metaforen van ons zien

13.1 De droom

Wat we denken te zijn, hoe wij verschijnen is een illusie, als een droom, een schaduw zonder inhoud.
Zoals je in je droom je niet realiseert dat je droomt. Je realiseert je pas dat het allemaal droom was, toen je al weer wakker was.

Je zou het hele universum als een droom kunnen zien, al de oppervlakte van onze geest. Want wat je erover denkt, zijn slechts rimpelingen in onze geest die zelf tot in oneindigheid reikt. Want als de geest rustig is, en we niet in gedachten ons steeds laten obsederen, weerspiegelt onze geest de Realiteit. Wanneer de geest door en door bewegingloos is, lost zij op en blijft alleen de werkelijkheid over (Realiteit). Deze werkelijkheid is zo concreet, zo aktueel, zo meer aanraakbaar dan geest en stof, dat daarmee vergeleken, zelfs een diamant zacht als boter lijkt. Deze dan ervaren Realiteit is dan een groot contract met wat we gewoonlijk opmerken, het is dan als een droom, mistig en vrij betekenisloos

Als een droom begint, is onze slaap diep en zijn we de droom niet bewust. Dan bloeit de droom open met mensen, landschap, gebouwen, vliegtuigen; er ontstaat direct een hele wereld. In de loop van de droom, soms al na enkele seconden of minuten, verschijnen en verdwijnen of sterven mensen, gebouwen verrijzen, storten neer of verbranden, en oceanen vormen zich, veranderen of verdwijnen weer. Toch weten we als we weer wakker zijn, dat we in een droom zijn geweest, die heel echt leek kunnen figuren en voorwerpen in ons daagse leven ons bewust maken van ons bewustzijn: we beleven iets (als we tenminste niet alleen maar in onze gedachten blijven hangen en als het ware slapende leven zonder echtbij iets tegenwoordig te zijn.
13.2 de film

In bepaalde opzichten raakt de filmmetafoor dieper het illusoire karakter van wat verschijnt en veroorzaakt een diepere schok die noodzakelijk is om verlichting in te leiden. Want in werkelijkheid gebeurt er niets, want op het scherm van de film en van de geest projecteren zich beelden die komen en gaan. Wij, individuën zijn alleen maar de figuren op het filmscherm. We hebben niet meer realiteit, onafhankelijkheid, of beweging dan de geprojecteerde beelden op het scherm. Alles wat we lijken te denken, voelen of doen wordt direct getoond op de film doordat het Licht van onze gewaarwording schijnt en de beelden projecteert op het scherm van onze gewaarwording (awareness). Zie het licht, door het licht zien we.
De absurditeit van onze situatie wordt helder bij de gedachte dat een louter beeld op het scherm naar succes kan streven, vervulling wil of zoekt naar haar bron. Dit alles schijnt te gebeuren, niet doordat de beelden dit doen, maar doordat dit alles wordt afgebeeld op de film.
De film is een analogie met Plato’s grot, waar mensen schaduwen zien veroorzaakt door een vuur dat ze niet kunnen zien en denken dat ze echt zijn. Maar ze zijn niet te verifiëren concepten en het licht en het scherm zijn analogieën van onze ware natuur die zuiver gewaarzijn is. Het licht en het scherm zijn absoluut niet beïnvloed door de film en de beelden daarop, maar ze helpen wel alles zichtbaar te maken.

13.3. De pop en de robot

Een meer eigentijdse vergelijking kan een robot zijn die een taak uitvoert volgens de instructies waarmee hij gevoed wordt en door zijn programmering. Noch de robot noch de pop kan gedachten of acties beginnen uit zichzelf. Het is niet nodig om hier ongelukkig van te worden, want wij zijn de lichaam-geest constructie niet; wij zij het bewustzijn van de lichaam-geest constructie.

13.4. De schaduw

De wereld der verschijnselen is als een schaduw die niet kan bestaan zonder een object dat die schaduw veroorzaakt. Wanneer een object schaduw werpt , dan is deze schaduw niet meer dan een aftreksel van het object. Als individueën zijn wij als schaduwen van Gewaarwording (awareness), dat onze natuur is.

13.5. De oceaan.
Een uiterst nuttige metafoor om voor ons de relatie te laten zien tussen verschijnselen(opkomend in ons bewustzijn ) en Noumenon (de niet zintuigelijke wereld erachter) is die van de oceaan en de golven aan de oppervlakte van die oceaan. Golven (phenomenen) kunnen niet bestaan zonder de oceaan (Noumenon). De diepten van de oceaan zijn rustig, vredig en ongestoord. Golven, stormen en schuimende branding verschijnen aan de oppervlakte zonder de diepten aan te tasten.
Gelijkerwijze is de wereld achter de verschijnselen (de oceaan onder de golven) totaal niet verward door de betekenisloze of gekke activiteit van verschijnselen zoals golven. Iedere golf bestaat uit een dal en een kam. Ze hangen samen, er is een verband zoals dat ook het geval is met losse objecten die wij zien. De een kan niet bestaan zonder de ander.
Als de oceaan (nu als zintuigelijke werkelijkheid) zich zou identificeren met een golf en de golf denkt uit zichzelf gescheiden te zijn van de oceaan en de andere golven, dan lijkt dat op ons als we denken dat we zelf los staan van andere objecten en verschijnselen. Dat is onze geestelijke onkunde. Als er Bewustzijn en verlichting plaats vindt, is het duidelijk dat er alleen een oceaan is, dat er altijd alleen een oceaan is en dat wij die oceaan zijn.

