, without grasping, vieuw all app as being clear and empty like apparitions or the app of a dream. This will help to break down the barriers between your meditative experience and the way you vieuw the world between sessions…Whatever thoughts arise, direct your full attention to them, and you will find that they vanish without a trace, like wisps of fog vanishing in the warmth of sunlight.
Know that these thoughts have no intrinsic reality of their own, and you will no longer be troubled by them.
During all your activities, never let you’re a slip back into its previous habits of grasping, but maintain mindfulnes, as continuous and unwavering as a broad rolling river.
 Meditation in action.p.187.

Between meditation sessions, without grasping, vieuw all app (=appearances) as being clear and empty like apparitions or the app of a dream. This will help to break down the barriers between your meditative experience and the way you vieuw the world between sessions…Whatever thoughts arise, direct your full attention to them, and you will find that they vanish without a trace, like wisps of fog vanishing in the warmth of sunlight.
Know that these thoughts have no intrinsic reality of their own, and you will no longer be troubled by them.
During all your activities, never let you’re a slip back into its previous habits of grasping, but maintain mindfulnes, as continuous and unwavering as a broad rolling river. (see the rest in the book)

Hartmeditatie

De kwaliteiten van het hart.
Deze oefeningen horen er wezenlijk bij, bijna als test voor de vorige hoogstaande oefeningen, om niet alleen in een fijn gevoel te blijven hangen, dat is nog zo ego. Haat en jaloersheid naar vijanden is de grootste stoorzender voor verlichting. Als zij zich
Vast zet in ons, dan tast zij onze opslagplaats aan en doet zij onze spirituele kracht afnemen.
Daarom moeten we ook oefenen met compassie. De oefening van GEVEN EN NEMEN, TONGLEN genaamd, is daarom zeer geliefd in het Boeddhisme.
Dus compassie is ook bedoeld voor onze vijanden. Zij iverstoren onze geest en als we wrokkig gaan doen, halen zij hun dubbele voordeel omdat wij verdeeld raken.
Oefenen in compassie met ´hartmeditatie´. Vanuit het bewustzijn dat we allemaal gelijk zijn, allemaal lijden met dezelfde verborgen tranen.

De eigenlijke hartmeditatie:
1 denk na wat de mentale aandoening ´boosheid- met jou en je systeem doet. (het put je uit, houdt je bezig, stoornzender, niet effectief. Voor je doel: haat houdt nooit op tegenover haat immers
2. Wens : ´moge ik vrij zijn va n haat. Hoe zie je dan je situatie? Vervuld?
3. Wens: moge het hem/haar goed gaan in het leven, de wereld (ook als je die persoon als vijand beschouwt)
4. Met inademing: ´moge je vrij zijn van lijden en zijn oorzaken, moge deze last je ontnomen worden en mij treffen (alleen te doen als je zelf in wijsheid geworteld bent).
5. Met uitademing: ´alles wat goed in mijn leven is, moge je diepgaande aspiraties vervuld worden en je eigen licht stralen´

Samenvatting van mij uit boek :B.A. Wallace, Mind in the balance. Meditation in science, Buddhisme and Christianity. N.Y., Columbia University Press.
Andere literatuur: De vier ´onmetelijken´ schijnen hier te zijn: Liefde, Mededogen, Medevreugde, Gelijkmoedigheid. Een goed boek schijnt er hierover te zijn van Salmon Salzberg, Liefdevolle vriendelijkheid. Asoka
terug naar mijn bronwebsite: www.sommeling.net
Comments