13.6. Electriciteit en een apparaat
Een electrisch toestel doet het niet tenzij er elektriciteit op aangesloten wordt. Zo is het menselijk lichaam als een zombie als we niet tot Bewustzijn komen. Dan kan spontaniteit, levendigheid en echte aanwezigheid ontstaan en bewustwording dat we niet onszelf gemaakt hebben.
13.8. Het gouden voorwerp

Het goud in een armband is hetzelfde goud als in een ring. Alleen hun vorm is anders. Als ze beiden worden gesmolten, verandert hun vorm, maar houden we hetzelfde goud, dat onveranderd is. Het goud is te vergelijken met pure Aanwezigheid door bewustzijn (awareness), terwijl de vormen van ring en armband ons langzamerhand tot het bewustzijn kunnen brengen dat alle vormen en verschijnselen uit dezelfde bron en materiaal ontstaan en samenhangen.

13.9. Het stof in een lichtstraal
t
Een lichtstraal is onzichtbaar tot het iets belicht dat het reflecteert. Het licht worden we ons bewust door het verschijnen van de stof. Zonder die zichtbaar wording van de stof zouden we ons niet bewust worden van de lichtstraal. Bewustwording ziet haar eigen licht van zichzelf en dat zij zelf is, gereflecteerd en zich zo bewust van zichzelf.
13.10. De spiegel

Een ideale spiegel (puur Bewustzijn) is onzichtbaar en weerspiegelt beelden zoals we in de vorige vergelijking zagen. Zij doet dit zonder vervormingen en zonder door de beelden zelf te worden aangetast als zuivere spiegel . Daarom weerspiegelt het zuiver de Realiteit. Een misvormde spiegel (ons misvormde gemoed) weerspiegelt vervormde beelden. Daarom weerspiegelt zij Realiteit alsof die misvormd is in losse, niets met elkaar toemaken hebbende onsamenhangende beelden.
Zonder spiegels zijn er geen beelden zichtbaar en zonder beelden, is de aanwezigheid van de spiegel niet zo duidelijk kenbaar aan ons.
13.11. De slang en het touw

In gedimd licht kan een touw (de verschijning van iets) per vergissing worden waargenomen als een slang en angst is dan het resultaat. Als een helder licht (Bewustzijn) wordt aangestoken, zal het touw gezien worden voor wat het is (niets anders dan Bewustzijn zelf).
De vergelijking kan ook worden toegepast op het ego (de slang), dat na ontwaken van helder Bewustzijn niet anders dan als touw (gewoon ego en niet meer dan dat) gezien kan worden.
Het ego ( ons opgeschroefde image) wordt als we ons dat opgefokte gedoe van het ega Bewust worden veranderd in gewoon een verbrand touw.Bewust worden
Een variant is om het ego als het touw te zien (geen slang). Na ons ontwaken blijft alleen het verbrande touw over. De ego-gedachte blijft weliswaar maar heeft geen kracht meer iets te binden of iets te boeien. Als de wijze zegt ‘ik’ dan verwijst hij alleen naar zijn gedachte.
13.12. De luchtspiegeling

We vergissen ons in het alleen maar zien van losse zelfstandige objecten in de wereld zoals we ons vergissen als we water zien bij een luchtspiegeling in de woestijn. Het is geen water.
We vergissen ons als we tijd, ruimte, dualiteit zelf, als meer zien dan noties, concepten als louter gedachten. Alles is niets anders dan Bewustzijn dat verschijnt in de vorm van bergen, oceanen, dieren of menselijke wezens.
Een spiegeling in de woestijn is van een afstand gezien (als we er nog weinig van weten) duidelijk water waar we alles voor over hebben om het te bereiken), maar dichtbij gekomen (na het ontwaken van de ervaring) en beter beschouwd is het de spiegeling is van het zonlicht
13.13. De kruik en de ruimte waarin die is

De ruimte waarin een kruik staat (de wereld) wordt er niet door veranderd. Die ruimtes zien we en bestaan buiten de kruik, erbinnen en in de wanden. Mocht de pot ‘breken’ (als wij er als het ware doorheen kijken en tot Bewustzijn komen), dan wordt de binnenruimte en de buitenruimte als een geheel gezien en niet meer als afzonderlijke ruimtes.
Als we alleen bij de vraag naar ruimte naar de binnenruimte van de kruik zouden kijken, en die als onze beperkte geest zien, dan worden -nadat we tot Bewustzijn gekomen zijn- ook de buitenruimten erbij gezien als een geheel

13.14. Zonlicht en de dauwdruppel

Zonlicht (puur bewustzijn) weerspiegelt in een dauwdruppel (menselijk wezen) als zuivere Aanwezigheid. Door ons op dat gevoel van Zuivere Aanwezigheid (tegenwoordigheid) te concentreren, worden we geleid naar onze ware natuur van zuiver Bewustzijn (Awareness).

Comments